Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:14513 
 
Datum uitspraak:27-05-2026
Datum gepubliceerd:12-06-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:C/09/686629 / HA ZA 25-52 C/09/686629 / HA ZA 25-52
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Verzekeringsrecht. Bedrijfsschuur door brand verloren gegaan. Ten tijde van de brand was niet aan de voorwaarden voor verzekeringsdekking voldaan, omdat inspectiebedrijf niet heeft kunnen vaststellen dat de eerder geconstateerde gebreken aan de elektrische installatie waren verholpen. In beginsel geen dekking. Dat is anders als er geen causaal verband bestaat tussen de gebreken en de brand. Bewijslevering.
Trefwoorden:agrarisch
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Den Haag

Team handel

Zaaknummer: C/09/686629 / HA ZA 25-524


Vonnis van 27 mei 2026


in de zaak van




1
[eisers sub 1] te [woonplaats],2. [eisers sub 2] te [woonplaats],3. [eisers sub 3] V.O.F. te [vestigingsplaats],
eisende partijen,
advocaat: mr. E.J. Eijsberg,

tegen


N.V. HAGELUNIE, handelend onder de naam INTERPOLIS, te Den Haag,
gedaagde partij,
advocaat: mr. E.H. Verweij.

Partijen worden hierna [eisers sub 1], [eisers sub 2], [eisers sub 3] (en gezamenlijk: [eisers]) en Interpolis genoemd.




1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 25 juni 2025 met producties 1 – 25;
- de conclusie van antwoord met producties 1 – 2;
- het tussenvonnis van 12 november 2025;
- de akte overlegging producties van [eisers] met producties 26 – 31;
- de akte uitlaten van [eisers] met daarbij productie 32;- de akte uitlaten van Interpolis met daarbij producties 3 – 4;


1.2.
Op 9 december 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij waren partijen vertegenwoordigd. [eisers] is daarbij bijgestaan door mr. J. Backx en Interpolis door mr. Verweij voornoemd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken. Na de zitting zijn partijen in de gelegenheid gesteld gezamenlijk nadere vragen te stellen aan [inspectiebureau] V.O.F. om meer duidelijkheid te krijgen over enkele aspecten, en de rechtbank hierover bij akte te berichten. Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

[eisers sub 1] en [eisers sub 2] zijn de vennoten van [eisers sub 3]. [eisers] exploiteert een dagbesteding voor ouderen met dementie. Daarnaast exploiteren [eisers sub 1] en [eisers sub 2] een agrarisch bedrijf.








2.2.
Op het erf van [eisers sub 1] en [eisers sub 2] heeft een schuur gestaan (hierna: de schuur). De schuur bestond uit twee naast elkaar gelegen bouwdelen met (vanaf de voorzijde gezien) aan de rechterkant een overkapping langs de lengte van de schuur. De schuur was opgedeeld in een werkplaats/opslagruimte (linkerdeel, voorzijde), een appartement (linkerdeel, achterzijde), een ruimte voor de dagbesteding (rechterdeel voorzijde) en een (verhuurd) atelier (rechterdeel, achterzijde). In de dagvaarding is onderstaand schematisch overzicht van de schuur opgenomen:



2.3.
De schuur was voorzien van zonnepanelen op een deel van het dak. De elektrische voorziening ten behoeve van de schuur liep via de verdeelinrichting in de werkplaats (zie aanduiding op bovenstaand overzicht), waar ook de pv-installatie ten behoeve van de zonnepanelen was geplaatst.



2.4. (
Onder meer) de bedrijfsgebouwen (waaronder de schuur) en inventaris van de dagbesteding en het agrarische bedrijf zijn verzekerd bij Interpolis. [eisers sub 3] is op de polis als verzekeringnemer vermeld. De verzekering (hierna: de verzekering) is ingegaan (voor of) op 1 juni 2020 en nadien steeds jaarlijks verlengd. De polis bevat een aantal clausules, waaronder de clausule dat de elektrische installatie moet zijn gekeurd én dat de elektra inspectie minstens elke vijf jaar moet worden herhaald (clausule 007).



