Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:31466 
 
Datum uitspraak:13-10-2026
Datum gepubliceerd:03-11-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:12252066 RP VERZ 26-5068 12252066 RP VERZ 26-5068
Rechtsgebied:Arbeidsrecht
Indicatie:ontslag op staande voet terecht gegeven, geen transitievergoeding.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
burgerlijk wetboek
uitzendbureau
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK
DEN HAAG


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Den Haag

esm/c
Zaaknummer: 12252066 \ RP VERZ 26-50685


Beschikking van 13 oktober 2026


in de zaak van



[verzoekende partij]
,
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekende partij],
gemachtigde: mr. H. Qasem,

tegen


ODIDO RETAIL B.V.,
te Den Haag,
verwerende partij,
hierna te noemen: Odido,
gemachtigde: mr. M.E.C.M. Paumen.




1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift,
- het verweerschrift,
- de aanvullende productie 17 van [verzoekende partij], ontvangen op 10 september 2026,
- de mondelinge behandeling van 15 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De feiten


2.1.
Odido is een telecomprovider met meer dan 100 winkels in Nederland. Deze winkels zijn verdeeld in regio’s en elke regio heeft een regiomanager.



2.2.

[verzoekende partij], geboren [geboortedatum] 1992, is vanaf 1 september 2020 via een uitzendbureau en sinds [datum] 2021 in dienst bij Odido Retail B.V. De functie van [verzoekende partij] is [functienaam] met een loon van € 2.905,88 bruto per maand exclusief overige emolumenten, en een gemiddelde all-in maandbeloning van € 4.277,51 bruto.



2.3.
Op de arbeidsovereenkomst is een gedragscode van toepassing verklaard, de ‘Code of conduct’. Daarnaast zijn er voor Retail specifieke huisregels. Deze gedragscode, huisregels en een brief ‘naleving processen en procedures’ is door [verzoekende partij] voor akkoord getekend bij aanvang van de arbeidsovereenkomst.



2.4.

[verzoekende partij] is [functienaam] in de Odidowinkel in [plaats] ([locatie]). [verzoekende partij] stuurt een team van shopadvisors aan en moet onder meer zorgen voor effectieve inzet van personeel binnen het budget en het correct verantwoorden van alle gewerkte uren, waaronder zijn eigen uren.



2.5.
Voor de urenregistratie wordt het systeem ‘Manus’ gebruikt. Op bladzijde 15 van de Manus-handleiding staat:
‘Als manager ben jij verantwoordelijk voor een correcte urenregistratie, die overeenkomst met de werkelijk gemaakte uren. Op een onjuiste registratie van uren voert Odido een zero tolerance-beleid. Dit houdt in dat onjuist registreren van uren kan leiden tot ontslag op staande voet.’



2.6.
Op 16 februari 2026 heeft Odido de volgende brief aan alle shopmedewerkers gestuurd:

Let op!



Vink uitsluitend na gelezen, begrepen en akkoord.



Lees(!) je bent op de hoogte van ons Manus+ beleid, je hebt de inhoud begrepen en bent akkoord met dit beleid.



Mocht je nog vragen hebben dan stel je deze aan jouw lijnmanager



Hiernaast ben je op de hoogte van eventuele consequenties, wanneer je afwijkt van


onderstaande beleid.



Brief t.b.v. belangrijke regels Manus



Beste collega,



Binnen Retail werken we met het roostersysteem Manus+. Het systeem is o.a. bedoeld voor het plannen en registreren van roosters en gewerkte uren. Daarnaast is het een belangrijke bron voor de salarisuitbetaling.



Hieronder vind je een aantal belangrijke regels met betrekking tot het werken in en met Manus. De volledige informatie is terug te vinden in de handleiding (My)Manus en in het


personeelshandboek “Werken bij Odido.”



