|
|
|
| ECLI:NL:RBGEL:2026:3193 | | | | | Datum uitspraak | : | 03-04-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 15-05-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Gelderland | | Zaaknummers | : | 12062077 | | Rechtsgebied | : | Arbeidsrecht | | Indicatie | : | Ontslag op staande voet wordt vernietigd wegens het ontbreken van een dringende reden. Dat werknemer op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden tegen betaling bij een derde heeft verricht en daarvan geen melding bij werkgever heeft gemaakt, levert geen strijd met de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst op. Uit de door werkgever gestelde partijbedoeling blijkt bovendien niet dat onder de woorden 'dienstverband' en 'werkgever' zoals genoemd in de vaststellingsovereenkomst, ook een overeenkomst van opdracht moet worden verstaan. Dit brengt mee dat de vaststellingsovereenkomst herleeft en dat werkgever gehouden is tot nakoming daarvan. Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek van werkgever op basis van de e-grond wordt afgewezen, omdat het verrichten van werkzaamheden bij een derde en het in strijd met de instructie van de werkgever meenemen van de bedrijfsauto, die de werknemer enkele dagen later alsnog heeft ingeleverd, geen verwijtbaar handelen opleveren. Bovendien heeft werkgever geen belang in de zin van artikel 3:303 BW bij haar ontbindingsverzoek op grond van de g-grond, omdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt op 17 mei 2026 en de arbeidsovereenkomst met inachtneming van artikel 7:671b lid 8 onder a BW pas op 1 juni 2026 kan worden ontbonden. | | Trefwoorden | : | arbeidsovereenkomst | | | vaststellingsovereenkomst | | | wettelijke rente | | | | Uitspraak | RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Nijmegen
Zaaknummer / rekestnummer: 12062077 \ HA VERZ 26-7
Beschikking van 3 april 2026
in de zaak van
[naam verzoeker / verweerder in voorwaardelijk verzoekschrift]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
tevens verweerder in het voorwaardelijk verzoekschrift,
hierna te noemen: [de verzoeker] ,
gemachtigde: mr. V.F.M. Jongerius,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
UNLIMITED EXPECTATIONS B.V.,
gevestigd te Elst,
verweerder,
tevens verzoeker in het voorwaardelijk verzoekschrift,
hierna te noemen: GKS,
gemachtigde: mr. A.E. Burggraaf.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties 1 t/m 9, ingekomen op de griffie op 15 januari 2026,
- het verweerschrift, tevens houdende voorwaardelijk verzoek, met producties 1 t/m 11, ingekomen op de griffie op 2 maart 2026.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 maart 2026, waarbij de gemachtigde van [de verzoeker] het woord heeft gevoerd aan de hand van spreekaantekeningen. Van wat partijen verder hebben verklaard, heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[de verzoeker] is per 10 februari 2025 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij GKS op basis van een werkweek van 40 uur. Zijn functie is operationeel directeur met een loon van € 6.775,00 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag. Daarnaast is aan [de verzoeker] een bedrijfsauto ter beschikking gesteld.
2.2.
[de verzoeker] en de heer [bestuurder GKS] (indirect statutair bestuurder en groot aandeelhouder van GKS, hierna: [bestuurder GKS] ) hebben op 17 mei 2025 op kantoor van GKS afspraken gemaakt, die [bestuurder GKS] ter plaatse in een vaststellingsovereenkomst heeft vastgelegd, waarna deze door partijen is ondertekend (productie 3 [de verzoeker] ). De inhoud daarvan luidt als volgt: “(…)Hierbij bevestigen wij de onderling overeengekomen zaken in deze vaststellingsovereenkomst.
Te weten:
Werkgever en werknemer komen met wederzijde overeenstemming dat het dienstverband wordt beëindigd per 17-05-2026.
Werknemer zal tot en met 17-5-2026 in dienst blijven.Met dien verstanden:Werknemer zal als er eerder een nieuwe werkgever komt contact opnemen over het dan eerder stoppen van de lopende afspraken en het dienstverband met die datum te laten beëindigen daar wanneer een nieuw dienstverband aangegaan wordt.
