|
|
|
| ECLI:NL:RBAMS:2026:9056 | | | | | Datum uitspraak | : | 16-09-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 18-09-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Amsterdam | | Zaaknummers | : | C/13/779464 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Uitleg van koopovereenkomst voor aandelen (SPA). In de koopovereenkomst is afgesproken dat koper € 4.000.000,00 zou betalen aan de voormalig aandeelhouders van de vennootschap, indien het na overname zou lukken om de stof liraglutide te produceren en die productie zou voldoen aan de door partijen overeengekomen parameters (opgenomen in ‘Mijlpaal 4’). Partijen verschillen van mening over de vraag of deze parameters uit Mijlpaal 4 zijn behaald. De rechtbank volgt de uitleg die eisers aan Mijlpaal 4 geven, en oordeelt dat die is behaald. De koper dient daarom het resterende deel van de koopprijs aan eisers te betalen. | | Trefwoorden | : | earn out | | | koopovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Amsterdam
Civiel recht
Zaaknummer: C/13/779464 / HA ZA 25-1762
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
1CHEMELOT VENTURES B.V.,
te Geleen,2. LYNNOVATION B.V.,
te Geleen,3. LIMBURG VENTURES B.V.,
te Geleen,4. NEDERMAAS HIGHTECH VENTURES B.V.,
te Maastricht,5. VITAEFIT B.V.,
te Sittard,6. [eiser 6],
te [woonplaats 1] (Duitsland),7. [eiser 7],
te [woonplaats 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: Chemelot c.s.,
advocaat: mr. J.R. de Wilde,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
FRESENIUS KABI DEUTSCHLAND GMBH,
te Bad Homburg vor der Höhe (Bondsrepubliek Duitsland),
gedaagde partij,
hierna te noemen: Fresenius,
advocaat: mr. R.M. Kleemans.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van Chemelot c.s. van 20 november 2025, met producties;
- de conclusie van antwoord van Fresenius, met producties;
- de akte overlegging nadere producties van Chemelot c.s.;
- de akte overlegging nadere producties van Fresenius;
- het tussenvonnis van 8 april 2026 waarin in een mondelinge behandeling is bepaald;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en in het dossier zijn gevoegd.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De zaak in het kort
2.1.
Deze zaak gaat over de uitleg van een tussen Chemelot c.s. en Fresenius gesloten koopovereenkomst voor de aandelen in de vennootschap EnzyPep B.V. (hierna: EnzyPep). In de koopovereenkomst is afgesproken dat Fresenius € 4.000.000,00 zou betalen aan de voormalig aandeelhouders van EnzyPep, indien het na overname zou lukken om de stof liraglutide te produceren en die productie zou voldoen aan de door partijen overeengekomen parameters (opgenomen in ‘Mijlpaal 4’). Partijen verschillen van mening over de vraag of deze parameters uit Mijlpaal 4 zijn behaald. Daarbij gaat het met name om de vraag wat de betekenis en uitleg is van de eerste parameter ‘95% conversion into Liraglutide based on 12-31 fragment’ en of de productie op basis van ruwe of gezuiverde elementen dient plaats te vinden. De rechtbank volgt de uitleg die Chemelot c.s. aan Mijlpaal 4 geeft, en oordeelt dat die is behaald. Fresenius dient daarom het resterende deel van de koopprijs aan Chemelot c.s. te betalen.
3De feiten
3.1.
Eisers in deze zaak, Chemelot c.s., zijn voormalig aandeelhouders van EnzyPep. EnzyPep houdt zich bezig met onderzoek en ontwikkeling (ook wel research & development, hierna: R&D) van werkzame stoffen voor medicijnen, waaronder de stof liraglutide. Liraglutide is vergelijkbaar met de stof semaglutide, de werkzame stof in het bekendere medicijn Ozempic van de farmaceut Novo Nordisk. EnzyPep ontwikkelt die werkzame stoffen door middel van een nieuwe chemische methode, die gebruik maakt van peptiden en enzymen (genaamd Chemo-Enzymatic Peptide Synthesis, hierna: CEPS).
3.2.
Fresenius is een multinational die gespecialiseerd is in de commerciële verkoop van geneesmiddelen en technologieën voor de gezondheidszorg.
3.3.
Op 14 december 2018 hebben onder andere Chemelot c.s. (als verkopers) en Fresenius (als koper) een koopovereenkomst (hierna: SPA) gesloten voor de verkoop en levering van alle aandelen in EnzyPep. In de SPA is Nederlands recht van toepassing verklaard en een forumkeuze voor de rechtbank Amsterdam opgenomen (artikelen 23.1 en 23.2 SPA).
3.4.
