|
|
|
| ECLI:NL:GHAMS:2026:2484 | | | | | Datum uitspraak | : | 01-09-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 23-09-2026 | | Instantie | : | Gerechtshof Amsterdam | | Zaaknummers | : | 200.355.299/01 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Grondspeculatie. Koper vordert ongedaanmaking van de koopovereenkomsten. Oneerlijke handelspraktijk, toewijzing vordering. | | Trefwoorden | : | agrarisch | | | belastingrecht | | | bestemmingsplan | | | box 3 | | | burgerlijk wetboek | | | glastuinbouw | | | inkomstenbelasting | | | koopovereenkomst | | | koopovereenkomsten | | | landbouwgrond | | | perceel | | | structuurplan | | | woz waarde | | | woz-waarde | | | | Uitspraak | GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I (handel)
zaaknummer : 200.355.299/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/349535 / HA ZA 24-110
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 september 2026
in de zaak van
VASTGOED NEDER-LAND B.V., voorheen genaamd IGN VASTGOED B.V.,
gevestigd te Beverwijk,
appellante,
advocaat: mr. V.J.C. de Bruijn te Amsterdam,
tegen
[geïntimeerde]
,
wonend in [plaats] ,
geïntimeerde,
advocaat: mr. M. Buitelaar te Naaldwijk (gemeente Westland).
Partijen worden hierna (de beslissing uitgezonderd) IGN en [geïntimeerde] genoemd.
1De zaak in het kort
[geïntimeerde] heeft percelen landbouwgrond van IGN gekocht voor een totaalbedrag van € 148.000,00. IGN heeft de percelen aangeboden als waardevaste investering met winstpotentie in verband met een mogelijke bestemmingswijziging. [geïntimeerde] vindt dat IGN hem onjuiste en onvolledige informatie heeft verstrekt, waardoor hij zowel de waarde van de percelen als de kans op een bestemmingswijziging niet goed heeft kunnen inschatten. Hij vordert ongedaanmaking van de koopovereenkomsten. De rechtbank heeft voor recht verklaard dat IGN onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld door een oneerlijke handelspraktijk te verrichten en heeft de ongedaanmakingsvordering van [geïntimeerde] toegewezen. Het hof komt tot hetzelfde oordeel.
2Het geding in hoger beroep
IGN is bij dagvaarding van 3 december 2024 in hoger beroep gekomen van een vonnis van 4 september 2024 van de rechtbank Noord-Holland, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen [geïntimeerde] als eiser en IGN als gedaagde (hierna: het bestreden vonnis).
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord, met producties;
- incidentele conclusie ex artikel 194 e.v. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zijdens IGN.
Op 9 april 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten, mr. De Bruijn bijgestaan door zijn kantoorgenoot mr. A.B.B. Wilmink, advocaat te Amsterdam, hebben de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd. Partijen hebben vragen van het hof beantwoord en nog producties in het geding gebracht.
Ten slotte is arrest gevraagd.
3Feiten
Met inachtneming van wat IGN met haar eerste en tweede grief heeft betoogd, gaat het hof uit van de volgende feiten.
3.1.
IGN houdt zich bezig met de handel in percelen onbebouwde landbouwgrond waarbij wordt gespeculeerd op een waardestijging van die grond indien de bestemming van de grond in de toekomst gewijzigd wordt.
3.2.
[geïntimeerde] is 72 jaar oud en gepensioneerd huisarts.
3.3.
[geïntimeerde] is eind 2022 telefonisch door IGN benaderd nadat hij online een informatieverzoek had gedaan naar aanleiding van een digitale advertentie van IGN. In het vervolg daarop hebben gesprekken bij [geïntimeerde] thuis plaatsgevonden tussen [geïntimeerde] en vertegenwoordigers van IGN: op 12 december 2022 over een perceel grond in [naam 1] en op 19 januari 2023 over een perceel grond in Zuidplas. IGN heeft bij die gelegenheden brochures van haar proposities in [naam 1] en Zuidplas aan [geïntimeerde] gegeven en ook de concept-koopovereenkomsten. Aan het einde van de gesprekken heeft [geïntimeerde] de koopovereenkomsten getekend.
3.4.
Op de website van IGN waren ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomsten, voor zover van belang, onder meer de navolgende teksten opgenomen:
IGN Vastgoed B.V. maakt investeren toegankelijk voor particuliere investeerders
RENDEMENT
Kans op zeer hoge rendementen
WONINGNOOD
De woningnood is hoog, hierdoor moet er de komende jaren veel gebouwd worden
VRIJ VERHANDELBAAR
Grond is uw bezit en is vrij verhandelbaar
WAARDEVAST
Grond is waardevast en nauwelijks gevoelig voor conjunctuur
DE NOTARIS
Overdracht vindt plaats via de notaris en wordt geregistreerd in het kadaster
GROEIENDE VRAAG
Door schaarste en de woningnood blijft de vraag naar grond groeien
Mag/kan ik ook zelf ontwikkelen na bestemmingswijziging?
Nee, zodra er bekend wordt gemaakt dat de bestemming van de grond wijzigt, bent u verplicht om de grond te verkopen aan de partij die de ontwikkeling van de grond op zich neemt. Daarnaast is er sprake van een aanbiedingsplicht. De aanbiedingsplicht is de verplichting van de verkoper om het pand aan te bieden bij degene die als gerechtigde in de akte van levering is opgenomen. Dit is van kracht zodat een projectontwikkelaar niet met meerdere particuliere partijen om tafel hoeft te gaan maar slechts met één partij hoeft te onderhandelen.
100% ONTZORGD
Zodra een project van bestemming wijzigt doet IGN Vastgoed alle onderhandelingen.
Tijdens een vastgoed projectontwikkeling zijn wij door onze ervaring in staat het gehele proces uit handen te nemen. Door onze kennis, korte lijnen en opgebouwde relaties kunnen wij met vertrouwen projecten tot een succes maken. Dit begint natuurlijk bij de bodem. Wij zijn daarom altijd op zoek naar strategisch gelegen gronden met potentie. In samenwerking met investeerders en projectontwikkelaars creëren wij van bodem tot vastgoed.