Werknemer zal zich daarvoor inzetten eerder als einddatum zich hier toe in te spannen om eerder een dienst verband weer aan te gaan bij een mogelijk nieuwe werkgever.
Er worden geen vrije dagen meer opgebouwd als die die er tot nu toe zijn opgebouwd. Deze dagen worden in het salaris van Juni 2026 uitgekeerd.
Gedurende de periode zal de werkgever een auto incl. tankpas ter beschikking stellen.
Werkgever ( [werkgever] ) kan een beroep doen op [de verzoeker] voor hulpen en of werkzaamheden.
Er komt een positieve aanbeveling komen, [werkgever] zal ook als referentie beschikbaar zijn.
Alle overige zaken die zijn aangeleverd door werkgever worden retour gebracht, te denken aan laptop, sleutels, toegang codes/wachtwoorden enz.
Medewerker en Werkgever zullen geen negatieve uitingen in welke vorm dan ook doen over medewerker en werkgever.(…)”
2.3.
GKS heeft op 12 augustus 2025 bij [de verzoeker] geïnformeerd of hij al ander werk heeft gevonden, waarop [de verzoeker] ontkennend heeft geantwoord.
2.4.
Op 11 september 2025 heeft GKS het volgende e-mailbericht aan [de verzoeker] verzonden (productie 4 [de verzoeker] ):“”Hoi [de verzoeker] , altijd jammer als het mis loopt, mag ik weten waar en bij welke partij het mis is gelopen. Kun je aangeven bij wie/wat waar/welke partijen, of in eigen beheer nu bezig bent. Wat er loopt.
Ik snap namelijk mar moeilijk dat iemand met jou kennis en kunde en gedrevenheid niet eerder een baan kan vinden.
Ook zegt mijn gevoel dat er al wel een opportunity is en loopt, want zo'n goede verkoper als jij kan je zelf toch ook goed in de markt zetten en zou er eigenlijk snel een kans verzilverd moeten kunnen worden.(…)”
2.5.
[de verzoeker] heeft daarop dezelfde dag als volgt gereageerd (productie 4 [de verzoeker] ):
“ Hoi [werkgever] ,
Het is zeker jammer als zoiets mis loopt en ik moet ook wel zeggen teleurstellend. Fijn dat je mij zo hoog inschat en me in de rol van verkoper ziet, maar de rol is operationeel, commercieel of algemeen directeur. Ik had bij jullie een vast contract met een salaris en goede secundaire voorwaarden en dat heb jij doorbroken. Ik heb niet om deze situatie gevraagd en je mag van me aannemen dat ik me maximaal inspan, maar we zien niet de nut en noodzaak in om dat soort zaken met jullie te delen.
Wij hebben duidelijke afspraken gemaakt in onze vaststellingsovereenkomst en daar houden we elkaar aan. Zodra ik iets inhoudelijks te melden heb kom ik bij jullie op de lijn.
(…)”
2.6.
GKS heeft in reactie daarop het volgende e-mailbericht verzonden (productie 4 [de verzoeker] ):“Hoi [de verzoeker] , De toonzetting veranderd, jammer.
Ik beroep me ook op eerlijkheid en fatsoen, iets wat je altijd hebt aangegeven te zijn en naar te handelen.
Dat je je inspant dat geloof ik wel dus verwacht ik ook dat je allang reeds uren en werk verricht voor derden, vanuit jou naam, of indirect voor andere maar wel door jou.
Dus mocht het zo zijn dat jij wel werkt, geld verdient en mij aanhoudt om uit te melken zou dat niet eerlijk en of fatsoenlijk zijn.
Zou jammer zijn als je een richting opgaat die niet eerlijk is en uitkomt op bedrog.
Daarbij de bestaande arbeidsovereenkomst is gewoon van toepassing, dus kan je gewoon terug laten komen en hier alsnog te werkstellen.
Laat me weten waar je mee bezig beten, hoe we het af kunnen ronden kan iedereen verder.
(…)”
2.7.
GKS heeft in oktober 2025 een recherchebureau ingeschakeld dat [de verzoeker] in de periode van 21 oktober tot en met 14 november 2025 vijftien keer heeft geobserveerd. In het rapport dat naar aanleiding daarvan op 18 november 2025 is opgemaakt, heeft het recherchebureau in essentie geconcludeerd dat [de verzoeker] gedurende de uitgevoerde observaties nagenoeg elke werkdag van de week werkzaamheden heeft verricht bij FlowGrill te Zevenaar (productie 7 [de verzoeker] ).