Het is voor iedere medewerker belangrijk om kennis te hebben van de beleidsregels omtrent


Manus, het personeelshandboek en de (My)Manus handleiding. Het is hiermee dan ook je eigen verantwoordelijkheid om op de hoogte te zijn van bovenstaande handboeken en handleidingen.



Daarom sturen we je jaarlijks deze brief die door iedere medewerker moet worden ondertekend voor ‘gelezen en begrepen’. Voor nieuwe medewerkers geldt dat zij deze brief via de start up guide dienen te ondertekenen.


Ureninzet en plng


Als je manager bent, ben je eindverantwoordelijk voor de uren inzet (binnen 80/100% budget) in je shop. Het rooster moet minimaal 6 weken van tevoren zijn gemaakt. De manager is verantwoordelijk voor het maken van het rooster. De medewerker is verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van zijn of haar beschikbaarheid en dient op de hoogte te zijn van zijn of haar rooster.


De daadwerkelijk gewerkte uren en vakantieaanvragen houdt de manager ten minste wekelijks bij.


De medewerker is verantwoordelijk voor een wekelijkse controle op eigen uren.



Beleid omtrent urenregistratie


De manager verantwoordt exact de tijd die je aanwezig bent in de shop vanaf de openingstijden die voor jouw shop gelden. Je mag niet meer dan een kwartier voor of na openingstijd van je shop schrijven, tenzij in overleg met de regiomanager anders is bepaald. Een veelvoorkomende fout is dat er uren worden geschreven die men niet aanwezig was. Dit is niet toegestaan. Elk uur dat je verantwoordt als gewerkt in Manus, ben je aanwezig in de shop.



Als medewerker kun je via het medewerkersportal, MyManus, je rooster en gewerkte uren inzien en ben je medeverantwoordelijk voor een juiste verwerking in Manus. Je moet eventuele fouten/aanpassingen op maandag per app/mail voor 18.00 uur bij je manager melden, want dan kan het door je manager nog worden aangepast in het rooster.



Als manager zorg je dat elk gewerkt uur correct verwerkt is in Manus. Uiterlijk maandag 18.00 uur is er een controle gedaan en zijn eventuele aanpassingen doorgevoerd. Na controle van het periode overzicht (voorgaande week) geef je uiterlijk dinsdag 12:00 uur akkoord voor de gewerkte uren in de shop van al je teamleden en jezelf.



Hiermee zorgen we ervoor dat correctieverzoeken tot een uitzondering behoren en medewerkers tijdig en correct kunnen worden uitbetaald.



Elk uur in Manus moet kunnen worden verantwoord door de manager. Voor het niet juist uitvoeren van de urenregistratie geldt een zero tolerance beleid. Dit betekent dat onregelmatigheden in de urenregistratie kunnen leiden tot ontslag op staande voet.”




2.7.

[verzoekende partij] heeft deze brief voor akkoord ondertekend op 24 februari 2026.



2.8.
De regiomanager heeft [verzoekende partij] op 19 maart 2026 niet aangetroffen in de winkel. Daarna heeft hij onderzoek laten doen naar de gewerkte en geregistreerde uren van [verzoekende partij] over de periode 1 maart tot en met 29 maart 2026.



2.9.
Op 31 maart 2026 is [verzoekende partij] tijdens een gesprek met Odido op staande voet ontslagen. In de brief van gelijke datum staat het volgende:

“- niet werken terwijl Odido mag verwachten en denkt te weten dat jij volgens rooster aan het werk bent,


- het in de urenregistratie als ‘gewerkt‘ opnemen van niet gewerkte tijd.


Des te ernstiger is het, dat je dit meermaals hebt gedaan. De bovengenoemde gedragingen vormen ieder voor zich doch zeker in combinatie met elkaar een dringende reden voor ontslag op staande voet.”




2.10.
Op 19 mei 2026 heeft Odido aan [verzoekende partij] een verrekeningsverklaring gestuurd waarin staat dat de eindafrekening en de laatste salescommissie op de gefixeerde schadevergoeding wordt ingehouden.





3Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoekende partij] verzoekt de kantonrechter om:
I. de wettelijke transitievergoeding,
II. een billijke vergoeding van € 20.000,00 bruto,
III. een gefixeerde schadevergoeding van twee bruto-maandlonen wegens onregelmatige opzegging,
IV. voor recht te verklaren dat verzoeker geen gefixeerde schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:677 en 7:680 BW aan Odido verschuldigd is, en de door Odido opgelegde en/of verrekende gefixeerde schadevergoeding onverschuldigd is betaald en dient te worden terugbetaald,
V. Odido te veroordelen tot betaling van het achterstallig loon over de gehele maand maart 2026, vermeerderd met de wettelijke rente,
VI. Odido te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging vanaf de vervaldag 23 april 2026,
VII. Odido te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten,
IX. Odido te veroordelen in de griffiekosten, proceskosten, inclusief nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
Volgens [verzoekende partij] is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig en ook een disproportionele maatregel. [verzoekende partij] voert aan dat er geen althans onvoldoende hoor en wederhoor is toegepast, hij geen (volledige) inzage heeft gehad in het beeldmateriaal. Daarnaast is er geen sprake van opzettelijke urenfraude van [verzoekende partij]. Het is hooguit een vergissing geweest van [verzoekende partij] of administratieve onjuistheid. Er was geen duidelijke structuur binnen de organisatie. Ook is er geen rekening gehouden met bijzondere persoonlijke omstandigheden aan de kant van [verzoekende partij]. Zo is zijn oma overleden, waardoor hij 19 maart 2026 en 26 maart 2026 niet aanwezig was. Daarnaast heeft [verzoekende partij] twee jonge kinderen, waarvan een zieke baby en een peuter waarmee (opvang)problemen zijn, waardoor hij om overplaatsing heeft gevraagd en heeft gekregen. Er is sprake van een emotioneel en zwaar belaste privésituatie. De regiomanager was van dit alles op de hoogte. Een officiële waarschuwing, verbetertraject of andere maatregel had meer voor de hand gelegen. [verzoekende partij] heeft altijd naar behoren gefunctioneerd. Hij heeft structureel werkzaamheden buiten zijn ingeroosterde werktijden verricht. Odido vordert ten onterechte een gefixeerde schadevergoeding van [verzoekende partij].