(…)
Een investering in grond is over het algemeen (…) een lange termijn investering. Hoewel grond historisch gezien een stabiele waardeontwikkeling laat zien, valt er vooraf niet te bepalen hoeveel de waarde van de grond zal zijn op het moment van verkoop.
3.5.
De brochure ‘Propositie Tynaarlo | Drenthe’ (in [naam 1] ) heeft het volgende voorblad:
Afbeelding 1
Op pagina 8 van de brochure is de volgende afbeelding opgenomen:
Afbeelding 2
Op pagina 9 van de brochure is onder het kopje ‘Het Schetsplan’ de volgende afbeelding opgenomen:
Afbeelding 3
Voor het overige wordt onder de noemer ‘nieuws’ een volledige pagina in de brochure gewijd aan:
i. een nieuwsbericht op rtvdrenthe.nl inhoudende dat er 900 extra woningen in Tynaarlo bij moeten gaan komen,
ii. een nieuwsbericht in dekrantvantynaarloo.nl over het project ‘ [naam 1] Zuid’ dat langzamerhand van de grond komt,
iii. een nieuwsbericht op rtvdrenthe.nl over de wachttijden tot 8 jaar voor sociale huurwoningen,
iv. een nieuwsbericht op rtvdrenthe.nl over de woningkrapte/huizennood in de regio Groningen-Assen,
v. een nieuwsbericht op rtvdrenthe.nl over de extra 13.000 woningen die binnen acht jaar gebouwd zouden moeten worden om het woningtekort in Drenthe te compenseren
en tenslotte
vi. een bericht van bouwuitvoering.nl over de “Bouwstenen voor het Deltaplan met grootschalige woningbouw in Noordelijke provincies” en een nieuwsbericht over de miljardeninvesteringen van het kabinet die woningbouw in heel Nederland moeten versnellen.
Verder wordt in de brochure aandacht besteed aan de ligging van het aangeboden perceel (zie afbeeldingen 1 en 2) en met een schets-/ontwikkelingsplan een indruk gegeven van te realiseren bebouwing (zie afbeelding 3). Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) wordt benoemd en er wordt een ‘Groeikaart Topotijdreis.nl’ getoond, die de groei van de gemeente Tynaarlo sinds 1950 tot 2021 weergeeft en waaruit blijkt dat de bebouwing het aangeboden perceel door de jaren heen steeds meer nadert. Tenslotte wordt ingegaan op de website ruimtelijkeplannen.nl, waarmee de overheid digitale ruimtelijke plannen ontsluit.
3.6.
De brochure ‘Propositie Zuidplas | provincie Zuid Holland’ heeft het volgende voorblad:
Afbeelding 4
In de ballon rechts bovenaan staat de volgende tekst:
‘
Historisch besluit’: gemeenteraad Zuidplas stemt met ruime meerderheid voor bouw Vijfde Dorp
De gemeenteraad van de Zuid-Hollandse gemeente Zuidplas heeft woensdagavond ingestemd met de ontwikkeling van een nieuw dorp. In de Zuidplas-polder, tussen Zoetermeer, Gouda en Rotterdam, moeten 8000 woningen verrijzen en twee nieuwe bedrijventerreinen.
Op pagina 7 van de brochure is de volgende afbeelding opgenomen:
Op pagina 10 van de brochure is een kadastrale kaart opgenomen waarop het aangeboden perceel is afgebeeld, omringd door percelen met als aanduiding ‘Gebiedsontwikkeling Zuidaspolder BV II Beheer’.
Onder de noemer ‘nieuws’ wordt op een volledige pagina in de brochure aandacht gevestigd op:
i. een nieuwsbericht op ad.nl over het ‘Vijfde Dorp’ van Zuidplas waar 8.000 woningen zullen worden gerealiseerd,
ii. een nieuwsbericht op ad.nl inhoudende dat Zuidplas 14 miljoen euro van het Rijk krijgt voor de bouw van betaalbare woningen,
iii. een nieuwsbericht op ad.nl inhoudende dat de gemeente Zuidplas snel meer woningen moet bouwen,
iv. een nieuwsbericht op omgevingsweb.nl waarin wordt gesteld dat het woningbouwplan van het kabinet beter, goedkoper en sneller moet
en tenslotte
v. een nieuwsbericht op ad.nl waarin erop wordt ingegaan dat gemeenten in de komende jaren woningen moeten bouwen in gebieden die nu nog groen zijn.
Verder wordt in de brochure aandacht besteed aan de ligging van het aangeboden perceel (afbeeldingen 4 t/m 7) en wordt met plaatjes van huizen een impressie gegeven van de soorten huizen die er zouden mogen worden gebouwd conform de beeldkwaliteitseisen in het ‘Beeldkwaliteitsplan Linten & Kwaliteitszone Ringvaart’. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) wordt weer benoemd en er wordt een ‘Groeikaart Topotijdreis.nl’ getoond, die de groei van de gemeente sinds 1975 tot 2020 weergeeft en waaruit blijkt dat de bebouwing het aangeboden perceel door de jaren heen steeds meer nadert en waaruit volgt dat Zuidplas een groeigemeente is met een verwachte groei van 42% tussen 2018 en 2050. Daarnaast wordt ingegaan op ruimtelijkeplannen.nl.
3.7.
Voorafgaand aan de ondertekening van de koopovereenkomsten heeft [geïntimeerde] een vragenlijst ingevuld. Voor zover van belang heeft [geïntimeerde] daarop het navolgende ingevuld/aangekruist:
4. Wat bent u van plan te doen met de grond en beseft u dat u de grond in principe zelf niet kunt en/of mag gebruiken?
Verkopen met winst
5. Wat is uw eigen inschatting ten aanzien van een eventuele definitieve bestemmingswijziging die zich ten aanzien van de grond kan voordoen?
■ 4 -10 jaar □ 10-20 jaar □ langer dan 20 jaar
6. Beseft u dat er een mogelijkheid bestaat dat er misschien wel nooit een bestemmingswijziging zal plaatsvinden?
■ JA / □ NEE
7. Beseft u dat, indien u op korte termijn de grond weer wenst te verkopen, u verlies kunt lijden op uw huidige investering?
■ JA / □ NEE
8. Beseft u dat als zich een bestemmingsplanwijziging voordoet, dat niet direct hoeft te betekenen dat uw grond interessant wordt voor projectontwikkelaars?
