Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Peter Houtsma)
ECLI:NL:OGEANA:2008:1 
 
Datum uitspraak:24-11-2008
Datum gepubliceerd:28-11-2022
Instantie:Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
Zaaknummers:AR 72/2008
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Visvangst te Jan Thiel Baai in 2007. Gedaagden hebben netten verwijderd uit vrees voor schade aan koraal, en hebben daarmee de gevangen school masbangu bevrijd. Inbreuk op het eigendomsrecht van de visser. Gedaagden zijn schadeplichtig.
Trefwoorden:landbouw
landbouw, natuur en visserij
veeteelt
 
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN
ZITTINGSPLAATS CURAÇAO

Burgerlijke Zaken over 2008
Zaak nr.: AR 2008/72
Uitspraak: 24 november 2008

VONNIS
in de zaak van:


[EISER]

wonende op Curaçao,
eiser,
gemachtigde: mr. C.A. Peterson,

tegen


[GEDAAGDE]

wonende op Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.E. Thomson

en


de besloten vennootschap SCUBA DO N.V.

gevestigd op Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. S.E. Thomson



1Het verloop van het geding.
Dit blijkt uit de volgende processtukken:
 het inleidend verzoekschrift, met de producties 1 tot en met 5;
 de conclusie van antwoord, met de producties 1 en 2;
 het tussenvonnis van 26 mei 2008;
 het proces-verbaal van de zitting van 9 juni 2008;
 de conclusie van repliek, met de producties 6 en 7;
 de conclusie van dupliek.

Partijen worden hierna ook wel aangeduid als respectievelijk eiser en gedaagden.



2Het geschil.
Eiser vordert bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden te veroordelen om aan hem, ter vergoeding van de in het verzoekschrift genoemde schade, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen de somma van NAF. 77.500,-, ingaande 10 december 2007, te vermeerderen met de wettelijke over voormeld bedrag en de kosten van de onderhavige procedure, waaronder de kosten van de door hem gelegde beslagen.
Gedaagden weerspreken de vordering.



3De beoordeling.

3.1
Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken en/of op grond van de onbestreden inhoud van overgelegde producties het volgende vast:


In de vroege ochtend van 8 december 2007 heeft eiser tezamen met een aantal werknemers/vissers een school masbango’s gevangen ter hoogte van Jan Thiel Baai, waar eiser zijn netten had uitgezet aan de binnenkant van de golfbrekers nabij het strand waar de duikschool van Scuba Do is gevestigd. Tegen het middaguur hebben eiser en zijn mannen de plaats van de vangst verlaten onder achterlating van de vangst in de netten.


De door eiser gebruikte netten hebben kurk aan de bovenkant voor het drijfvermogen en lood aan de onderkant. De netten worden na de visvangst langzaam dichtgemaakt teneinde de visvangst veilig te stellen. Het was de bedoeling dat de vis in de weken daarop vanuit het water zou worden verkocht.


In de uren dat eiser weg was heeft gedaagde, eigenaar en directeur van Scuba Do, de kustwacht gealarmeerd. Hij vreesde dat de netten van eiser het ter plaatse aanwezige koraal zouden beschadigen en dat zij gevaar voor zwemmers en duikers zouden opleveren. Gedaagde wist op dat moment niet wie de eigenaar van de netten was.


[Betrokkene 1], plaatsvervangend gezagvoerder bij de kustwacht en die dag op dienst, heeft in zijn rapport van 8 december 2007 te 14:20 uur het volgende genoteerd:



“081138Q


Melding gekregen vanuit het R.C.C. dat er een meneer genaamd […] van de Scuba Diving bij Janthiel beweerde dat er een visnet in het water was die de koralen kapot maakte. Aan ons werd gevraagd om bij Janthiel te gaan kijken naar de situatie.


