Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Peter Houtsma)
ECLI:NL:CRVB:2021:2297 
 
Datum uitspraak:08-09-2021
Datum gepubliceerd:16-09-2021
Instantie:Centrale Raad van Beroep
Zaaknummers:21/1105 AOW
Rechtsgebied:Socialezekerheidsrecht
Indicatie:Hoger beroep niet-ontvankelijk. Beroepschrift niet tijdig ingediend.
Trefwoorden:aow
 
Uitspraak
Datum uitspraak: 8 september 2021
21/1105 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer









Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
24 augustus 2020, 20/1327 (aangevallen uitspraak)






Partijen:


[appellant] te [woonplaats] , Ghana (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank



PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.




OVERWEGINGEN

Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 24 augustus 2020 in afschrift aan partijen toegezonden.

Het beroepschrift is op 26 januari 2021 bij de rechtbank Amsterdam ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 21 januari 2021 ter post bezorgd. De rechtbank Amsterdam heeft het beroepschrift doorgezonden aan de Raad.

Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.

Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Bij brief van 7 mei 2021 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.

Appellant heeft hierop niet gereageerd.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.





BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op8 september 2021.



(getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum



(getekend) D.W.M. Kaldenhoven



Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.
Link naar deze uitspraak