Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:HR:2026:1439 
 
Datum uitspraak:11-09-2026
Datum gepubliceerd:11-09-2026
Instantie:Hoge Raad
Zaaknummers:25/03570
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:HR verklaart het beroep in cassatie n-o.
Trefwoorden:aow
 
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER


Nummer 25/03570

Datum 11 september 2026

ARREST

op het door [X] (hierna: belanghebbende), vertegenwoordigd door A.M.H. Hogervorst, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 2 september 2025, nr. 24/3122.




1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

1.1
Belanghebbende heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan met betrekking tot het voor de cassatieprocedure verschuldigde griffierecht. De griffier van de Hoge Raad heeft naar aanleiding daarvan informatie bij belanghebbende ingewonnen, en heeft in de verstrekte informatie geen aanleiding gezien van heffing van griffierecht af te zien.


1.2
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 20 februari 2026 gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en voor de betaling daarvan een termijn van vier weken gesteld. Deze brief is volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres. Het griffierecht is niet voldaan.


1.3
De griffier van de Hoge Raad heeft op 25 maart 2026 een bericht in het digitale dossier van belanghebbende geplaatst waarbij belanghebbende in de gelegenheid is gesteld mee te delen waarom het griffierecht niet is betaald. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in dit digitale dossier is eveneens op 25 maart 2026 een kennisgeving verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Op grond hiervan neemt de Hoge Raad aan dat belanghebbende dit bericht heeft ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, lid 2, Awb, op 25 maart 2026.


1.4
Belanghebbende heeft van de hiervoor bedoelde gelegenheid geen gebruik gemaakt. De Hoge Raad is van oordeel dat de griffier terecht geen aanleiding heeft gezien van heffing van griffierecht af te zien. Op grond van de door belanghebbende overgelegde documenten acht de Hoge Raad namelijk niet aannemelijk dat zijn maandelijkse netto-inkomen in de hier van belang zijnde periode minder bedraagt dan 95 procent van de in dit geval relevante (maximale) bijstandsnorm voor een alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd.


1.5
Het beroep in cassatie moet daarom op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.




2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2026.
Link naar deze uitspraak