2.8.
Op 19 november 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden op het kantoor van GKS en is [de verzoeker] op staande voet ontslagen door GKS. Bij brief van 19 november 2025 heeft GKS dit ontslag bevestigd en daarbij het rapport van het recherchebureau als bijlage meegezonden (productie 6 en 7 [de verzoeker] ):
“Geachte heer [de verzoeker] , beste [de verzoeker] ,
Je bent op 10 februari 2025 bij Unlimited Expectations B.V. (h.o.d.n.v. GKS) in dienst
getreden. Jij en ik hebben op 17 mei 2025 een vaststellingsovereenkomst gesloten. In
die overeenkomst is onder meer afgesproken dat de arbeidsovereenkomst uiterlijk per 18
mei 2026 eindigt, jij je moet inspannen om ander werk te vinden, jij mij moet laten
weten als je ander werk hebt en de arbeidsovereenkomst en afspraken eindigen daar wanneer een andere samenwerking wordt aangegaan. Onder die afspraken valt onder
meer de doorbetaling van jouw loon en het gebruik van een door Unlimited Expectations
ter beschikking gestelde auto, autosleutels, kentekenbewijs en tankpas.
In september 2025 ontving ik van een anonieme bron de informatie dat er bij het bedrijf
FlowGrill in Zevenaar in de zomer uren in rekening zouden zijn gebracht voor
werkzaamheden die door jou voor FlowGrill zijn verricht.
Ik heb vervolgens per mail bij jou navraag gedaan of je werkzaamheden elders verricht
of mogelijk kansen hebt, waarop je negatief reageerde.
Jouw antwoord vond ik onbevredigend. De Volvo die Unlimited Expectations aan jou ter
beschikking is gesteld en nog bij jou in gebruik is, is eigendom van Unlimited
Expectations. Dit biedt haar de mogelijkheid om middels de Volvo-app een rittenoverzicht
te verkrijgen. Een korte blik op dat rittenoverzicht leverde op dat de Volvo vanaf medio
juli 2025 op werkdagen in Zevenaar is op/om het adres van FlowGrill in Zevenaar.
Vervolgens hebben wij recherchebureau [recherchebureau] opdracht gegeven om
onderzoek te doen. Dit onderzoek werd op 18 november 2025 afgerond.
Ik nodigde je diezelfde dag per mail uit voor een gesprek om even bij te praten over de
voortgang in het vinden van ander werk. Dat gesprek vond vandaag om 11:00 bij mij op
kantoor plaats, waarbij naast jou en mij ook [betrokkene] aanwezig was.
In het gesprek vandaag heb ik je gevraagd hoe het vinden van ander werk er op dit
moment voor staat. Je antwoordde daarop dat je druk bezig bent. Op mijn vraag hoe
jouw dagbesteding eruitziet, gaf je aan in de ochtend en de middag mantelzorg aan jouw
buurvrouw te verlenen en vrijwilligerswerk te verrichten bij het dierenpension in
Apeldoorn waar je op de dierenambulance rijdt. Je gaf aan wat je hier had,
nu niet te hebben.
Vervolgens heb ik je geconfronteerd met het feit dat mij informatie had bereikt
dat je wellicht werkzaam bent voor FlowGrill In Zevenaar. Ik heb je gevraagd of
je daar werkzaam bent, waarop je aangaf dat je daar helpt en het een vriend
van jouw broer betreft. Je gaf aan dat het een kortlopend projectje is, en advies geeft
wanneer het jou uitkomt en ook onafhankelijk is van de vraagstelling.
Op mijn vraag of dat pro deo is of vergoed wordt, antwoordde je dat je denkt dat het pro
deo is. Na dat antwoord kantelde het gesprek en gaf je ineens aan dat het er niet toe
doet, omdat wij een vaststellingsovereenkomst met elkaar hebben en je deze zo leest dat
jij mij alleen behoeft te informeren als er sprake is van een andere werkgever. Bijzonder
genoeg voegde je daaraan toe dat als ik het met jouw lezing niet eens zou zijn, jij en ik
naar de rechter moeten 'om de vso te laten bekrachtigen'.
