Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBNNE:2026:1003 
 
Datum uitspraak:27-03-2026
Datum gepubliceerd:30-03-2026
Instantie:Rechtbank Noord-Nederland
Zaaknummers:LEE 24-3442 en 24-3476
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:Omgevingsvergunning voor beschermd wonen. Het college mocht zich in redelijkheid op het standpunt stellen dat de realisatie van de Skaeve Huse ruimtelijk aanvaardbaar is. Bevoegdheid tijdelijk afwijken, vraag naar geschiktheid locatie, ruimtelijke ordening (draagvlak, uitvoerbaarheid, afstand, overlast, woon- en leefklimaat, beheersmaatregelen).
Trefwoorden:agrarisch
bestemmingsplan
intensieve veehouderij
omgevingsvergunning
perceel
veehouderij
wabo
 
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 24/3442 en LEE 24/3476
uitspraak van de meervoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen


1. [eiseres]uit [plaats], eiseres 1.,

2. [eiseres]uit [plaats], eiseres 1.a,

3. [eiser]uit [plaats], eiser 1.b,

4. [eiser]uit [plaats], eiser 1.c,

5. [eiseres]uit [plaats], eiseres 1.d,

6. [eiser]uit [plaats], eiseres 1.e,
gezamenlijk eisers 1,
(gemachtigde: mr. A. Kwint-Ocelikova),


[eisers], uit [plaats], gezamenlijk eisers 2,
(gemachtigde: mr. H. Martens),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
(gemachtigde: mr. L. Bos).

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: Stichting Lefier uit Groningen (vergunninghouder).


Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning voor de bouw van Skaeve Huse in Harkstede. De woningen in het project zijn bedoeld voor inwoners van de gemeente Groningen met complexe en meervoudige problemen, zoals psychiatrische en/of verslavingsproblematiek, die overlast geven in hun woonwijk of geen woning hebben. Vergunninghouder wil deze mensen een dak boven hun hoofd bieden en daarmee ruimte geven voor hun afwijkende leefstijl. Eisers wonen in Harkstede in de buurt van deze nieuwe woonvorm en maken zich hierover grote zorgen. Zij zijn het niet eens met deze omgevingsvergunning en voeren een aantal beroepsgronden (argumenten) aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de verleende omgevingsvergunning.


1.1.
De rechtbank begrijpt de vrees van verzoekers voor de komst van deze woonvorm. Toch komt de rechtbank in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit van het college niet in strijd is met het recht en valt onder de ruimte die het college heeft om belangen te wegen. Eisers krijgen dus geen gelijk en de beroepen zijn ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.



1.2.
Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak en een omschrijving van het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 3. Daarbij gaat de rechtbank in op de volgende vragen:
- Zijn eisers belanghebbenden bij het besluit?
- Heeft het college de juiste procedure gevolgd?
- Belemmert de vergunning de uitvoering van het ‘Masterplan Meerstad’?
- Had het college anders moeten beslissen op grond van de eigen Leidraad?
- Zijn de Skaeve Huse op deze plek in strijd met een goede ruimtelijke ordening?
- Had het college moeten kiezen voor een andere locatie?



1.3.
Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.





Procesverloop

2. Vergunninghouder heeft een aanvraag ingediend en het college heeft vervolgens op 16 augustus 2023 een omgevingsvergunning verleend voor negen woningen en een beheerderswoning voor beschermd wonen (Skaeve Huse) aan de [adres] in Harkstede. Het gaat om een omgevingsvergunning voor het bouwen en strijdig gebruik voor de duur van tien jaar.

2.1.
Eisers hebben bezwaar ingediend. Het college heeft het bezwaar van eisers in het bestreden besluit van 4 juli 2024 deels gegrond verklaard maar het besluit met een aanvullende motivering en aanvullende voorschriften in stand gelaten.



2.2.
De aanvullende motivering die in het bestreden besluit is opgenomen zag onder andere op de aanleg van de zuidelijke ontsluitingsweg die is voorzien in het gemeentelijke ‘Masterplan Meerstad’. De volgende aanvullende voorwaarden zijn in het besluit opgenomen:


De inrichting van het terrein moet worden gerealiseerd conform de ‘situatietekening nieuwe situatie’ die als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing zit en moet zijn voltooid voordat de Skaeve Huse in gebruik worden genomen;


De beheersmaatregelen in het sociaal beheerplan-omgevingsplan moeten alle worden uitgevoerd.





2.3.
Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



2.4.
Eisers 1 hebben de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening op 25 november 2025 afgewezen.



2.5.
Het college heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift. Eisers hebben hun gronden aangevuld en het college heeft daarop een aanvullend verweerschrift ingediend.



2.6.
De rechtbank heeft de beroepen op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hier waren aanwezig:


T. Wiersum, M. Bergstra, E.S. Schouwstra, T. Kammenga, M. van Heerde, R. Raangs en H. Haaksma (behorend tot eisers 1), bijgestaan door de gemachtigde;


Eisers 2, bijgestaan door hun gemachtigde;


A. Plijter en J. Zuydendorp namens het college, bijgestaan door mr. R Snel;


E. Feenstra en I. Bousema namens de vergunninghouder.







Beoordeling door de rechtbank

Welke rechtsregels zijn van toepassing?

3. Per 1 januari 2024 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ingetrokken en is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat vóór die datum de aanvraag van de omgevingsvergunning is ingediend, is in deze zaak de Wabo met de onderliggende regelingen nog van toepassing. Dit volgt uit het overgangsrecht.


3.1.
De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.


Zijn eisers belanghebbenden bij het besluit?

4. Het college voert aan dat een aantal van de eisers op enige afstand van de Skaeve Huse wonen, daar geen direct zicht op hebben en er ook geen andere feitelijke (en ruimtelijke relevante) gevolgen van enige betekenis van zullen ondervinden. In het verweerschrift heeft het college aangevoerd dat deze omwonenden geen belanghebbenden zijn bij het bestreden besluit.



4.1.
Het college heeft alle eisers in de bezwaarfase ontvankelijk geacht en een inhoudelijke beslissing genomen op hun bezwaar. Omdat met het bestreden besluit op de bezwaren van eisers is beslist, zijn zij als zodanig als belanghebbende aan te merken bij het bestreden besluit. De rechtbank ziet in wat het college heeft aangevoerd dan ook geen grond voor het oordeel dat eisers in deze beroepsprocedure niet-ontvankelijk zijn.