2.5.
Het polisblad van de verzekering voor de periode 1 juni 2023 tot 1 juni 2024 bevat onder meer de volgende clausules (hierna: de 2023-clausules):


“006 Elektrakeuring bij branddekking


Vanaf 31 december 2022 hebt u alleen dekking voor brand als u aantoont dat u voldoet aan 1 van de onderstaande voorwaarden:


1. U hebt binnen 3 maanden na het voltooien van de aanleg van de elektrische installatie een opleveringsinspectie zoals vastgelegd in de NEN 1010 laten uitvoeren. De fouten die zijn geconstateerd hebt u laten herstellen. U laat binnen 5 jaar na de aanleg van de elektrische installatie een inspectie uitvoeren die voldoet aan de voorwaarden onder punt 2. of 3.


2. U hebt een SCIOS Scope 10 inspectie uit laten voeren. De fouten die zijn geconstateerd, hebt u laten herstellen.


3. U hebt een SCIOS Scope 8 inspectie uit laten voeren. Als het inspectiebedrijf een driepuntsschaal hanteert voor het constateren van fouten, hebt u de A en B fouten laten


herstellen. Als het inspectiebedrijf een vijfpuntsschaal hanteert, hebt u de A, B en C fouten laten herstellen.


4. U hebt voor 1 juni 2019 een Agro Elektra inspectie uit laten voeren. De fouten die zijn geconstateerd, hebt u laten herstellen. U laat binnen 5 jaar na de Agro Elektra inspectie een inspectie uitvoeren die voldoet aan de voorwaarden onder punt 2. of 3.


5. U hebt voor 1 januari 2020 een NTA 8220 inspectie of NEN 3140 inspectie uit laten voeren door een inspectiebedrijf dat niet bij SCIOS is gecertificeerd voor een Scope 10 inspectie of een Scope 8 inspectie. De fouten die zijn geconstateerd, hebt u laten herstellen. U laat binnen 5 jaar na de NTA 8220 inspectie of NEN 3140 inspectie een inspectie uitvoeren die voldoet aan de voorwaarden onder punt 2. of 3.



U laat fouten zo snel mogelijk, maar uiterlijk 6 maanden na de inspectie, herstellen.


U herhaalt de elektra inspectie minstens elke 5 jaar, gerekend vanaf de datum van de vorige inspectie. (…)



(…)



“013 Voorwaarden zonnepaneleninstallatie


Als de gevaren brand, storm of sneeuwdruk zijn verzekerd, is schade alleen gedekt als is voldaan aan de volgende voorwaarde(n):


(…)


- In geval van brandschade toont u aan dat voor de zonnepaneleninstallatie een opleveringinspectie volgens NEN1010 2015 / NEN-EN-IEC62446 plaatsvond, waarvan de bevindingen zijn vastgelegd in een opleveringsrapportage. De fouten heeft u laten herstellen.



Als bij schade blijkt dat aan deze voorwaarden niet is voldaan, verliest u het recht op schadevergoeding, tenzij u aantoont dat daardoor de schade niet is veroorzaakt of daarmee geen verband houdt.”




2.6.
Het polisblad van de verzekering voor de periode 1 juni 2024 tot 1 juni 2025 bevat onder meer de volgende clausules (hierna: de 2024-clausules):


“005 Verplichte inspecties


Schade door brand is alleen verzekerd als voor de elektrische installatie de inspectie is uitgevoerd die voldoet aan de voorwaarden, zoals omschreven onder 'Inspectie elektra'.



Heeft u een zonnestroominstallatie? Dan is schade als gevolg van de verzekerde gevaren alleen verzekerd als is voldaan aan de voorwaarden, zoals omschreven onder 'Inspectie zonnestroominstallatie'.



Kunt u bij schade niet aantonen dat aan alle voorwaarden, zoals omschreven onder 'Inspectie elektra' en 'Inspectie zonnestroominstallatie' is voldaan? Dan is de schade niet verzekerd. Dit is alleen anders als u bewijst dat het niet voldoen aan deze voorwaarden niet de oorzaak of medeoorzaak kan zijn geweest van de schade en de schade hierdoor niet is vergroot.



Inspectie elektra


Voor de elektrische installatie die bedrijfsmatig wordt gebruikt voldoet u aan 1 van de onderstaande voorwaarden:


1. U laat binnen 3 maanden na het voltooien van de aanleg van de elektrische installatie een opleveringsinspectie uitvoeren, zoals vastgelegd in de NEN 1010. Daarvan is aansluitend een rapport opgemaakt. De geconstateerde gebreken, afwijkingen en defecten laat u binnen 3 maanden na de inspectie herstellen. Binnen 5 jaar na de aanleg van de elektrische installatie laat u een inspectie uitvoeren die voldoet aan de voorwaarden onder punt 2.