081206Q


T.h.v. Janthiel Baai aangekomen konden wij het visnet aan de oostelijke zijde binnen de mondstuk al zien. Hierdoor heb ik drie bemanningsleden aldaar afgezet om de situatie van dichterbij te bekijken. De bemanningsleden spraken daar met meneer die aan hun verklaarde dat de situatie onveilig was voor de zwemmers in de nabijheid en als de vissers dit net zouden weghalen dat het de koralen kapot zou maken. Hierna hebben wij aan een paar toeristen die in de nabijheid aan het snorkelen waren gevraagd of zij koralen in de nabijheid van het visnet hadden gezien. Als antwoord hierop kregen wij te horen dat er in de nabijheid van het visnet alleen zand op de bodem lag. Tevens was de situatie naar mijn aanzien niet zodanig onveilig als meneer verklaarde.


Hierna heb ik, in samenspraak met de R.C.C., besloten om het net niet te verplaatsen en zeker niet uit het water te halen.


Aan meneer werd duidelijk gezegd dat wij geen strafbaar feit hebben geconstateerd en daardoor niet zouden optreden. Tevens werd aan hem gezegd dat indien hij het net toch weg zou halen dat hij voor eventuele schade verantwoordelijk zou zijn. Meneer zei hierna tegen ons dat hij het net zelf uit het water zou halen.


Wij bleven even in de buurt totdat meneer, samen met enige andere personen, het net uit het water had gehaald.


Hierna voeren wij richting het steunpunt.”

Gedaagde heeft met de hulp van een aantal werknemers van Scuba Do de netten op de kant gehaald. Daarbij is de vangst verloren gegaan, in die zin dat de masbango’s de open zee weer op zijn gezwommen. Eiser trof de netten op de kant toen hij na het middaguur weer bij Jan Thiel Baai terugkeerde.
Enkele dagen later heeft eiser op dezelfde plaats opnieuw (andere) netten uitgegooid en een kleine(re) school masbango’s gevangen. Deze vangst is verkocht.
In zijn rapport van 12 december 2007 schrijft [betrokkene 2], chef Algemene Zaken van de Dienst Landbouw Veeteelt en Visserij, over deze vangst:
“Vandaag woensdag 12 december 2007 om 10.30 heb ik een inspectie bezoek uitgebracht aan het visnet dat eigendom is van de familie […] dat uitgezet was te strand Janthiel binnen de dam.
Het betreft klachten om het geplaatste vis net.
Waar het net uitgezet is levert het geen gevaar voor de koraal rif, en het recreatiegebeid wordt ook niet belemmerd.
Naar mijn schatting was in het net een vangst van ongeveer 1200 kg masbango (big eye’s scead) met een lengte van 15-20 cm.
De heer […] uit zijn zegge lid van de kustwacht ned. Antillen, heeft op 12 december 2007 een onderzoek en foto’s onderwater gemaakt.
Van zijn onderzoek is niks bekend gemaakt, hij zij dat hij in opdracht van de officier van justitie had gedoken en dat hij de uitslag van zijn onderzoek aan de officier via een proces verbaal bekend zal maken.
Ik adviseer u om de partijen aan tafel te zetten en duidelijke afspraken te maken gebaseerd op de bestaande regelgeving om in de toekomst problemen te voorkomen.”
Op 21 januari 2008 heeft eiser ten laste van gedaagde conservatoir beslag gelegd op de aandelen van Scuba Do. De vordering van eiser op Scuba Do en gedaagde is door de beslagrechter begroot op NAF. 100.750,-.


3.2
Eiser grondt zijn vordering op artikel 6:162 BW. Volgens hem hebben gedaagden onrechtmatig gehandeld door zonder toestemming op 8 december 2007 zijn netten op de kant te halen en daarmee zijn vis te bevrijden. Als gevolg daarvan heeft hij schade geleden in de vorm van gederfde winst en beschadiging van zijn netten. De gederfde winst begroot hij op NAF. 80.000,- (volgens hem de marktwaarde van de vangst) en de schade aan de netten op NAF. 2.500,-.