■ JA / □ NEE
(…)
12. Beseft u dat uw investering
niet
AFM gereguleerd is en dat daarmee Verkoper niet onder toezicht staat van de AFM?
■ JA / □ NEE
13. Beseft u dat u een hogere koopprijs betaalt voor de grond dan Verkoper en dat Verkoper op die manier geld verdient. De consequentie kan zijn dat Verkoper veel geld heeft verdiend aan de doorverkoop aan u terwijl u uiteindelijk veel verlies lijdt.
■ JA / □ NEE
14. 14. Beseft u ook dat u waarschijnlijk meer betaalt dan de huidige waarde van de grond?
■ JA / □ NEE
15. Is het u bekend dat sprake is van een (al dan niet directe) A-B-C levering nu het de bedoeling is van Verkoper om gronden aan te kopen met het doel deze met winst door te verkopen?
■ JA / □ NEE
3.8.
In de koopovereenkomst ten aanzien van het perceel in [naam 1] is onder meer de volgende bepaling opgenomen:
22. Koper verklaart - voordat hij deze overeenkomst ondertekend heeft -:
a. kennis te hebben genomen van de brochure alsmede de bepalingen van deze overeenkomst en dat hij zodanige informatie heeft ontvangen, dat de inhoud en de gevolgen van deze overeenkomst hem voldoende voor ogen staan; en
b. kennis te hebben genomen van de huidige planologische bestemming van het verkochte en alle bijbehorende documenten van ruimtelijkeplannen.nl; en
c. ermee bekend te zijn dat (i) het verkochte een onderdeel is van (recent) door verkoper verworven dan wel nog te verwerven percelen, waarbij tussen deze transacties waardestijgingen zitten/zullen zitten, (ii) het verkochte geen jaarlijks rendement oplevert en er geen garantie is voor een (autonome) waardestijging (al dan niet door een bestemmingsplanwijziging) en/of bestemmingswijziging, en (iii) de aard van deze transactie een speculatief karakter heeft, en (iv) het verkochte alleen door koper conform de huidige bestemming mag worden gebruikt en worden beheerd.
d. (…)
3.9.
In de koopovereenkomst ten aanzien van het perceel in Zuidplas is onder meer de volgende bepaling opgenomen:
22. Koper verklaart - voordat hij deze overeenkomst ondertekend heeft -;
a. (…)
b. (…)
c. (…)
d. kennis te hebben genomen van de brochure alsmede de bepalingen van deze overeenkomst en dat hij zodanige informatie heeft ontvangen, dat de inhoud en de gevolgen van deze overeenkomst hem voldoende voor ogen staan; en
e. kennis te hebben genomen van de huidige planologische bestemming van het verkochte, te weten
agrarisch (glastuinbouw)
, en alle documenten die via ruimtelijkeplannen.nl beschikbaar zijn heeft geraadpleegd; en
f. ermee bekend te zijn dat (i) het verkochte een onderdeel is van (recent) door verkoper verworven dan wel nog te verwerven percelen, waarbij tussen deze transacties waardestijgingen zitten/zullen zitten, (ii) het verkochte geen jaarlijks rendement oplevert en er geen garantie is voor een (autonome) waardestijging (al dan niet door een bestemmingsplanwijziging of anderszins een wijziging van het gebruik) en/of bestemmingswijziging, en (iii) de aard van deze transactie een zeer speculatief karakter heeft, en (iv) het verkochte alleen door koper conform de huidige bestemming mag worden gebruikt en worden beheerd als agrarische grond (glastuinbouw).
g. (…)
3.10.
IGN heeft de percelen in [naam 1] en Zuidplas aan [geïntimeerde] geleverd op 30 maart 2023, respectievelijk 17 april 2023. [geïntimeerde] heeft voor de percelen, in totaal, € 148.000,00 betaald.
3.11.
De gemeente Tynaarlo berichtte mr. Buitelaar bij brief van 27 juli 2023, voor zover van belang, onder meer het volgende:
Het perceel heeft volgens de beheersverordening [naam 1] de bestemming agrarisch. Op 28 juni 2023 hebben wij de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage gelegd waarin mogelijke nieuwe woningbouwlocaties zijn opgenomen. Het aangeboden agrarische perceel is niet opgenomen als mogelijke woningbouwlocatie. Ook niet in het Structuurplan 2006, dan wel de Structuurvisie Wonen 2013.
(…)
De meest recente ontwikkeling van woningbouw vindt plaats aan de zuidoostkant van [naam 1] , dit betreft het plan [naam 1] Zuid. Wij verwachten dat met deze uitbreiding de komende jaren kan worden voorzien in de woningbehoefte in [naam 1] . Zodra we weer een noodzaak zien tot uitbreiding, kijken we in eerste instantie naar de rest van het gebied dat in de omgevingsvisie is aangewezen voor woningbouw.
(…)
Het initiatief voor woningbouw voor deze locatie is bij ons bekend. Naar aanleiding van een verzoek hebben wij een initiatiefnemer (namens eigenaar) op 18 oktober 2022 geïnformeerd dat wij geen mogelijkheden zien voor woningbouw (…).
3.12.
De desbetreffende e-mail van 18 oktober 2022 aan de voormalig eigenaar van het perceel in [naam 1] luidt, voor zover van belang, als volgt:
Wij hebben in ons gemeentelijk structuurplan 2006 vastgelegd op welke plekken in de gemeente wij een woningbouwontwikkeling kansrijk achten. Daarbij hebben we onder meer gekeken naar het belang van het behoud van de landschappelijke waarden van aangrenzende gebieden en de logische aansluiting op bestaande woongebieden. Het zoekgebied voor uitbreiding van [naam 1] met woningen is toen komen te liggen aan de oost- en zuidoostkant van [naam 1] .
De meest recente ontwikkeling van woningbouw vindt plaats aan de zuidoostkant van [naam 1] . Wij verwachten dat met deze uitbreiding de komende jaren kan worden voorzien in de woningbehoefte in [naam 1] . Zodra we weer een noodzaak zien tot uitbreiding, kijken we in eerste instantie naar de rest van het gebied dat in ons structuurplan is aangewezen voor woningbouw.
