Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:1602 
 
Datum uitspraak:24-03-2026
Datum gepubliceerd:27-03-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:11897287 CV EXPL 25-173 11897287 CV EXPL 25-173
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Eiseres heeft van gedaagde 1 een hoogwerker gekocht. Zij stelt dat zij na het ophalen van de hoogwerker verschillende technische gebreken heeft geconstateerd. De hoogwerker voldoet volgens haar daarom niet aan de koopovereenkomst, reden waarom zij in deze procedure onder andere gedeeltelijke ontbinding daarvan vordert. Voor het geval dat wordt afgewezen, doet zij een beroep op dwaling en vordert zij dat de gevolgen van de koopovereenkomst zodanig worden gewijzigd dat het nadeel voor haar wordt opgeheven. Gedaagden hebben hiertegen gemotiveerd verweer gevoerd. Gelet op de gemotiveerde betwisting door gedaagden van de stelling dat de hoogwerker niet aan de koopovereenkomst voldoet, staat dit gestelde feit in deze procedure nog niet vast. De kantonrechter zal bewijslevering hierover echter achterwege laten, omdat gedaagde 1 niet in verzuim is. Hierdoor kan de overeenkomst niet gedeeltelijk ontbonden worden. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van (wederzijdse) dwaling. De vorderingen van eiseres worden daarom afgewezen en zij wordt in de proceskosten veroordeeld.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
koopovereenkomst
sn
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
OVERIJSSEL


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 11897287 \ CV EXPL 25-1737


Vonnis van 24 maart 2026


in de zaak van


ROMANTIC SEAGULL ARBORICULTURA UNIP. LDA,
te Rio de Moinhos (Portugal),
eisende partij,
hierna te noemen: eiseres,
gemachtigde: mr. J. Wagenmakers,

tegen




1
[gedaagde 1] V.O.F.,
te [vestigingsplaats 1],2. [gedaagde 2] B.V.,
te [vestigingsplaats 2],3. [gedaagde 3] B.V.,
te [vestigingsplaats 3],4. [gedaagde 4] B.V.,
te [vestigingsplaats 4],5. [gedaagde 5] B.V.,
te [vestigingsplaats 5],6. [gedaagde 6],
te [woonplaats],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: gedaagden,
gemachtigde: mr. N.A.M. Kienhuis.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 12,- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 5,
- de akte van eiseres met aanvullende producties 14 t/m 16,
- nagestuurde productie 17 van eiseres,
- nagestuurde producties 6 t/m 8 van gedaagden,
- de mondelinge behandeling van 26 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waarbij door eiseres en gedaagden spreekaantekeningen zijn overgelegd.





2De zaak in het kort


2.1.
Eiseres heeft van [gedaagde 1] een hoogwerker gekocht. Zij stelt dat zij na het ophalen van de hoogwerker verschillende technische gebreken heeft geconstateerd. De hoogwerker voldoet volgens haar daarom niet aan de koopovereenkomst, reden waarom zij in deze procedure onder andere gedeeltelijke ontbinding daarvan vordert. Voor het geval dat wordt afgewezen, doet zij een beroep op dwaling en vordert zij dat de gevolgen van de koopovereenkomst zodanig worden gewijzigd dat het nadeel voor haar wordt opgeheven. Gedaagden hebben hiertegen gemotiveerd verweer gevoerd.



2.2.
Gelet op de gemotiveerde betwisting door gedaagden van de stelling dat de hoogwerker niet aan de koopovereenkomst voldoet, staat dit gestelde feit in deze procedure nog niet vast. De kantonrechter zal bewijslevering hierover echter achterwege laten, omdat [gedaagde 1] niet in verzuim is. Hierdoor kan de overeenkomst niet gedeeltelijk ontbonden worden. Daarnaast is de kantonrechter van oordeel dat geen sprake is van (wederzijdse) dwaling. De vorderingen van eiseres worden daarom afgewezen en zij wordt in de proceskosten veroordeeld. De motivering van deze beslissing volgt hierna.





