Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RVS:2026:5530 
 
Datum uitspraak:16-09-2026
Datum gepubliceerd:16-09-2026
Instantie:Raad van State
Zaaknummers:202601848/1/R2
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:Bij besluit van 6 januari 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het verzoek van MOB en andere van 25 maart 2021 om toepassing te geven aan artikel 2.4 van de Wet natuurbescherming (Wnb) door een verplichting op te leggen aan Rotterdam Airport B.V. om maatregelen te treffen, afgewezen.
Trefwoorden:landbouw
 
Uitspraak
202601848/1/R2.
Datum uitspraak: 16 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
Coöperatie Mobilisation for the Environment, gevestigd in Nijmegen, en Bewonersvereniging tegen Vliegtuigoverlast (MOB en andere),
appellanten,
en
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(de minister),
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 6 januari 2022 heeft de minister het verzoek van MOB en andere van 25 maart 2021 om toepassing te geven aan artikel 2.4 van de Wet natuurbescherming (Wnb) door een verplichting op te leggen aan Rotterdam Airport B.V. om maatregelen te treffen, afgewezen.
Bij besluit van 8 januari 2025 heeft de minister het door MOB en andere daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 april 2026 heeft de rechtbank het door MOB en andere daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 8 januari 2025 vernietigd en de minister opgedragen om binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Tegen deze uitspraak hebben MOB en andere, de minister en Rotterdam Airport B.V., hoger beroep ingesteld. De Afdeling heeft deze procedure geregistreerd onder zaak nr. 202601587/1/R2.
MOB en andere hebben naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2026 bij de Afdeling beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
MOB en andere, Rotterdam Airport B.V., en de minister hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 27 augustus 2026, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. R.D. Reinders en mr. L. Verhees, beiden advocaat in Den Haag, en MOB en andere, vertegenwoordigd door mr. H.M. Zwetsloot, rechtsbijstandverlener in Wageningen, zijn verschenen. Verder is op de zitting Rotterdam Airport B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigden, bijgestaan door mr. J.E. van Uden en mr. F.E. Majtlis, beiden advocaat te Amsterdam, gehoord.
Overwegingen
Beoordeling van het beroep en verweer
1.       In de uitspraak van 16 april 2026 heeft de rechtbank het beroep van MOB en andere gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit op bezwaar van de minister van 8 januari 2025 vernietigd en opgedragen om met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen.
1.1.    MOB en andere stellen dat de minister nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. MOB en andere verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen om zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder oplegging van een dwangsom voor iedere dag dat de minister in gebreke blijft een besluit te nemen.
1.2.    De minister stelt dat hij nog geen besluit heeft genomen, omdat het onhaalbaar is om aan de opdracht van de rechtbank te voldoen binnen acht weken. Om deze reden heeft de minister een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de uitspraak van de rechtbank te schorsen voor zover daarin een opdracht is gegeven.
1.3.    Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.
1.4.    Bij uitspraak van vandaag (202601587/2/R2) heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2026, kenmerk ARN 24/7550, geschorst. Dit betekent dat de minister geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat uitspraak gedaan is in de bodemzaak met bovengenoemd zaaknummer. Het doel van het beroep niet tijdig beslissen is dat degene die belanghebbende is bij een te nemen besluit, kan afdwingen dat een bestuursorgaan daadwerkelijk een besluit neemt. Gelet op de schorsing van de uitspraak van de rechtbank, kunnen MOB en andere het doel dat zij willen bereiken met hun beroep, namelijk het door de Afdeling laten stellen van een nieuwe termijn met daarbij behorende dwangsom om de minister aan te zetten tot het nemen van een nieuw besluit, niet meer bereiken. Dit betekent dat zij geen belang meer hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroep, zodat het procesbelang is ontvallen.
2.       De minister moet de proceskosten vergoeden. Daarbij zal de Afdeling een wegingsfactor van 0,5 (licht) hanteren.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
II.       veroordeelt de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur tot vergoeding van de bij Coöperatie Mobilisation for the Environment en Bewonersvereniging tegen Vliegtuigoverlast in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
III.      gelast dat de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan Coöperatie Mobilisation for the Environment en Bewonersvereniging tegen Vliegtuigoverlast het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 397,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Aldus vastgesteld door mr. J.F. de Groot, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Pistoor, griffier.
w.g. De Groot
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Pistoor
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026
932
Link naar deze uitspraak