Nu er nog voldoende ruimte is in de gebieden die in ons structuurplan zijn opgenomen, is er geen reden om op andere plekken rond het dorp [naam 1] te kijken naar uitbreidingslocaties. Het perceel agrarische grond waarvan u eigenaar bent komt als gevolg daarvan niet in beeld als wij het dorp [naam 1] willen uitbreiden. Een gesprek hierover is daarom niet zinvol.
3.13.
De gemeente Zuidplas berichtte mr. Buitelaar bij brief van 2 augustus 2023, voor zover van belang, onder meer het volgende:
De gronden zijn gelegen binnen het gebied van de ontwikkeling van het Vijfde dorp. Deze gronden zijn echter, conform het vastgestelde masterplan (vastgesteld door de gemeenteraad in maart 2021), geen onderdeel van het daadwerkelijke ontwikkelgebied waarbinnen het dorp ontwikkeld gaat worden. De gronden maken onderdeel uit van de open, groene ruimte (…) die als buffer zal gaan fungeren tussen het nieuwe dorp en de omgeving. De gemeente bereidt op dit moment dan ook een bestemmingsplan voor waarin de gronden een groene, agrarische bestemming zullen krijgen. Hierop heeft de provincie zijn omgevingsverordening ook aangepast (omgevingsverordening Zuid-Holland – Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder, vastgesteld 12-10-2022). De aanpassing die voor dit perceel van belang is, is de wijziging op kaart 19 Grote buitenstedelijke bouwlocaties. Voorheen lag deze aanduiding op dit gebied waardoor een eventuele ontwikkeling naar wonen mogelijk was. Echter deze aanduiding is uit het provinciaal beleid verwijderd om de ontwikkeling van het Vijfde Dorp mogelijk te maken. Hiermee is ook vanuit de provincie de ontwikkeling tot wonen op het betreffende perceel onmogelijk gemaakt. Hierop zal het bestemmingsplan aangepast worden. Op deze gronden zijn geen ontwikkelingen mogelijk in de vorm van wonen en deze zijn ook niet voorzien vanuit de gemeente.
4Procedure bij de rechtbank
4.1.
Samengevat (en voor zover in hoger beroep nog van belang) heeft [geïntimeerde] bij de rechtbank (primair) gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. te verklaren voor recht dat IGN onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld door (I) beleggingsobjecten aan te bieden aan [geïntimeerde] terwijl IGN niet over een daarvoor benodigde vergunning van de AFM beschikte en/of (II) een handelspraktijk te verrichten die oneerlijk is;
II. IGN te veroordelen tot ongedaanmaking van de gevolgen van de twee koopovereenkomsten door binnen 30 dagen na betekening van het vonnis mee te werken aan de notariële (terug)levering van de twee percelen grond, met bepaling dat IGN de koopsommen aan [geïntimeerde] terugbetaalt en de door [geïntimeerde] gemaakte kosten in verband met de overdracht van de twee percelen aan [geïntimeerde] vergoedt, met rente;
III. te bepalen dat bij gebreke van medewerking aan teruglevering zoals bepaald onder II., IGN binnen 30 dagen na betekening van het vonnis het aan [geïntimeerde] verschuldigde bedrag van € 148.000,00 ook zonder teruglevering van de percelen verschuldigd is, zonder afbreuk te doen aan de gehoudenheid van IGN om ook na afloop van deze termijn medewerking aan teruglevering te verlenen;
IV. IGN te veroordelen in de proceskosten.
4.2.
De rechtbank heeft deze vorderingen van [geïntimeerde] grotendeels toegewezen. Zij heeft hieraan het volgende ten grondslag gelegd.
4.2.1.
IGN heeft zich bediend van een oneerlijke handelspraktijk, bestaande uit een misleidende handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). IGN heeft met de wijze waarop zij de informatie over de percelen aan [geïntimeerde] heeft aangeboden en met de teksten op haar website informatie verstrekt die de gemiddelde consument kan misleiden, waardoor deze een besluit over de aankoop van een perceel grond kan nemen dat hij anders niet zou hebben genomen. De schriftelijke informatievoorziening door IGN is ondermaats, onvolledig en vooral ter aanprijzing en niet ter voorlichting bedoeld. Feitelijk is immers sprake van een uiterst speculatieve en risicovolle belegging, terwijl daarover geen open kaart wordt gespeeld. De onvolkomenheden in de verstrekte informatie worden niet weggenomen door de enkele waarschuwing die IGN in de koopovereenkomsten en vragenlijsten heeft gegeven. IGN, op wie de bewijslast rust, heeft niet aangetoond dat de aan [geïntimeerde] verstrekte informatie juist en volledig is, in die zin dat deze informatie [geïntimeerde] niet kan hebben misleid. [geïntimeerde] is door deze misleidende informatie de koopovereenkomsten aangegaan, die hij anders niet zou hebben gesloten. IGN heeft aldus oneerlijk en daarmee onrechtmatig jegens [geïntimeerde] gehandeld. IGN is in beginsel gehouden de schade die [geïntimeerde] daardoor heeft geleden, te vergoeden. De rechtbank begrijpt de vordering tot ongedaanmaking van [geïntimeerde] aldus, dat hij schadevergoeding anders dan in geld vordert. Dat is toewijsbaar.
4.2.2.
Bij de gevorderde verklaring voor recht dat IGN (ook) onrechtmatig heeft gehandeld doordat zij aan [geïntimeerde] beleggingsobjecten heeft aangeboden zonder dat zij beschikte over een daarvoor benodigde vergunning van de AFM heeft [geïntimeerde] geen belang, omdat IGN op grond van het voorgaande al gehouden is de schade van [geïntimeerde] te vergoeden. In zoverre wijst de rechtbank de gevorderde verklaring voor recht af.
5Hoger beroep
5.1.
IGN vordert vernietiging van het bestreden vonnis en afwijzing, alsnog, van de vorderingen van [geïntimeerde] , met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van het geding in beide instanties, inclusief nakosten en met rente. Daarnaast heeft IGN een incidentele vordering ex artikel 194 e.v. Rv ingesteld. Zij vordert hierbij overlegging door [geïntimeerde] van enkele stukken die volgens haar van belang zijn voor de onderbouwing van haar grieven en verweren.
