Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:6930 
 
Datum uitspraak:03-07-2026
Datum gepubliceerd:09-07-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:12105593 CV EXPL 26-2073
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Drinkwaterbedrijf vordert betaling van drinkwater. Consument verweert zich met beroep op onvoldoende waterkwaliteit.
Trefwoorden:landbouw
tarieven
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
AMSTERDAM


Civiel recht
Kantonrechter

Zaaknummer: 12105593 \ CV EXPL 26-2073


Vonnis van 3 juli 2026


in de zaak van


STICHTING WATERNET,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Waternet,
gemachtigde: Gerechtsdeurwaarderskantoor H.J. Jansen,

tegen



[gedaagde]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 maart 2026.



1.2.
De zaak is besproken tijdens de mondelinge behandeling van 4 juni 2026. Waternet werd vertegenwoordigd door haar gemachtigde, voor wie mevrouw [naam] aanwezig was. [gedaagde] was in persoon aanwezig. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken. Daarna is een datum voor vonnis bepaald. [gedaagde] heeft direct na de mondelinge behandeling nog een korte e-mail aan de rechtbank gestuurd.





2De feiten


2.1.
Waternet is een drinkwaterbedrijf dat exclusief belast is met de levering van drinkwater in, onder meer, Amstelveen.



2.2.
Voor het leveren van drinkwater heeft Waternet aan [gedaagde] voorschotfacturen en jaarafrekeningen gestuurd, die door haar deels onbetaald zijn gelaten.








3Het geschil


3.1.
Waternet vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 484,63, vermeerderd met rente en kosten. Waternet legt aan de vordering ten grondslag dat zij met [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten tot levering van drinkwater, dat [gedaagde] enkele facturen (deels) onbetaald heeft gelaten en dat zij in verzuim is.



3.2.

[gedaagde] voert verweer en vordert betaling van € 15.000,00 door Waternet. [gedaagde] voert aan dat het drinkwater niet goed genoeg is waardoor zij kosten moet maken.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling


De betalingsvordering


4.1.
Waternet heeft gesteld dat zij met [gedaagde] een overeenkomst tot levering van drinkwater heeft gesloten en dat daarop de Algemene Voorwaarden Drinkwater en de Tariefbepalingen van toepassing zijn. Volgens Waternet is de overeenkomst via de website van Waternet tot stand gekomen, gebruikt [gedaagde] drinkwater en heeft zij in het verleden steeds de aan haar gerichte drinkwaterfacturen voldaan. Waternet stelt dat [gedaagde] enkele facturen deels onbetaald heeft gelaten tot het totaalbedrag van € 484,63. Dit is door [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd betwist.



4.2.

[gedaagde] verweert zich met een beroep op een (grond)recht op levering van schoon en alkalisch drinkwater. Zij voert aan dat het door Waternet geleverde drinkwater niet schoon en alkalisch is en zij daarom niet langer voor het water hoeft te betalen. Dat verweer slaagt niet. De kantonrechter zal dat hierna uitleggen.



4.3.
Waternet heeft aangevoerd dat de minimale drinkwaterkwaliteit wettelijk is voorgeschreven via de Drinkwaterwet, dat Waternet de kwaliteit van het drinkwater dagelijks onderzoekt en dat het drinkwater aan de kwaliteitseisen voldoet. Het is dan aan [gedaagde] om te onderbouwen dat haar drinkwater niet de kwaliteit heeft die zij op grond van de leveringsovereenkomst of anderszins mocht verwachten. [gedaagde] heeft haar standpunt onderbouwd met een foto waaruit blijkt dat het door haar gebruikte filter, waarmee zij haar drinkwater reinigt, na een periode van 2 jaar verkleurd is. Daarmee heeft zij echter onvoldoende onderbouwd dat haar drinkwater niet aan de eisen voldoet. De verkleuring van het filter kan worden veroorzaakt door stoffen die in toelaatbare concentratie in drinkwater voorkomen. Bovendien kan een vervuiling van het filter ook worden veroorzaakt door leidingen en/of kranen die behoren tot de woning van [gedaagde] en waarvoor Waternet niet verantwoordelijk is. Voor zover [gedaagde] vindt dat de wettelijke eisen die aan het drinkwater worden gesteld niet voldoende zijn, kan zij dat Waternet niet verwijten. Waternet bepaalt niet aan welke wettelijke eisen het drinkwater moet voldoen en Waternet hoeft zichzelf geen strengere eisen op te leggen.



4.4.