2. U laat voor de elektrische installatie een SCIOS Scope 10 of een SCIOS Scope 8 inspectie uitvoeren. De geconstateerde gebreken, afwijkingen en defecten laat u binnen 6 maanden na de inspectie herstellen. De inspectie is 'zonder constateringen' afgemeld bij het SCIOS, dit is verplicht voor inspecties die na 31 maart 2025 zijn uitgevoerd. U herhaalt de SCIOS Scope 10 of SCIOS Scope 8 inspectie minimaal elke 5 jaar gerekend vanaf de datum van de vorige inspectie.


3. U liet voor 1 juni 2019 een Agro Elektra inspectie uitvoeren. De fouten die zijn geconstateerd, hebt u laten herstellen. U laat binnen 5 jaar na de Agro Elektra inspectie een inspectie uitvoeren die voldoet aan de voorwaarden onder punt 2.


4. U liet voor 1 januari 2020 een NTA 8220 inspectie of NEN 3140 inspectie uitvoeren door een inspectiebedrijf dat niet bij SCIOS is gecertificeerd voor een Scope 10 inspectie of een Scope 8 inspectie. De fouten die zijn geconstateerd, hebt u laten herstellen. U laat binnen 5 jaar na de NTA 8220 inspectie of NEN 3140 inspectie een inspectie uitvoeren die voldoet aan de voorwaarden onder punt 2.



Inspectie zonnestroominstallatie


Voor een zonnestroominstallatie met 50 of meer zonnepanelen voldoet u aan de volgende voorwaarden:


- U laat binnen 3 maanden na het voltooien van de aanleg van de zonnestroominstallatie een SCIOS Scope 12 inspectie uitvoeren.


- De geconstateerde gebreken, afwijkingen en defecten laat u binnen 3 maanden na de inspectie herstellen.


- U laat de inspectie 'zonder constateringen' afmelden bij het SCIOS.


- U herhaalt de SCIOS Scope 12 inspectie minimaal elke 5 jaar gerekend vanaf de datum van de vorige inspectie.


Is uw zonnestroominstallatie aangelegd voor 31 december 2023? Laat de SCIOS Scope 12 inspectie gelijktijdig uitvoeren met de eerstvolgende (verplichte) SCIOS Scope 10 inspectie die plaatsvindt na 31 maart 2025.



(…)



016 Voorwaarden zonnepaneleninstallatie


Als de gevaren brand, storm of sneeuwdruk zijn verzekerd, is schade alleen gedekt als is voldaan aan de volgende voorwaarde(n):


- (…);


- In geval van brandschade toont u aan dat voor de zonnepaneleninstallatie een opleveringinspectie volgens NEN1010 2015 / NEN-EN-IEC62446 plaatsvond, waarvan de bevindingen zijn vastgelegd in een opleveringsrapportage. De fouten heeft u laten herstellen.



Als bij schade blijkt dat aan deze voorwaarden niet is voldaan, verliest u het recht op schadevergoeding, tenzij u aantoont dat daardoor de schade niet is veroorzaakt of daarmee geen verband houdt.”




2.7.
De elektrische installatie van [eisers] is op 6 januari 2017 door [installatiebedrijf] goedgekeurd volgens (onder meer) de NEN 1010-norm. Op 10 april 2024 is de installatie opnieuw gekeurd, ditmaal door [inspectiebureau]. [inspectiebureau] heeft daarbij meerdere afwijkingen geconstateerd en de installatie niet goedgekeurd, wat is uitgewerkt in een inspectierapport van 17 april 2024.



2.8.
Bij e-mail van 12 februari 2024 heeft [eisers sub 1], naar aanleiding van de offerte van [inspectiebureau], de volgende vraag aan [inspectiebureau] gesteld:


“Goedemorgen [naam 1],



Dank voor de offerte,



Ik had nog een vraag: na de keuring zijn er werkzaamheden nodig en moeten we daarna opnieuw keuren of hoe gaat het verder dan?