3.2.
Odido voert verweer en stelt dat de verzoeken van [verzoekende partij] moeten worden afgewezen. Odido voert aan dat zij in de afgelopen jaren streng is gaan toezien op correcte urenregistratie in overeenstemming met de Manus-handleiding. De regiomanagers sturen daarop. De door Odido gegevens instructies waren heel duidelijk. De brief van 16 februari 2026 is digitaal gedeeld met alle betrokken shopmedewerkers en voor akkoord ondertekend door [verzoekende partij]. [verzoekende partij] wist dat hij op staande voet kon worden ontslagen als hij de registratie van zijn uren niet correct deed. Mochten er na de registratie fouten in staan, dan moet de [functienaam] dat wijzigen. Als er na een week nog steeds onjuistheden in de urenregistratie staan, moet de [functienaam] dit afstemmen met de regiomanager. Dit heeft [verzoekende partij] nagelaten. In de periode 1 tot en met 29 maart 2026 heeft [verzoekende partij] zich schuldig gemaakt aan te laat komen, soms zo laat dat de winkel te laat werd geopend, te vroeg vertrekken en deze (niet gewerkte) uren registreren als gewerkte uren. In deze periode, waarbij 19 maart en 26 maart 2026 niet zijn meegeteld, heeft [verzoekende partij] gedurende 22 dagen 16 uur ten onrechte geregistreerd als gewerkt, en is hij 13 dagen te laat gekomen en/of te vroeg vertrokken. Odido heeft het onderzoek naar (de uren van) [verzoekende partij] afgerond op 30 maart 2026 na de accordering van de uren van de week ervoor in Manus. Op 31 maart 2026 heeft het gesprek met Yousuf plaatsgevonden en is Yousuf op staande voet ontslagen. Daarmee heeft Odido onverwijld gehandeld en hoor en wederhoor op juiste wijze toegepast. [verzoekende partij] heeft geen verklaring kunnen geven voor de onjuiste registratie en het verschil tussen geregistreerde uren en gewerkte uren. Hij heeft tijdens het gesprek aangegeven dat hij er vanuit gaat dat de gegevens en het beeldmateriaal van Odido juist zijn. Ook tijdens de zitting heeft hij geen verweer gevoerd tegen de juistheid van het urenoverzicht en de onderzoeksgegevens van Odido. Op basis van de onderzoeksgegevens en het urenoverzicht is [verzoekende partij] meermaals ongeoorloofd afwezig geweest en heeft hij ook niet-gewerkte uren als gewerkt verantwoord in de urenregistratie. Daarom is hij terecht op staande voet ontslagen. Andere [functienaam] zijn ook op staande voet ontslagen op grond van onjuiste urenregistraties, te weten in november 2023, in december 2023 en in april 2025. De laatste keer is [verzoekende partij] degene geweest die de ontslagen [functienaam] heeft opgevolgd. [verzoekende partij] was ook op deze manier op de hoogte van het zero tolerance beleid van Odido. Opzet is niet vereist en staat ook niet met zoveel woorden in de ontslagbrief. De persoonlijke omstandigheden van [verzoekende partij] zijn meegewogen, maar doen niet af aan de geconstateerde feiten en het door Odido gehanteerde zero tolerance beleid.





4De beoordeling


4.1.

[verzoekende partij] heeft meerdere handelsnamen van Odido als verwerende partij opgenomen in haar verzoekschrift. De arbeidsovereenkomst die op [datum] 2021 tussen partijen is gesloten is volgens Odido gesloten tussen [verzoekende partij] en T-Mobile Netherlands Retail B.V.. Deze naam is vervallen en vervangen door Odido Retail B.V., zoals ook vermeld staat op de salarisstroken en -specificaties van [verzoekende partij]. Dit laatste is niet weersproken door [verzoekende partij] en daarom wordt er in deze procedure vanuit gegaan dat Odido Retail B.V. de werkgever is van [verzoekende partij].



4.2.

[verzoekende partij] heeft berust in het aan hem gegeven ontslag. Daarmee staat vast dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd op 31 maart 2026.



4.3.
Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [verzoekende partij] een billijke vergoeding moet worden toegekend, en of Odido moet worden veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, een transitievergoeding, salaris, wettelijke verhoging en proceskosten en ten slotte ook of aan Odido een gefixeerde schadevergoeding toekomt.



4.4.
De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel is gekomen.



4.5.
Of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven, moet worden getoetst aan de criteria van artikel 7:677 lid 1 BW: er moet sprake zijn van een dringende reden en de opzegging moet onverwijld zijn gegeven, met gelijktijdige mededeling van de dringende reden voor dat ontslag aan de werknemer. Voor de werkgever worden als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren (artikel 7:678 lid 1 BW). De kantonrechter moet bij de beoordeling van de dringende reden alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen. De stelplicht en bewijslast van de gestelde dringende reden rusten op de werkgever.



4.6.

