Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Peter Houtsma)
ECLI:NL:RBROT:2021:11480 
 
Datum uitspraak:30-09-2021
Datum gepubliceerd:25-11-2021
Instantie:Rechtbank Rotterdam
Zaaknummers:C/10/616080 / KG ZA 21-25 C/10/616080 / KG ZA 21-25
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Kort geding. Verdeling woning. Nakoming afspraken.
Trefwoorden:echtscheiding
vaststellingsovereenkomst
 
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven


zaaknummer / rolnummer: C/10/616080 / KG ZA 21-252


Vonnis in kort geding van 30 september 2021


in de zaak van



[naam eiseres]
,
wonende te [woonplaats eiseres] ,
in rechte vertegenwoordigd door haar curatoren [naam 1] en [naam 2],
eiseres,
advocaat mr. J.M.F. Honders te Rotterdam,

tegen



[naam gedaagde]
,
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
verschenen in persoon.


Partijen worden hierna [naam eiseres] en [naam gedaagde] genoemd.





1. De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding van 15 april 2021


producties 1 tot en met 10 van [naam eiseres]


de mondelinge behandeling gehouden op 23 april 2021


de pro forma aanhouding van de zaak voor vier maanden, om [naam gedaagde] de gelegenheid te geven de voormalige echtelijke woning geheel toegedeeld te krijgen en [naam eiseres] te doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek en de daaraan gekoppelde spaarpolis


de brief van 17 september 2021 van [naam gedaagde] met een ongenummerde productie


de voortzetting van de mondelinge behandeling op 22 september 2021. De zitting heeft deels via skype plaatsgevonden.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






2. De feiten

2.1.
Partijen waren gehuwd. De echtscheiding is bij beschikking van deze rechtbank (locatie Dordrecht) van 23 november 2005 uitgesproken. De echtscheidingsbeschikking is op 13 december 2005 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.



2.2.
De woning gelegen aan de [adres] (hierna: de Woning) behoort aan partijen in gezamenlijke eigendom toe. Op de Woning rust een door partijen afgesloten hypotheek waaraan een spaarpolis is gekoppeld.



2.3.
In het kader van de verdeling van de huwelijkse boedel tussen partijen is bij deze rechtbank een verdelingsprocedure aanhangig geweest. Die procedure heeft ertoe geleid dat partijen in onderling overleg verdelingsafspraken hebben gemaakt die zijn neergelegd in het proces-verbaal van comparitie van partijen ter zitting gehouden op 29 november 2007. Die afspraken luiden, voor zover relevant, als volgt:

“Partijen verklaren een schikking te hebben bereikt. Zij hebben de navolgende vaststellingsovereenkomst gesloten:

1. Aan de man worden toegescheiden de echtelijke woning, de levensverzekering en de belastingteruggaaf 2005, onder de verplichting om de hypotheek, het doorlopende krediet bij ABN AMRO en de schuld aan Visa Card verder te voldoen als eigen schuld.

2. De waarde van de woning wordt door partijen bepaald op € 150.000,--.

3. De overdracht van de helft van de eigendom van de woning zal plaatsvinden in mei 2008/juni 2008.

4. De kosten verbonden aan de overdracht zullen door partijen, ieder voor de helft worden gedragen.

(…)

9. Na afwikkeling van het bovenstaande hebben partijen over en weer niets meer van elkaar te vorderen en verlenen zij elkaar kwijting.

(…)

11. Partijen doen afstand van het recht deze vaststellingsovereenkomst te vernietigen dan wel de ontbinding of vernietiging van deze vaststellingsovereenkomst te vorderen.
(…)”



2.4.

[naam gedaagde] verblijft sinds het uit elkaar gaan van partijen in de Woning, thans samen met zijn huidige echtgenote. [naam eiseres] woont in [plaatsnaam].



2.5.
Ondanks daartoe herhaaldelijk te zijn gemaand en gesommeerd heeft [naam gedaagde] tot nu toe niet voldaan aan zijn verplichting om de Woning volledig aan hem (en/of aan zijn huidige echtgenote) toegedeeld te krijgen. Evenmin heeft hij [naam eiseres] doen ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de op de Woning rustende hypotheek met spaarpolis.