Met vriendelijke groet, [eisers sub 1]”


Diezelfde dag heeft [inspectiebureau] als volgt geantwoord;


“Als inspectie is uitgevoerd en er zijn constateringen dan dienen deze binnen 3 maanden te worden opgeknapt, maar in ieder geval binnen een jaar anders moet de inspectie overnieuw



Zelf doen:


Als deze wzh zijn gedaan dan zie ik graag fotos tegemoet van de betreffende constateringen met vergelijkbare foto’s uit in het rapport incl constateringsnummer,



Als deze foto’s allemaal binnen zijn maak ik een herstelrapport


Metingen als die niet goed zijn daar zal ik voor terug moeten komen



Laten doen:


Je laat alle wzh door een erkend installateur doen en die zal dan het


herstelformulier moeten ondertekenen en terug sturen naar ons , als alles is opgeknapt



Hoop je zo even voldoende te hebben ingelicht”




2.9.
Op 17 juni 2024 heeft in de schuur brand gewoed. Hierbij is de schuur volledig verloren gegaan.



2.10.
In opdracht van Interpolis heeft de heer [naam 2] van [expertisebureau] onderzoek verricht naar de toedracht van de brand. Bij het onderzoek van [expertisebureau] op locatie (op 21 juni 2024) was namens [eisers] de heer [naam 3] van Safetyspec inspectie- en installatietechniek (hierna: Safetyspec) aanwezig. In het rapport van [expertisebureau] van 16 juli 2024 staat onder meer:


“4.3
Expertise ontstaansgebied brand


Door de grote mate van destructie en verstoring van het brandschadebeeld bleek het niet meer mogelijk om het ontstaansgebied – in technische zin – kleiner te maken dan de bewuste schuur, laat staan een ontstaansplaats te bepalen en wat aldaar de brand had geïnitieerd.


Hierna is het brandtechnisch onderzoek gepauzeerd voor overleg ter plaatse. De heer [naam 3] gaf hierbij aan de bevindingen van rapporteur te onderschrijven.


Rapporteur en de heer [naam 3] hebben overwogen om een kraan met sorteergrijper in te zetten ten behoeve van het afstapelen van de brandresten en verder onderzoek naar deze brandresten. Echter is door rapporteur, samen met de heer [naam 3], geoordeeld dat een dergelijk onderzoek niet zal leiden tot nieuwe inzichten met betrekking tot het ontstaan van de brand: daarvoor waren de brandresten – en het schadebeeld in haar geheel – te verwoest en te verstoord.



(…)




4.5

Pv-installatie


Op de locatie van de vermeende laagspanningsverdeelinrichting werden de door hitte-inwerking verwoeste restanten van twee omvormers van een pv-installatie aangetroffen (foto 12, gele pijlen). Hieraan werden geen markeringen aangetroffen waarmee het merk en type van de omvormers kon worden vastgesteld. Bij een van de omvormers waren nog kunststof delen en bemantelde elektra draden zichtbaar. Dit brandschadebeeld maakt het onwaarschijnlijk dat de brand bij deze omvormer is geïnitieerd.



Echter was het door de mate van destructie en verstoring van het brandschadebeeld niet mogelijk om – in technische zin – een oordeel te vormen over de andere componenten van de pv-installatie, laat staan over de staat van de pv-installatie voorafgaande aan de brand of een relatie tussen de pv-installatie met het ontstaan van de brand.”




2.11.
Bij e-mail van 1 augustus 2024 heeft Interpolis aan [eisers] bericht dat de schade vanwege de brand niet gedekt is onder de verzekering vanwege schending van de clausules inzake verplichte inspecties voor de elektrische installatie en verplichte opleveringinspectie voor de zonnepaneleninstallatie. Verder heeft Achmea Expertise in opdracht van Interpolis een toedrachtonderzoek verricht en naar aanleiding hiervan op 31 juli 2024 een (definitief) rapport opgesteld.



2.12.

[inspectiebureau] heeft, aan de hand van fotomateriaal van voor de brand, een herinspectie uitgevoerd ten aanzien van de elektrische installatie van de schuur. In het herstelrapport van 29 augustus 2024 is daarover als volgt opgenomen:


“Conclusie:


(…)



Verbrande installatie bestond uit


Nieuwe Schuur: met daarin appartement 11/16 CV ruimte en appartement 13. En het dagverblijf.


En de 3 onderverdelers



Van afwijking 24 is niet meer te controleren of aderdiameters en voedingskabels aangepast waren aan de te verwachte belasting


Van afwijking 51 is er geen foto aangeleverd


Van afwijking 53 en 54 zijn geen metingen aangeleverd dat dit hersteld was. Wij konden dat bij de herkeuring niet meer doen omdat het er niet meer is.


Van afwijking 59 is er ook geen foto is aangeleverd.