In de SPA hebben partijen afgesproken dat een deel van de koopprijs direct door Fresenius zou worden betaald, en een variabel deel zou worden betaald indien bepaalde doelstellingen (Milestones) na overdracht van de aandelen zouden worden gehaald, een zogeheten earn out-regeling. De SPA bepaalt hierover, voor zover relevant:
“3.1 The aggregate purchase price for the Sale Shares shall be the sum of
a. subject to Article 4, EUR 13,725,685 (thirteen million seven hundred and twenty five thousand six hundred and eighty five euro) (the “Initial Purchase Price”); and
b. any Milestone Payments (as defined in Article 3.4 below) payable in accordance with Article 3.4, read with Schedule 3 (Milestone Payments) to a maximum of EUR 5,000,000 (five million euro). (…)”
3.5.
In bijlage (Schedule) 3 van de SPA waarnaar wordt verwezen in de geciteerde bepaling zijn vier doelstellingen opgenomen. De eerste drie doelstellingen zijn behaald en het daarmee corresponderende bedrag is betaald. De vierde doelstelling (hierna: Mijlpaal 4) ziet op de ontwikkeling van liraglutide:
Relevant Milestone to be achieved
Deadline Date to achieve Relevant Milestone
Milestone Payments payable upon achievement of Relevant Milestone
[Mijlpaal 1, rechtbank]
31 December 2022
EUR 300,000 (three hundred thousand euro)
[Mijlpaal 2, rechtbank]
31 December 2022
EUR 400,000 (four hundred thousand euro)
[Mijlpaal 3, rechtbank]
31 December 2022
EUR 300,000 (three hundred thousand euro)
Commercial Goal
(Liraglitude Production)
The production of commercial batches of Liraglutide after Drug Master File (“DMF”) approval received from the Food and Drug Administration.
If Purchaser decides not to file the DMF application, the milestone shall become payable on the Deadline Date
PROVIDED THAT
the following parameters are achieved prior to or on the DMF filing date:
95% conversion into Liraglutide based on 12-31 fragment;
<1% of the double coupling impurity 1-11-Liraglutide; and
Less than 5g of enzyme required for 1kg of Liraglutide.
31 December 2022
EUR 4,000,000 (four million euro)
3.6.
Op 31 januari 2022 heeft Fresenius een Drug Master File (hierna: DMF) ingediend bij de Amerikaanse Food and Drug Administration voor de productie van liraglutide.
3.7.
Op 7 februari 2022 heeft EnzyPep een rapport opgesteld getiteld “Liraglutide milestone 4 target” (hierna: Rapport 15). Rapport 15 is opgesteld door medewerkers van EnzyPep, en goedgekeurd door [naam 1] (hierna: [naam 1]). [naam 1] is na verkoop van de aandelen in dienst gebleven bij EnzyPep. Hij was werkzaam als ‘[functie 1]’ ([functie 1]), en was leidinggevende van het onderzoek naar de ontwikkeling van liraglutide. Hij was met Chemelot c.s. aandeelhouder van EnzyPep en heeft tegelijk met Chemelot c.s. zijn aandelen verkocht aan Fresenius.
3.8.
In Rapport 15 is geconcludeerd dat Mijlpaal 4 is behaald. In het Rapport 15 staat daarover, voor zover relevant:
“(…) The technical parameters are: >95% conversion to product, <1% of double coupling and <5 gram of enzyme per kg of product. The numbers are based on the enzymatic synthesis using purified fragments (based on results reached for Exenatide at that time), since crude ligation was thought to be impossible for Liraglutide (aggregation and full loss of enzyme activity).
(…)
At first, the milestone was thought to be impossible to reach since the available enzyme needed to be improved in terms of activity, selectivity and efficiency. Most often, improving one of these parameters has a negative effect on the others. But rather surprisingly, at the end of 2020 an enzyme was found that could reach the milestone 4 numbers. In the course of 2021 this successful enzyme has been produced on larger scale by BBEU and used for crude + crude ligations at iPSUM to make Liraglutide.
(…)
Since the milestone is based on conversion to product (area %), and not on quantified product yield using a standard, it was unclear how much product was actually formed during the CEPS reaction, Therefore, using the Liraglutide standard from IPSUM, for many reactions the quantified product yield was determined. (…)
Conclusions:
The numbers defined in milestone 4 of the SPA have been reached. The analytical results proved identical at both sites. The numbers are reproducible and scalable.”
3.9.
Op 9 februari 2022 heeft Fresenius een octrooiaanvraag ingediend, die op 18 augustus 2022 is gepubliceerd (hierna: de Octrooiaanvraag). De Octooiaanvraag ziet op de toepassing van CEPS, onder andere in het kader van de ontwikkeling van liraglutide. In de Octrooiaanvraag is opgenomen, voor zover relevant:
“Protocol 7: Screening the selectivity of new enzyme variants in the synthesis of liraglutide (…) from two fragments (…)
The conversion to product was calculated by integrating the liraglutide (H-Lira (1-31)-OH) product and the unreacted peptide amine (H-Lira(12-31)-OH) peaks and are expressed as HPLC area % in the tables of each Example. The selectivity value was calculated by the amount (area %) of liraglutide (H-Lira(1-31)-OH) product divided by the amount (area %) of the undesired by-product H-Lira (1-11-1-31)-OH. The conversion to product and selectivity value were calculated after full conversion of the acyl donor ester (between 30-360 min).