4.2.
Voor zover het college zich op het standpunt wenst te stellen dat het college enkele eisers in de bezwaarfase niet-ontvankelijk had moeten verklaren, volgt de rechtbank dat niet. De rechtbank licht dat hierna verder toe.



4.3.
De rechtbank overweegt dat alleen een belanghebbende bezwaar kan maken tegen een besluit. Een belanghebbende is degene van wie het belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Volgens vaste rechtspraak is degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’ van de activiteit is een correctie op dit uitgangspunt. Zonder gevolgen van enige betekenis voor zijn woon-, leef- of bedrijfssituatie heeft iemand geen persoonlijk belang bij het besluit. Hij onderscheidt zich dan onvoldoende van anderen. Om te bepalen of er gevolgen van enige betekenis zijn, kijkt de rechtbank naar de factoren: afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen - zoals onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie en risico van de activiteit die het besluit toestaat. Zij bekijkt die factoren zo nodig in onderlinge samenhang. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.


4.4.
Het college bestrijdt niet dat het bezwaar van de belangenvereniging Buurtbewoners Harkstede ontvankelijk is. De rechtbank ziet ook geen grond voor het oordeel dat deze belangenvereniging geen belanghebbende zou zijn. Volgens het college zijn enkele van de natuurlijke personen die behoren tot eisers 1 geen belanghebbenden bij de verleende omgevingsvergunning. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding voor het oordeel dat het college deze eisers ten onrechte heeft ontvangen in de bezwaarprocedure.
Daarbij is onder andere gelet op de aard van het vergunde project en de mogelijke gevolgen daarvan, de aard van de omgeving van het project en de afstand van de percelen van deze eisers tot het vergunde project.



4.5.
Eisers 2 wonen aan de Hoofdweg 141, op 135 meter van het project. Er is beplanting en één andere woning tussen hun huis en de Skaeve Huse. Zij hebben aangevoerd dat zij gevolgen van enige betekenis zullen ervaren in de vorm van met name geluid. Aangezien het gaat om woningen voor een specifieke doelgroep, waarbij - ook gelet op de landelijke omgeving - een reële mogelijkheid is dat geluid zal worden veroorzaakt dat tot een afstand van (meer dan) 135 meter reikt, moet naar het oordeel van de rechtbank ook van eisers 2 worden aangenomen dat zij feitelijke gevolgen kunnen ondervinden van de huisvesting. Ook deze eisers heeft college daarom in de bezwaarprocedure terecht aangemerkt als belanghebbenden.


Heeft het college de juiste procedure gevolgd?

5. Op het terrein rust op grond van het bestemmingsplan “Meerstad-Midden” (het bestemmingsplan) de bestemming ‘Woongebied (uit te werken)’. Binnen die bestemming zijn woningen toegestaan, maar ook maatschappelijke voorzieningen. Op grond van artikel 4.5.1 van de planregels geldt een bouwverbod. Het college heeft een vergunning verleend voor het tijdelijk, voor de duur van 10 jaar, afwijken van het bestemmingsplan met behulp van de zogenoemde ‘kruimelgevallenregeling’.



5.1.
Eisers 2 voeren aan dat het college ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de kruimelgevallenregeling. De regeling kan niet worden toegepast als er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. De realisatie van een stedelijk ontwikkelingsproject valt onder onderdeel D van het Besluit milieueffectrapportage. In dat geval kan alleen van het bestemmingsplan worden afgeweken met een uitgebreide voorbereidingsprocedure en een verklaring van geen bedenkingen van de raad. Dat is hier niet gebeurd. Volgens eisers 2 is door het college onvoldoende onderbouwd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject.



5.2.
Volgens het college is geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject omdat het gaat om een relatief klein aantal woonunits en ter plekke al de bestemming ‘wonen – uit te werken’ geldt.



5.3.
De rechtbank overweegt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject afhangt van de concrete omstandigheden, waarbij de aard en omvang van het project een rol spelen.In dit geval gaat het om tien kleine woonunits, op een plaats die al een (uit te werken) woonbestemming had, waarvan geen verkeersaantrekkende werking te verwachten is en dat van tijdelijke duur is. De rechtbank is van oordeel dat dit project niet is aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject. Het college mocht dan ook afwijken van het bestemmingsplan met toepassing van de kruimelgevallenregeling.


Belemmert de vergunning de uitvoering van het ‘Masterplan Meerstad’?

6. Eisers 1 voeren aan dat het plan in strijd is met het bestemmingsplan en het ‘Masterplan Meerstad’. In het bestemmingsplan is bepaald dat geen sprake mag zijn van belemmeringen voor de uitvoering van dit masterplan. Het masterplan voorziet volgens eisers 1 in de aanleg van de zuidelijke ontsluitingsweg precies over de locatie waar de Skaeve Huse staan. Het college heeft volgens eisers 1 in het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd dat de vergunningverlening voor de Skaeve Huse geen belemmering vormt voor de realisatie van de weg. Volgens eisers 1 is hun belang bij het beroep op deze regels erin gelegen dat doorkruising van het masterplan ervoor zal zorgen dat er een tijdelijke ontsluitingsweg zal moeten worden aangelegd op een andere plek, direct naast het huis aan de Hoofdweg 143.


6.1.
De rechtbank overweegt dat de bepaling waar eisers 1 zich op beroepen gaat over een toetsing bij een binnenplanse afwijking, terwijl de vergunning is verleend voor een buitenplanse afwijking. Daarbij geldt een ander toetsingskader. Er is dus geen sprake van strijdigheid met deze bepaling in het bestemmingsplan waarvoor een afzonderlijke afwijking zou moeten worden vergund. Het college heeft daarnaast toegelicht dat feitelijk geen sprake is van een belemmering, omdat de toegangsweg pas is gepland na de looptijd van deze vergunning, als de Skaeve Huse alweer weg zullen zijn. Het college heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de zuidelijke ontsluitingsweg onverkort mogelijk blijft na realiseren van de Skaeve Huse. Dat de bewoners van Hoofdweg 143 overlast zullen ondervinden van een tijdelijk aan te leggen ontsluitingsweg direct naast hun huis, hebben zij niet aannemelijk gemaakt. Deze procedure gaat ook niet over de aanleg van de toegangsweg. Als dit aan de orde zal zijn, kunnen eisers tegen die op zichzelf staande beslissing rechtsmiddelen aanwenden. Deze beroepsgrond slaagt niet.