Dit gehele installatie kan dus niet afgemeld worden bij het SCIOS omdat er nog geconstateerde gebreken, afwijkingen en/of defecten zijn vastgesteld die niet gecontroleerd kunnen worden.”




2.13.
In opdracht van [eisers] heeft Safetyspec een eigen onderzoek gedaan naar de oorzaak van de brand. In haar rapport van 12 juni 2025 schrijft Safetyspec onder meer als volgt:



10.8 Eindoordeel


Uit onderzoek volgt dat de brandoorzaak niet gelegen is in de resterende afwijkingen en dat er géén causaal verband bestaat tussen de resterende afwijkingen en de brand.



Uit het dossier blijkt dat het rapport van [expertisebureau] B.V. enkel een (zeer) beperkt technisch onderzoek op locatie heeft omvat. Zo zijn aanvullende bouwtekeningen, elektrische schema’s of overzichtsschetsen niet opgevraagd, terwijl deze – zeker bij grote brandschade – kunnen bijdragen aan een nauwkeurige bepaling van de ontstaanslocatie en -oorzaak.



Daarnaast heeft Achmea zich bij haar “tactische” toedrachtsonderzoek hoofdzakelijk gebaseerd op een aantal standaardvragen en de stukken van [expertisebureau]. Er zijn belangrijke ooggetuigen (zoals enkele betrokkenen die de eerste vlammen of rookontwikkeling zagen) niet gehoord. Evenmin zijn alle beschikbare foto’s en verklaringen meegenomen die wel degelijk inzicht geven, in waar het vuur feitelijk is begonnen. Op grond van die ooggetuigenverklaringen valt vast te stellen, dat de eerste brandhaard zich niet in de buurt van de onderverdeelinrichting, DC kabeltrajecten of omvormers van de zonnepanelen bevond, maar juist achterin de werkplaats.



De rapportages van zowel [expertisebureau] als Achmea zijn daarom onvolledig: men heeft niet alle relevante ooggetuigenverklaringen en visueel bewijsmateriaal benut en had nog niet het herstelrapport van [inspectiebureau] tot zijn beschikking (dat moest nog worden opgemaakt door [inspectiebureau] en heeft de [eisers] op 29 augustus ontvangen), waarin juist staat beschreven welke eventuele elektrische gebreken wél of niet waren hersteld.



Conclusie


Rekening houdend met alle verklaringen en de wijze waarop de brand zich heeft ontwikkeld, is de brandoorzaak niet gelegen in de gestelde onvolkomenheden aan de elektrische installatie of zonnepanelen. Integendeel, de concrete aanwijzingen wijzen op het gebied achterin de werkplaats, waar een (opgeladen) accu of accu-oplader de meest waarschijnlijke oorzaak lijkt. De beperkte en eenzijdige onderzoeksmethode van zowel [expertisebureau] (uitsluitend een nagenoeg onmogelijk te reconstrueren technisch onderzoek ter plaatse) als Achmea (nauwelijks ooggetuigenonderzoek, geen gebruik van alle foto’s en het Herstelrapport) leidt ertoe dat beide rapportages onvoldoende onderbouwd zijn en daarmee niet kunnen dienen als bewijs omtrent de toedracht. Hierdoor blijft als meest geloofwaardige conclusie overeind dat de brand is ontstaan door een defecte of oververhitte accu, en niet door een gebrek in de pv-installatie of de elektrische installatie.



Alle genoemde feiten en observaties
wijzen erop dat de elektrische afwijkingen, zoals gerapporteerd in het Herstelrapport van [inspectiebureau], niet brandveroorzakend of zelfs maar brandbevorderend zijn geweest. Op grond daarvan zie ik geen technische basis voor de stelling dat een (al dan niet formele) schending van de polisclausules inzake SCIOS Scope 10 / 12 heeft geleid tot de brand of tot een hogere schade.”




2.14.