(…)
Example 9: Synthesis of liraglutide (SEQ ID NO: 6) from two fragments to determine the effect on selectivity of combination variants
To determine the effect of combination of mutations on the coupling efficiency and selectivity, a screening was performed following Protocol 7. For the assessment of the conversion to the ligation product, the amounts of the coupling product liraglutide (…), unreacted peptide amine (…) and by-product (…) were measured after full conversion of the acyl donor ester fragment (…) within 30-360 min). The amount of liraglutide is listed in the table below for each tested enzyme variant, together with the respective selectivity value.
Number
Enzyme variant
H-Lira(1-31)-OH Area %
H-Lira(1-31)-OH Area %/H-Lira (1-11-1-31)-OH) Area %
(…)
(…)
(…)
(…)
24
Ptl-84 + H217R + P222H + L96I + N156K + E166D + D99R + S224V
97,67
108,23
(…)
(…)
(…)
(…)”
3.10.
Op 15 juli 2022 heeft Fresenius een rapport opgesteld (hierna: het I&D Rapport), waarin Fresenius heeft onderzocht of Mijlpaal 4 is behaald. Het I&D Rapport is opgesteld door medewerkers van Fresenius, en goedgekeurd door [naam 2] (hierna: [naam 2]). [naam 2] is als chemicus ([functie 2]) werkzaam bij Fresenius en verantwoordelijk voor R&D en het laboratorium van Fresenius in Villadose, Italië. In het I&D Rapport staat, voor zover relevant:
“From the data collected, it is possible to assert that the reactions performed with purified fragments performed according to the protocol shared by Enzypep achieved a Liraglutide content >95% when the ratio 12-31 vs Liraglutide was considered, but did not achieved the target when the quantification against a standard was applied. Furthermore, the use of purified fragments implicates the use of extensive chromatographic and freeze-drying techniques to achieve the desired product that make this approach unsustainable from an industrial point of view.
The reactions performed with the crude fragments, mimicking the industrial condition applied for the industrial Validation batches, filed in the DMF and representative of the improved manufacturing process show how the new mutant (EZPP2986) is able to increase the productivity of Liraglutide with increased selectivity, avoiding the formation of the ‘double coupling” side reaction impurity. However, in all of the experiments performed, the Liraglutide conversion did not reach the target of >95% requested by the milestone, disregarding the analytical method for the quantification.”
3.11.
Op 11 mei 2023 heeft [naam 3] (hierna: [naam 3]) namens Fresenius aan Chemelot c.s. een e-mail gestuurd, en daarin aangegeven dat Mijlpaal 4 volgens Fresenius niet is behaald. [naam 3] is onder meer werkzaam als consultant voor Fresenius en bestuurder van EnzyPep sinds de overname door Fresenius. [naam 3] schrijft in zijn e-mail:
“(…) Thank you for your email. I understand from this that you would like to receive formal confirmation that the fourth milestone payment will not be made. You receive this confirmation herewith. The reason is that, as discussed, in our view the milestone was not met. As explained during our discussion, among other things, the method you refer to in the patent is not the appropriate method for determining whether the parameters in question are met in commercial application. (…)”
3.12.
Op 11 juli 2023 heeft Chemelot c.s. Fresenius in gebreke gesteld en betaling gevorderd door Fresenius van € 4.000.000,00 vanwege het behalen van Mijlpaal 4. Fresenius heeft hieraan geen gehoor gegeven.
3.13.
Op 1 oktober 2024 heeft op verzoek van Chemelot c.s. een voorlopig getuigenverhoor plaatsgevonden waarbij [naam 1] is gehoord.
3.14.
Op 27 februari 2025 heeft op verzoek van Fresenius een voorlopig getuigenverhoor (contra-enquête) plaatsgevonden waarbij [naam 3] en [naam 2] zijn gehoord.
4Het geschil
4.1.
Chemelot c.s. vordert - samengevat – (i) een verklaring voor recht dat Mijlpaal 4 is behaald en dat Fresenius tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen onder de SPA ten aanzien van Mijlpaal 4 en (ii) betaling door Fresenius van € 4.000.000,00, vermeerderd met rente en kosten, uitvoerbaar bij voorraad.
4.2.
