Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBGEL:2026:1565 
 
Datum uitspraak:03-03-2026
Datum gepubliceerd:06-03-2026
Instantie:Rechtbank Gelderland
Zaaknummers:AWB-25_3043
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:Compensatie herstel toeslagen. Beroep ongegrond. Niet is gebleken dat er sprake was van vooringenomen handelen of hardheid tegenover eiser.
Trefwoorden:kinderopvangtoeslag
 
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/3043
uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser
(gemachtigde: mr. H.M.A. van den Boogaard),

en

Dienst Toeslagen
(gemachtigde: [gemachtigde]).


Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit om aan eiser geen compensatie toe te kennen in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Eiser is het niet eens met dit besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit van de dienst om aan eiser geen compensatie toe te kennen.


1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de dienst terecht heeft geconcludeerd dat er geen sprake is geweest van vooringenomen handelen of hardheid tegenover eiser. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop

2. Eiser heeft de dienst gevraagd om de kinderopvangtoeslag over de jaren 2007 tot en met 2012 opnieuw te beoordelen, omdat hij van mening is dat hij slachtoffer is van het toeslagenschandaal. Volgens de dienst heeft eiser geen recht op een vergoeding, omdat er geen sprake is geweest van vooringenomen handelen. Met het bestreden besluit van
26 juni 2025 op het bezwaar van eiser is de dienst bij dat besluit gebleven.


2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De dienst heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [persoon A], de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de dienst.

Beoordeling door de rechtbank



Toetsingskader

3. Als iemand die kinderopvangtoeslag heeft gehad, schade heeft geleden omdat er voor 23 oktober 2019 sprake was van institutionele vooringenomenheid of omdat er sprake was van onbillijkheden van overwegende aard (erg oneerlijke gevolgen) door de hardheid waarmee de dienst voor 23 oktober 2019 het wettelijke systeem toepaste, dan kent de dienst op aanvraag compensatie toe.


Omvang van het geschil

4. De rechtbank stelt vast dat het geschil alleen gaat over de toeslagjaren 2009 en 2011.


Heeft de dienst terecht geconcludeerd dat er geen sprake was van hardheid of vooringenomenheid in 2009?

5. Eiser betoogt dat de dienst in 2009 vooringenomen heeft gehandeld. In september 2009 werd zijn oudste kind vier jaar en ging naar de basisschool. Eiser maakte daarom geen gebruik meer van de opvang, maar wel van de buitenschoolse opvang. Eiser heeft op het antwoordformulier van 6 september 2010 wel ingevuld dat er geen gebruik meer wordt gemaakt van de kinderopvang, maar heeft niet ingevuld dat hij gebruik maakt van de buitenschoolse opvang. Eiser betoogt dat de dienst uit de door eiser aangeleverde informatie had moeten opmaken dat hij wel degelijk recht had op kinderopvangtoeslag. Eiser is in feite gestraft voor het zetten van een verkeerd vinkje. Dit getuigt van vooringenomen handelen dan wel hardheid. De dienst had daarvoor aan eiser compensatie toe moeten kennen.



