|
|
|
| ECLI:NL:CBB:2026:486 | | | | | Datum uitspraak | : | 01-10-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 12-10-2026 | | Instantie | : | College van Beroep voor het bedrijfsleven | | Zaaknummers | : | 24/801 | | Rechtsgebied | : | Bestuursrecht | | Indicatie | : | Beslissing 8:29 Awb. Beperkte kennisneming is gerechtvaardigd vanwege persoons- en bedrijfsgegevens. | | Trefwoorden | : | bestuursdwang | | | landbouw | | | veehouderij | | Wetreferenties | : | Algemene wet bestuursrecht 8:29
| | | | Uitspraak | beslissing
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 24/801
beslissing van de rechter-commissaris op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
[naam] , te [woonplaats] ( [naam] )
(gemachtigde: mr. M.J.J.E. Stassen)
en
de staatssecretaris (voorheen de minister) van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
(gemachtigde: mr. A.M.H. van de Wal)
Procesverloop
[naam] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van 19 juli 2024 waarin het bezwaar van [naam] ongegrond is verklaard.
De staatssecretaris heeft de vertrouwelijke versie van een aantal gedingstukken ingezonden en meegedeeld dat uitsluitend het College kennis zal mogen nemen van deze stukken.
Het betreft (delen van) de volgende stukken:
- Factuur 1: Factuurnummer 230527 met als factuurdatum 2 mei 2023;
- Factuur 2: Factuurnummer 230543 met als factuurdatum 17 mei 2023;
- Factuur 3: Factuurnummer 230641 met als factuurdatum 1 juni 2023;
- Factuur 4: Factuurnummer 230654 met als factuurdatum 27 juni 2023;
- Factuur 5: Factuurnummer 230658 met als factuurdatum 27 juni 2023;
- Factuur 6: Factuurnummer 230844 met als factuurdatum 8 augustus 2023;
- Factuur 7: Factuurnummer 231029 met als factuurdatum 6 oktober 2023;
- Factuur 8: Factuurnummer 201960 met als factuurdatum 24 april 2023;
- Factuur 9: Factuurnummer 23010043 met als factuurdatum 27 april 2023;
- Factuur 10: Factuurnummer 23010062 met als factuurdatum 22 juni 2023.
[naam] heeft een reactie gegeven.
Overwegingen
1. In deze zaak heeft de staatssecretaris uit een oogpunt van dierenwelzijn met toepassing van bestuursdwang handhavend opgetreden ten aanzien van de veehouderij van [naam] . De staatssecretaris heeft de kosten van de bestuursdwang verhaald op [naam] .
2 De staatssecretaris heeft verzocht dat alleen het College van de niet bewerkte versies van bovengenoemde stukken kennis zal nemen. Volgens de staatssecretaris zijn de persoonsgegevens en bedrijfskenmerken van de bij de inbeslagname betrokken opslaghouder, dierenarts, transporteur, taxateur en medewerkers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland weggelakt om de persoonlijke levenssfeer van deze personen te beschermen. De openbaarmaking van deze gegevens zou volgens de staatssecretaris kunnen leiden tot een onevenredig nadeel voor de betrokken personen, terwijl deze gegevens voor [naam] niet noodzakelijk zijn om zijn belangen naar behoren te kunnen bepleiten. Daarnaast stelt de staatssecretaris er belang bij te hebben om ook in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft.
3. Op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist het College of de weigering dan wel beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is. Met toepassing van artikel 8:12 van de Awb heeft het College mr. W.C.E. Winfield opgedragen om als rechter-commissaris deze beslissing te nemen.
4 Bij deze beslissing moet de rechter-commissaris belangen tegen elkaar afwegen. Aan de ene kant speelt hierbij het belang dat partijen beschikken over dezelfde voor het beroep relevante informatie en het belang dat het College beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Aan de andere kant kan kennisneming van bepaalde gegevens door de ene partij het belang van een betrokkene onevenredig schaden, terwijl de staatssecretaris er belang bij heeft ook in de toekomst de informatie aangeleverd te krijgen die hij voor een goede uitoefening van zijn taken nodig heeft.
5 In het geval van beroepshalve functioneren kan slechts in beperkte mate een beroep worden gedaan op het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer moet per geval worden afgewogen in het licht van de onder 4 genoemde belangen. De rechter-commissaris oordeelt dat beperking van de kennisneming van de onderhavige facturen gerechtvaardigd is. De weggelakte delen van de facturen bevatten persoonsgegevens, contactgegevens en bankgegevens van verschillende niet bij deze procedure betrokken personen. De betrokken personen hebben er belang bij dat deze gegevens vertrouwelijk blijven, omdat kennisneming van deze informatie door alle partijen tot een onevenredig nadeel voor betrokkenen zal kunnen leiden en een inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer tot gevolg zal kunnen hebben. Hoewel [naam] stelt dat hij er belang bij heeft om de facturen in te kunnen zien omdat de beroepsgronden ook betrekking hebben op de kosten van de toegepaste bestuursdwang, betreffen de weggelakte gegevens steeds een klein deel van de stukken in hun geheel en doen daarmee geen afbreuk aan de begrijpelijkheid van deze stukken. De door de staatsecretaris in rekening gebrachte bedragen zijn immers niet weggelakt, zodat [naam] wel inzicht heeft in de gemaakte kosten. Vooralsnog valt niet in te zien dat [naam] wezenlijk wordt beperkt in zijn mogelijkheid de hoogte van die kosten aan te vechten. Tot slot heeft de rechter-commissaris ook het belang meegewogen van de staatssecretaris om ook in de toekomst medewerking van derden te verkrijgen die hij nodig heeft voor een goede uitoefening van zijn taken.
6 Het College kan alleen met toestemming van de andere partij mede op de grondslag van die stukken uitspraak doen. [naam] wordt verzocht om uiterlijk op de zitting van zijn beroep dat gepland staat voor 9 oktober 2026 kenbaar te maken of hij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken factuur 1 tot en met 10 uitspraak doet op het beroep.
Beslissing
De rechter-commissaris:
- beslist dat de gevraagde beperking van de kennisneming van de stukken factuur 1 tot en met 10 gerechtvaardigd is;
- verzoekt [naam] om uiterlijk op de zitting van zijn beroep dat gepland staat voor 9 oktober 2026 aan het College kenbaar te maken of hij ermee instemt dat het College mede op grondslag van de vertrouwelijke versie van de stukken factuur 1 tot en met 10 uitspraak doet op het beroep.
Deze beslissing is genomen op 1 oktober 2026 door mr. W.C.E. Winfield, in aanwezigheid van mr. E.M.M.A. Driessen, griffier.
w.g. W.C.E. Winfield w.g. E.M.M.A. Driessen | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|