In het rapport van Safetyspec zijn onder meer de volgende foto’s opgenomen:







2.15.
In opdracht van (de advocaat van) [eisers] heeft Nimirco B.V. (hierna: Nimirco) een rapport uitgebracht, gedateerd 12 juni 2025. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:


“De algehele conclusie is hieronder weergegeven.


a. Ten gevolge van de brand op 17 juni 2024 was niet te achterhalen of de hiervoor genoemde afwijkingen daadwerkelijk waren verholpen. Na de her-inspectie op 29 augustus 2024 waren alle afwijkingen met uitzondering van 5 in de schuur verholpen. Op grond van de uitgevoerde analyse van de overgebleven 5 afwijkingen kan met zekerheid worden gesteld dat de elektrische installatie volledig voldoet aan de bepalingen “Elektrische installatie voor laagspanning NEN 1010”.

b. Uit de verklaringen die aanwezig zijn, is te achterhalen dat de brand in de werkplaats van de schuur moet zijn ontstaan. Gezien de restanten die aanwezig zijn, van de verdeelinrichting en de omvormers, zal de brand niet in het rechtergedeelte van de werkplaats zijn ontstaan maar mogelijk in het midden of aan de linkerkant van de werkplaats.

c. Op grond van de uitgevoerde onderzoeken door [expertisebureau] B.V., Safetyspec en de verklaringen van de getuigen en de uitgevoerde analyse is zodoende met zekerheid te stellen dat er geen causaal verband aanwezig is tussen het ontstaan van de brand en de elektrische installatie. Hierdoor is de elektrische installatie als mogelijke oorzaak van het ontstaan van de brand definitief uitgesloten.

d. De brand is in de werkplaats van de schuur ontstaan waardoor de zonnepanelen op het dak zijn uitgesloten van het ontstaan van de brand. Gezien de restanten die aanwezig zijn, van de verdeelinrichting en de omvormers, zal de brand niet in het rechtergedeelte van de werkplaats zijn ontstaan maar mogelijk in het midden of aan de linkerkant van de werkplaats. Hierdoor zijn de omvormers van de PV-installatie eveneens uitgesloten van het ontstaan van de brand.”



2.16.
De schade aan de schuur (opstal en inventaris) is door schade-experts van partijen vastgesteld op € 975.503,28.



2.17.
Na afloop van de mondelinge behandeling in deze procedure heeft Interpolis – als ter zitting besproken – de bezwaren van [eisers] tegen het herstelrapport (zie hiervoor onder 2.12) aan [inspectiebureau] voorgelegd. Bij e-mails van 10 februari 2026 en 23 februari 2026 heeft [inspectiebureau] hierop geantwoord. [inspectiebureau] is daarbij niet teruggekomen van de eerdere bevindingen in het herstelrapport.





3Het geschil


3.1.

[eisers] vordert – samengevat – dat de rechtbank, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht verklaart dat Interpolis de door [eisers] als gevolg van de brand geleden schade, vermeerderd met de wettelijke rente, moet vergoeden. Daarnaast vordert [eisers] veroordeling van Interpolis tot betaling van de buitengerechtelijke kosten en proceskosten.



3.2.
Interpolis voert verweer. Interpolis concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eisers], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eisers] in de kosten van deze procedure.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
De rechtbank stelt vast dat op zichzelf niet in geschil is dat de schuur op het moment van de brand – in beginsel – was gedekt onder de verzekering. Eveneens is tussen partijen de hoogte van de schade niet in geschil (zie hiervoor onder 2.16).



4.2.
Tussen partijen is wel in geschil of door [eisers] ten tijde van de brand aan de 2024-clausules werd voldaan, in die zin dat de door [inspectiebureau] geconstateerde gebreken ten tijde van het ontstaan van de brand al waren opgelost. Ook is in geschil of kan worden uitgesloten dat de brand door die gebreken is veroorzaakt c.q. die gebreken met de brand geen verband houden, als bedoeld in de 2024-clausules.



4.3.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank het volgende voorop. Het is voor [eisers] bijzonder ongelukkig geweest dat de brand is uitgebroken tussen het moment van de inspectie door [inspectiebureau] en het herstel van de gebreken c.q. de herinspectie, en mogelijk heeft dit grote consequenties. Feit is echter dat reeds in de polis van 1 juni 2020 (zie hiervoor onder 2.4) een clausule was opgenomen op grond waarvan [eisers] haar elektrische installatie moet laten inspecteren, de daarbij geconstateerde gebreken moet (laten) herstellen en deze inspectie minstens elke vijf jaar na de vorige inspectie moet herhalen. [eisers] heeft, tot aan de inspectie door [inspectiebureau], de installatie laatstelijk op 6 januari 2017 laten inspecteren. Dat maakt dat vanaf 6 januari 2022 niet aan de inspectievoorwaarde is voldaan, waar ook door Interpolis op is gewezen. Dat maakt dat [eisers] grotendeels aan zichzelf te wijten heeft dat zij nu in deze ongelukkige situatie terecht is gekomen.