5.2.
Volgens [geïntimeerde] moet het hof de vorderingen van IGN in het incident afwijzen. Hij concludeert tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van IGN in de kosten van het geding in hoger beroep.
6Beoordeling
6.1.
IGN heeft in hoger beroep negen grieven aangevoerd tegen het bestreden vonnis. Met haar grieven betoogt IGN in de kern dat de koopovereenkomsten niet onder invloed van oneerlijke handelspraktijken zijn gesloten.
Wettelijk kader
6.2.
Niet in geschil is dat [geïntimeerde] heeft gehandeld als consument in de zin van artikel 6:193a lid 1 sub a BW, te weten een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
6.3.
Artikel 6:193a lid 1 sub d BW geeft een definitie van een handelspraktijk: iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een handelaar, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product aan consumenten.
6.4.
Artikel 6:193b lid 1 BW bepaalt dat een handelaar onrechtmatig handelt jegens een consument als hij een handelspraktijk verricht die oneerlijk is. Op grond van artikel 6:193b lid 2 BW is een handelspraktijk oneerlijk als een handelaar handelt (a) in strijd met de vereisten van professionele toewijding en (b) het vermogen van de gemiddelde consument om een geïnformeerd besluit te nemen merkbaar is beperkt of kan worden beperkt, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen. Artikel 6:193b lid 3 BW bepaalt onder meer dat een handelspraktijk in het bijzonder oneerlijk is als een handelaar een misleidende handelspraktijk verricht als bedoeld in artikelen 6:193c tot en met 6:193g BW.
6.5.
Artikel 6:193c lid 1 BW bepaalt dat een handelspraktijk misleidend is als informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden, al dan niet door de algemene presentatie van de informatie, zoals ten aanzien van, onder meer, (a) het bestaan of de aard van het product of (b) de voornaamste kenmerken van het product, zoals voordelen en risico’s, waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.
6.6.
In artikel 6:193j lid 1 BW is bepaald dat de handelaar de materiële juistheid en volledigheid moet bewijzen van de informatie die hij heeft verstrekt. Op grond van het derde lid is een overeenkomst die als gevolg van een oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen, vernietigbaar.
Oneerlijke handelspraktijk
6.7.
Het hof is, met de rechtbank, van oordeel dat IGN zich heeft bediend van een oneerlijke handelspraktijk en daarmee onrechtmatig jegens [geïntimeerde] heeft gehandeld. Dit oordeel berust op het volgende.
6.8.
Op IGN rust de bewijslast over de juistheid en volledigheid van de informatie die zij heeft verstrekt. [geïntimeerde] moet voldoende zijn geïnformeerd over de aard en risico’s van de investeringen en (daarmee samenhangend) de kans op een bestemmingswijziging. IGN heeft in dit verband aangevoerd dat informatie is gegeven in de brochures, op de website en in persoonlijke gesprekken. Verder is hiernaar verwezen in de notariële akten, de koopovereenkomsten en de daarbij behorende vragenlijst en ook IGN en de notaris hebben op de risico’s gewezen, aldus IGN.
De brochures
6.9.
De brochures bevatten een verzameling van nieuwsberichten en citaten over de woningmarkt, de hoge woningnood en wens om te bouwen, en (eerdere en toekomstige) demografische ontwikkelingen van de regio’s Groningen-Assen/Tynaarlo en Zuidplas. In de brochure ‘Propositie Zuidplas | provincie Zuid-Holland’ wordt erop gewezen dat in het ‘Vijfde Dorp’ van Zuidplas 8.000 woningen zullen worden gerealiseerd en dat Zuidplas 14 miljoen euro krijgt van het Rijk voor de bouw van betaalbare woningen. In de brochure ‘Propositie Tynaarlo | Drenthe’ staat dat er in Tynaarlo vóór 2030 900 woningen bij moeten komen en dat de bouwplannen van [naam 1] Zuid in een vergevorderd stadium verkeren. Daarnaast bevatten beide brochures satellietfoto’s met ingetekende plattegronden van de percelen met impressies van het aantal en de soorten huizen die gebouwd zouden mogen worden. Uit de weergegeven groeikaarten blijkt dat de bebouwing de aangeboden percelen door de jaren heen steeds meer nadert. Vervolgens wordt algemene informatie gegeven over ruimtelijkeplannen.nl. Niet is gebleken dat de informatie die hierin gegeven wordt feitelijk onjuist is.
6.10.
Het hof verwijst naar rechtsoverwegingen 4.13 tot en met 4.16 in het bestreden vonnis en neemt deze over. In aanvulling hierop overweegt het hof als volgt.
6.11.
De brochures geven slechts algemene informatie. Door de inhoud, opbouw en samenstelling van de informatie wordt echter wel een misleidend beeld gegeven. De indruk wordt namelijk gewekt dat er vele bouwinitiatieven zijn in Tynaarlo en Zuidplas en dat een bestemmingswijziging van en bebouwing op de aangeboden percelen reële opties zijn, die bovendien op korte termijn te verwachten zijn. De algemene disclaimer aan het einde van de brochures doet daaraan niet af. In dat licht gaat het hof, evenmin als de rechtbank, mee in de stellingen van IGN dat [geïntimeerde] in de brochure over het perceel in [naam 1] een helder onderscheid had kunnen en moeten zien tussen het aangeboden perceel en de reeds bestaande uitbreidingsplannen in [naam 1] Zuid. Ook het standpunt dat duidelijk was (gemaakt) dat het gekochte perceel in Zuidplas geen onderdeel was van het ‘Vijfde Dorp’, wordt niet gevolgd.
6.12.