Had het college anders moeten beslissen op grond van de eigen Leidraad?

7. Eisers 1 hebben aangevoerd dat het college de ‘Leidraad realiseren voorzieningen voor kwetsbare personen 2.0’ (Leidraad) ondanks een amendement van de raad niet heeft aangepast. Dit is volgens eisers 1 in strijd met het zorgvuldigheids- en rechtszekerheidsbeginsel. De bestaande Leidraad is volgens eisers 1 ook niet toegepast bij de locatiekeuze en daardoor is het besluit onvoldoende gemotiveerd. In de Leidraad zijn onder meer de criteria ‘bruikbaarheid’ en ‘beheersbaarheid’ van de locatie opgenomen. Volgens eisers 1 is hier geen sprake van een bruikbare locatie vanwege de korte afstand tot de dichtstbijzijnde woonbestemming, de lange afstand tot voorzieningen en de niet prikkelarme omgeving en terreininrichting. Ook voldoet de locatie volgens hen niet aan het criterium ‘beheersbaar’ uit de Leidraad, omdat niet alle geadviseerde beheersmaatregelen hier genomen kunnen worden.



7.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat het de Leidraad wel heeft toegepast. Het heeft in bijlage 1 bij de ruimtelijke onderbouwing toegelicht waarom dit plan op deze locatie voldoet aan de Leidraad en op welke manier de stappen uit deze leidraad zijn doorlopen.


7.2.
De rechtbank is van oordeel dat het feit dat het college de Leidraad ten tijde van het bestreden besluit nog niet heeft aangepast, niet kan leiden tot de conclusie dat het bestreden besluit onrechtmatig is. Het college heeft voldoende onderbouwd hoe het bij de besluitvorming de uitgangspunten uit de Leidraad voor het realiseren van voorzieningen voor kwetsbare personen heeft betrokken. De vraag of de locatie bruikbaar en beheersbaar is, wordt door eisers en het college verschillend beantwoord. Door eisers is onvoldoende onderbouwd weersproken dat het college de Leidraad bij de afwegingen over de locatiekeuze heeft toegepast. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat het college hierbij andere afwegingen had moeten maken. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.

Zijn de Skaeve Huse op deze plek in strijd met een ‘goede ruimtelijke ordening’?

8. Volgens eisers is de gekozen locatie niet geschikt voor de Skaeve Huse en is de kans op overlast voor omwonenden te groot. Om verschillende redenen voldoet de locatie aan de Hoofdweg volgens eisers niet aan de voorwaarden voor een succesvol project, waardoor het aanvaardbare woon- en leefklimaat niet kan worden gegarandeerd. Dat is in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Door een locatie te vergunnen die niet aan de van tevoren gestelde criteria voldoet, handelt het college onzorgvuldig en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.



8.1.
De rechtbank overweegt allereerst dat het college beleidsruimte heeft bij de beslissing om al dan niet gebruik te maken van zijn bevoegdheid om in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen. Het moet de betrokken belangen daarbij afwegen. Vanwege deze beleidsruimte toetst de rechtbank de keuze van het college om de omgevingsvergunning te verlenen voor de realisatie van Skaeve Huse terughoudend. Dit betekent dat de rechtbank niet zelf oordeelt wat met het oog op een goede ruimtelijke ordening de uitkomst van de belangenafweging moet zijn. Dit is een politiek-bestuurlijke keuze. De rechtbank beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht en of het college zijn besluit om een omgevingsvergunning te verlenen goed heeft voorbereid en gemotiveerd en het daarbij de betrokken belangen goed heeft afgewogen.

Maatschappelijk draagvlak



8.2.
Eisers hebben aangevoerd dat er geen maatschappelijk draagvlak is voor Skaeve Huse op deze locatie. De inzet van omwonenden die nodig is om de vestiging tot een succes te maken, ontbreekt volgens hen. Het hele dorp is tegen. Het college luistert niet naar hen, dus werkelijke inspraak ontbreekt. Eisers begrijpen niet dat het college dit project er ondanks alle protesten doorheen drukt. Dit heeft geleid tot een grote vertrouwensbreuk en veel onbegrip bij eisers.



8.3.
Het college heeft gewezen op het grote maatschappelijke belang om de doelgroep, mensen die anders tussen wal en schip vallen, een dak boven het hoofd te bieden. Het college wijst erop dat er ook voor deze mensen ruimte moet zijn in de samenleving. Volgens het college zijn de zorgen van de omwonenden voldoende serieus genomen met de beheersmaatregelen die worden getroffen en heeft het deze afweging kunnen maken, ondanks het ontbreken van draagvlak bij omwonenden.



8.4.
De rechtbank overweegt dat het ontbreken van maatschappelijk draagvlak op zichzelf niet maakt dat een omgevingsvergunning in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Volgens vaste rechtspraak is er geen wettelijke regel die bepaalt dat een ruimtelijk plan een ontwikkeling alleen mogelijk mag maken als daarvoor voldoende draagvlak in de omgeving bestaat. Het ontbreken van draagvlak kan op zichzelf ook niet leiden tot het oordeel dat het bevoegd gezag geen goede belangenafweging heeft gemaakt. Uit het dossier blijkt naar het oordeel van de rechtbank bovendien dat omwonenden en andere betrokkenen voorafgaand aan het indienen van de aanvraag op meerdere manieren op de hoogte zijn gehouden van de ontwikkelingen op de locatie door het college. Er zijn informatiebrieven verstuurd, gesprekken geweest en informatieavonden georganiseerd. Het feit dat het college, ondanks veel protest, heeft besloten de vergunning te verlenen en het project mogelijk te maken, maakt niet dat in strijd is gehandeld met het recht. Het college heeft als taak om soms moeilijke en impopulaire beslissingen te nemen, wanneer het een belangenafweging heeft gemaakt en vindt dat de met de vergunningverlening gediende belangen zwaarder wegen. Zoals gezegd, valt dit onder de eigen beleidsruimte van het bestuursorgaan.


