|
|
|
| ECLI:NL:OGEAC:2026:106 | | | | | Datum uitspraak | : | 25-06-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 22-07-2026 | | Instantie | : | Gerecht in eerste aanleg van Curaçao | | Zaaknummers | : | CUR202601197 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Buren, hinder, honden | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | geluidshinder | | | perceel | | | | Uitspraak | GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202601197
Vonnis in kort geding van 25 juni 2026
in de zaak van
1[EISER], wonend in Curaçao, 2. [EISERES], wonend in [woonplaats], Nederland,
eisers, gemachtigde: mr. R.E. Martis,
tegen
[GEDAAGDE],
wonend in Curaçao, gedaagde, procederend in persoon.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 13 april 2026,
de verweerbrief van gedaagde;
de (nadere) producties van partijen;
de mondelinge behandeling van 20 mei 2026 en de voortzetting daarvan, in aanwezigheid van partijen en de gemachtigde van eisers, op 11 juni 2026;
de pleitnotitie van de gemachtigde van eisers.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2De feiten
Uitgegaan wordt van de volgende feiten:
Eisers zijn eigenaar van het perceel […]. Gedaagde is eigenares van het aangrenzende perceel [...].
Eisers zijn voornemens op hun perceel appartementen te laten bouwen voor verhuur aan toeristen.
Gedaagde woont op haar perceel. Zij heeft honden (bullies). In 2025 heeft gedaagde aan de kant van eisers een overkapping met betonnen pilaren laten bouwen. Die pilaren staan op een paar centimeter afstand van de ter plaatse aanwezige, door eisers of hun rechtsvoorgangers opgetrokken (scheids)muur. Op het perceel van gedaagde zijn ook hondenhokken gebouwd, vlakbij de grens met het perceel van eisers.
Begin 2026 is het perceel van eisers in hun opdracht opgemeten door het Kadaster.
3De vordering
Eisers vorderen, samengevat, dat gedaagde bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad en op straffe van verbeurte van dwangsommen:
te bevelen de bouwwerkzaamheden op het perceel van eisers te staken;
te bevelen al het grensoverschrijdend gebouwde af te breken;
te bevelen een eind te maken aan de hinder (geluids- en stankoverlast) veroorzaakt door gedaagdes honden en door op het perceel van eisers stromend verontreinigd water;
te bevelen te dulden dat eisers gebruik maken van het perceel van gedaagde bij door eisers op hun perceel te verrichten bouwactiviteiten.
4De beoordeling
4.1.
Voor toewijzing van voorzieningen in kort geding is, naast spoedeisend belang, vereist dat aangenomen kan worden dat de desbetreffende vorderingen in een eventuele bodemprocedure zullen worden toegewezen. Voor nader feitenonderzoek en bewijslevering is in kort geding in beginsel geen plaats. Met dit uitgangspunt wordt het volgende overwogen.
Vordering a) staken bouw
4.2.
Niet gebleken is dat gedaagde nu nog aan het bouwen is. Het belang bij vordering a) is dan ook vervallen, zodat deze zal worden afgewezen.
Vordering b)
4.3.
Vordering b) kan evenmin slagen. Volgens eisers blijkt uit de plot grensuitzetting van maart 2026 dat vanuit het perceel van gedaagde 19.3 m2 grensoverschrijdend is gebouwd. Gedaagde heeft dit betwist. Zij heeft voorts betwist dat het haar bekend was dat de ‘papieren’ erfgrens afweek van de ter plaatse door eisers gebouwde (scheids)muur. Deze muur staat volgens eisers geheel op hun perceel, maar niet is gebleken dat dit ter plaatse waarneembaar was. Gedaagde heeft ook betwist dat zij door haar verkoper erop zou zijn gewezen dat de kadastrale grens afweek van de feitelijke grens (de muur). De door eisers overgelegde verklaring van […] berust volgens gedaagde niet op waarheid. Gedaagde heeft ook betwist dat zij door eisers tijdens de bouw van de overkapping en pilaren is aangesproken over de vermeende grensoverschrijding. Gelet op dit alles kan in dit kort geding niet worden aangenomen dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat gedaagde onrechtmatig jegens eisers heeft gehandeld door deels op hun perceel te bouwen. Voor een bevel tot afbraak is dan ook geen plaats. Daar komt bij dat in een bodemprocedure een eventueel (subsidiair) beroep van gedaagde als bedoeld in artikel 5:54 lid 1 Burgerlijk Wetboek niet bij voorbaat kansloos kan worden geacht.