In de brochures is niet opgenomen (i) dat met landbouwgrond wordt gespeculeerd, (ii) dat er geen enkele garantie is op winst en (iii) dat er een risico bestaat op verlies. De teksten in de brochure zijn veelbelovend en optimistisch van toon en bevatten geen enkele waarschuwing dat wanneer een bestemmingswijziging uitblijft, de grond niet in waarde zal stijgen en dat de koper dan aanzienlijk meer dan de marktwaarde van landbouwgrond zal hebben betaald. IGN had die waarschuwing wel moeten geven. Uit artikel 6:193c lid 1 sub b BW volgt immers dat informatie moet worden gegeven over de voornaamste kenmerken van het product, hier: de grond, waaronder de risico’s die aan de koop ervan verbonden zijn. Het perceel wordt gekocht met een verwachting dat het meer waard zal worden; daar wordt juist op gespeculeerd en dan moet er ook voor worden gewaarschuwd dat dit zich mogelijk niet zal voordoen. Het enkele feit dat onzekerheid inherent is aan speculeren, zoals IGN betoogt, doet daaraan niet af. Het is niet voldoende dat een consument-koper weet dat er een kans is dat hij verlies maakt; hij moet in staat worden gesteld om (bij benadering) een reële inschatting te kunnen maken van de grootte van die kans. Van een handelaar wordt niet verwacht dat hij een ‘waterdichte kansberekening’ opstelt; wel dat hij de consument-koper volledig en juist informeert. Die informatie ontbreekt in de brochures.
6.13.
De brochures moeten dan ook als misleidend worden aangemerkt.
De website
6.14.
Ook de website van IGN waarschuwde onvoldoende voor een risicovolle speculatie of de kans op verlies. De website wekte, net als de brochures, vooral de indruk dat [geïntimeerde] een waardevaste en veilige investering deed. De enkele waarschuwing op de website dat ‘een investering in grond over het algemeen een lange termijn investering is en dat er vooraf niet te bepalen is hoeveel de waarde van de grond zal zijn op het moment van verkoop’, volstaat niet. Deze waarschuwing valt in het niet bij andere, wervende, teksten op de website als: ‘kans op zeer hoge rendementen’, ‘de woningnood is hoog, waardoor er de komende jaren veel gebouwd moet worden’, ‘grond is waardevast en nauwelijks gevoelig voor conjunctuur’ en ‘door schaarste en de woningnood blijft de vraag naar grond groeien’. Daarbij komt dat de waarschuwing zelf al wordt afgezwakt, waar deze ook de bijzin bevat: “Hoewel grond historisch gezien een stabiele waardeontwikkeling laat zien (…)” (zie 3.4 hierboven).
6.15.
Belangrijker is echter dat de waarschuwing algemeen van aard is. Dat geldt ook voor de verdere waarschuwingen waarvan IGN (onder verwijzing naar haar productie 24 in hoger beroep) stelt, maar [geïntimeerde] betwist, dat deze ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomsten op haar website stonden. Zoals de rechtbank al overwoog, kunnen dergelijke algemene waarschuwingen een gebrek aan duidelijke, volledige en eerlijke informatie over de specifiek aan [geïntimeerde] verkochte percelen niet goedmaken. Gelet op het voorgaande passeert het hof het aanbod van IGN haar website developer te horen over de vraag of de laatstbedoelde waarschuwingen op de website stonden op het moment van sluiten van de koopovereenkomsten.
De verkoopgesprekken
6.16.
[geïntimeerde] heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat de vertegenwoordigers van IGN de brochures met hem hebben besproken. Zij hebben hem meegedeeld dat hij een goede deal zou sluiten en dat binnen twee tot vier jaar op de percelen gebouwd zou worden. Ze hebben zeker niet gezegd dat het nog tot 2035 zou kunnen duren, zoals IGN stelt, want [geïntimeerde] was al met pensioen, zou tegen die tijd dik in de 80 zijn en deze investeringen waren uitdrukkelijk bedoeld als pensioenpotje, aldus [geïntimeerde] . Het was ‘now or never’, zei een vertegenwoordiger van IGN tijdens één van de gesprekken; er waren meer mensen die het perceel in Zuidplas wilden kopen.
6.17.
IGN heeft dit weliswaar weersproken, maar – ondanks dat op haar de bewijslast rust – die ontkenning niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld middels gespreksverslagen, dossiernotities of schriftelijke verklaringen van haar vertegenwoordigers bij de gesprekken. Van een gestandaardiseerd verkoop(gespreks)script is niet gebleken. Ter zitting in hoger beroep heeft [naam 2] (directeur-grootaandeelhouder van IGN, hierna: [naam 2] ) wel verklaard dat hij [geïntimeerde] voor de risico’s heeft gewaarschuwd tijdens het gesprek over het perceel in Tynaarlo, maar [geïntimeerde] heeft dit betwist en onvoldoende duidelijk is geworden dat [naam 2] tijdens dit gesprek de misleidende informatie uit de brochure en de algemene informatie van de website in het juiste perspectief heeft geplaatst. [naam 2] heeft bovendien verklaard dat hij de Structuurvisie Wonen 2013 van de gemeente Tynaarlo wel kende, maar heeft kennelijk geen aanleiding gezien de (mogelijke) betekenis van dit stuk voor de waarde van de investering met [geïntimeerde] te delen (zie 3.11 hierboven). Wat IGN [geïntimeerde] heeft voorgehouden over de risico’s met betrekking tot het perceel in Zuidplas, is in het geheel niet onderbouwd.
6.18.
IGN heeft bewijs aangeboden van haar stelling dat haar vertegenwoordigers [geïntimeerde] hebben geïnformeerd over de risico’s, door het horen van [naam 2] en (andere) verkoopmedewerkers. Het hof oordeelt echter dat aan nadere bewijslevering niet wordt toegekomen omdat IGN op dit punt niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Ook in hoger beroep heeft IGN niet voldoende concreet gesteld welke informatie zij [geïntimeerde] bij de verkoopgesprekken heeft verstrekt over de risico’s van de voorgenomen aankoop. Hierna zal blijken dat de overige stellingen van IGN (over de koopovereenkomsten, vragenlijst(en), de notaris en de informatiepositie en onderzoeksplicht van [geïntimeerde] ) dit niet anders maken.
De koopovereenkomsten en vragenlijst(en)
6.19.
Anders dan IGN stelt bevatten de koopovereenkomsten geen duidelijke, en evenmin concrete, waarschuwingen. In de koopovereenkomsten is weliswaar opgenomen dat [geïntimeerde] verklaart kennis te hebben genomen van de brochure en de informatie die behoort bij het verkochte, maar zoals hierboven is overwogen volstond deze informatie allerminst. In de koopovereenkomsten staat verder dat er geen garantie is voor waardestijging en/of bestemmingswijziging en dat de aard van deze transacties speculatief is. Deze mededelingen zijn (net als die op de website van IGN) algemeen van aard. Uit wat is overwogen over de brochures en de verkoopgesprekken, volgt dat [geïntimeerde] , gezien wat hem verder werd voorgehouden, ervan mocht uitgaan dat het zeer waarschijnlijk was dat deze percelen zouden renderen.