Vervolgens heb ik aangegeven het gevoel te hebben dat je wel bij FlowGrill in een soort
van dienstverband werkzaam bent, dat je daar structureel werk voor doet en dat we dat
hebben onderzocht. Uit de autogegevens blijkt dat je daar structureel vanaf juli 2025
aanwezig bent. Je antwoordde daarop dat de auto daar structureel aanwezig is.
Ik gaf vervolgens aan dat jouw handelen een dringende reden voor ontslag op staande
voet oplevert, waarop je aangaf dat dat door de vaststellingsovereenkomst niet mogelijk
is. Vervolgens gaf ik aan dat ik de sleutels van de auto met het kenteken terug wil en als
je dat niet doet ik aangifte zal doen van diefstal. Ondertussen verliet je op zeer
agressieve wijze de kamer en was niet meer voor rede vatbaar. Ik ben met je
meegelopen, omdat je de deur het pand niet openkreeg. Je stem en lichaamshouding
waren zeer bedreigend.
In ons gesprek had ik de uitkomst van het onderzoek met je willen delen, maar door
jouw vertrek was dat niet meer mogelijk. Uit het onderzoek blijkt dat je op veel van mijn
vragen in ons gesprek gelogen hebt c.q. de realiteit anders hebt voorgespiegeld dan dat
deze feitelijk is. Uit het onderzoek volgt dat je structureel voor FlowGrill werkzaam bent.
Je hebt vervolgens zeer agressief rijgedrag vertoond en daarbij niet alleen mijn leven en
gezondheid, maar ook dat van anderen op het spel gezet. Terwijl ik achter de auto stond,
wat jij duidelijk zag, wist en nadien inmiddels ook per mail hebt bevestigd, trachtte je op
meerdere keren me in te rijden en de snelheid te verhogen mij opzettelijk te
mishandelen. Er was allesbehalve sprake van een situatie waarbij jij voorzichtig achteruit
trachtte te rijden. Videobeelden van de 3 camera's om ons kantoorpand bevestigen hoe
jij hier met de aan jou ter beschikking gestelde auto van Unlimited Expectations bent
vertrokken, waartoe je duidelijk meermaals het recht toe is onttrokken.
De hierboven genoemde omstandigheden leveren, zowel in onderling verband als
afzonderlijk een dringende reden ex artikel 7:677 BW juncto 7:678 BW op. Het ontslag
op staande voet brengt dat de arbeidsovereenkomst met jou met ingang van vandaag,
19 november 2025, tot een einde is gekomen.
gefixeerde schadevergoeding
Door jouw handelen heb je een dringende reden veroorzaakt die in ieder geval
verwijtbaar aan jou is toe te rekenen, zodat je de gefixeerde schadevergoeding ex artikel
7:677 lid 2 BW juncto artikel 7:677 lid 3 sub a BW verschuldigd bent.
schade
Los van de gefixeerde schadevergoeding zoals hiervoor vermeld, wordt alle schade die
het gevolg is van jouw handelen, zoals de onderzoekskosten van het recherchebureau,
de kosten van onze juridisch adviseur et cetera op jou verhaald.
geen recht op de wettelijke transitievergoeding
Het feit dat de arbeidsovereenkomst eindigt door een reden die ernstig verwijtbaar aan
jou is toe te rekenen, heb je geen recht op de wettelijke transitievergoeding.
wanprestatie
Je bent toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de op jou rustende
verplichtingen in de vaststellingsovereenkomst mitsdien gehouden om alle schade die
daarvan het gevolg is te vergoeden. Los van de schade die hierboven is genoemd, dien je
daarbij onder meer te denken aan het loon, de vakantietoeslag, werkgeverslasten, de
kosten van de auto en brandstof voor de auto, gemiste werk uen van mij omdat ik niks
meer heb kunnen doen die dag en er kapot van ben dat je je zo hebt misdragen.
schade
Unlimited Expectations B.V. (h.o.d.n.v. GKS) en ondergetekende houden jou
aansprakelijk voor alle schade die zij c.q. ondergetekende door jouw handelen hebben
geleden, lijden en nog zullen lijden en zullen deze volledig op jou verhalen.
aangiftes tegen jou
Volledigheidshalve meld ik je dat ik na jouw vertrek bij de politie aangifte tegen jou heb
gedaan, inhoudende:
- Zware poging tot mishandeling;
- Verduistering c.q. diefstal.