Afstand tot dichtstbijzijnde woning



8.5.
Eisers wijzen erop dat het college zelf randvoorwaarden heeft gesteld waaraan een locatie voor Skaeve Huse moet voldoen. Uit het ‘Plan van Aanpak Skaeve Huse in Groningen’ van het college, blijkt dat de afstand tot de dichtstbijzijnde bewoningsbebouwing 100 meter moet zijn. Ook uit het onderzoek van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting volgt volgens eisers een afstandseis van 75 à 100 meter. Uit onderzoeken naar vergelijkbare projecten blijkt duidelijk dat bij een afstand van minder dan 75-100 meter sprake is van overlast. Het college heeft een omgevingsonderzoek laten doen, waarin geluidsoverlast ook als een kritiek risico is benoemd. De afstand van de nieuwe functie tot Hoofdweg 143 (de dichtstbijzijnde woonbestemming) is maar 11,5 meter. Er is geprobeerd dit te ondervangen door het creëren van een groene wal, maar dat druist volgens eisers 1 in tegen het concept dat de woonvorm niet volledig afgesloten zou moeten zijn van de buitenwereld.


8.6.
De rechtbank volgt het standpunt van het college dat er geen sprake is van een afdwingbare afstandsnorm van 100 meter. De 100 meter waar verzoekers naar verwijzen, komt uit een advies van Stichting Experimenten Volkshuisvesting (SEV) naar aanleiding van een evaluatie van de eerste vijf projecten met Skaeve Huse in Nederland. Het advies is in eerste instantie gericht aan de minister van (destijds) Wonen, Wijken en Integratie. In het advies wordt 100 meter niet als harde norm voor bestuursorganen geformuleerd. In het advies wordt wel als tip voor een succesvol Skaeve Huse-project aan de minister gegeven: “Ligging op minimaal 75 à 100 meter van woonbebouwing of andere gevoelige functies.” Verder staat in het advies: “Een afstand van minstens honderd meter en een visuele afscherming zijn aan te bevelen. Een nadere empirische onderbouwing van deze praktijknorm om visuele, geluids- en geuroverlast te voorkomen is aan te bevelen. Dit zou helpen om bezwaarprocedures te bekorten.” In het ‘Plan van Aanpak Skaeve Huse in Groningen’, afkomstig van het college, staat: “Locaties die minimaal 100 meter buiten een woonwijk liggen en ruimte bieden aan vijf tot maximaal tien Skaeve Huse zijn zeer geschikt.” Uit deze documenten volgt niet de conclusie dat een locatie op een kortere afstand per definitie ongeschikt is. Ook het feit dat het college in een brief aan de gemeenteraad van 1 november 2017 benoemt dat er voor een locatie zoekcriteria zijn opgesteld waaronder ‘Minimale afstand tot omliggende wijken of andere gevoelige functies is 100 meter’, maakt niet dat er een harde (minimale) afstandsnorm van 100 meter geldt. Overigens klopt het dat het perceel waarop de Skaeve Huse in Harkstede worden gebouwd gelegen is op kortere afstand dan 100 meter van het perceel van Hoofdweg 143. Maar het college heeft inzichtelijk gemaakt dat de afstand tussen de bebouwing van de Skaeve Huse en het woonhuis van Hoofdweg 143 bijna 100 meter is door de positionering van de Skaeve Huse op het verst van dit woonhuis gelegen gedeelte van dat perceel. Daarbij wordt de Hoofdweg 143 ook van de Skaeve Huse afgescheiden door een hoge wal en bosschages. Mede gelet daarop, heeft het college naar het oordeel van de rechtbank de afweging mogen maken af te wijken van de geadviseerde minimumafstand.


Prikkelarme omgeving



8.7.
Volgens eisers is de locatie ook op basis van andere informatie en aanbevelingen uit de eerdergenoemde documenten ongeschikt voor het project. Hierin staat namelijk onder meer dat sprake moet zijn van een prikkelarme omgeving. De dichtstbijzijnde supermarkt in Harkstede ligt op een afstand van 2,2 kilometer van de Skaeve Huse en vormt geen prikkelarme omgeving. Ook door de ligging bij de doorgaande weg is deze locatie volgens eisers niet prikkelarm. Daarnaast liggen de units te dicht op elkaar, is er te weinig ruimte op het terrein en is de locatie slechts tijdelijk. Dat zijn allemaal factoren waar de toekomstige bewoners last van zullen hebben, waardoor de kans op een succesvol project kleiner wordt en er meer overlast te verwachten valt voor de omwonenden. Ook om deze reden is volgens eisers sprake van strijd met een goede ruimtelijke ordening.



8.8.
Door het college is toegelicht dat de bewoners van de Skaeve Huse inderdaad een prikkelarme omgeving nodig hebben, maar dat dit niet inhoudt wat eisers hieronder begrijpen. Het is niet zo dat deze locatie ongeschikt is vanwege prikkels die bewoners kunnen krijgen door de aanwezigheid van de openbare weg nabij de Skaeve Huse. Het gaat bij hun behoefte aan een prikkelarme omgeving specifiek om de behoefte aan een eigen plek, zonder huisgenoten en prikkels. Dit is niet mogelijk op veel andere locaties voor beschermd wonen, waar vaak sprake is van wonen met huisgenoten. Het plan voor de Skaeve Huse voldoet aan de behoefte van de bewoners aan een prikkelarme omgeving, aldus het college.



8.9.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat de locatie van de Skaeve Huse ten opzichte van elkaar, de openbare weg en de voorzieningen geen belemmering vormt om de prikkelarme omgeving te bieden die de bewoners nodig hebben. Ook dit maakt dus niet dat sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening.


Omgevingsonderzoek



8.10.
Eisers hebben aangevoerd dat het omgevingsonderzoek dat het college heeft laten uitvoeren onvolledig is geweest en dat het college niet (mede) op basis hiervan heeft mogen concluderen dat het plan niet strijdig was met een goede ruimtelijke ordening. In het onderzoek is het effect van de aanwezigheid van de bewoners van de Skaeve Huse op kinderen niet onderzocht. Ook zijn de gezondheidsrisico’s voor omwonenden als gevolg van spanning en stress niet betrokken, stellen eisers. Eisers 1 hebben verder aangevoerd dat het omgevingsonderzoek ondeugdelijk is omdat hieruit blijkt dat wijzigingen zijn aangebracht in de wegingsformule en de gebruikte terminologie, met als doel of resultaat dat de risico’s kleiner lijken dan ze in werkelijkheid zijn.