3De feiten


3.1.

[gedaagde 1] (hierna: [gedaagde 1]) is een vennootschap onder firma waarvan de activiteiten zien op de handel in auto’s, kranen, schoffels, aanhangers, trailers en vrachtauto’s. Gedaagden sub 2 t/m 6 zijn de vennoten van [gedaagde 1].



3.2.
Eiseres is een onderneming naar Portugees recht die zich onder andere bezighoudt met het snoeien van bomen. De heer [naam 1] (hierna: [naam 1]) is de eigenaar en enig werknemer van eiseres.



3.3.
Eiseres heeft op 15 november 2024 bij [gedaagde 1] een prijsaanvraag gedaan voor een gebruikte hoogwerker (Nissan Cabstar 35.12). Op 5 december 2024 heeft eiseres voor de reservering van de hoogwerker een bedrag betaald. Vervolgens is [naam 1] op
9 december 2024 naar Nederland gereisd om de hoogwerker bij [gedaagde 1] op te halen. Hij heeft toen het restantbedrag van de koopprijs betaald.



3.4.
Omdat [gedaagde 1] nog injectoren van de hoogwerker moest vervangen, kon [naam 1] de hoogwerker pas op 12 december 2024 meenemen. Kort na vertrek merkte [naam 1] dat het vermogen van de hoogwerker wegviel. Hij is daarom teruggereden naar [gedaagde 1]. [gedaagde 1] heeft diezelfde dag nog geprobeerd om het probleem te verhelpen. Daarna is [naam 1] weer met de hoogwerker vertrokken, maar hij ervaarde kort daarna weer vergelijkbare problemen. [naam 1] is daarom nog een keer teruggegaan naar [gedaagde 1]. [gedaagde 1] heeft vervolgens de katalysator van de hoogwerker vervangen en gereset.



3.5.
Op 13 december 2024 kon [naam 1] de hoogwerker weer bij [gedaagde 1] ophalen en is hij daarmee vetrokken richting Portugal, waar hij op 15 december 2024 is aangekomen.



3.6.
Op 20 maart 2025 heeft eiseres een brief aan [gedaagde 1] gestuurd. Daarin staat, voor zover hier van belang, het volgende:

“On 05/12/2024 1 bought the vehicle from you of the brand Nissan Cabstar 35.12 sn WNASNFF 24 C 3145453 with [naam 2] TB 270 1 Reg. 2012, for € 36.000. Unfortunately, the product does not meet my expectations.


1. The product was damaged when I received it.


2. The product broke down after 45 days, while 1 used the product in a normal way.


3. The quality of the product does not match this price / this brand /what you promised.



As you will recall the problems started at your shop when you gave me the vehicle on two


occasions on the 12th of December 2024 while still faulty. After having replaced all the injectors and the catalytic converter (which was completely blocked/full of carbon) I was able to start driving the vehicle on my way to Portugal on the 13th of December 2024. This departure date was 4 days later than promised, and resulted in loss of work and extra costs to my business.


During the journey 1 broke down twice:



On the 14th of December 2024 due to a faulty battery and the fact that it was too weak for the vehicle (50ah instead of 90).



On the 15th of December 2024 the vehicle broke down again due to loss of engine pressure caused by loosely attached tubing.



Even then, after having resolved these issues I was prepared to continue with the vehicle normally.



However on the 27th of January 2025 the vehicle broke down once more and had to be rescued by breakdown assistance and taken to a garage. After 2 weeks in the garage the problem was diagnosed. The crankshaft was damaged and had damaged one of the pistons, luckily not compromising the engine head.



While observing the dismantled engine, 1 noticed the engine serial number did not match the serial number the vehicle should have, according to the Nissan manufacturer database. The mechanic at the garage also noticed that the engine had been worked on recently.



Given that the advertisement, upon which this vehicle was published, mentioned that the vehicle had only 78.000 km and you were unable to provide me with the number of work hours, it is obvious that the facts on the ad were false from the beginning.



