|
|
|
| ECLI:NL:RBDHA:2026:26870 | | | | | Datum uitspraak | : | 16-09-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 24-09-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Den Haag | | Zaaknummers | : | C/09/701903 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Toewijzing gevorderde ontruiming gekraakte woonwagen; belangenafweging huisrecht (art. 8 EVRM) en renovatieplannen gemeente. Renovatieplannen voor het woonwagenpark voldoende concreet onderbouwd, evenals aanvangsdatum werkzaamheden. Voorwaardelijke ontruiming voor het geval gedaagde getroffen schikking niet nakomt en ontruiming bij verstek tegen anonieme kraker(s). | | Trefwoorden | : | omgevingsvergunning | | | vaststellingsovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK Den Haag
Civiel recht
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: C/09/701903 / HA ZA 26-290
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
GEMEENTE RIJSWIJK,
te Rijswijk,
eiser,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. M.S. Houweling,
tegen
1 [gedaagden sub 1] ,
te [woonplaats] ,
gedaagde,
hierna te noemen: [gedaagden sub 1] ,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
en
2. ZIJ DIE VERBLIJVEN IN (GEDEELTES VAN) DE ONROERENDE ZAAK STAANDE EN GELEGEN AAN DE [adres] RIJSWIJK,
gedaagden,
hierna te noemen: gedaagden sub 2
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 maart 2026 met producties 1 tot en met 13;
- de conclusie van antwoord van [gedaagden sub 1] van 20 mei 2026 met productie 1;
- het tussenvonnis van 10 juni 2026 met datumbepaling van de mondelinge behandeling;
- de akte overlegging producties van de Gemeente van 20 augustus 2026 met producties 14 tot en met 18;
- de mondelinge behandeling van 2 september 2026, waarbij door de advocate van de Gemeente, mr. A.D. de Jonge, spreekaantekeningen zijn overgelegd. Ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt, en is een proces-verbaal houdende een vaststellingsovereenkomst tussen de Gemeente en [gedaagden sub 1] (hierna: het proces-verbaal) opgemaakt.
1.2.
Gedaagden sub 2 zijn niet verschenen en tegen hen is verstek verleend. Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2De kern van de zaak
2.1.
De Gemeente is eigenaar van de door (in ieder geval) [gedaagden sub 1] sinds maart 2024 gekraakte woonwagen op het woonwagenpark [wijknaam] in Rijswijk dat al sinds 2020 onderwerp is van sloop-, renovatie- en herinrichtingsplannen van de Gemeente. De Gemeente is sinds het tweede kwartaal van 2026 bezig met de voorbereiding van die werkzaamheden die naar verwachting in januari 2027 zullen aanvangen. De Gemeente vordert de ontruiming van de gekraakte woonwagen zodat zij tijdig met de werkzaamheden kan aanvangen. De rechtbank wijst die vordering toe.
3De beoordeling
Vordering van de Gemeente
3.1. De Gemeente vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zakelijk weergegeven:
I. gedaagden te veroordelen om onmiddellijk, althans binnen een door de rechtbank te bepalen termijn, de woonwagen op het adres [adres] Rijswijk, te verlaten en te ontruimen;
II. te bepalen dat de gevorderde ontruiming zo nodig door de deurwaarder met de sterke arm van politie en/of justitie kan plaatsvinden en te bepalen dat de daarbij te maken kosten voor rekening van gedaagden komen;
III. te bepalen dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) genoemde termijn van één jaar, althans een door de rechtbank te bepalen termijn, ook ten uitvoer gelegd kan worden tegen eenieder die zich in de woonwagen bevindt of daarin binnentreedt;
IV. gedaagden te veroordelen in de proceskosten.
Vaststellingsovereenkomst tussen de Gemeente en [gedaagden sub 1]
3.2.
In het proces-verbaal is de tussen [gedaagden sub 1] en de Gemeente ter zitting bereikte vaststellingsovereenkomst vastgelegd. Voorzover relevant luiden de bepalingen daarvan als volgt:
“1. [gedaagden sub 1] verbindt zich om de woonwagen aan de [adres] Rijswijk per 20 januari 2027 te verlaten en te ontruimen met al wie en al wat zich van de zijde van [gedaagden sub 1] in de woonwagen bevindt, en leeg op te leveren en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van de Gemeente Rijswijk te stellen mits op die datum de benodigde (niet onherroepelijke) omgevingsvergunning verleend is.