Chemelot c.s. stelt daartoe het volgende. Mijlpalen 1 tot en met 3 zijn behaald door EnzyPep en Fresenius heeft de bijbehorende betalingen (Milestone Payments) voldaan. Mijlpaal 4 vereist een proces waarmee liraglutide wordt geproduceerd dat voldoet aan de volgende parameters: (a) 95% conversie of meer, op basis van het ‘12-31 fragment’, (b) 1% double coupling of minder, en (c) minder dan 5 gram enzym benodigd voor de productie van één kg liraglutide. EnzyPep heeft een proces ontwikkeld dat voldoet aan deze parameters. In de SPA is afgesproken dat 95% van het startmateriaal fragment 12-31 moet zijn omgezet (geconverteerd) naar liraglutide. EnzyPep heeft een proces ontwikkeld dat daaraan voldoet, zoals blijkt uit de Octrooiaanvraag, Rapport 15 en het I&D Rapport. Nu Mijlpaal 4 ook is behaald, dient Fresenius het laatste deel van de koopprijs van € 4.000.000,00 aan Chemelot c.s. te voldoen.
4.3.
Fresenius voert verweer. Fresenius concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Chemelot c.s., met veroordeling van Chemelot c.s. in de kosten, uitvoerbaar bij voorraad.
4.4.
Fresenius voert daartoe het volgende aan. De parameters van Mijlpaal 4 zijn pas behaald wanneer het ontwikkelde proces geschikt is voor het produceren van liraglutide op commerciële schaal. Dat betekent dat het proces slechts voldoet wanneer gebruik wordt gemaakt van ruwe (‘crude’) elementen, en niet gezuiverde (‘purified’) elementen. Gezuiverde elementen zijn namelijk veel duurder dan ruwe elementen en dus commercieel niet rendabel voor Fresenius. Het proces voldoet verder pas aan de parameters wanneer sprake is van 95% conversie ‘into liraglutide’, wat betekent dat het moet gaan om de hoeveelheid liraglutide die na de chemische reactie is ontstaan. Er moet daarom worden uitgegaan van een gekwantificeerde rekenmethode (de ‘Quantitative High-Performance Liquid Chromatography (HLPC) Method’, hierna: HLPC-methode) die de hoeveelheid omgezette liraglutide berekent, ook wel opbrengst of ‘yield’ genoemd. Met alleen conversie wordt niet de hoeveelheid geproduceerde liraglutide berekend, maar slechts hoeveel procent van de startstof is omgezet bij de chemische reactie. Een uitleg die uitgaat van de conversie-methode strookt niet met het commerciële karakter van de mijlpaal en haar letterlijke bewoording. Uitgaande van deze uitleg is Mijlpaal 4 niet behaald. Het was verder niet aan EnzyPep om Mijlpaal 4 te behalen, maar aan Fresenius. Fresenius heeft in het I&D Rapport geconcludeerd dat Mijlpaal 4 niet is behaald.
5De beoordeling
Bevoegdheid van de rechtbank en toepasselijk recht
5.1.
Deze zaak heeft internationale aspecten omdat Fresenius in Duitsland is gevestigd. Daarom moet eerst worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is en welk recht van toepassing is.
5.2.
In de SPA hebben partijen Nederlands recht van toepassing verklaard en een forumkeuze opgenomen voor de rechtbank Amsterdam (zie 3.3 hiervoor). Partijen hebben hierover geen andere stellingen ingenomen. De rechtbank acht zich daarom bevoegd en Nederlands recht is van toepassing op de beoordeling van dit geschil.
Uitleg van Mijlpaal 4
5.3.
Centraal in dit geschil staat de uitleg van Mijlpaal 4. Mijlpaal 4 vereist de productie van liraglutide die voldoet aan drie parameters. Partijen verschillen van mening over de vraag (i) wat de betekenis is van de eerste parameter (‘>95% conversion into Liraglutide based on 12-31 fragment’) en of die is behaald, en (ii) of de productie van liraglutide op basis van ruwe of gezuiverde elementen dient plaats te vinden om aan Mijlpaal 4 te kunnen voldoen. De vraag of de overige parameters uit Mijlpaal 4 zijn behaald is niet in geschil.
5.4.
De rechtbank stelt voorop dat waar discussie bestaat over de uitleg van bepalingen uit de SPA het aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan die bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de Haviltex-maatstaf). Daarbij zijn alle omstandigheden van het geval van belang, in hun onderlinge samenhang bezien. In dit geval komt veel gewicht toe aan de taalkundige betekenis van de tekst van de SPA, omdat i) sprake is van een commerciële overeenkomst tussen zakelijke partijen, ii) over de formulering en de tekst van de SPA is onderhandeld en iii) partijen tijdens die onderhandeling zijn bijgestaan door (juridisch) adviseurs. Het voorgaande neemt overigens niet weg dat de overige omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat toch een andere dan de taalkundige betekenis aan de bepalingen moet worden gehecht. Van beslissende betekenis zijn namelijk steeds alle omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen.
De uitleg van ‘conversion into Liraglutide’
5.5.