These elements constitute false marketing and fraud.



With this letter I ask you to cover the costs which have incurred due to the faulty nature of these issues.



Because the product is defective, 1 have damage to the vehicle and loss of work, which was


dependent on the vehicle’s normal functioning. 1 am enclosing proof of the damage with this letter.



The amount of my damage is € 8.500. 1 request that you reimburse this amount. (…)”



3.7.
Op 8 mei 2025 heeft de gemachtigde van eiseres aan [gedaagde 1] een e-mail met daarbij een brief gestuurd. In de brief sommeert hij [gedaagde 1] om binnen drie weken de gebreken van de hoogwerker deugdelijk te herstellen. Ook wordt [gedaagde 1] verzocht om een bedrag van € 9.500,00 te betalen, bestaande uit kosten voor het laten ophalen van de hoogwerker door de monteur, de diagnose van de motorstoring en het repareren daarvan, het verlies van werk en de kosten voor het inschakelen van de gemachtigde. [gedaagde 1] heeft hierop niet gereageerd.



3.8.
Bij brief van 18 juni 2025 heeft de gemachtigde van eiseres [gedaagde 1] nogmaals gesommeerd om tot herstel en tot betaling van een bedrag van € 10.200,00 aan schadevergoeding over te gaan. [gedaagde 1] heeft bij e-mail van diezelfde dag als volgt gereageerd:

“Hierbij de door client getekende algemene voorwaarden.

Wij verkopen uitdrukkelijk zonder garantie.


Client is uit eigen beweging en op eigen risico met dit voertuig naar zijn adres gereden.



Wij gaan dan ook geen enkele aansprakelijkheid aan in deze casus.”





4Het geschil


4.1.
Eiseres vordert – na wijziging van eis en verkort weergeven – dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


primair



de koopovereenkomst gedeeltelijk ontbindt;


gedaagden hoofdelijk veroordeelt om aan eiseres een bedrag van € 6.217,40 te betalen;




subsidiair



het beroep van eiseres op de vernietigingsgrond dwaling aanvaardt;


voor recht verklaart dat eiseres ten rechte een beroep doet op dwaling;


de gevolgen van de gesloten koopovereenkomst zodanig wijzigt dat het nadeel voor eiseres wordt opgeheven;


gedaagden hoofdelijk veroordeelt om aan eiseres een bedrag van € 6.217,40 te betalen;




primair en subsidiair



gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 2.906,00, zijnde redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte;


gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 3.200,00 wegens derving van inkomsten tot dat bedrag;


de van toepassing verklaarde algemene voorwaarden op grond van artikel 6:233 sub a en b Burgerlijk Wetboek (BW) vernietigt;


gedaagden hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.





4.2.
Gedaagden voeren gemotiveerd verweer.







5De beoordeling


Rechtsmacht en toepasselijk recht



5.1.
Omdat partijen gevestigd zijn in verschillende landen, te weten Portugal en Nederland, draagt de zaak een internationaal karakter. Partijen zijn het erover eens dat de Nederlandse rechter – in het bijzonder de kantonrechter van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo – bevoegd is om van het geschil uit hoofde van de koopovereenkomst kennis te nemen. Met partijen gaat de kantonrechter ook uit van de toepasselijkheid van het Nederlandse recht.


Beroep op ontbinding




5.2.
Het gaat in deze zaak ten eerste om de vraag of de koopovereenkomst gedeeltelijk ontbonden kan worden en – in het verlengde daarvan – om de vraag of gedaagden een bedrag van € 6.217,40 (gelijk aan de kosten voor vervanging van de motor) van de koopprijs moeten terugbetalen.



5.3.
Artikel 6:265 lid 1 BW bepaalt dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van zijn verbintenis, aan de wederpartij de bevoegdheid geeft om de overeenkomst te ontbinden, tenzij de tekortkoming deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.



