Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:27842 
 
Datum uitspraak:27-08-2026
Datum gepubliceerd:01-10-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:K/4502/12294232
Rechtsgebied:Arbeidsrecht
Indicatie:kort geding; loonvordering.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
glastuinbouw
levensonderhoud
loonbelasting
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
DEN HAAG


RvdB a

Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Den Haag

Zaaknummer: 12294232 \ RL EXPL 26-14221


Vonnis in kort geding van 27 augustus 2026


in de zaak van



[eisende partij]
,
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. J. Marges,

tegen


PMR DIENSTEN B.V.,
gevestigd te De Lier, gemeente Westland,
gedaagde partij,
hierna te noemen: PMR,
gemachtigde: mr. P.H.J. Körver.





1De procedure


1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:


de dagvaarding van 17 juli 2026 met 3 producties;


het bericht met 1 productie van PMR;


de akte van [eisende partij] ;


de (antwoord)akte van PMR.





1.2.
Op 30 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. [eisende partij] is verschenen, bijgestaan door zijn advocaat. Namens PMR is verschenen de heer [naam] , bijgestaan door haar advocaat.





2De feiten


2.1.

[eisende partij] is op 2 februari 2026 op basis van een nul-uren-arbeidsovereenkomst in de functie van medewerker glastuinbouw in dienst getreden bij PMR. De overeengekomen arbeidsduur is 0 tot 38 per week tegen een uurloon van € 15,09 bruto. Volgens de arbeidsovereenkomst moet het loon na afloop van iedere 4-weekse periode worden betaald aan de werknemer.



2.2.
De arbeidsovereenkomst eindigt op 16 oktober 2026. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Glastuinbouw (hierna: “de CAO”) van toepassing. Op basis van de CAO moet PMR over ieder gewerkt uur ook betalen: een vakantietoeslag van 8,33% en vergoeding voor niet-opgenomen verlofuren van 9,77%.



2.3.
Na 20 april 2026 heeft [eisende partij] zijn werkzaamheden gestaakt. Tot dat moment heeft hij voor PMR 393,5 uren gewerkt. Voor deze uren heeft [eisende partij] € 3.000,- contant ontvangen en € 246,74 via een bancaire overschrijving. Een deel van zijn loon en vergoeding voor niet-opgenomen verlofuren is onbetaald gebleven.



2.4.
Op 15 juni 2026 heeft de gemachtigde van [eisende partij] PMR gesommeerd om het achterstallig loon, de vakantietoeslag en vergoeding voor niet-opgenomen verlofuren binnen vier dagen te betalen. PMR heeft hier niet op gereageerd.





3Het geschil


3.1.

[eisende partij] vordert - samengevat - veroordeling van PMR tot betaling van € 7.003,75 bruto minus het ontvangen bedrag € 3.246,74 netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging wegens te late betaling van 50% over het hiervoor genoemde bedrag, vermeerderd met rente en kosten.



3.2.

[eisende partij] baseert zijn vordering op het volgende. Hij heeft gewerkt voor PMR maar heeft daar niet volledig voor betaald gekregen. PMR is op basis van de arbeidsovereenkomst en de CAO daar wel toe verplicht.



3.3.
PMR is het daar niet mee eens. PMR erkent dat een deel niet is betaald, maar niet het door [eisende partij] aangegeven bedrag. Volgens PMR heeft zij € 4.246,74 betaald. Als een wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:265 BW wordt toegewezen, moet deze volgens PMR worden gematigd.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





4De beoordeling


Het beoordelingskader van de rechter in kort geding



4.1.
Een vordering in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe hoog de verwachting is dat de vordering in een gewone (bodem)procedure wordt toegewezen. Bij een vordering zoals betaling van een geldsom, moet de kantonrechter volgens vaste rechtspraak terughoudend beoordelen. Dat heeft er onder meer mee te maken dat in een kortgedingprocedure geen ruimte is voor diepgaand onderzoek naar bestreden feiten of voor bewijslevering. Ook moet de kantonrechter bij de afweging van de belangen van partijen het risico van onmogelijkheid van terugbetaling meenemen, voor het geval de bodemrechter anders zou beslissen. Aan deze vereisten is in dit geval voldaan. De kantonrechter overweegt als volgt.