2. Indien de benodigde omgevingsvergunning niet voor of uiterlijk op 20 januari 2027 verleend is, zal een aanvullende ontruimingstermijn gesteld worden op 4 weken na kennisgeving door de Gemeente Rijswijk van de verleende (niet onherroepelijke) omgevingsvergunning aan mr. M.A.R. Schuckink Kool.
3. Voor zover [gedaagden sub 1] zich niet houdt aan de onder 1 en 2 gemaakte afspraken zal het nog door de rechtbank te wijzen vonnis in de plaats treden van de door partijen gemaakte afspraken en kan de deurwaarder tot onmiddellijke executie van dat vonnis overgaan.”
3.3.
De Gemeente en [gedaagden sub 1] zijn dus overeengekomen dat bij niet-nakoming van de voornoemde verplichtingen de door de Gemeente in deze procedure gevorderde ontruiming alsnog met behulp van dit vonnis van de rechtbank kan worden uitgevoerd. Daarom zal de rechtbank de gevorderde ontruiming jegens [gedaagden sub 1] voorwaardelijk uitspreken.
Ontruiming door eventuele andere krakers
3.4.
Ter voorkoming van eventueel opvolgend onrechtmatig kraken door derden heeft de Gemeente naast de schikking met [gedaagden sub 1] in combinatie met dit voorwaardelijke ontruimingsvonnis ook belang bij haar vorderingen jegens gedaagden sub 2. Het jegens hen gevorderde komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en is toewijsbaar zoals vermeld in de beslissing.
De proceskosten
3.5.
De Gemeente en [gedaagden sub 1] hebben in de vaststellingsovereenkomst afspraken gemaakt over de proceskosten, zodat de rechtbank niet toekomt aan een beslissing over de proceskosten tussen voornoemde partijen.
3.6.
Gedaagden sub 2 zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Gemeente die betrekking hebben op gedaagden sub 2 worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding € 76,50 (helft van € 153,01)
- griffierecht € 367,50 (helft van € 735,00)
- salaris advocaat € 614,00 (1 punt)
- nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.236,00
3.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten tegenover gedaagden sub 2 wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3.8.
De proceskostenveroordeling tegenover gedaagden sub 2 wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
3.9.
De gevorderde vergoeding van de kosten van de ontruiming door de sterke arm van politie en/of justitie wordt afgewezen. Deze kosten zijn alleen toewijsbaar, als zij in redelijkheid zijn gemaakt, hetgeen niet op voorhand te beoordelen is.
4De beslissing
4.1.
veroordeelt [gedaagden sub 1] voorwaardelijk – in het geval hij de tussen hem en de Gemeente in het proces-verbaal vastgelegde schikkingsovereenkomst niet nakomt – om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de woonwagen op het adres [adres] Rijswijk, kadastraal bekend [kadastraal kenmerk] , te verlaten en te ontruimen met al wie en al wat zich van de zijde van [gedaagden sub 1] in de woonwagen bevindt, en leeg op te leveren en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van de Gemeente Rijswijk te stellen, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm conform het in de artikelen 555 e.v. jo 444 Rv bepaalde;
4.2.
veroordeelt gedaagden sub 2 om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de woonwagen op het adres [adres] Rijswijk, kadastraal bekend [kadastraal kenmerk] , te verlaten en te ontruimen met al de hunnen en al het hunne, die onroerende zaak in oorspronkelijke staat leeg en ontruimd op te leveren, en die onroerende zaak na de ontruiming ontruimd en verlaten te houden, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder kan worden bewerkstelligd met behulp van de sterke arm conform het in de artikelen 555 e.v. jo 444 Rv bepaalde;
4.3.
bepaalt dat deze veroordeling binnen de in artikel 557a lid 3 Rv genoemde termijn van één jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de woonwagen op het adres [adres] Rijswijk, kadastraal bekend [kadastraal kenmerk] bevindt of in die woonwagen binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet;
4.4.
veroordeelt gedaagden sub 2, hoofdelijk, in de proceskosten van € 1.297,41, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, en te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als gedaagden sub 2 niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna aan hen wordt betekend;
4.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, en
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.M. van den Bosch en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|