Was ten tijde van de brand aan de 2024-clausules voldaan?




4.4.

[eisers] heeft betoogd dat de door [inspectiebureau] geconstateerde gebreken aan de elektrische installatie (zie onder 2.11) al waren opgelost voordat de brand is uitgebroken. Interpolis heeft dat betwist.



4.5.
Op grond van de ten tijde van de brand geldende 2024-clausules en de in de voorliggende jaren geldende polisvoorwaarden had [eisers] uiterlijk 6 januari 2022 een herinspectie moeten laten uitvoeren. Dat heeft zij pas in april 2024 gedaan. Tot dat moment werd dus niet aan de voorwaarden voldaan.



4.6.
In de 2023-clausules, als geldig tijdens de inspectie van [inspectiebureau], en de 2024-clausules, die golden tijdens de brand, volgt dat de gebreken moeten worden hersteld en dat dit hetzij moet worden vastgesteld in een herstelrapport van [inspectiebureau], dan wel door een erkend installateur moet worden gedaan die dat vastlegt in een herstelformulier (zie hiervoor onder 2.8). Vast staat dat dit niet is gebeurd. [inspectiebureau] heeft in april 2024 gebreken geconstateerd. Voordat [inspectiebureau] heeft kunnen vaststellen dat de gebreken waren hersteld en een herstelrapport heeft kunnen opmaken is de brand uitgebroken. Aan de voorwaarde van het aantoonbaar herstellen van de gebreken is in zoverre dus niet voldaan. Desalniettemin heeft [inspectiebureau] aan de hand van foto’s nog getracht om – achteraf – vast te stellen of de geconstateerde gebreken ten tijde van de brand al waren opgelost. Dat heeft [inspectiebureau], ook in tweede instantie naar aanleiding van bezwaren van [eisers] (zie hiervoor onder 2.17) echter niet kunnen vaststellen, mede omdat hiervoor metingen noodzakelijk waren die niet meer kunnen worden uitgevoerd.



4.7.
Het voorgaande brengt met zich dat moet worden vastgesteld dat niet aan de voorwaarden voor verzekeringsdekking is voldaan. Daaraan doet niet af dat [eisers] zelf, zoals zij stelt, voorafgaand aan de brand de gebreken zou hebben hersteld en de daartoe benodigde metingen zou hebben gedaan. Door de brand kan [inspectiebureau] dit, ook achteraf, niet meer vaststellen. In zoverre heeft het risico dat [eisers] heeft genomen door de elektrische installatie (ruim) te laat opnieuw te laten keuren zich verwezenlijkt (zie hiervoor onder 4.3).


Kunnen de gebreken niet de (mede)oorzaak van de brand zijn geweest en is de schade niet door de gebreken vergroot?




4.8.
Omdat niet aan de 2024-clausules is voldaan biedt de verzekering in beginsel geen dekking voor de schade. In de 2024-clausules is echter ook bepaald dat, zo is tussen partijen niet in geschil, er wel dekking is als de gebreken, die bij de inspectie aan het licht zijn gekomen, niet de (mede) oorzaak van de brand kunnen zijn geweest en niet de schade hebben vergroot (zie hiervoor onder 2.6, derde en laatste alinea). De systematiek van de 2024-clausules brengt met zich dat de stelplicht en bewijslast hiervan op [eisers] rust.



4.9.

[eisers] heeft gemotiveerd gesteld dat de gebreken niet de oorzaak van de brand kunnen zijn geweest en dat door de gebreken de schade niet is vergroot. Zij heeft niet alleen betoogd dat de gebreken ten tijde van de brand al waren opgelost, maar ook onderbouwd gesteld dat de ontstaanslocatie van de brand hoe dan ook niet bij de (diverse) gebreken kan zijn gelegen aangezien de brand is ontstaan in het midden van de werkplaats (waar de resterende afwijkingen zich niet bevonden). Daartoe heeft [eisers] verwezen naar de hiervoor onder 2.13 en 2.15 genoemde rapporten van Safetyspec en Nimirco. Daarnaast heeft [eisers] verwezen naar verklaringen van onder meer [naam 4], de huurster van het atelier, en een vriendin van haar, [naam 5]. Beiden waren ten tijde van de brand aanwezig in het atelier. Zij hebben gemerkt dat er brand was in het naastgelegen deel van de schuur doordat de stroom in het atelier uitviel en [naam 4] daarop (buitenom) naar de voorzijde van de schuur is gelopen (om bij de verdeelinstallatie te bekijken of er stoppen waren doorgeslagen). Vervolgens heeft zij, vanaf buiten, door de grote schuifdeur rook en vlammen waargenomen. Daarna heeft ook [naam 5] aan de voorzijde van de schuur gestaan en door de open schuifdeur rook en vlammen gezien, waarover zij heeft verklaard. [naam 4] heeft onder meer verklaard dat zij in het begin ‘geen rook of vlammen [heeft gezien] aan de voorkant waar de meterkast hing’.