6.20.
In de hiervoor aangehaalde vragenlijst heeft [geïntimeerde] in dit verband ook expliciet aangegeven dat hij uitging van een termijn van bestemmingswijziging van tussen vier en tien jaar. IGN heeft (meermaals) onderkend dat een dergelijk korte termijn (in verband met deze percelen) niet realistisch is. Dit had voor IGN aanleiding moeten zijn om die verwachting met [geïntimeerde] te bespreken en bij te doen stellen, zeker gelet op de leeftijd van [geïntimeerde] op het moment van de koop. Dit heeft zij echter kennelijk niet gedaan, ondanks dat zij (inmiddels) stelt dat haar vertegenwoordigers deze vragenlijst met [geïntimeerde] hebben doorgenomen. Hoewel IGN ook (door [geïntimeerde] betwist) stelt dat de notaris een vragenlijst met [geïntimeerde] heeft doorgenomen, stelt zij niet dat de notaris de relevantie van de gestelde vragen heeft uitgelegd in de context van de informatie zoals die uit de brochures bleek. De vragenlijsten bevatten dezelfde, algemene, waarschuwingen waarover hierboven meermaals is overwogen dat deze niet volstaan.
De notaris
6.21.
Volgens IGN heeft de notaris [geïntimeerde] voorafgaand aan de levering nog nadrukkelijk gewezen op het speculatieve karakter van de investering, waaronder het risico dat de volledige inleg verloren kon gaan. Daarbij is het risicoprofiel ter verduidelijking vergeleken met een kansspel, zoals een casino, aldus IGN. Dit betreft de gebruikelijke Belehrung. Er heeft bovendien nog een telefonisch contactmoment met de notaris plaatsgevonden om te verifiëren of [geïntimeerde] de risico's begreep en de koop wenste voort te zetten, zo stelt IGN. Daarnaast gold de afspraak dat, indien twijfel bestond bij de koper, de koopovereenkomst zonder consequenties kon worden ontbonden, met restitutie van eventuele betalingen. Deze werkwijze is ook daadwerkelijk toegepast. Van enige twijfel bij [geïntimeerde] is zowel de betrokken notaris als IGN echter nimmer gebleken. [geïntimeerde] heeft, ondanks de herhaalde waarschuwingen en geboden gelegenheid tot heroverweging, geen aanleiding gegeven om de koop niet door te laten gaan, aldus IGN.
6.22.
Het hof brengt in herinnering het uitgangspunt dat IGN [geïntimeerde] voorafgaand aan en ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomsten voldoende moest hebben geïnformeerd over de aard van zijn aankoop en mogelijke risico’s, om een weloverwogen besluit te kunnen nemen. Voor het oordeel of IGN zich schuldig heeft gemaakt aan een oneerlijke handelspraktijk is dus niet van doorslaggevend belang wat de notaris bij de levering in het kader van zijn Belehrungspflicht met [geïntimeerde] heeft besproken en evenmin wat er in de notariële akten staat. De koopovereenkomst was toen immers al gesloten, mede op basis van de informatie die IGN (niet) aan [geïntimeerde] had verstrekt. IGN kan zich niet verschuilen achter het handelen van de notaris. Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven of de notaris [geïntimeerde] de gelegenheid heeft geboden om nog van de koop af te zien. Ook het aanbod van IGN de notaris(sen) te horen wordt gepasseerd.
Informatiepositie en onderzoeksplicht [geïntimeerde]
6.23.
IGN heeft ter zitting in hoger beroep nog aangevoerd dat het ging om een getrapt verkoopproces, zonder tijdsdruk, met veel momenten om zelf onderzoek te doen en informatie te wegen. Alle documentatie was in het Nederlands en er was een groot aantal investeringsproducten om uit te kiezen. [geïntimeerde] is academisch geschoold en heeft lang een eigen onderneming gedreven als huisarts. Hij is dus als ervaren professional gewend om tegenwicht te bieden in gesprekken, kritisch door te vragen, informatie te controleren (onder meer op ruimtelijkeplannen.nl) en niet zomaar aannames te doen. Hij woont in een huis met een hoge WOZ-waarde en is bovendien bekend met investeren en beleggen. Alles wijst er dus op dat [geïntimeerde] goed geïnformeerd was, en dat hij extreem oplettend en omzichtig had moeten handelen, aldus steeds IGN.
6.24.
Deze stellingen van IGN, wat hiervan verder ook zij, doen niet af aan het uitgangspunt dat van IGN verwacht mag worden dat de gegeven informatie correct en compleet is. IGN kan zich niet verweren door die informatieplicht vervolgens af te schuiven op (de veronderstelde informatiepositie en een onderzoeksplicht van) [geïntimeerde] , onder meer door (verder) te stellen dat [geïntimeerde] middels wat (voorgedrukt) is opgenomen in de koopovereenkomsten en de vragenlijst ‘heeft verklaard dat hij zelf onderzoeken heeft uitgevoerd en dat hij op de hoogte is van de planologische kenmerken van de te kopen percelen’. De onderzoeksplicht van de consument-koper bij een grondtransactie als deze gaat niet zo ver dat hij moet controleren of een professioneel handelaar als IGN in zijn brochure wel de op dat moment geldende ruimtelijke plannen heeft vermeld. [geïntimeerde] mocht er in de gegeven omstandigheden zonder meer vanuit gaan dat dit het geval was.
6.25.