8.11.
De rechtbank stelt vast dat het college voorafgaand aan de definitieve besluitvorming een omgevingsonderzoek heeft laten verrichten. Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van zorgen van omwonenden over de mogelijk negatieve invloed van de Skaeve Huse op de leef- en woonomgeving en verminderde veiligheid voor langsfietsende mensen (waaronder schoolgaande kinderen). Er hebben interviews met onder andere omwonenden plaatsgevonden en in het rapport is aangesloten bij ervaringen elders in het land met het concept Skaeve Huse. In het rapport zijn de risico’s van het project in kaart gebracht. Naast geluidsoverlast, interactie met omwonenden en diefstal/inbraak worden de angst- en onveiligheidsgevoelens van de omwonenden als meest kritieke risico’s aangemerkt. Op basis van de risicoanalyse is een aantal beheersmaatregelen voorgesteld. Met betrekking tot de angst- en onveiligheidsgevoelens wordt als meest wenselijke oplossing voorgesteld om de angsten en zorgen van omwonenden te erkennen en hen ervan te overtuigen dat het risico op een deel daarvan lager is dan zij nu vermoeden. De tweede mogelijke beheersmaatregel vormt het aanpassen van de huidige infrastructuur of het veranderen van de bouwplannen van de woonvorm. Verder wordt voorgesteld maatregelen te treffen waarmee de geluidsoverlast wordt gereduceerd en om incidenten op het terrein te voorkomen. Ook wordt voorgesteld om interactie met de omwonenden zoveel mogelijk te voorkomen en toekomstige bewoners te voorzien van voldoende middelen (zoals een fiets) om het risico op diefstal en inbraak te beheersen.



8.12.
De rechtbank overweegt dat het verrichte onderzoek zeer uitgebreid is. De stelling van eisers over de ondeugdelijkheid van het onderzoek is niet onderbouwd met een rapportage of verklaring van een deskundige op het gebied van dit soort onderzoek. Ook worden de resultaten van het onderzoek op zichzelf niet door eisers in twijfel getrokken. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aangevoerd om te kunnen concluderen dat het onderzoek ondeugdelijk is en dat college de besluitvorming niet mede mocht baseren op de uitkomsten van het omgevingsonderzoek.Uit het rapport blijkt dat er onder omwonenden veel angst is voor de veiligheid. De komst van de Skaeve Huse zal gevolgen hebben voor de buurt. Een terrein dat niet meer in gebruik was, verandert in een locatie met tien woningen voor een doelgroep met complexe en meerdere problemen. Naar het oordeel van de rechtbank is in het rapport voldoende ingegaan op de risico’s van spanning en stress voor omwonenden. Uit het rapport blijkt de noodzaak om maatregelen te treffen waarmee de risico’s beheersbaar worden. Uit de rapporten blijkt echter niet dat de komst van de Skaeve Huse een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat tot gevolg hebben wanneer voldoende beheersmaatregelen worden getroffen. Het feit dat de risico’s niet volledig kunnen worden weggenomen, maakt op zichzelf niet dat het bestreden besluit niet genomen had mogen worden.

Beheersmaatregelen



8.13.
Volgens eisers 1 heeft het college ook onvoldoende gedaan met de adviezen over beheersmaatregelen die in het omgevingsonderzoek zijn gedaan. De voorschriften die zijn gesteld in het sociaal beheerplan, zijn volgens hen niet concreet genoeg en bevatten open normen. Het college heeft, ondanks de beheermaatregel die op het belang daarvan wees, geen enkele poging gedaan om het vertrouwen van de omwonenden terug te krijgen. Ook is het advies niet opgevolgd over het aanpassen van de infrastructuur door de ingang tot het terrein naar de achterkant van het perceel te verplaatsen. Verder is in het sociaal-beheerplan niet geborgd dat overlast 24/7 kan worden gemeld. Veel van de in het omgevingsonderzoek geadviseerde beheersmaatregelen zijn volgens eisers 1 niet overgenomen in het inrichtingsplan of het sociaal beheerplan terwijl in de vergunning wel naar het sociaal beheerplan wordt verwezen. Op dit punt is het bestreden besluit volgens hen onzorgvuldig.



8.14.
Het college stelt zich op het standpunt dat het de adviezen uit het omgevingsonderzoek wel in voldoende mate heeft opgevolgd en dat het hiervan ook op punten mag afwijken, zonder dat dat leidt tot de conclusie dat een goed woon- en leefklimaat niet genoeg is gewaarborgd. Concreet is de ingang van het terrein niet verplaatst naar de achterkant van het perceel (in afwijking van één van de beheersmaatregelen die in het onderzoek zijn voorgesteld). Om de vastgestelde risico’s te ondervangen, zijn er echter wel camera’s geplaatst bij de ingang. Daarnaast is er een sociaal beheerplan opgesteld waarin onder andere rekening is gehouden met de uitkomsten van het omgevingsonderzoek. In het sociaal beheerplan zijn beheersmaatregelen opgenomen over onder andere de inrichting van de locatie, de selectie van bewoners en contra-indicaties voor plaatsing, de aanwezigheid van zorgprofessionals op de locatie, het contact met de omwonenden en 24-uursbereikbaarheid bij overlast en calamiteiten. Als bekend is dat iemand eerder veroordeeld is geweest voor een gewelds- of zedendelict, of in het actuele verleden een TBS-maatregel opgelegd heeft gekregen, volgt er een negatief advies tot plaatsing. Eén van de selectiecriteria is ook dat bewoners moeten kunnen omgaan met aanwezigheid van omwonenden en passanten in de omgeving. Er is dagelijks een aantal uren professionele begeleiding aanwezig en er is 24 uur per dag een beheerder die ook op de locatie verblijft, toezicht houdt en kan ingrijpen bij incidenten. Ook moet er 24-uursbereikbaarheid zijn bij overlast en calamiteiten. In het bestreden besluit is een voorschrift opgenomen dat de beheersmaatregelen in het sociaal beheerplan alle moeten worden uitgevoerd. Dit is daarmee afdwingbaar.