4.10.

[naam 2] heeft ter zitting toegelicht dat niet kan worden uitgesloten dat de brand, na op een bepaalde plek te zijn ontstaan, binnen de schuur kan zijn verplaatst om vervolgens op een andere plaats – waar meer of beter brandbare materialen aanwezig waren – meer hevig te worden. Verder heeft [naam 2], zowel in zijn aanvullende rapport van 6 mei 2025 (productie 22 bij dagvaarding) als ter zitting, betoogd dat door de grote mate van verwoesting niet meer kan worden vastgesteld waar en hoe de brand is begonnen.



4.11.
In het licht van het betoog van [naam 2] is de rechtbank van oordeel dat Interpolis de (gemotiveerde) stelling van [eisers] voldoende gemotiveerd heeft betwist. Daarbij weegt de rechtbank mee dat geen van de genoemde getuigen de brand heeft zien ontstaan, maar slechts na het ontstaan van buiten heeft kunnen waarnemen waar de brand op dat moment (het hevigst) woedde. De door [naam 2] genoemde mogelijkheid dat de brand in een vroeg stadium kan zijn verplaatst wordt door de rapporten van Safetyspec en Nimirco niet, althans onvoldoende, weerlegd. Om die reden is ook de hiervoor onder 2.14 opgenomen luchtfoto, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de brand in het midden van de schuur het hevigst was, niet zonder meer doorslaggevend.



4.12.
De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om [eisers] toe te laten bewijs te leveren dat het niet voldoen aan de inspectievoorwaarden niet de oorzaak of medeoorzaak kan zijn geweest van de schade en de schade hierdoor niet is vergroot. Daarbij overweegt de rechtbank – ter voorkoming van een eventueel debat op dat punt – het volgende. De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat niet aan de voorwaarden van verzekeringsdekking is voldaan. Voor dat oordeel, dat kwalificeert als een bindende eindbeslissing, is dragend de vaststelling dat [inspectiebureau] noch voor de brand, noch na de brand (en de nadere vragen/opmerkingen van partijen) een herstelrapport heeft kunnen opstellen omdat [inspectiebureau], als door [eisers] ingeschakeld inspectiebedrijf, niet heeft kunnen vaststellen dat de geconstateerde gebreken waren verholpen. Daarmee heeft de rechtbank niet geoordeeld dat de geconstateerde gebreken niet waren hersteld. De beslissing dat niet aan de verzekeringsvoorwaarden is voldaan staat daarom niet aan in de weg aan de mogelijkheid van [eisers] om te bewijzen dat de geconstateerde gebreken ten tijde van de brand al waren opgelost en om die reden niet de (mede)oorzaak van de schade kunnen zijn geweest. Die (mogelijke) stelling van [eisers] valt dus niet binnen de hiervoor bedoelde bindende eindbeslissing.



4.13.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.





5De beslissing

De rechtbank:


5.1.
draagt [eisers] op te bewijzen dat het niet voldoen aan de inspectievoorwaarden niet de oorzaak of medeoorzaak kan zijn geweest van de schade en de schade hierdoor niet is vergroot,



5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 10 juni 2026 voor uitlating door [eisers] of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,



5.3.
bepaalt dat, als [eisers] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken, indien zij daar reeds over beschikt, dan direct in het geding moet brengen. Indien [eisers] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen en zij nog niet over (al) die stukken beschikt, kan zij de rechtbank op voornoemde rolzitting verzoeken haar daartoe een nadere termijn te verlenen,



5.4.
bepaalt dat, als [eisers] getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden augustus tot en met november dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,



5.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van (dhr.) mr. S.M. de Bruijn, in het paleis van justitie te Den Haag, Prins Clauslaan 60,



5.6.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,



5.7.
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door (dhr.) mr. S.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.



Door [eisers] zijn de polissen vanaf 1 juni 2020 overgelegd.
Link naar deze uitspraak