Vordering c) Overlast door honden
4.4.
Ingevolge artikel 5:37 BW mag men zijn buren geen onrechtmatige hinder bezorgen zoals door lawaai en stank.
4.5.
Artikel 7 lid 1 Hondenverordening 1952 luidt:
Houders van honden zijn verplicht te zorgen, dat deze honden tussen tien uur des
namiddags en vijf uur des voormiddags geen overlast of hinder aan de omgeving
veroorzaken door aanhoudend blaffen, huilen of janken of het maken van enig ander hinderlijk geluid.
4.6.
Door gedaagde is gemotiveerd betwist dat in de huidige situatie sprake is van geluidsoverlast door haar honden. Aanvankelijk fokte zij honden (van het ras bully) en had zij er meer dan tien. Nu heeft zij er nog vijf, en die blaffen volgens haar nauwelijks. Volgens gedaagde hebben andere buren van eisers en gedaagde wel veel zeer rumoerige honden. Zij heeft hierbij verwezen naar een overgelegde video, waarop die honden te zien en te horen zijn. De geluidsoverlast van haar eigen honden waarvan volgens eisers sprake was, behoort volgens gedaagde tot het verleden. Zij is gestopt met de fokkerij. Gelet op dit gemotiveerde verweer, geldt dat in dit kort geding, waarin geen nader (decibel)onderzoek kan worden gedaan, niet kan worden aangenomen dat (nog altijd) sprake is van onaanvaardbare geluidshinder veroorzaakt door de honden van gedaagde. De daarop betrekking hebbende vordering moet dan ook worden afgewezen.
4.7.
Voor zover vordering c) betrekking heeft op het afvalwater dat op het perceel van eiseres stroomt is een voorziening wel op haar plaats. De kooien waarin de honden van gedaagde zitten liggen vrijwel tegen de erfgrens aan. Bij het schoonmaken daarvan stroomt het afvalwater ook naar het erf van eisers. Dit is door gedaagde niet betwist en staat in dit kort geding dus vast. Gedaagde heeft weliswaar gezegd dat de uitwerpselen dan eerst zijn weggeschept, maar dit blijft natuurlijk een vieze boel. Eisers hoeven dat afvalwater niet op hun erf te ontvangen. Door gedaagde is gesteld dat zij bereid is en van plan was ter plaatse een zinkput aan te leggen, maar dat zij daarin belet wordt doordat eisers haar geen toegang geven tot hun perceel en haar niet in staat stellen een omgevallen muur te verwijderen. Eisers betwisten dat het voor gedaagde noodzakelijk zou zijn voor het graven van een put hun perceel te betreden. Wat hier verder van zij, het is aan gedaagde om ervoor te zorgen dat het hondenhokwater niet bij de buren terecht komt. Als gedaagde geen mogelijkheid ziet om op de door haar gewenste plaats een put te graven, moet zij een andere oplossing kiezen. De vordering van eisers zal worden toegewezen als hierna omschreven. Voor toewijzing van een dwangsom bestaat onvoldoende aanleiding. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat gedaagde vrijwillig en tijdig maatregelen zal nemen om te voorkomen dat het afvalwater op het perceel van eisers stroomt.
Vordering d) Toelating tot gedaagdes perceel voor werkzaamheden (ladderrecht)
4.8.
Vordering d) moet worden afgewezen bij gebrek aan belang. In de eerste plaats heeft gedaagde gesteld dat zij een redelijk verzoek om gebruik te mogen maken van haar perceel niet zal weigeren. Bovendien hebben eisers niet gesteld op welke wijze, waarvoor en wanneer zij het perceel van gedaagde willen gebruiken.
Slotsom en kosten
4.9.
Het voorgaande leidt tot de hierna opgenomen beslissing. Gelet op de mate waarin partijen over en weer in het gelijk en het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.
5De beslissing in kort geding
Het gerecht:
5.1.
beveelt gedaagde om binnen dertig dagen na de uitspraak van dit vonnis zodanige maatregelen te treffen dat er geen uit de hondenhokken van gedaagde afkomstig afvalwater op het perceel van eisers stroomt;
5.2.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
wijst af het meer of anders gevorderde;
5.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort, rechter, bijgestaan door C. Calmez, griffier, en in het openbaar uitgesproken. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|