|
|
|
| ECLI:NL:RBGEL:2026:1219 | | | | | Datum uitspraak | : | 19-02-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 25-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Gelderland | | Zaaknummers | : | ARN 24/7768 | | Rechtsgebied | : | Bestuursprocesrecht | | Indicatie | : | Afwijzing woonurgentieverklaring. Eigen verantwoordelijkheid. Geen aanleiding voor toepassen hardheidsclausule. Gevolgen afwijzing niet onevenredig. | | Trefwoorden | : | bijstandsuitkering | | | | Uitspraak | RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/7768
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
(gemachtigde: mr. E. Düsünceli),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem
(gemachtigde: E. Okubazghi).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag voor een woonurgentieverklaring. Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de aanvraag voor een woonurgentieverklaring heeft kunnen afwijzen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 18 april 2024 heeft het college het verzoek van eiseres om een woonurgentieverklaring afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 17 september 2024 is het college bij deze afwijzing gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres met haar partner, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
3. Eiseres heeft een aanvraag gedaan voor een woonurgentieverklaring. Nadat de bijstandsuitkering is stopgezet, is een betalingsachterstand ontstaan en zijn eiseres en haar gezinsleden hun huurwoning uitgezet. Sinds september 2023 woont eiseres met haar partner en hun twee minderjarige kinderen in huis bij haar schoonouders. Naast haar schoonouders wonen ook haar schoonbroer en schoonzus op dit adres (in totaal wonen er negen personen). Het huis heeft vier slaapkamers. Het gezin van eiseres slaapt in de woonkamer. Deze situatie is slecht voor de kinderen. Ook heeft eiseres psychische klachten.
3.1.
Het college heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. Volgens het college is wel sprake van een woonnoodsituatie, maar heeft eiseres niet aangetoond dat er een medische of psychische noodzaak is voor een verhuizing op korte termijn. Volgens het college is eiseres zelf verantwoordelijk voor het ontstane probleem.
3.2.
Tussen partijen is niet in geschil dat sprake is van een woonnoodsituatie. De vraag is of eiseres zelf verantwoordelijk is voor het ontstane probleem en of het college aanleiding had moeten zien voor toepassing van de hardheidsclausule.
Toetsingskader
4. Er is in de regio Arnhem schaarste aan sociale huurwoningen en er zijn veel mensen die met spoed op zoek zijn naar een woning. Die mensen kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een urgentieverklaring. Omdat woningen schaars zijn, zijn de voorwaarden voor een urgentieverklaring streng: als een woningzoekende voorrang krijgt, betekent dat immers dat anderen langer moeten wachten. De voorwaarden voor een urgentieverklaring zijn opgenomen in de Huisvestingsverordening Gemeente Arnhem 2024 (de Verordening) en het Reglement aanvragen urgentie woonruimteverdeling Groene Metropoolregio 2024 (het Reglement).
4.1.
Volgens artikel 10, vierde lid, van de Verordening kan het college een noodurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die zich in een persoonlijke noodsituatie bevindt, indien deze noodsituatie:
niet door betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen;
niet door betrokkene zelf kan worden opgelost; en
zodanig ernstig is dat het onverantwoord is deze situatie langer dan 4 maanden te laten voortbestaan, geteld vanaf het moment van de aanvraag om een urgentieverklaring.
In het vijfde lid van dit artikel staat verder beschreven dat als er sprake is van een verwijtbare verantwoordelijkheid voor het ontstaan of voortbestaan van de persoonlijke noodsituatie als bedoeld in het vierde lid dit geldt tot een maximum van drie jaar na het ontstaan van de woonnoodsituatie.
4.2.
Op grond van artikel 22 van de Verordening is het college bevoegd om, in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager af te wijken van bepalingen in de verordening.
Heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eiseres zelf verantwoordelijk is voor het ontstane probleem?
5. Eiseres voert aan dat zij geen enkel aandeel heeft gehad in het ontstaan van de woonnoodsituatie. Zij en haar kinderen draaien nu wel op voor de gevolgen. Volgens eiseres volgt hieruit dat het besluit in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
5.1.
Het college heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat eiseres en haar echtgenoot zelf verantwoordelijk zijn voor de ontstane situatie. Eiseres en haar echtgenoot woonden tot september 2023 in een huurwoning. De ontbinding van het huurcontract is het gevolg van de betalingsachterstand, die is ontstaan na blokkering van de bijstandsuitkering. Het betoog van eiseres dat zij hierin geen aandeel heeft gehad slaagt niet. Eiseres en haar partner zijn namelijk gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van verplichtingen die horen bij het ontvangen van een bijstandsuitkering. De ontbinding van het huurcontract is dan ook aan eiseres en haar partner verwijtbaar. Van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en/of het motiveringsbeginsel is geen sprake. De verwijtbaarheid kan hen voor een periode van maximaal drie jaar worden tegengeworpen. Tijdens de zitting is besproken dat deze termijn loopt tot oktober 2026. De beroepsgrond slaagt niet.
