Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:GHSHE:2025:2968 
 
Datum uitspraak:28-10-2025
Datum gepubliceerd:05-08-2026
Instantie:Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Zaaknummers:200.314.631_01
Rechtsgebied:Burgerlijk procesrecht
Indicatie:Verwijzing naar de rol voor antwoordmemorie na tussenarrest.
Trefwoorden:varkensbedrijf
 
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht

zaaknummer 200.314.631/01


arrest van 28 oktober 2025


in de zaak van



[appellant], handelend onder de naam Varkensbedrijf [xx],
wonende te [woonplaats],
appellant,
advocaat: mr. A. Buth te Middelharnis,

tegen


Topteam Agrarische Assurantiën B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. O.B. Zwijnenberg te Rotterdam.

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 5 november 2024 in het hoger beroep van het door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, onder zaaknummer C/02/381411 / HA ZA 21-27 gewezen vonnis van 5 januari 2022.






5Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:


het tussenarrest van 5 november 2024;


het proces-verbaal van de enquête van 13 februari 2025;


de memorie na tussenarrest van de zijde van Topteam;


de memorie na enquête van de zijde van [appellant];


de brief van [appellant], door het hof ontvangen op 16 mei 2025, waarbij [appellant] bezwaar maakt tegen de memorie na tussenarrest;


de e-mail van 20 mei 2025 van Topteam met een reactie op het bezwaar van [appellant];


de e-mail van het hof aan partijen van 21 mei 2025.



Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.





6De verdere beoordeling


6.1.
Bij genoemd tussenarrest heeft het hof [appellant] in de gelegenheid gesteld om feiten en omstandigheden te bewijzen die de conclusie rechtvaardigen dat hij akkoord is gegaan met de offerte van 18 februari 2019. Op 13 februari 2025 heeft [appellant] vier getuigen doen horen. De zaak is daarna naar de rol verwezen voor beraad aan de zijde van Topteam. Op de rol van 18 maart 2025 heeft Topteam laten weten af te zien van een contra-enquête.



6.2.
De zaak is vervolgens verwezen naar de rol van 15 april 2025 voor memorie na enquête aan de zijde van beide partijen. Na eenstemmig verzoek is aan partijen twee weken uitstel verleend voor het nemen van een memorie na enquête.


6.2.1.

[appellant] heeft op de rol van 29 april 2025 een memorie na enquête genomen. Deze memorie is geweigerd op grond van artikel 2.13.1 van het Landelijk Procesreglement. [appellant] is in de gelegenheid gesteld een ingekorte memorie na enquête in te dienen, hetgeen hij heeft gedaan op de rol van 6 mei 2025.



6.2.2.
Op de rol van 29 april 2025 heeft Topteam geen memorie na enquête genomen, maar een memorie na tussenarrest. Deze memorie is geaccepteerd en maakt deel uit van het procesdossier. In deze memorie verzoekt Topteam het hof terug te komen op zijn oordeel omtrent het door Topteam betwiste eigen gebrek van het Octalarm en de dekking van de verstikkingsschade, omdat dit oordeel volgens Topteam gebaseerd is op een onjuiste feitelijke grondslag.



6.2.3.
Bij brief, door het hof ontvangen op 16 mei 2025, heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen (de acceptatie van) de memorie na tussenarrest van Topteam. [appellant] stelt zich op het standpunt dat de memorie na tussenarrest in strijd is met de door het hof aan partijen gegeven instructie en daarnaast tardief is en in strijd met de goede procesorde. [appellant] verzoekt het hof om, mocht het hof de memorie na tussenarrest desondanks accepteren, in de gelegenheid gesteld te worden inhoudelijk op deze memorie te reageren.



6.2.4.
Topteam heeft bij e-mail van 20 mei 2025 aangegeven dat zij van mening is dat aan het bezwaar van [appellant] voorbij dient te worden gegaan. Zij stelt zich op het standpunt dat Topteam in de gelegenheid moet worden gesteld om het hof erop te wijzen dat en waarom het tussenarrest naar haar mening onjuist is en stelt dat zij daartoe de eerste mogelijkheid heeft aangegrepen om haar bezwaren tegen de inhoud van het tussenarrest kenbaar te maken.



6.2.5.
Bij e-mail van 21 mei 2025 heeft de rolgriffier van het hof namens de rolraadsheer aan partijen meegedeeld dat op de rol geen inhoudelijk toetsing van de ingediende stukken plaatsvindt en dat de behandelend kamer bij arrest zal beslissen of en in hoeverre de inhoud van de memorie na tussenarrest toelaatbaar is en of nog een reactie van de wederpartij nodig is.



6.2.6.
Het hof stelt vast dat [appellant] nog niet in de gelegenheid is geweest op de memorie na tussenarrest te reageren. Zonder op enige beslissing vooruit te lopen, zal het hof [appellant] in de gelegenheid stellen om bij antwoordmemorie na tussenarrest inhoudelijk te reageren op de memorie na tussenarrest van Topteam.



6.2.7.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.







7De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 25 november 2025 voor antwoordmemorie na tussenarrest aan de zijde van [appellant] met het hiervoor onder rov. 6.2.6. omschreven doeleinde;

houdt iedere verdere beslissing aan.




Dit arrest is gewezen door mrs. F.C. Alink-Steinberg, Y.L.L.A.M. Delfos-Roy en J.M.W. Werker en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 28 oktober 2025.


griffier rolraadsheer
Link naar deze uitspraak