5.4.
Eiseres heeft gesteld dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming omdat de hoogwerker door verschillende gebreken niet beantwoordt aan de koopovereenkomst. Volgens haar is de hoogwerker twee keer tijdens de reis naar Portugal en later nog een keer tijdens werkzaamheden uitgevallen. Verder twijfelt eisers of de kilometerstand van de hoogwerker wel correct is en heeft zij ontdekt dat de motor in de hoogwerker niet het serienummer heeft van de motor die er volgens de Nissan-fabriek in hoort te zitten. Volgens eiseres is [gedaagde 1] in verzuim komen te verkeren omdat zij niet heeft voldaan aan de sommaties in de brief van de gemachtigde van eiseres van 8 mei 2025. De koopovereenkomst kan daarom volgens eiseres gedeeltelijk ontbonden worden.



5.5.
Gedaagden betwisten dat de hoogwerker niet aan de koopovereenkomst beantwoordt. Zij stellen dat [gedaagde 1] aan eiseres een gebruikte hoogwerker heeft geleverd die in overeenstemming is met wat daarvan in deze prijsklasse (koopprijs € 36.000,00) mag worden verwacht. [gedaagde 1] heeft volgens gedaagden niet aan de motor of de kilometerstand gezeten en alle relevante documentatie over de herkomst en samenstelling van de hoogwerker is aan eiseres beschikbaar gesteld voor de koop. Gedaagden hebben verder aangevoerd dat de hoogwerker (volgens de algemene voorwaarden van [gedaagde 1]) zonder enige vorm van garantie aan eiseres is verkocht, waardoor het risico daarvan vanaf het afhalen volledig op eiseres is overgegaan. Ten aanzien van het door eiseres gestelde verzuim voeren gedaagden aan dat eiseres [gedaagde 1] geen gelegenheid heeft gegeven om haar verplichtingen alsnog na te komen door herstel van de gestelde gebreken. De koopovereenkomst kan daardoor volgens gedaagden niet gedeeltelijk ontbonden worden.


Tekortkoming staat niet vast




5.6.
Gelet op de gemotiveerde betwisting door gedaagden van de stelling dat de hoogwerker niet aan de koopovereenkomst voldoet, staat dit gestelde feit in deze procedure nog niet vast. Vooralsnog kan dan ook niet worden geoordeeld dat sprake is van een gebrek, tenzij eiseres dat alsnog bewijst. De kantonrechter ziet hier alleen geen aanleiding om eiseres toe te laten tot bewijslevering, omdat – voor zover zij daarin zou slagen – dit haar niet zal baten. In deze procedure kan namelijk in het midden blijven of sprake is van een tekortkoming in de nakoming, omdat zelfs als daarvan sprake zou zijn, de vordering van eisers niet kan worden toegewezen omdat [gedaagde 1] niet in verzuim is geraakt. De kantonrechter licht dit oordeel hierna toe.



[gedaagde 1] is niet in verzuim




5.7.
Uit artikel 6:265 lid 2 BW volgt dat een partij pas bevoegd is de overeenkomst (gedeeltelijk) te ontbinden, nadat de wederpartij in verzuim is geraakt met de nakoming van haar verplichtingen. Verzuim treedt in de regel pas in nadat de schuldenaar in gebreke is gesteld waarbij een redelijke termijn tot nakoming wordt gegeven en nakoming binnen deze termijn alsnog uitblijft (artikel 6:82 BW).



5.8.
Volgens eiseres is de hoogwerker onderweg naar Portugal twee keer kapot is gegaan: op 14 december 2024 vanwege een defecte accu die te zwak was voor de hoogwerker en op 15 december 2024 vanwege verlies van de motordruk veroorzaakt door niet vastgezette slangen. Eiseres heeft zelf een nieuwe, sterkere accu gekocht en het probleem met de loszittende slangen in Portugal door een monteur laten verhelpen. Dit alles is destijds niet door eiseres bij [gedaagde 1] gemeld. Vervolgens is de hoogwerker volgens eiseres op 27 januari 2025 weer kapot gegaan. De hoogwerker is toen door pechhulp meegenomen naar een garage, waar een monteur de problemen heeft onderzocht en de motor heeft ontmanteld. Volgens de monteur was de krukas en één van de zuigers beschadigd. Ook dit heeft eiseres niet meteen bij [gedaagde 1] gemeld. Zij heeft eerst een nieuwe (tweedehands) motor aangeschaft, die later in de hoogwerker is gemonteerd.