Volledigheidshalve informeer ik je
Voorts wordt dezerzijds een uitgebreide aangifte voorbereid wegens de handelwijze
waarop je -mede indachtig onze afspraken- voor FlowGrill werkzaam bent geweest en
daarmee Unlimited Expectations hebt benadeeld.
auto, kenteken, alle autosleutels en tankpas
Mede op advies van de politie verzoek en voor zover nodig sommeer ik je om binnen 36
uur na verzending van deze brief per mail (…) de aan jou ter beschikking gestelde auto (Volvo XC40 met kenteken [kentekennummer] ) in goede staat, samen met de betrokken sleutels en reservesleutels, autopapieren en de tankpas onder werktijd bij mij op kantoor in te leveren én jouw komst minimaal één (1) uur voor
jouw aankomst schriftelijk per mail aan mij te bevestigen.
Bij deze brief tref je de rapportage van bevindingen en het observatieverslag van het
ingeschakelde recherchebureau.
Morgen ontvang je per We transfer de foto's en video's die daarin worden genoemd, als
ook de videobeelden van jouw vertrek met de auto en de geluidsopname van ons
gesprek van heden.
Unlimited Expectations B.V. als ook ikzelf behouden ons jegens jou nog uitdrukkelijk alle
rechten en weren voor.
(…)”2.9. [de verzoeker] heeft de bedrijfsauto en de sleutels op 21 november 2025 bij een garagehouder achtergelaten (productie 7 GKS).
2.10.
Bij brief van 27 november 2025 heeft de gemachtigde van [de verzoeker] GKS verzocht het ontslag op staande voet in te trekken, maar GKS heeft daar geen gevolg aan gegeven.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
[de verzoeker] verzoekt de kantonrechter bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
I. het ontslag op staande voet te vernietigen;
II. te verklaren voor recht dat GKS de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst dient na te komen;
III. GKS te veroordelen tot betaling van:
a. het maandsalaris van € 6.775,00 bruto vanaf 19 november 2025 tot en met 17 mei 2026 alsmede de vakantiebijslag over deze periode te vermeerderen met de wettelijke verhoging en te vermeerderen met de wettelijke rente tot op de dag van betaling;
b. de netto bedragen van € 4.221,00 en € 1.950,00, te vermeerderen met de wettelijke rente tot op de dag van algehele betaling;
IV. GKS te veroordelen in de proceskosten en nakosten.
3.2.
[de verzoeker] legt aan zijn verzoeken ten grondslag dat hij ten onrechte op staande voet is ontslagen, omdat er geen sprake is geweest van een dringende reden voor het ontslag op staande voet en het ontslag op staande voet bovendien niet onverwijld is gegeven.
3.3.
Het verweer van GKS strekt tot afwijzing van de verzoeken van [de verzoeker] . GKS meent dat [de verzoeker] haar een dringende reden heeft gegeven die het ontslag op staande voet rechtvaardigt en dat het ontslag rechtsgeldig is.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4Het voorwaardelijk tegenverzoek en het verweer
4.1.