8.15.
De rechtbank overweegt het volgende. De sociale veiligheid is een aspect dat een rol kan spelen bij een goede ruimtelijke ordening voor zover ruimtelijk relevant. In de Ruimtelijke onderbouwing die het college heeft overgelegd, wordt aandacht besteed aan onder meer de landschappelijke inpassing, de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid (beheerder, camera’s, leefregels). Het college heeft voorschriften opgenomen in het bestreden besluit om ervoor te zorgen dat de beheersmaatregelen in het sociaal beheerplan ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college daarmee voldoende gedaan om de sociale veiligheid te waarborgen.
Dat het college de in het Omgevingsonderzoek voorgestelde beheersmaatregel om de ingang van het terrein te verplaatsen naar de achterzijde niet heeft overgenomen, maakt naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet dat er sprake is van strijd met goede ruimtelijke ordening. In beginsel moet het college beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project waarvoor vergunning is aangevraagd. Als dat project op zichzelf aanvaardbaar is, dan kan het college in beginsel niet vanwege het bestaan van alternatieven voor dat project weigeren daaraan mee te werken. De aanvraag is gedaan voor een inrichting waarbij de ingang aan de voorkant ligt. Het college stelt dat met het aangepaste plan (waarin de ingang van het terrein iets naar achter is geplaatst en beveiligingscamera’s zijn geplaatst) weliswaar niet de in het omgevingsonderzoek voorgestelde maatregel is getroffen, maar wel een voldoende maatregel is getroffen om rekening te houden met de veiligheidsgevoelens van omwonenden. De rechtbank kan dat standpunt van het college volgen. Het college heeft onderzoek laten doen naar mogelijke overlast als gevolg van de nieuwe ontwikkeling en heeft naar het oordeel van de rechtbank mogen concluderen dat de situatie, met de gestelde voorschriften, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.


Had het college moeten kiezen voor een andere locatie?

9. Eisers 1 voeren ten slotte aan dat het college de keuze voor deze locatie onvoldoende heeft onderbouwd en dat sprake is geweest van onzorgvuldige besluitvorming, omdat er drie alternatieve locaties in beeld waren die hoger scoren dan de gekozen locatie. Locaties aan de Friesestraatweg, Zuiderweg en Campinglaan zijn volgens eisers veel geschikter dan de gekozen locatie en stuiten op veel minder bezwaren. Eisers 1 zijn het niet eens met de puntentelling die het college heeft gehanteerd om de keuze voor de huidige locatie te legitimeren. Ook is het onderbouwende document volgens eisers pas veel later opgesteld om de al gemaakte keuze te verdedigen. Dat vinden eisers 1 onzorgvuldig. Uit het overgelegde document blijkt dat de Friesestraatweg is afgevallen vanwege te hoge kosten. Daar is door het college nog aan toegevoegd dat nadelig is dat de ontsluiting zou lopen via woonwijk Gravenburg en dat het de enige route is voor fietsende kinderen vanuit Zuidhorn. Die redenen gelden volgens eisers echter ook voor Harkstede. De locatie aan de Friesestraatweg was echter wél op meer dan 100 meter van omwonenden. Dit had het college volgens eisers 1 anders moeten wegen. Uit het omgevingsonderzoek had het college moeten concluderen dat de locatie in Harkstede ongeschikt was en deze lager moeten scoren dan het heeft gedaan. Ook de locatie aan de Zuiderweg blijkt volgens eisers 1 op basis van de eigen criteria van het college juist uiterst geschikt. Het is hen volstrekt niet duidelijk waarom deze locatie volgens het college lager scoort. Daar is het college volgens hen in het bestreden besluit ten onrechte niet op ingegaan.
Ook volgens eisers 2 is de keuze voor vestiging aan de Hoofdweg onbegrijpelijk. Het niet halen van de minimale afstand van 100 meter tot nabij gelegen woonhuizen is volgens hen ten onrechte niet betrokken in de ‘procesgang locatiekeuze woonvorm Hoofdweg Harkstede’. Zij wijzen erop dat de locatie aan de Johan van Zwedenweg op 300 meter van woonhuizen ligt. De nadelen die voor die locatie worden genoemd in het ‘Intern werkdocument locatieonderzoek’ zijn vergezocht. Zowel aan de Hoofdweg als aan de Johan van Zwedenweg is deze woonvorm planologisch niet toegestaan. Eisers 2 begrijpen niet waarom een aan te leggen mountainbike route voor het college een contra-indicatie is. In de ontbrekende water- en elektravoorzieningen op die andere locatie kan volgens hen worden voorzien. Een nadeel van de Hoofdweg dat volgens eisers 2 zwaarder had moeten worden gewogen, is dat de locatie langs een drukke doorgaande weg en een fietspad ligt waar dagelijks veel mensen gebruik van maken. Het is niet zorgvuldig om desondanks te kiezen voor deze locatie.


9.1.
De rechtbank overweegt het volgende. Het college moet in beginsel beslissen over een bouwplan zoals dat is ingediend. Het kan zo zijn dat een project op zichzelf voor het college aanvaardbaar is. Uit vaste rechtspraak volgt dat het bestaan van alternatieven er dan alleen toe leiden dat het college toch had moeten weigeren, als op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Het is aan degene die stelt dat er alternatieven zijn, om dit aannemelijk te maken. De rechtbank moet daarom beoordelen of eisers dat hier hebben gedaan. In dit geval is duidelijk dat, hoewel vergunninghouder de aanvraag heeft ingediend, het college vanaf een vroeg stadium betrokken is geweest bij de locatiekeuze. Dat brengt met zich mee dat de toets van de rechtbank ook de vraag omvat of het college de belangenafweging over deze locatiekeuze voldoende heeft gemotiveerd.