5.9.
Pas bij brief van 20 maart 2025 (zie 3.6) meldt eiseres voor het eerst bij [gedaagde 1] de gebreken die zij na vertrek met de hoogwerker uit Nederland heeft geconstateerd. Deze brief kwalificeert niet als een ingebrekestelling, omdat [gedaagde 1] daarin niet een termijn wordt gegeven om de gebreken te herstellen. In de brief wordt [gedaagde 1] alleen gesommeerd om de gestelde schade van eiseres te vergoeden. Vervolgens heeft de gemachtigde van eiseres op
8 mei 2025 en 18 juni 2025 nog twee brieven met daarin sommaties naar [gedaagde 1] gestuurd, maar ook die kunnen niet als ingebrekestellingen worden gekwalificeerd. In die brieven staat wel dat [gedaagde 1] gesommeerd wordt om de gebreken van de hoogwerker te herstellen, maar op dat moment had eiseres de gebreken (grotendeels) al door derden laten herstellen, reden waarom in de brieven ook om vergoeding van de kosten daarvan wordt gevraagd. Hierdoor is [gedaagde 1] niet in verzuim geraakt.



5.10.
Eiseres stelt dat [gedaagde 1] bij e-mail van 18 juni 2025 (zie 3.8) heeft aangegeven dat zij geen aansprakelijkheid erkent en dat [gedaagde 1] daarom op grond van artikel 6:83 sub c BW van rechtswege in verzuim is geraakt. Uit dat artikel volgt dat een ingebrekestelling niet nodig is als een schuldeiser uit een mededeling van de schuldenaar moet afleiden dat deze in de nakoming van de verbintenis zal tekortschieten. Naar het oordeel van de kantonrechter is van een dergelijke situatie in dit geval geen sprake. Zoals hiervoor onder 5.9 is overwogen, heeft eiseres de gestelde gebreken pas aan [gedaagde 1] gemeld op het moment dat deze al (grotendeels) door derden waren hersteld. [gedaagde 1] kon door toedoen van eiseres dus geen gebreken meer herstellen, waardoor dat niet als een tekortkoming van [gedaagde 1] kan worden gezien. Dat [gedaagde 1] later heeft gezegd dat zij geen aansprakelijkheid erkent, maakt dat niet anders.



5.11.
Al met al oordeelt de kantonrechter dat [gedaagde 1] niet in verzuim is en de koopovereenkomst daarom niet gedeeltelijk ontbonden kan worden. Nu de kantonrechter de koopovereenkomst niet gedeeltelijk ontbindt, wordt ook de vordering tot terugbetaling van een gedeelte van de koopsom van € 6.217,40 afgewezen.


Dwaling




5.12.
Door eiseres is verder gesteld dat sprake is van dwaling, omdat [gedaagde 1] haar een hoogwerker heeft verkocht die niet goed functioneerde. Als [gedaagde 1] van de gebreken op de hoogte was, had zij dat aan eiseres moeten melden. Als zij er niet van op de hoogte was, is er volgens eiseres sprake van wederzijdse dwaling. Zij vordert daarom onder andere dat de gevolgen van de gesloten koopovereenkomst op grond van artikel 6:230 BW zodanig gewijzigd worden dat het nadeel voor haar wordt opgeheven en uit hoofde daarvan gedaagden veroordeeld worden om haar het bedrag van € 6.217,40 voor vervanging van de motor te betalen.