[verzoekende partij] is van mening dat hij niet opzettelijk de fouten in de urenregistratie heeft gemaakt, dat er geen, althans onvoldoende hoor en wederhoor is geweest en verder dat het ontslag een te zware maatregel is.
Vast staat dat [verzoekende partij] aanwezig moet zijn in de winkel tijdens de overeengekomen uren en dat hij deze uren moet registreren in het door Odido voorgeschreven Manus-systeem. De regels omtrent urenregistratie binnen Odido blijken voldoende duidelijk uit de code of conduct, de huisregels en een brief ‘naleving processen en procedures’ en zijn ook bij [verzoekende partij] bekend. Ook zijn de regels omtrent urenregistratie ongeveer 1,5 maand voor zijn ontslag nogmaals aan [verzoekende partij] duidelijk gemaakt door Odido in haar brief van 16 februari 2026. Dat Odido een zero tolerance beleid voert op dit punt en dat ontslag op staande voet zou kunnen volgen bij onjuiste registratie van uren blijkt heel duidelijk uit deze brief. Deze (jaarlijks herhaalde) brief is bovendien door [verzoekende partij] voor akkoord getekend.



4.7.
Voorts staat vast dat de regiomanager van Odido [verzoekende partij] op 19 maart 2026 niet heeft aantroffen in de winkel tijdens zijn werktijd. Omdat [verzoekende partij] al meerdere keren niet was aangetroffen in de winkel en hierop telkens was aangesproken, heeft de regiomanager deze keer onderzoek laten doen naar de uren van [verzoekende partij]. Dit onderzoek is door Odido op 30 maart 2026 afgerond waarna op 31 maart 2026 een gesprek met [verzoekende partij] is gevoerd en hij vervolgens op staande voet is ontslagen vanwege kort gezegd het niet goed registreren van zijn uren en het niet werken wanneer hij wel zou moeten hebben werken. Hiermee is onverwijld gehandeld en is voldaan aan de eisen van hoor en wederhoor. Het onderzoek liep over de periode 1 maart 2026 tot 29 maart 2026 en was de dag erna afgerond, waarna weer 1 dag later een gesprek is gevoerd met [verzoekende partij]. Ook staat vast dat het beeldmateriaal en de urenregistratie met [verzoekende partij] is doorgelopen tijdens het gesprek op 31 maart 2026 en hij de juistheid van deze data en beelden - waaruit volgt dat hij niet heeft gewerkt tijdens werktijden en deze niet juist heeft geregistreerd – niet heeft tegengesproken. Hij heeft geen verklaring gegeven voor de onjuistheden in de registratie van zijn uren, niet tijdens het gesprek en ook niet op de zitting. Dat het een administratieve vergissing was, wordt door Odido gemotiveerd weersproken en heeft [verzoekende partij] niet nader gespecificeerd. Onweersproken staat daarmee vast dat [verzoekende partij] van de 22 werkdagen in de onderzoeksperiode van net geen maand (waarbij rekening is gehouden met twee verlof dagen 19 maart 2026 en 26 maart 2026) 16 uren niet heeft gewerkt en 13 dagen te laat danwel te vroeg is vertrokken. Het meermaals niet werken terwijl geregistreerd is of wordt dat wel is gewerkt, mede gezien zijn verantwoordelijkheid voor de correcte urenregistratie als [functienaam] maakt dat er sprake is van een dringende reden waarvoor ontslag op staande voet gerechtvaardigd is. Daarbij speelt een rol dat er sprake is van een aanzienlijke hoeveelheid uren die niet zijn verantwoord door [verzoekende partij], te weten 16 uur in 22 werkdagen, dat hij een voorbeeldfunctie heeft en al eerdere keren door Odido was gewezen op zijn afwezigheid tijdens werktijd. Gezien het door Odido gevoerde zero tolerance beleid, waardoor [verzoekende partij] wist hoe belangrijk een correcte urenregistratie was, het belang van Odido daarbij én de medewerkers die om dezelfde reden zijn ontslagen waaronder de voorganger van [verzoekende partij] in de huidige winkel, maakt dat een lichtere maatregel niet op zijn plaats is. Ook wordt meegewogen dat [verzoekende partij] een jonge man van 33 jaar is en dat de arbeidsmarktcondities voor vergelijkbare functies als [functienaam] goed zijn.
Dat [verzoekende partij] geen opzet had bij het plegen van deze feiten, maakt dit niet anders. Dit wordt [verzoekende partij] niet verweten en speelt daarom geen rol. De door [verzoekende partij] aangevoerde persoonlijke omstandigheden leiden evenmin tot een ander oordeel. Odido heeft daar al rekening mee gehouden door [verzoekende partij] op zijn verzoek in een kleinere winkel te laten werken. Dat er reden was voor andere maatregelen heeft [verzoekende partij] niet gesteld en is ook niet aannemelijk gemaakt.