9.2.
Het college heeft over de afweging rondom de locatiekeuze aangevoerd dat de locatie aan de Friesestraatweg lager heeft gescoord in de categorieën ‘Eigendom, realiseerbaar’ en ‘Financieel’. De categorie ‘Eigendom, realiseerbaar’ ziet volgens het college niet alleen op eigendom, maar ook op de realiseerbaarheid van het project. Aan de Friesestraatweg ging het om een monumentale boerderij in slechte staat, die (tegen hoge kosten) moest worden gerestaureerd. Op die locatie rustte ook een agrarische (en geen woon-)bestemming. Het college voert aan dat het daarom in het ‘Werkdocument locatieonderzoek’ terecht een lagere score heeft toegekend dan aan het perceel aan de Hoofdweg. De realiseerbaarheid wordt aan de Zuiderweg belemmerd door toekomstige ontwikkelingen rondom Meerstad. Dit maakt dat hiervoor de score in deze categorie lager is dan aan de Hoofdweg. De locatie aan de Zuiderweg wordt bovendien gekraakt. Dit brengt volgens het college juridische risico's en "hobbels" met zich mee die niet bestaan aan de Hoofdweg. Hierdoor is de score in de categorie ‘Juridisch/planologisch’ terecht gelijk gesteld aan de locatie aan de Hoofdweg. Er is ten tijde van de locatiekeuze ook rekening gehouden met de relatief lange afstand tot een supermarkt vanaf de Zuiderweg.
Over de overwogen locatie aan de Johan van Zwedenlaan geeft het college aan dat het aanleggen van water en elektra duur is. Het is dan ook juist dat in de categorie ‘Eigendom, realiseerbaar’ een lagere score is toegekend dan bij de locatie aan de Hoofdweg. Achteraf is gebleken dat ook aan de Hoofdweg problemen zijn ontstaan bij het aansluiten van de Skaeve Huse op het elektriciteitsnet, maar dat heeft te maken met het feit dat er een verzwaring van de aansluiting nodig was en dat dit niet meteen lukt door de landelijk bestaande netcongestie. Dat was op het moment van de besluitvorming niet te voorzien, aldus het college. Ten aanzien van de categorie ‘Juridisch/planologisch’ is volgens het college van belang dat de beoordeling hier geen exacte wetenschap is. Naast het verschil in bestemming spelen ook andere aspecten mee. Hierbij kan concreet worden gedacht aan de rol die de locatie kan spelen bij andere gewenste planologische ontwikkelingen, zoals in dit geval de aanleg van een mtb-route. De realisatie van Skaeve Huse op deze locatie is hierdoor planologisch gezien niet wenselijk. Het college is van mening dat zij deze omstandigheid heeft mogen meewegen en dus terecht tot de score is gekomen die daar is opgenomen.
Over de Campinglaan heeft het college de afweging gemaakt dat deze locatie zich niet leent voor Skaeve Huse omdat het Stadspark in wezen een combinatie is van groen, recreatie en
sport. Skaeve Huse verhouden zich slecht tot deze functies en dit project is op die locatie daarom niet realiseerbaar. Dit maakt dat in de categorie ‘Eigendom, realiseerbaar’ 1 punt is toegekend. Het college wil op deze locatie andere initiatieven - die beter binnen de omgeving passen - mogelijk maken. Het gevolg hiervan is dat deze locatie in de categorie ‘Juridisch / planologisch’ ook 1 punt scoort. Met betrekking tot de categorie ‘Financieel’ merkt het college op dat in het werkdocument is omschreven dat deze categorie niet enkel uit noodzakelijke investeringen bestaat, maar ook uit het waardeverlies dat op het perceel moet worden afgeboekt. Het college is ook van oordeel dat de Campinglaan slechter scoort dan de locatie aan de Hoofdweg, omdat de locatie extra investeringen vraagt voor het bouw- en woonrijp maken (waaronder de aanleg van riolering). De locatie aan de Hoofdweg is vanwege de al aanwezige terreinverharding en nutsvoorzieningen beter geschikt dan de locatie Campinglaan.



9.3.
De rechtbank begrijpt dat naar de mening van eisers andere locaties geschikter zijn voor deze woonvorm dan de locatie net buiten hun dorp. Daarbij stellen eisers de door het college opgemaakte puntentelling ter discussie. Als deze door eisers zelf wordt ingevuld, komen zij uit op andere totalen en een andere voorkeurslocatie. Dat betekent echter nog niet dat de afwegingen die het college heeft gemaakt rechtens onaanvaardbaar zijn en leiden tot een onzorgvuldig besluit. Ook als aangenomen wordt dat het college pas ná de feitelijke locatiekeuze in een document heeft vastgelegd welke afwegingen hierbij een rol hebben gespeelt, en op het moment van de keuze nog geen vergelijkingsdocument had opgesteld, maakt dat op zichzelf nog niet dat sprake is van onzorgvuldige besluitvorming. Door eisers is niet aannemelijk gemaakt dat het initiatief aan de Friesestraatweg, Zuiderweg, Campinglaan of Johan van Zwedenlaan kan worden gerealiseerd met aanmerkelijk minder bezwaren dan aan de Hoofdweg. De rechtbank ziet, mede gelet op de toelichting die het college heeft gegeven, ook verder geen grond voor het oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid of ondeugdelijk gemotiveerd. Deze beroepsgrond slaagt niet.





Conclusie en gevolgen

10. De beroepen van eisers zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.






Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep van eisers 1 ongegrond;
- verklaart het beroep van eisers 2 ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.S. Schür, voorzitter, en mr. E. Hardenberg en mr. H.D. Tolsma, leden, in aanwezigheid van mr. H.L.A. van Kats, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026.













griffier


voorzitter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving


Besluit omgevingsrecht


Hoofdstuk IV. Categorieën gevallen waarin voor planologische gebruiksactiviteiten een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet kan worden verleend

Artikel 4
Voor verlening van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de wet waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken, komen in aanmerking:(…)11.ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.

Artikel 5
(…)6.Artikel 4, onderdelen 9 en 11, is niet van toepassing op een activiteit als bedoeld in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.



Bestemmingsplan “Meerstad-Midden”


Artikel 4 (Woongebied uit te werken)

4.1
Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor Woongebied (uit te werken) aangewezen gronden zijn bestemd voor:


wonen;


woon-werkcombinaties;


natuurdoeleinden (waaronder agrarisch medegebruik);


water en waterhuishoudkundige doeleinden, exclusief noodwaterberging;


voorzieningen ten behoeve van toekomstige noodwaterberging;


verkeers- en verblijfsdoeleinden ten behoeve van de ontsluitingswegen, waaronder tramwegen;


maatschappelijke voorzieningen;


bedrijfsdoeleinden uitgezonderd risicovolle inrichtingen, waaronder worden verstaan bedrijven als genoemd in categorie 1 en 2 van de lijst van bedrijven zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze voorschiften, dan wel bedrijven die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de aangegeven categorieën;


detailhandel;


dienstverlening;


horeca;


agrarische doeleinden, uitgezonderd intensieve veehouderij;


recreatieve doeleinden;


groenvoorzieningen;


sportdoeleinden;


geluidsreducerende maatregelen; met de daarbij behorende additionele voorzieningen



(…)



4.5.
Bijzondere bepalingen

4.5.1
Bouwvoorschriften a. Zolang en voorzover voor gronden geen uitwerkingsplan in werking is getreden, is het verboden op gronden met deze bestemming gebouwen en bouwwerken te bouwen (bouwverbod).