Daarnaast heeft [geïntimeerde] onderkend dat het ging om speculatie, waaraan in het algemeen risico’s kleven. Er is hem echter in verband met de onderhavige percelen voorgespiegeld dat wel binnen, in ieder geval, vier, maximaal tien jaar rendement te verwachten viel. Deze verwachting van [geïntimeerde] (zoals [geïntimeerde] die in de vragenlijst tot uitdrukking heeft gebracht) is althans niet getemperd. Ook al stelt IGN (ook ter zitting in hoger beroep nog) dat rendement nog steeds mogelijk is, met meer dan algemeenheden komt zij niet. Van enige reële verwachting dat de komende jaren een bestemmingswijziging en daarmee een voor [geïntimeerde] relevante waardestijging zal plaatsvinden, is (nog altijd) niet gebleken. Sterker, de van de gemeenten Zuidplas en Tynaarlo verkregen informatie, die is toegespitst op de door [geïntimeerde] gekochte percelen (zie 3.11 tot en met 3.13 hierboven), wijst juist op het tegendeel; in Zuidplas, bijvoorbeeld, zal het uitwerken van een woningbouwprogramma met betrekking tot het perceel van [geïntimeerde] tot minimaal 2035 niet aan de orde zijn. De gemeente heeft dit bij brief van 26 maart 2026 nog eens bevestigd.
Overige stellingen
6.26.
Omdat bij de beoordeling (enkel) van belang is in hoeverre IGN [geïntimeerde] ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomsten (eind 2022/begin 2023) heeft geïnformeerd over de aard en risico’s van de investering en de kans op een bestemmingswijziging, kunnen de stellingen van partijen over de Kamerbrieven van 13 juli 2023 en 20 november 2025 verder onbesproken blijven.
6.27.
Hetzelfde geldt voor de stellingen die IGN in hoger beroep heeft ingenomen over de ontwikkelingen met betrekking tot de gemeente Zuidplas in 2025 en de gemeente Tynaarlo in 2024. Deze ontwikkelingen zien overigens niet concreet op de percelen van [geïntimeerde] , zodat deze ook daarom niet afdoen aan wat hiervoor is overwogen.
Incidentele vordering ex artikel 194 e.v. Rv
6.28.
Bij haar incidentele vordering vordert IGN afschrift van de aangiften inkomstenbelasting van [geïntimeerde] , waarin de gekochte percelen zijn opgenomen. Daaruit blijkt hoe [geïntimeerde] de aangekochte percelen fiscaal heeft gewaardeerd, en dus wat zijn eigen inschatting was van de marktwaarde ervan. Als in Box 3 de percelen tegen agrarische waarde zijn opgenomen, dan blijkt daaruit dat [geïntimeerde] wist dat er geen concrete overheidsplannen waren voor bestemmingswijziging. Ook de correspondentie tussen [geïntimeerde] en de notaris wordt gevorderd. Volgens IGN zal hieruit blijken dat [geïntimeerde] uitgebreid is voorgelicht over en gewaarschuwd voor de risico’s van de aankoop.
6.29.
Nog los van de vraag of het laattijdig instellen van deze vordering niet in strijd is met de goede procesorde, is deze al niet toewijsbaar omdat de gevorderde stukken zien op feiten en omstandigheden die zich hebben voorgedaan na het sluiten van de koopovereenkomsten. Zoals in het voorgaande is overwogen, moet het hof de gang van zaken ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomsten beoordelen. Voor zover de notaris al voorafgaand aan het sluiten van de koopovereenkomsten contact heeft opgenomen met [geïntimeerde] , geldt dat dit, volgens eigen zeggen van IGN ter zitting in hoger beroep, telefonisch is gebeurd. En voor zover de notaris [geïntimeerde] daarbij (of nadien nog schriftelijk) heeft gewaarschuwd voor het speculatieve karakter van de transacties en (dus) de risico’s, geldt dat dit hooguit algemene waarschuwingen zullen zijn geweest, die [geïntimeerde] ook al eerder heeft kunnen zien op (onder meer) de website van IGN en in de vragenlijst(en) (zie 3.4 en 3.7 hierboven). Daarmee is nog niets gezegd over de specifieke percelen waarop de koopovereenkomsten betrekking hebben. Ten aanzien van de aangiften inkomstenbelasting geldt dat zij naar het oordeel van het hof geen relevant licht op de zaak kunnen werpen, omdat het geschil niet draait om de vraag of [geïntimeerde] wist dat de door hem gekochte percelen een agrarische bestemming (met de bijbehorende waarde) hadden, maar om de vraag of IGN [geïntimeerde] deugdelijk heeft geïnformeerd over de kans dat die bestemming op korte termijn zou wijzigen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat de aangiften inkomstenbelasting voor de beantwoording van die vraag relevant zijn.
6.30.
De gevorderde stukken zijn dan ook niet relevant voor de beoordeling. Het hof zal deze vordering afwijzen wegens gebrek aan belang.
Slotsom, bewijsaanbod en kosten
6.31.
IGN heeft zich bediend van een oneerlijke handelspraktijk. Het betreft hier uiterst speculatieve en risicovolle beleggingen, maar IGN heeft dat gegeven zoveel mogelijk geminimaliseerd. Als [geïntimeerde] op een realistische wijze was voorgelicht, was hij niet tot aankoop overgegaan. IGN heeft dus onrechtmatig gehandeld jegens [geïntimeerde] en [geïntimeerde] heeft hierdoor schade geleden. IGN moet de koopsommen aan [geïntimeerde] terugbetalen, [geïntimeerde] zal de percelen aan IGN moeten terugleveren en IGN zal de hiermee gepaard gaande kosten moeten dragen, een en ander zoals de rechtbank heeft beslist. Alle grieven van IGN stuiten hierop af.
6.32.
Het hoger beroep heeft dus geen succes. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd. IGN is in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep. IGN wordt ook veroordeeld in de kosten van [geïntimeerde] in verband met de incidentele vordering ex artikel 194 e.v. Rv (waarop hij ter zitting in hoger beroep heeft gereageerd). Het hof rekent hiervoor een half procespunt en stelt de proceskosten in hoger beroep als volgt vast:
- griffierecht € 2.129,00
- salaris advocaat € 9.492,50 (tarief € 3.797,00, 2,5 punt)
Totaal € 11.621,50.
7Beslissing
Het hof:
wijst af de vordering ex artikel 194 e.v. Rv van Vastgoed Neder-land B.V.;
bekrachtigt het bestreden vonnis;
veroordeelt Vastgoed Neder-land B.V. in de proceskosten in hoger beroep, tot nu vastgesteld op € 11.621,50.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.E. van Neck, I. de Greef en R.L. de Graaff en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 1 september 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|