In Mijlpaal 4 staat het woord ‘conversion’ (in het Nederlands: conversie). Partijen zijn het erover eens dat, in de scheikunde, conversie uitdrukt hoeveel van de startstof na een chemische reactie is omgezet in verhouding tot de oorspronkelijke hoeveelheid startstof. Partijen zijn het er ook over eens dat in de scheikunde de begrippen ‘opbrengst’ of ‘yield’ worden gebruikt om uit te drukken hoeveel van de gewenste stof is gevormd door een chemische reactie, al dan niet afgezet tegen een standaard hoeveelheid.
5.6.
Bij de onderhandelingen over de SPA waren personen met kennis van scheikundige processen van zowel Chemelot c.s. als Fresenius betrokken, zoals [naam 3] en [naam 4] (destijds [functie 3] van EnzyPep). Zij hadden dus kennis van de gebruikelijke, scheikundige betekenis van ‘conversion’ of ‘yield’. In de door Fresenius overgelegde stukken die aan Fresenius in de aanloop naar de SPA zijn verstrekt (het Torreya-memorandum en de EnzyPep-brochure), wordt ook steeds de term ‘yield’ gebruikt wanneer het over opbrengst gaat. Ter zitting is verder besproken dat er meerdere versies van Mijlpaal 4 zijn uitonderhandeld. Partijen hebben dus welbewust voor het woord ‘conversion’ gekozen en niet voor opbrengst of ‘yield’, met kennis van de gangbare betekenis van die term in scheikundige context.
5.7.
Dat partijen er bij het aangaan van de SPA voor hebben gekozen om de term ‘conversion’ op te nemen is, gelet op het gewicht dat aan de taalkundige betekenis wordt toegekend in een geval als deze, een sterke aanwijzing dat zij daarmee hebben willen afspreken dat het 12-31 fragment voor 95% moet zijn omgezet (geconverteerd).
5.8.
De relevante omstandigheden van het geval leiden niet tot een andere uitleg.
5.9.
Op het moment van aangaan van de SPA was EnzyPep een R&D-bedrijf, dat nog niet in staat was om liraglutide te produceren met een conversie van 95%. Ter zitting heeft de advocaat van Fresenius aangevoerd dat in een (niet-overgelegde) brochure van EnzyPep wel een conversie van 95% bij de productie van liraglutide zou zijn vermeld. [naam 4] heeft daarover onbetwist verklaard dat de daar genoemde conversie op basis van een ander enzym was. De rechtbank gaat er dus vanuit dat ten tijde van de SPA het voor EnzyPep nog niet mogelijk was om bij de productie van liraglutide een conversie van 95% te behalen zoals beoogd met Mijlpaal 4. Er bestond bij het aangaan van de SPA daarmee een belang om dat als doel af te spreken.
5.10.
Daarbij geldt dat – zo zijn partijen eens – een berekening van procentuele opbrengst of yield een gekwantificeerde methode vraagt, waarbij de hoeveelheid verkregen gewenste stof wordt afgezet tegen een standaard hoeveelheid. Die methode wordt daarom doorgaans pas later in een productieproces vastgesteld. De door Fresenius gebruikte HLPC-Methode bestond voor liraglutide nog niet ten tijde van het aangaan van de SPA. Het ligt niet voor de hand dat partijen bij het aangaan van de SPA iets zouden afspreken over opbrengst of yield als op dat moment nog niet vaststond hoe dat moest worden berekend, of dat partijen dan niet iets specifieks over een (nog vast te stellen) rekenmethode zouden opnemen in Mijlpaal 4.
5.11.
Dat partijen achter het woord ‘conversion’ de woorden ‘into Liraglutide’ hebben opgenomen, is geen aanwijzing dat iets anders is bedoeld dan conversie. Ter zitting heeft [naam 4] toegelicht dat die toevoeging een bevestiging was dat de omzetting van het 12-31 fragment wel naar liraglutide zou zijn. Daarmee kreeg Fresenius de zekerheid dat het 12-31 fragment niet naar een geheel andere stof zou worden omgezet. Fragment 12-31 kan ook niet naar een andere werkzame stof worden omgezet dan liraglutide, aldus [naam 4]. Fresenius heeft dit niet betwist. Deze uitleg komt de rechtbank niet onlogisch voor, mede gelet op Rapport 15 en de Octrooiaanvraag, waarvan de laatste door Fresenius is ingediend. Ook daarin wordt gesproken over ‘conversion to product (onderstreping rechtbank)’ wanneer het over de berekening van conversie bij liraglutide gaat, en niet over opbrengst of ‘yield’. Verder geldt ook hier dat als partijen met die toevoeging de intentie hadden gehad om te verwijzen naar opbrengst in plaats van conversie, het voor de hand had gelegen dat partijen dan ook iets hadden opgenomen over een (nog vast te stellen) rekenmethode. Dat is niet gebeurd.
5.12.