3. Het geschil


3.1.

[naam eiseres] vordert (verkort en zakelijk weergegeven) om bij vonnis, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


aan [naam gedaagde] een aan [naam eiseres] te betalen dwangsom op te leggen van € 500,00 per dag, voor zover [naam gedaagde] niet binnen een termijn van twee maanden na betekening van het vonnis de eigendom van de Woning heeft overgenomen, alsmede per alsdan niet zijn medewerking heeft verleend aan opheffing van de hoofdelijke aansprakelijkheid van [naam eiseres] ten aanzien van de hypotheek en de levensverzekering;



[naam gedaagde] te veroordelen in de proceskosten van [naam eiseres] .





3.2.

[naam gedaagde] voert verweer.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.






4. De beoordeling

4.1.
Partijen hebben ten aanzien van de verdeling van de Woning afspraken gemaakt die zijn neergelegd in een in het proces-verbaal van 29 november 2007 opgenomen vaststellingsovereenkomst. Bij de nakoming van die afspraken - waar het feitelijk in dit kort geding om draait - kan in beginsel worden aangenomen dat [naam eiseres] voldoende spoedeisend belang heeft. Daarbij wordt het in zaken als deze gehanteerde uitgangspunt dat van een deelgenoot niet kan worden verlangd dat hij of zij tegen zijn of haar zin in een onverdeeldheid blijft in aanmerking genomen.



4.2.

[naam eiseres] kan dus, in rechte, nakoming van de afspraken vorderen. [naam gedaagde] heeft daartegen ook geen verweer gevoerd. Hij stelt enkel dat hij, door omstandigheden die volgens hem buiten zijn risicosfeer liggen, meer tijd nodig heeft om te bewerkstelligen dat de Woning en de daarop rustende hypotheek met spaarpolis geheel op zijn naam (of deels op die van zijn huidige echtgenote) komen te staan. Hoewel de voorzieningenrechter van oordeel is dat aan [naam gedaagde] al voldoende tijd is gegund, biedt de vordering onder 3.1 sub 1 [naam gedaagde] nog een extra termijn van twee maanden na betekening van dit vonnis. De voorzieningenrechter verwacht van [naam gedaagde] dat hij die termijn actief benut. De vordering onder 3.1 sub 1 wordt, als uitvoering van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst en nu [naam gedaagde] daartegen ook geen materieel verweer voert, toegewezen. De gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd toegewezen. Niet gebleken is dat de door toewijzing van de vordering getroffen belangen van [naam gedaagde] groter zijn dan de belangen van [naam eiseres] die met het finaliseren van de verdeling worden gediend.



4.3.
In randnummer 15 van de dagvaarding stelt [naam eiseres] dat zij tevens vervangende toestemming wenst te verkrijgen indien en voor zover [naam gedaagde] niet aan de vordering onder 3.1 sub 1 voldoet. Daaraan heeft zij evenwel in het petitum geen vordering verbonden zodat de voorzieningenrechter op dit punt niet zal beslissen.



4.4.
De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om op dit moment af te wijken van de gebruikelijk tussen gewezen echtelieden te hanteren compensatie van kosten.





5. De beslissing
De voorzieningenrechter


5.1.
veroordeelt [naam gedaagde] om binnen een termijn van twee maanden na betekening van dit vonnis te hebben bewerkstelligd dat de Woning volledig aan hem (samen met zijn huidige echtgenote) is toegedeeld en dat [naam eiseres] is ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ten aanzien van de op de Woning rustende hypotheek en de daaraan gekoppelde spaarpolis,



5.2.
veroordeelt [naam gedaagde] om aan [naam eiseres] een dwangsom te betalen van € 500,00 voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt,



5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



5.4.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.



Dit vonnis is gewezen door mr. J.C.A.T. Frima en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2021.1734/1659
Link naar deze uitspraak