[gedaagde] heeft haar standpunt daarnaast onderbouwd met printscreens van informatie die op het internet staat. Die informatie is echter te algemeen om daaruit af te leiden dat het drinkwater (dat Waternet levert aan [gedaagde] ) niet voldoet. Het gaat in de betreffende informatie over de waterkwaliteit in het algemeen. [gedaagde] is bezorgd over de kwaliteit van het water als gevolg van verontreiniging (bijvoorbeeld door landbouw, industrie, huishoudens etc.). Die zorg wordt gedeeld in de samenleving, ook door drinkwaterbedrijven. Verontreiniging van grond- en oppervlaktewater betekent echter niet dat drinkwater in dezelfde mate verontreinigd is. Deze verontreiniging betekent vooral dat drinkwaterbedrijven meer kosten moeten maken om drinkwater te leveren dat voldoet aan de wettelijke vereisten.



4.5.

[gedaagde] heeft ten slotte opgemerkt dat haar watermeter zich bevindt in de kruipruimte van haar woning, dat de meterstanden niet meer (zoals vroeger) worden opgenomen door iemand van Waternet en dat zij niet zelf in de kruipruimte kan/wil om de meterstanden op te nemen en door te geven aan Waternet. Het is echter niet duidelijk geworden wat [gedaagde] precies met dat standpunt wil bereiken. De kantonrechter vat dit niet op als betwisting, verweer of vordering. De kantonrechter kan zich echter voorstellen dat, als het werkelijke drinkwaterverbruik door [gedaagde] al lange tijd onbekend is, op enig moment een bijbetaling door [gedaagde] of terugbetaling door Waternet (en verlaging van latere voorschotten) moet plaatsvinden. Het uitgangspunt is immers dat [gedaagde] uitsluitend voor haar werkelijke verbruik betaalt. De kantonrechter geeft Waternet in overweging dit met [gedaagde] te bespreken en/of te onderzoeken of een andere (locatie voor de) watermeter mogelijk is.


Ambtshalve toetsing



4.6.
Omdat [gedaagde] een consument is moet de kantonrechter ambtshalve onderzoeken of de bedingen in de overeenkomst waarop Waternet zich beroept of zich zou kunnen beroepen, niet oneerlijk zijn in de zin van Richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).



4.7.
De gevorderde hoofdsom ziet op het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst (levering van drinkwater tegen betaling van een prijs). Voor zover het prijsbeding niet duidelijk en begrijpelijk is geformuleerd en het zou moeten worden getoetst, kan dat niet leiden tot het oordeel dat het prijsbeding oneerlijk is, omdat de consument geen keuze heeft in waterleveranciers en de tarieven op grond van de Drinkwaterwet kostendekkend, transparant en niet-discriminerend zijn.



4.8.
Het rentebeding (artikel 15 lid 6 van de algemene voorwaarden) dat op de vordering betrekking heeft, althans kan hebben, verwijst naar de wet en is door de kantonrechter getoetst en ook niet oneerlijk bevonden.


Conclusie



4.9.
De conclusie is dat [gedaagde] het gevorderde bedrag van € 484,63 moet betalen. Waternet heeft betaling van wettelijke rente over dat bedrag gevorderd vanaf de datum van dagvaarding. [gedaagde] heeft daar geen verweer tegen gevoerd. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen.


De tegenvordering



4.10.

[gedaagde] heeft een tegenvordering ingesteld (een vordering in reconventie). Zij wenst een vergoeding van Waternet voor de aanschaf van voorzieningen voor het reinigen en alkalisch maken van het aan haar geleverde drinkwater. [gedaagde] voert dezelfde reden aan als voor haar weigering om voor het drinkwater te betalen: het water voldoet niet. Omdat de kantonrechter dat standpunt niet volgt, kan ook de tegenvordering niet worden toegewezen.


Proceskosten



4.11.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Waternet worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding





125,57







- griffierecht





139,00







- salaris gemachtigde





174,00


(2 punten × € 87,00)




- nakosten





43,50







Totaal





482,07











4.12.
Gelet op de samenhang tussen de vordering van Waternet en de tegenvordering van [gedaagde] en het beperkte verweer van Waternet, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten in reconventie te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.





5De beslissing

De kantonrechter


in conventie



5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Waternet te betalen een bedrag van € 484,63, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 28 januari 2026, tot de dag van volledige betaling,



5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 482,07, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.


in reconventie




5.5.
wijst de vordering af,



5.6.
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.


Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Veldman en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.


67982
Link naar deze uitspraak