Fresenius heeft ook aangevoerd dat voor haar een opbrengst van 95% commercieel gezien veel relevanter is dan een conversie van 95% en Mijlpaal 4 nu juist zag op een ‘Commercial Goal’. Maar juist om die reden had het op de weg van Fresenius gelegen om dat dan expliciet, al dan niet met afspraken over een (nog vast te stellen) gekwantificeerde rekenmethode, in de SPA op te nemen. Daarbij geldt dat met een hoge conversie de kans groter is dat een hoge opbrengst kan worden behaald. Het opnemen van een vereiste voor een hoge conversie is dus wel degelijk commercieel relevant.
5.13.
Conclusie van het voorgaande is dat een dat een redelijke uitleg van ‘conversion into Liraglitude’ een conversie van 95% van het fragment 12-31 naar liraglutide is.
Ruwe of gezuiverde elementen
5.14.
De vraag is vervolgens of om Mijlpaal 4 te behalen, de productie van liraglutide plaats had moeten vinden op basis van ruwe of gezuiverde elementen. Fresenius heeft aangevoerd dat Mijlpaal 4 slechts kan worden behaald met gebruik van ruwe elementen in het productieproces omdat het gebruik van gezuiverde elementen veel duurder is. Dat is commercieel niet rendabel en kan dus, aldus Fresenius, niet de bedoeling zijn geweest bij het aangaan van Mijlpaal 4 (dat immers zag op een ‘Commercial Goal’). Partijen zijn het erover eens dat het ontwikkelde proces voor de productie van liraglutide op basis van ruwe elementen niet voldoet aan de parameters van Mijlpaal 4.
5.15.
In de tekst van Mijlpaal 4 is niets opgenomen over ruwe of gezuiverde elementen. Het komt daardoor aan op de verwachtingen die partijen redelijkerwijs aan Mijlpaal 4 mochten toekennen.
5.16.
Ook hier geldt dat EnzyPep ten tijde van het aangaan van de SPA een R&D-bedrijf was. Op dat moment werd al het onderzoek door EnzyPep gedaan op basis van gezuiverde elementen. In een laboratorium bij een R&D-bedrijf als dat van EnzyPep is het gebruikelijk dat wordt gewerkt met gezuiverde elementen, omdat die de meest zuivere resultaten geven. Wanneer het lukt om in het lab met gezuiverde elementen een werkzame stof te produceren, wordt overgegaan op testen en productie met ruwe elementen in een meer commerciële setting.
5.17.
Volgens Fresenius zag Mijlpaal 4 alleen nog op de commerciële opschaling van de productie van liraglutide en kon die industriële productie om die reden alleen op basis van ruwe elementen zijn, wanneer de parameters van Mijlpaal 4 waren behaald.
5.18.
Dit betoog gaat er echter aan voorbij dat ten tijde van het aangaan van de SPA EnzyPep nog niet in staat was om liraglutide te produceren op een manier die voldeed aan Mijlpaal 4 (met een conversie van 95% óf een opbrengst van 95%). EnzyPep, al dan niet onder de vlag van Fresenius, moest de techniek en relevante enzymen nog verder onderzoeken en ontwikkelen om aan Mijlpaal 4 te kunnen voldoen. Pas na het aangaan van de SPA is het enzym gevonden waarmee Mijlpaal 4 zou kunnen worden behaald. Dat het alleen nog aan Fresenius was om de techniek van EnzyPep voor de productie van liraglutide commercieel verder op te schalen past niet bij het moment waarop de SPA werd aangegaan en het punt waarop de ontwikkeling van liraglutide door EnzyPep zich op dat moment bevond. Dat blijkt ook uit het feit dat ruim drie jaar na het aangaan van de SPA Fresenius pas de DMF en de Octrooiaanvraag heeft ingediend. Pas op dat moment was het mogelijk om de productie van liraglutide industrieel te testen en verder op te schalen.
5.19.
Op het moment van het aangaan van de SPA vond de ontwikkeling van de liraglutide dus plaats in de R&D-setting van EnzyPep, op basis van gezuiverde elementen. Fresenius had redelijkerwijs niet kunnen verwachten dat Mijlpaal 4 alleen zou zijn behaald wanneer de productie van liraglutide plaatsvond op basis van ruwe elementen. Alle partijen betrokken bij de totstandkoming van de SPA wisten op welke manier liraglutide op dat moment werd getest en ontwikkeld bij EnzyPep en hadden kennis van dergelijke scheikundige processen. Het had dan ook op de weg van Fresenius gelegen om, indien dat voor haar van essentieel belang was, expliciet op te nemen dat Mijlpaal 4 moest worden behaald op basis van ruwe elementen.
5.20.
Conclusie van het voorgaande is dat een redelijke uitleg van Mijlpaal 4 betekent dat deze kon worden behaald indien de productie van liraglutide plaatsvond op basis van gezuiverde elementen.
De uitleg van ‘Commercial Goal’ of ‘The production of commercial batches’
5.21.