5.13.
Gedaagden betwisten dat sprake is van (wederzijdse) dwaling. Volgens gedaagden heeft [gedaagde 1] niet opzettelijk onjuiste informatie verstrekt over de hoogwerker. [gedaagde 1] heeft alle relevante informatie over het voertuig voor de koop aan eiseres verstrekt. Door eiseres is niets in het geding gebracht waaruit blijkt dat de verkoopadvertentie voor de hoogwerker onjuist was. Er is volgens gedaagden geen onjuiste voorstelling van zaken geweest. Eiseres had bovendien volgens gedaagden de gelegenheid om de hoogwerker voor de koop te laten inspecteren, maar heeft dat niet gedaan.



5.14.
De kantonrechter stelt voorop dat voor een geslaagd beroep op dwaling is vereist dat sprake is van een onjuiste voorstelling van zaken op grond waarvan de overeenkomst is aangegaan en dat de overeenkomst bij een juiste voorstelling van zaken niet of niet op dezelfde voorwaarden zou zijn gesloten. Verder is vereist dat zich één van de drie in artikel 6:228, lid 1 BW genoemde gevallen voordoet, te weten - kort gezegd - a) de wederpartij heeft een onjuiste inlichting gegeven, b) de wederpartij heeft een mededelingsplicht geschonden, of c) er is sprake van wederzijdse dwaling.



5.15.
De kantonrechter ziet onvoldoende aanwijzingen dat [gedaagde 1] wetenschap had van de gestelde gebreken. De kantonrechter is daarom van oordeel dat niet is gebleken dat door [gedaagde 1] onjuiste mededelingen over de hoogwerker zijn gedaan of dat informatie die voor eiseres van belang zou kunnen zijn voor de aankoop is verzwegen. Dit betekent dat het beroep op artikel 6:228 lid 1 sub a en b BW niet slaagt.



5.16.
Ook een beroep op wederzijdse dwaling (artikel 6:228 lid 1 sub c BW) slaagt niet. De door eiseres gestelde gebreken zijn niet vast komen te staan, waardoor niet duidelijk is of zowel eiseres als [gedaagde 1] een onjuiste voorstelling van zaken hebben gehad. Eiseres heeft dit ook niet nader onderbouwd. Een beroep op wederzijdse dwaling brengt daarnaast een onderzoeksplicht van eiseres met zich mee. Daar heeft zij niet aan voldaan. Weliswaar heeft [naam 1] op de parkeerplaats van [gedaagde 1] de hoogwerker uitgeprobeerd, maar hij heeft verder geen technische keuring laten uitvoeren voorafgaand aan de koop daarvan. Dat had wel op zijn weg gelegen, zeker nu [naam 1] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat hij zelf geen technische kennis van hoogwerkers heeft. Dat [naam 1] niemand in Nederland kende die de hoogwerker kon keuren, doet daaraan niet af. Hij had dat kunnen navragen bij [gedaagde 1] of zelf iemand kunnen zoeken.



5.17.
Nu het beroep van eiseres op dwaling niet opgaat, worden ook haar subsidiaire vorderingen afgewezen.


Overige vorderingen




5.18.
Gelet op dat geen sprake is van verzuim aan de zijde van [gedaagde 1] en dat ook niet is gebleken dat sprake is van dwaling, zal de kantonrechter de vordering tot betaling van de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte afwijzen, evenals de gevorderde schadevergoeding wegens derving van inkomsten.



5.19.
De kantonrechter begrijpt dat de gevorderde vernietiging van de algemene voorwaarden samenhangt met de andere vorderingen van eiseres. Niet gesteld en niet gebleken is dat eiseres bij de gevorderde vernietiging van de algemene voorwaarden een ander zelfstandig belang heeft. Die vordering treft daarmee eenzelfde lot.


Proceskosten




5.20.
Eiseres is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van gedaagden worden begroot op:









- salaris gemachtigde





864,00


(2 punten × € 432,00)




- nakosten





144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





1.008,00











5.21.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





6De beslissing

De kantonrechter


6.1.
wijst de vorderingen van eiseres af,



6.2.
veroordeelt eiseres in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als eiseres niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.3.
veroordeelt eiseres tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 6.2 en 6.3 genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
Link naar deze uitspraak