Heeft het college de betrokken belangen afgewogen en in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om toepassing te geven aan de hardheidsclausule?
6. Eiseres voert aan dat het college haar belangen niet goed heeft afgewogen. Volgens eiseres heeft het college ten onrechte geoordeeld dat niet is aangetoond dat er een medische of psychische noodzaak is voor verhuizing op korte termijn. Door de woonsituatie ondervindt eiseres psychische problemen en die worden met de dag erger. Er is een directe relatie met de woning, omdat de woning te klein is en de verhouding met de medebewoners niet optimaal is. Eiseres is door de huidige problematiek in de gevangenis beland. Voor de kinderen is het geen veilige plek om op te groeien. Volgens eiseres is het besluit ook om deze redenen in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
6.1.
Het college stelt zich op het standpunt dat het alle belangen heeft afgewogen. Het college verwijst hierbij naar het deskundigenadvies van Leijten & Van Hoek waaruit blijkt dat er op het moment van de afwijzing van de noodurgentieverklaring geen psychische of medische problemen waren. Tijdens de bezwaarschriftenprocedure bleek dat eiseres op een wachtlijst stond voor psychische hulp. Er was op dat moment geen sprake van behandelingen. Ook is tijdens de bezwaarschriftenprocedure niet gebleken dat de belangen van de kinderen niet voldoende waren gewaarborgd. Er was geen sprake van psychische of opvoedkundige problemen en eiseres gaf tijdens de hoorzitting aan dat het goed met hen ging.
6.2.
De rechtbank overweegt dat de omstandigheden die eiseres in het beroepschrift naar voren brengt, zoals haar verblijf in de gevangenis, van na de beslissing op bezwaar zijn. Dit zijn dus geen omstandigheden die het college bij de beslissing op bezwaar mee had kunnen wegen. Het betoog van eiseres dat de beslissing op bezwaar in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel volgt de rechtbank daarom niet.
6.3.
Uit de stukken blijkt verder dat het college de belangen van eiseres heeft meegewogen. In de beslissing op bezwaar is aangegeven dat het doel van de Verordening is om, gelet op het tekort aan betaalbare huurwoningen in de regio en het grote aantal verzoeken om een urgentieverklaring, de beschikbare huurwoningen zo eerlijk mogelijk te verdelen. De rechtbank oordeelt dat het college dit belang zwaarder mocht laten wegen dan het belang van eiseres om voorrang te krijgen op andere woningzoekenden.
6.4.
Alleen als er sprake is van onaanvaardbare gevolgen zoals een levensbedreigende situatie kan er aanleiding bestaan om de hardheidsclausule toe te passen. Dat sprake is van onaanvaardbare gevolgen is niet onderbouwd. Het college heeft daarom geen aanleiding hoeven zien om de hardheidsclausule toe te passen. Daarbij merkt de rechtbank op dat, zoals tijdens de zitting besproken, eiseres een nieuwe aanvraag kan indienen en daarbij de situatie waarin het gezin zich nu bevindt kan onderbouwen.
6.5.
De beroepsgrond slaagt niet.
Zijn de gevolgen van het besluit onevenredig voor eiseres?
7. Eiseres voert aan het besluit onevenredig uitpakt voor haar en haar gezin. Eiseres en haar gezinsleden worden door de huidige woonsituatie belemmerd in hun dagelijks functioneren.
7.1.
De rechtbank deelt het standpunt van het college dat niet is gebleken van zodanig bijzondere omstandigheden dat de gevolgen van het bestreden besluit onredelijk bezwarend zijn voor eiseres. Gezien de schaarste aan woningen is het niet hebben van een eigen woning geen bijzonderheid meer. Het inwonen bij familie is verre van ideaal, maar maakt het besluit niet onredelijk bezwarend voor eiseres. De omstandigheden die eiseres eerst in beroep heeft aangevoerd zijn van na de beslissing op bezwaar, zodat het college daar geen rekening mee heeft kunnen houden. Eiseres kan, zoals de rechtbank onder 6.4 al heeft overwogen, een nieuwe aanvraag indienen en daarin de situatie waarin het gezin zich nu bevindt onderbouwen. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat de afwijzing van het verzoek om een woonurgentie in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van mr. I.M. Stroink, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|