3.3
Gedaagden betwisten dat zij onrechtmatig hebben gehandeld. Hun ingrijpen was noodzakelijk, zo stellen zij, omdat de netten van eiser schade aan het koraal veroorzaakten, althans dreigden die te veroorzaken, en de netten bovendien gevaar opleverden voor zwemmers en duikers. Toen de eigenaar van de netten op 8 december 2007 niet gevonden of bereikt bleek te kunnen worden heeft gedaagde zelf ingegrepen. Daarbij hebben gedaagde en zijn helpers uiterst zorgvuldig geopereerd teneinde beschadiging van de netten te voorkomen. Subsidiair betwisten zij de hoogte van de gestelde schade. Niet alleen weerspreken zij dat het een grote vangst betrof die zij hebben bevrijd, maar bovendien heeft eiser de betreffende school enkele dagen later alsnog gevangen. Ook de schade aan het net wordt weersproken.


3.4
Partijen zijn het erover eens dat de commerciële vangst van (vissen als) masbango’s niet is gereguleerd. Voor het vissen op die soort is geen vergunning vereist. Evenmin zijn er wettelijke regels die het vissers verbieden hun netten uit te werpen aan de ‘binnenkant’ van baaien en inhammen, zoals eiser ter plaatse van Jan Thiel Baai heeft gedaan. Het bestaan van een ongeschreven regel van maatschappelijke zorgvuldigheid op grond waarvan vissers gehouden zouden zijn met op het stand gevestigde bedrijven overleg te plegen over het uitzetten van netten kan, anders dan gedaagden stellen, niet worden aangenomen.


3.5
Het gerecht neemt verder tot uitgangspunt artikel 5:4 BW, welk artikel bepaalt dat hij die een aan niemand toebehorende zaak in bezit neemt, daarvan de eigendom verkrijgt. Daarbij heeft de wetgever uitdrukkelijk aan wild en vissen gedacht, terwijl bovendien voor de eigendomsverkrijging niet is vereist dat de inbezitneming rechtmatig is geschied. Ook de stroper verkrijgt ingevolge voormeld artikel de eigendom van het door hem gestroopte wild, zo staat in de memorie van toelichting. Op grond hiervan dient eiser aangemerkt te worden niet alleen als eigenaar van de netten (welke eigendom niet is bestreden), maar ook van de op 8 december 2007 daarin gevangen masbango. Gedaagden hebben geen feiten of omstandigheden aangevoerd die tot een ander oordeel moeten leiden.


3.6
Krachtens artikel 5:1 lid 2 BW staat het de eigenaar van een roerende zaak vrij van zijn eigendom gebruik te maken, mits dit gebruik niet strijdt met rechten van anderen en de op wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht gegronde beperkingen die daarbij in acht worden genomen. Tenzij er een rechtvaardigingsgrond bestaat, mogen derden hem niet in het gebruik van zijn eigendom storen.


3.7
In dit geval staat de inbreuk op het eigendomsrecht van eiser door gedaagden als onweersproken vast. Nu gedaagden zich beroepen op een rechtvaardigingsgrond voor de door hen gepleegde inbreuk – er zou sprake zijn van zodanig gevaar voor het koraal en zwemmers/duikers dat (naar het gerecht begrijpt) ingrijpen noodzakelijk was - rust ingevolge de hoofdregel van artikel 129 Rv op hen de last daartoe voldoende feiten te stellen en die zo nodig te bewijzen. Aan die stelplicht hebben gedaagden echter niet voldaan. Voormelde stelling werd immers niet (nader) feitelijk onderbouwd en evenmin hebben zij concreet bewijs aangeboden, terwijl dat gelet op de door eiser overgelegde rapporten van de Kustwacht en Dienst Landbouw Veeteelt en Visserij (zie 3.1 onder d en g) wel op hun weg had gelegen. Derhalve staat als onvoldoende weersproken vast dat gedaagden onrechtmatig jegens eiser hebben gehandeld door op 8 december 2007 zonder toestemming zijn netten op de kant te halen en daarbij de gevangen partij vis te bevrijden. Zij zijn uit dien hoofde hoofdelijk aansprakelijk voor de als gevolg daarvan door eiser geleden schade.