Boven de verschillende parameters staat bij Mijlpaal 4 vermeld ‘Commercial Goal’ en in het kader van het verkrijgen van goedkeuring door de Food and Drug Administration wordt verwezen naar ‘commercial batches’. Fresenius heeft aangevoerd dat hieruit volgt Mijlpaal 4 pas is behaald als Fresenius de productie commercieel kan opschalen en dat nu dit niet is gelukt, Mijlpaal 4 niet is behaald.
5.22.
De rechtbank volgt deze uitleg van Mijlpaal 4 niet. Hier geldt opnieuw dat op het moment van aangaan van de SPA commerciële of industriële opschaling van de productie van liraglutide nog niet mogelijk was. Als het de bedoeling van partijen was dat Mijlpaal 4 pas was behaald wanneer Fresenius commerciële hoeveelheden van liraglutide zou kunnen gaan produceren, had het voor de hand gelegen dat partijen dan in ieder geval hadden gedefinieerd wat onder ‘commercial batches’ moest worden verstaan. Het is niet aannemelijk dat Chemelot c.s. een dermate vage definitie zou hebben geaccepteerd ten aanzien van een proces waar zij na de overname geen enkele controle meer over zou hebben. Dat partijen dat proces dan niet verder zouden hebben gepreciseerd acht de rechtbank, gelet op de professionaliteit en bekendheid van partijen met dergelijke processen, onwaarschijnlijk.
Getuigen en deskundigen
5.23.
Partijen hebben voor de uitleg van Mijlpaal 4 over en weer uitgebreid verwezen naar de getuigenverklaringen van [naam 3] en [naam 2] enerzijds (Fresenius) en [naam 1] anderzijds (Chemelot c.s.), en de deskundigenverklaringen van [naam 5] enerzijds (Fresenius) en [naam 6] anderzijds (Chemelot c.s.). Deze verklaringen onderbouwen de standpunten van partijen wat betreft hun uitleg en zij komen in dat opzicht evenveel gewicht toe. De rechtbank heeft hiervoor toegelicht welke uitleg zij aan Mijlpaal 4 geeft en waarom, zodat een verdere bespreking van deze verklaringen achterwege kan blijven.
Mijlpaal 4 is behaald
5.24.
Op basis van de door Chemelot c.s. gegeven uitleg en betekenis van Mijlpaal 4 kan worden geconcludeerd dat Mijlpaal 4 is behaald.
5.25.
Fresenius heeft in dit kader nog aangevoerd dat het alleen aan Fresenius was om Mijlpaal 4 te behalen, nu Mijlpaal 4 zag op de commerciële productie van liraglutide en alleen Fresenius in staat is om dat te doen. Wat betreft de commerciële productie geldt wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen in 5.21 en 5.22. Als het daadwerkelijk de bedoeling was geweest om Mijlpaal 4 toe spitsen op commerciële productie had het voor de hand gelegen dat partijen hadden afgesproken wat daaronder moest worden begrepen. Om die reden kan het niet alleen Fresenius zijn geweest die Mijlpaal 4 kon behalen. Daarnaast geldt dat EnzyPep sinds de overname door Fresenius volledig tot de groep van Fresenius behoorde. In die zin betekent het dat als EnzyPep Mijlpaal 4 zou hebben behaald, Fresenius die ook zou hebben behaald. In zoverre speelt dit dus verder geen rol voor de vraag of en wanneer Mijlpaal 4 is behaald.
Hoofdsom en rente
5.26.
Het voorgaande betekent dat Fresenius zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 4.000.000,00 in hoofdsom.
5.27.
Chemelot c.s. heeft de wettelijke handelsrente gevorderd. De verweren van Fresenius tegen toepassing van de wettelijke handelsrente slagen niet. De SPA heeft een zakelijk karakter; de overeenkomst ziet op de overdracht van (de aandelen in) een vennootschap en haar onderneming aan een nieuwe aandeelhouder, om zakelijke redenen. Fresenius wilde de door EnzyPep ontwikkelde methode gebruiken voor commerciële doeleinden. Dat de aandelen in die vennootschap worden overgedragen door eventueel anderen dan alleen ondernemingen ontneemt aan de SPA niet direct haar zakelijk karakter. Het gaat daarbij om een primaire betalingsverplichting uit een handelsovereenkomst. De door Chemelot c.s. gevorderde betaling is onderdeel van de Milestone Payments, die op grond van artikel 3.1 van de SPA (een variabel) onderdeel zijn van de door Fresenius te betalen koopprijs voor de aandelen in EnzyPep. De tegenprestatie voor deze betaling is de levering van de aandelen en de betaling is verschuldigd als Mijlpaal 4 is behaald, waarbij het niet relevant is of dat specifiek door Fresenius is gedaan of niet (zoals hiervoor overwogen in 5.25).
5.28.
Nu sprake is van een handelsovereenkomst zal de wettelijke handelsrente dus worden toegewezen. De vordering is 10 werkdagen nadat Mijlpaal 4 is behaald opeisbaar geworden (op grond van artikel 3.5 SPA). Nu het behalen van de overige parameters van Mijlpaal 4 niet in geschil is, gaat het voor toewijzing van de rente om de vraag wanneer de eerste parameter is behaald.