Herziening Bestemmingsregels Wonen 2






Artikel 43 Bestemmingsplan Meerstad-Midden (Slochteren)
Het bestemmingsplan Meerstad-Midden van de voormalige gemeente Slochteren wordt, voor zover nog geldend binnen het grondgebied van de gemeente Groningen, gewijzigd als volgt.
43.1 Artikel 1 Begripsbepalingen

72.woon-werkcombinaties:
een zelfstandige woning in combinatie met aan de woonfunctie ondergeschikte kantoor- en werkfuncties in de vorm van aan huis verbonden beroepen alsmede kleinschalige bedrijfsactiviteiten;
43.2 Artikel 4 Woongebied (uit te werken)

4.1

Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor Woongebied (uit te werken) aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. zelfstandige woningen, op ten minste 300 meter van het plandeel met de bestemming "Recreatieve doeleinden, categorie R(d) en R(v)" voor het Grunopark, met dien verstande dat:
1. de gebruiksoppervlakte van een woning, met uitzondering van een meergeneratiewoning, meer dan 50 m² dient te bedragen, of, indien de gebruiksoppervlakte van een bestaande woning minder bedraagt, de bestaande gebruiksoppervlakte
2. de gebruiksoppervlakte van een woning zich in ieder geval voor de helft op of boven peil bevindt, met uitzondering van woningen waarvan de bestaande gebruiksoppervlakte zich geheel beneden peil bevindt;
b. zelfstandige woningen met een gebruiksoppervlakte van minimaal 24 m², op ten minste 300 meter van het plandeel met de bestemming "Recreatieve doeleinden, categorie R(d) en R(v)" voor het Grunopark, uitsluitend bij omvorming van onzelfstandige woningen en/of eenheden voor kamerverhuur naar zelfstandige woningen, met dien verstande dat:
1. alle onzelfstandige woningen en eenheden voor kamerverhuur vervallen;
2. het totaal aantal woningen en eenheden afneemt; en
3. minimaal 24 m² van de gebruiksoppervlakte van een nieuwe woning zich op één bouwlaag bevindt en een nettohoogte heeft van minimaal 2,1 m;
c. bestaande legale kamerverhuur, op ten minste 300 meter van het plandeel met de bestemming "Recreatieve doeleinden, categorie R(d) en R(v)" voor het Grunopark;
d. woon-werkcombinaties, op ten minste 300 meter van het plandeel met de bestemming "Recreatieve doeleinden, categorie R(d) en R(v) voor het Grunopark;
e. natuurdoeleinden (waaronder agrarisch medegebruik);
f. water en waterhuishoudkundige doeleinden, exclusief noodwaterberging;
g. voorzieningen ten behoeve van toekomstige noodwaterberging;
h. verkeers- en verblijfsdoeleinden ten behoeve van de ontsluitingswegen, waaronder tramwegen;
i. maatschappelijke voorzieningen;
j. bedrijfsdoeleinden uitgezonderd risicovolle inrichtingen, waaronder worden verstaan bedrijven als genoemd in categorie 1 en 2 van de lijst van bedrijven zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze voorschiften, dan wel bedrijven die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de aangegeven categorieën;
k. detailhandel;
l. dienstverlening;
m. horeca;
n. agrarische doeleinden, uitgezonderd intensieve veehouderij;
o. recreatieve doeleinden;
p. groenvoorzieningen;
q. sportdoeleinden;
r. geluidsreducerende maatregelen;
met de daarbij behorende additionele voorzieningen.


4.6

Gebruiksvoorschriften


4.6.3.
Zolang en voorzover voor gronden geen uitwerkingsplan in werking is getreden, is het verboden (gebruiksverbod) de gronden te gebruiken of te laten gebruiken voor:
s. bedrijfsdoeleinden, waaronder worden verstaan bedrijven als genoemd in categorie 1 en 2 van de lijst van bedrijven zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze voorschiften, dan wel bedrijven die naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de aangegeven categorieën;
t. maatschappelijke voorzieningen;
u. detailhandel;
v. dienstverlening;
w. horeca;
x. agrarische doeleinden, waaronder intensieve veehouderij;
y. verblijfsrecreatieve doeleinden;
z. sportdoeleinden;
aa. gebruik van water ten behoeve van ligplaatsen en waterwoningen;
bb. kamerverhuur, voor zover niet toegestaan op grond van het bepaalde in lid 4.1.c;
cc. bewoning van een woning anders dan door één huishouden;
dd. gebruik van een woning als meer dan één zelfstandige woning;
ee. het gebruik van aanbouwen en aangebouwde bijgebouwen als afzonderlijke woning.





Op basis van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. Het college heeft daarbij toepassing gegeven aan artikel 2:12, eerste lid, onder a, onder 2° van de Wabo in samenhang met artikel 4, onderdeel 11, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).


Er is nog een andere aanvullende voorwaarde in het bestreden besluit opgenomen, maar die is voor het geschil niet meer van belang en wordt daarom in deze uitspraak niet besproken.


Dit is de procedure met het kenmerk LEE 25/3407.


Zie artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet.


De bewoners van Hoofdweg 145, 141, 192, 139, 194, 188, 137A en 176.


Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:857.


Artikel 7:1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 28 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:284.


Op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° van de Wabo in samenhang met artikel 4, onderdeel 11, van de bijlage II bij het Bor.


Dat staat in artikel 5, zesde lid, van bijlage II van het Bor.


Dat volgt uit artikel 6.5 van het Bor in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wabo.


Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 10 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2355, en van 24 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:386.


Dit staat in artikel 4.6.6, sub c, van de planregels.


Vergelijk ABRvS 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2569, en ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:851.


Zie bijvoorbeeld ABRvS 1 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4038.


Mennes, R. e.a., Omgevingsonderzoek Skaeve Huse Harkstede, 2021.


ECLI:NL:RVS:2024:4715 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/).


In het ongedateerde document: ‘Skaeve Huse – Intern werkdocument – Locatieonderzoek’ van de Gemeente Groningen.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 13 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4621.
Link naar deze uitspraak