3.8
Gedaagden hebben de omvang van de opgevoerde schade gemotiveerd betwist. Uit voormelde hoofdregel van bewijsrecht volgt dan dat het aan eiser is om zijn schade voldoende feitelijk te onderbouwen en die feiten zo nodig te bewijzen.


3.9
Ter comparitie heeft eiser verklaard dat zijn bedrijf geen jaarcijfers produceert. Over de opbrengst van vangsten als de onderhavige - die hij stelt een aantal keer per jaar binnen te halen - wordt geen belasting afgedragen. Het ontbreekt derhalve aan objectieve gegevens op basis waarvan inzicht in de omvang van de schade kan worden verkregen. Volgens eiser levert masbango echter ca. NAF. 6000,- tot NAF. 7.000,- per dag op en was de eerste vangst goed voor ongeveer drie weken verkoop. De tweede vangst van enkele dagen later, die wel verkocht kon worden, heeft volgens eiser ongeveer NAF. 10.000,- opgebracht. Eiser heeft bewijs van voormelde stellingen aangeboden en wel door het horen van getuigen en/of getuigendeskundigen (ten aanzien van de omvang en de opbrengst van de vangst) en het tonen van de netten (foto’s zijn reeds overgelegd).


3.10
Artikel 6:97 BW bepaalt dat de rechter de schade begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. indien de omvang van de schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, wordt zij geschat.


3.11
Alvorens eventueel toe te komen aan het verstrekken van een bewijsopdracht wenst het gerecht ter zake de schade andermaal nader te worden geïnformeerd. Daartoe zal het gerecht opnieuw een comparitie van partijen gelasten. Van eiser wordt verwacht dat hij zoveel mogelijk aan de hand van bewijsstukken, zoals bijvoorbeeld schriftelijke verklaringen van de door hem genoemde getuigen/deskundigen, opgave van de Dienst Landbouw Natuur en Visserij, branchegegevens, afnemers e.d., nadere inlichtingen verschaft over de wijze van verkoop van deze vis (per gewicht/emmer/?), de gemiddelde opbrengst ten tijde van de onrechtmatige daad, alsmede over de omvang van de eerste en de tweede vangst. Hoe kunnen die worden vergeleken? Wie kan daar iets over verklaren? Welke kosten zijn met de verkoop gemoeid? Tevens wordt van eiser verwacht dat hij zijn schade aan de netten nader onderbouwd. Hoe komt hij aan een bedrag van NAF. 2.500,-? Het verdient in dit verband aanbeveling dat eiser gedaagden in de gelegenheid stelt voorafgaande aan de comparitie de netten op de gestelde schade te inspecteren (ervan uitgaande dat de netten te groot zijn om ter zitting te tonen). Eiser dient voormelde schriftelijke informatie uiterlijk een week voor de comparitie in het geding te brengen. De comparitie zal, mede met het oog op het bepaalde in artikel 6:97 BW, tevens worden benut voor het beproeven van een schikking.


3.12
In afwachting van de comparitie wordt iedere verdere beslissing aangehouden.




4De beslissing.
Het gerecht:
gelast partijen in persoon en desgewenst vergezeld van hun gemachtigden, voor
mr. Gratama te verschijnen tot het verstrekken van inlichtingen en tot het beproeven van een minnelijke regeling, een en ander zoals hiervoor overwogen onder 3.11, zulks op dinsdag 13 januari 2009 te 9.00 uur in het Stadhuis op Curaçao;

bepaalt dat de door het gerecht gevraagde stukken uiterlijk een week voor de zitting ter griffie door eiser moeten worden ingediend;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Gratama en in aanwezigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 november 2008.

[gevolgd door schikking ter comparitie]
Link naar deze uitspraak