5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Van hardheid van het stelsel is bijvoorbeeld sprake als een formele tekortkoming, zoals het ontbreken van een handtekening in een contract, heeft geleid tot aanzienlijke negatieve gevolgen voor het recht op kinderopvangtoeslag, terwijl aan alle materiële eisen voor de kinderopvangtoeslag is voldaan. De rechtbank volgt het betoog van de dienst dat uit het procesverloop blijkt dat hier geen sprake is van hardheid of vooringenomenheid. In het geval van eiser deed zich de situatie voor dat zijn kind schoolgaand werd nadat het eerder gebruik heeft gemaakt van dagopvang. Op het moment dat een kind naar school gaat bestaat niet langer recht op toeslag voor dagopvang. Mogelijk bestaat wel recht op een toeslag voor de kosten van buitenschoolse opvang. Maar dan moet wel duidelijk zijn dat die kosten zijn gemaakt en tot welke hoogte. De door eiser in eerste instantie aangeleverde informatie was voor de dienst onduidelijk. Eiser had doorgegeven dat er wel opvanguren genoten waren, maar niet doorgegeven dat er gebruik gemaakt was van buitenschoolse opvang. De dienst heeft daarom aanvullende informatie opgevraagd. Eiser heeft vervolgens op het antwoordformulier voor de tweede keer niet ingevuld dat hij gebruik heeft gemaakt van buitenschoolse opvang. In die situatie handelt de dienst niet vooringenomen of hard als zij er vanuit gaat dat de opgegeven opvang dagopvang is waarop geen recht meer bestaat. In de bezwaarprocedure heeft eiser aanvullende stukken ingediend en nadat de dienst de informatie heeft geverifieerd bij de kinderopvangorganisatie, was duidelijk dat eiser in de periode dat het oudste kind naar school ging gebruik heeft gemaakt van buitenschoolse opvang. Eiser heeft toen alsnog de volledige kinderopvangtoeslag ontvangen. De rechtbank is van oordeel dat het meermaals niet doorgeven dat gebruik wordt gemaakt van buitenschoolse opvang van een andere orde is dan een vergeten handtekening of het maken van een typefout bij het doorgeven van het aantal opvanguren. Er is dus geen sprake van een geringe formele tekortkoming. Van de dienst kan niet worden verwacht dat zij in dit geval direct ter controle contact opneemt met de kinderopvangorganisatie om het ingevulde antwoordformulier te verifiëren. Daar komt bij dat de dienst al in een vroeg stadium contact heeft opgenomen met eiser omdat de door hem gegeven informatie onduidelijk was. Gelet op het voorgaande mocht de dienst daarom uitgaan van de informatie die eiser zelf heeft aangeleverd.


Heeft de dienst terecht geconcludeerd dat er geen sprake was van hardheid of vooringenomenheid in 2011?

6. Eiser betoogt dat de dienst in 2011 vooringenomen heeft gehandeld. De dienst heeft de door eiser aangeleverde informatie niet zorgvuldig verwerkt. De dienst is uitgegaan van de informatie in de KOI-viewer, terwijl deze informatie niet juist is. De dienst heeft daarom vooringenomen gehandeld en had daarvoor aan eiser compensatie toe moeten kennen.



6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De dienst heeft vastgesteld dat de door eiser aangeleverde informatie over het toeslagjaar 2011 onvolledig was. Daarom heeft de dienst verzocht om aanvullende informatie. Volgens de systemen van de dienst heeft eiser hierop niet gereageerd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij op dit verzoek heeft gereageerd. De rechtbank volgt het betoog van de dienst dat het zorgvuldig was om zich vervolgens te baseren op de gegevens uit de KOI-viewer, het registratiesysteem van opvanginstellingen zelf.



6.2.
Bij de vraag of er sprake is van vooringenomen handelen door de dienst, speelt mee of de verlaging op basis van de KOI-viewer achteraf gezien correct is. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het in de KOI-viewer vermelde aantal daadwerkelijk afgenomen uren kinderopvang, en de daarop gebaseerde beschikking van de kinderopvangtoeslag die door verweerder is vastgesteld, niet juist waren. Eiser heeft daartegen ook geen bezwaar gemaakt. Omdat er daarnaast ook geen andere bijzondere omstandigheden aan de orde zijn, kan niet worden gezegd dat eiser de dupe is geworden van vooringenomen handelen of hardheid door verweerder.




Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het besluit om aan eiser geen compensatie toe te kennen in het kader van de hersteloperatie toeslagen, in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van
mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op













griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



De partner van eiser.


Dit volgt uit artikel 2.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).


Kamerstukken II, 2021/2022, 36 151, nr. 3, p. 71.


Kinderopvanginformatie-viewer.
Link naar deze uitspraak