4.2.
Met het ontvangen loon voorziet iemand doorgaans in zijn/haar levensonderhoud. Een loonvordering is daarom naar haar aard vrijwel altijd spoedeisend. In dit geval is voldoende gebleken dat [eisende partij] een spoedeisend belang heeft bij de door hem gevorderde betaling.


PMR moet alsnog het loon en niet-opgenomen verlofuren betalen




4.3.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft PMR een toelichting gegeven op (een deel van) de door haar gedane loonbetaling. Ook heeft zij kwitanties meegenomen waaruit zou blijken welke bedragen contant zijn uitgekeerd.



4.4.
Partijen zijn het erover eens dat [eisende partij] in totaal € 5.705,76 netto tegoed had voor de door hem gewerkte uren. De kantonrechter zal dit bedrag daarom als uitgangspunt nemen. PMR stelt dat zij € 4.246,74 daarvan heeft betaald en onderbouwt dit door overlegging van zes kwitanties van € 500,- per stuk. [eisende partij] erkent dat hij zes keer een bedrag van € 500,- contant heeft ontvangen en dat hij via de bank € 246,74 heeft ontvangen. Dat betekent dat [eisende partij] in totaal € 3.246,74 heeft ontvangen van PMR. Volgens PMR zou [eisende partij] ook het restantbedrag van € 1.000,- contant hebben ontvangen, maar dit heeft zij niet onderbouwd. PMR zal daarom worden veroordeeld tot betaling van € 2.459,02 als achterstallig loon.



4.5.
PMR heeft niet weersproken dat [eisende partij] geen vergoeding heeft gekregen voor de niet-opgenomen verlofuren. De vordering tot betaling van € 579,39 bruto zal daarom worden toegewezen.



4.6.
Dit brengt de kantonrechter tot de conclusie dat PMR een bedrag van € 2.459,02 netto moet betalen wegens achterstallig loon. Uiteraard moet PMR daarover de verschuldigde loonbelasting en sociale premies afdragen. Daarom zal PMR worden veroordeeld tot betaling van het bruto equivalent dat hoort bij € 486,71 netto. Ook moet PMR een bedrag betalen van € 579,39 bruto wegens onbetaalde niet-opgenomen verlofuren.



4.7.
Dat de vorderingen tot betaling van het hiervoor onder 4.6. genoemde bedrag in een bodemprocedure zullen worden toegewezen, is zeer aannemelijk. Tegen die achtergrond, en gelet op de omstandigheid dat [eisende partij] als (oud-)werknemer in verhouding tot PMR in een afhankelijke positie verkeert en de toegewezen bedragen nodig zijn voor zijn levensonderhoud, weegt het bestaan van een eventueel restitutierisico niet zo zwaar dat dat tot afwijzing van de vordering zou moeten leiden.


Maximale wettelijke verhoging uit artikel 7:625 BW




4.8.
PMR heeft niet weersproken dat zij (een deel van) het loon en de niet-opgenomen verlofuren te laat heeft betaald. PMR heeft geen reden gegeven waarom zij later heeft betaald dan dat zij verplicht was op basis van de arbeidsovereenkomst. De vordering tot toepassing van wettelijke verhoging uit artikel 7:625 BW over het toegewezen bedrag zal daarom worden toegewezen. De kantonrechter bepaalt dat de wettelijke verhoging uit artikel 7:625 BW zal worden vastgesteld op 30%.

PMR moet daarom ook proceskosten betalen




4.9.
PMR is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [eisende partij] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging. In dat geval betaalt [eisende partij] een lager griffierecht. Nu uit de dagvaarding volgt dat [eisende partij] explootkosten heeft gemaakt, zal PMR ook worden veroordeeld tot betaling daarvan. De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:









- dagvaarding


€


155,67







- griffierecht


€


93,00







- salaris gemachtigde


€


577,00







- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


969,67













5De beslissing

De kantonrechter:


5.1.
veroordeelt PMR om aan [eisende partij] te betalen:


i) het bruto equivalent behorend bij een bedrag van € 2.459,02 netto wegens achterstallig loon; en


ii) een bedrag van € 579,39 bruto wegens onbetaalde niet-opgenomen verlofuren,





5.2.
de hiervoor genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 30% over voornoemd bedrag, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, vanaf het moment waarop de betaling had moeten plaatsvinden, tot de dag waarop het volledig is betaald,



5.3.
veroordeelt PMR in de proceskosten van € 969,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als PMR niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.









Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.M.G. van den Boorn en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.
Link naar deze uitspraak