5.29.
De rechtbank kan uit de Octrooiaanvraag niet ondubbelzinnig afleiden dat de eerste parameter van Mijlpaal 4 is behaald. Ter zitting heeft Fresenius weliswaar bevestigd dat in de Octrooiaanvraag de conversie wordt berekend, maar aan de uitleg die Chemelot c.s. aan die berekening geeft, ligt de aanname ten grondslag dat de hoeveelheid conversie van het 12-31 fragment 100% gelijk is aan het percentage gevormde liraglutide. Zo is opgenomen in de verklaring van de door Chemelot c.s. aangedragen deskundige [naam 6] (vraag 2.1 onder e): “In voorbeeld 9 van de octrooiaanvraag kan niet worden geconcludeerd dat de 95% conversie op basis van het 12-31 fragment is behaald, omdat er geen gegevens zijn verstrekt over de hoeveelheid 12-31 fragment. Om dat vast te kunnen stellen is het nodig dat ook de analytische methode waarmee men dat zou kunnen meten bekend is. Als die niet bekend is, is het zo dat alleen indien wordt aangenomen dat het percentage gevormd liraglutide – waarbij 100% de theoretische maximale hoeveelheid is – gelijk is aan het conversiepercentage van het 12-31 fragment in nummer 24 van voorbeeld 9, de parameter behaald is.” Ter zitting is die aanname door [naam 6] bevestigd. Fresenius heeft die aanname echter uitdrukkelijk betwist, zodat de rechtbank niet kan vaststellen dat die aanname klopt en zodoende dat in de Octrooiaanvraag is bevestigd dat de eerste parameter van Mijlpaal 4 is behaald.
5.30.
Het behalen van de eerste parameter, met gebruik van gezuiverde elementen, is in het I&D Rapport van Fresenius daarentegen wel uitdrukkelijk bevestigd: “From the data collected, it is possible to assert that the reactions performed with purified fragments performed according to the protocol shared by Enzypep achieved a Liraglutide content >95% when the ratio 12-31 vs Liraglutide was considered (…).”
5.31.
Het I&D Rapport dateert van 15 juli 2022. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat Mijlpaal 4 op die datum is behaald.
5.32.
Weliswaar is al eerder – op 7 februari 2022 – in Rapport 15 geconcludeerd dat Mijlpaal 4 zou zijn behaald, maar daarbij speelt mee dat dat rapport is opgesteld onder leiding van [naam 1], en alleen door hem is goedgekeurd. Zoals Fresenius heeft aangevoerd, had [naam 1] daar een persoonlijk belang bij als verkoper van zijn aandelen aan Fresenius en partij bij de SPA. Daarnaast heeft Fresenius ook de in Rapport 15 gebruikte aannames en methodes betwist, om dezelfde redenen als genoemd in 5.29. De onpartijdigheid en de juistheid van Rapport 15 staan daardoor voor de rechtbank onvoldoende vast om alleen op basis van Rapport 15 te concluderen dat Mijlpaal 4 is behaald.
5.33.
De wettelijke handelsrente zal als gevolg van het voorgaande vanaf 29 juli 2022 (10 werkdagen na 15 juli 2022) worden toegewezen.
Verklaring voor recht
5.34.
Nu de volledige vordering van Chemelot c.s. wordt toegewezen heeft Chemelot c.s. geen belang meer bij de door haar gevorderde verklaring voor recht zodat deze niet zal worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
5.35.
Chemelot c.s. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Chemelot c.s. heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. De door Chemelot c.s. gestelde werkzaamheden in het kader van het mogelijk bereiken van een schikking met Fresenius gaan verder dan het doen van een (niet-aanvaard) schikkingsvoorstel of het op een gebruikelijke manier voorbereiden of instrueren van een zaak waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding inhoudt. Fresenius heeft ook niet betwist dat er schikkingsonderhandelingen met haar hebben plaatsgevonden en dat (de advocaat van) Chemelot c.s. de gestelde werkzaamheden in dat kader heeft verricht. Chemelot c.s. heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 8.197,75 conform het Besluit worden toegewezen.
Proceskosten
5.36.
Fresenius is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Chemelot c.s. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
144,47
- griffierecht
€
6.861,00
- salaris advocaat
€
9.262,00
(2 punten × € 4.631,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
16.456,47
5.37.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6De beslissing
De rechtbank
6.1.
veroordeelt Fresenius om aan Chemelot c.s. te betalen een bedrag van € 4.000.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 29 juli 2022, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Fresenius om aan Chemelot c.s. te betalen een bedrag van € 8.197,75 aan buitengerechtelijke kosten,
6.3.
veroordeelt Fresenius in de proceskosten van € 16.456,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Fresenius niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.4.
veroordeelt Fresenius tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
6.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.F. van Schendel en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|