4.8.
Het verzoek van [verzoekende partij] tot toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen, omdat zoals hiervoor is overwogen het ontslag rechtsgeldig is gegeven en er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Odido.



4.9.
De vordering tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen, omdat het ontslag op staande voet op goede gronden is gegeven zoals hiervoor is overwogen. Voor een terecht gegeven ontslag op staande voet hoeft namelijk geen opzegtermijn in acht te worden genomen.



4.10.
Het verzoek om Odido te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding wordt eveneens afgewezen. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat sprake is van feiten en omstandigheden die een dringende reden opleveren voor het ontslag op staande voet. Die feiten en omstandigheden brengen in dit geval ook mee dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van [verzoekende partij] dat als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Daarom is geen transitievergoeding verschuldigd.



4.11.

[verzoekende partij] vordert salaris over de maand maart 2026. Daar heeft hij recht op omdat het dienstverband is geëindigd op 31 maart 2026. Odido heeft in haar verweerschrift gesteld en onderbouwd met een salarisstrook dat dit bedrag reeds aan [verzoekende partij] is betaald. Omdat [verzoekende partij] daar geen verweer tegen heeft gevoerd, staat onweersproken vast dat het salaris over de maand maart 2026 aan [verzoekende partij] is betaald. Dit deel van de vordering wordt daarom afgewezen. Ditzelfde geldt voor de vordering tot betaling van de wettelijke verhoging over dit maandbedrag.



4.12.
De stelling van [verzoekende partij] dat Odido ten onrechte een gefixeerde schadevergoeding bij [verzoekende partij] in rekening heeft gebracht, wordt verworpen. [verzoekende partij] heeft Odido een dringende reden heeft gegeven om hem op staande voet te ontslaan. Daar heeft [verzoekende partij] schuld aan, omdat hij heeft immers zijn urenregistratie niet juist heeft bijgehouden en hij minder heeft gewerkt dan hij zou moeten hebben gewerkt. Op grond van 7:677 leden 2 en 3 BW heeft Odido recht op een gefixeerde schadevergoeding, gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Bij brief van 19 mei 2026 heeft Odido (het saldo van) de eindafrekening en de salescommissie ingehouden op de gefixeerde schadevergoeding. Deze berekening is door [verzoekende partij] niet weersproken. De verrekening heeft Odido op goede grond gedaan, omdat de gefixeerde schadevergoeding opeisbaar is op het moment van het einde van de arbeidsovereenkomst, te weten 31 maart 2026 en zij een verrekeningsverklaring heeft gestuurd.



4.13.
Omdat alle vorderingen van [verzoekende partij] worden afgewezen, zijn de buitengerechtelijke incassokosten niet op goede gronden gemaakt. Deze kosten worden daarom afgewezen.



4.14.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoekende partij], omdat [verzoekende partij] overwegend ongelijk krijgt en sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoekende partij]. De proceskosten aan de zijde van Odido worden begroot op € 957,00 (€ 865,00 aan salaris gemachtigde en € 92,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.







5De beslissing

De kantonrechter


5.1.
wijst de verzoeken van [verzoekende partij] af,



5.2.
veroordeelt [verzoekende partij] in de proceskosten van € 957,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoekende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,



5.3.
verklaart deze beschikking wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Groeneveld-Stubbe en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2026.









Artikel 7:673 lid 7, onder c, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).


Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
Link naar deze uitspraak