Voor zover de kantonrechter van oordeel is dat het ontslag niet rechtsgeldig is, verzoekt GKS voorwaardelijk bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, om de tussen partijen geldende arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:669 lid 3 sub e BW en subsidiair op grond van artikel 7:669 lid 3 sub g BW. GKS verzoekt verder zowel primair, subsidiair als meer subsidiair:
I. te verklaren voor recht dat het loon dat GKS vanaf begin juli 2025 aan [de verzoeker] heeft voldaan onverschuldigd is betaald en [de verzoeker] te veroordelen om het bedrag van € 40.069,03 netto aan GKS terug te betalen;
II. te verklaren voor recht dat GKS de kosten van de bedrijfsauto vanaf begin juli 2025 onverschuldigd heeft gedragen en [de verzoeker] te veroordelen om het bedrag van € 4.320,03 netto aan GKS terug te betalen;
III. in het geval de kantonrechter oordeelt dat GKS vanaf begin juli 2025 loon c.a. en/of het dragen van de kosten van de bedrijfsauto verschuldigd is, [de verzoeker] te bevelen om binnen veertien dagen na betekening van de beschikking die schriftelijke informatie te (laten) overleggen waaruit blijkt (1) vanaf wanneer (2) op welke data (3) hoeveel uren, (4) [de verzoeker] voor Flow Grill werkzaamheden heeft verricht, als ook (5) op welk wijze (aan wie en tegen welk bedrag) deze uren en de kosten die met de werkzaamheden samenhangen werden vergoed (aan [de verzoeker] dan wel aan een ander), zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag (een gedeelte van de dag daaronder mede begrepen) dat hij in gebreke blijft om aan dit bevel te voldoen en te verklaren voor recht dat GKS de totale vergoeding door Flow Grill in mindering mag brengen op hetgeen GKS aan loon c.a. en/of de bedrijfsauto vanaf begin juli 2025 verschuldigd is;
IV. [de verzoeker] te veroordelen tot het vergoeden aan GKS van de onderzoekskosten van € 14.800,55 netto;
V. te verklaren voor recht dat de schade aan de auto ter hoogte van € 1.950,00 op het moment dat [de verzoeker] deze inleverde voor zijn rekening komt;
VI. [de verzoeker] te veroordelen in proceskosten.
4.2.
[de verzoeker] heeft als verweer aangevoerd dat geen sprake is van verwijtbaar handelen. Hij verzet zich echter niet tegen het ontbindingsverzoek op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, mits een billijke vergoeding wordt toegewezen ter hoogte van € 6.775,00 bruto, vermeerderd met vakantiebijslag, en een transitievergoeding vanaf de datum van ontbinding van de arbeidsovereenkomst tot 17 mei 2026.
4.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5De beoordeling
Het verzoek
Juridisch kader
5.1.
Een ontslag op staande voet is een uiterst middel en is alleen gerechtvaardigd als van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In de wet zijn drie voorwaarden genoemd waaraan een ontslag op staande voet moet voldoen:
de werkgever moet een dringende reden hebben om de werknemer te ontslaan;
het ontslag moet onverwijld worden gegeven;
de werkgever moet de werknemer de reden voor het ontslag onverwijld meedelen.
Indien aan een van die drie voorwaarden niet is voldaan, is het ontslag niet geldig.
5.2.
Als dringende redenen worden beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Voor de beoordeling van de dringende reden dienen alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking te worden genomen. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van een dringende reden liggen in dit geval bij de werkgever.
5.3.
De toetsing of het ontslag al dan niet terecht is gegeven kan in beginsel alleen plaatsvinden op basis van hetgeen feitelijk aan de werknemer is meegedeeld en niet op basis van later aangevoerde feiten of omstandigheden. Verder dient de opzegging onverwijld na het ontdekken van de als dringende reden te beschouwen handeling plaats te vinden, onder gelijktijdige mededeling van de dringende reden. Daarbij fixeert de medegedeelde reden in beginsel de ontslagreden.
Ontslag op staande voet niet rechtsgeldig
5.4.
GKS heeft bij monde van [bestuurder GKS] tijdens het gesprek van 19 november 2025 aan [de verzoeker] meegedeeld dat [de verzoeker] in strijd met de vaststellingsovereenkomst heeft gehandeld door niet te melden dat hij voor FlowGrill tegen betaling werkzaamheden gedurende de vaststellingsovereenkomst heeft verricht en dat dit een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Blijkens de ontslagbrief van 19 november 2025 heeft GKS daarnaast als dringende redenen opgegeven dat [de verzoeker] in weerwil van [bestuurder GKS] de bedrijfsauto heeft meegenomen en vervolgens op [bestuurder GKS] is ingereden. Deze omstandigheden zijn evenwel niet door GKS in het gesprek van 19 november 2025 als dringende redenen aan [de verzoeker] meegedeeld, zodat deze niet meegewogen zullen worden bij de beoordeling van de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. De toetsing of het ontslag op staande voet al dan niet terecht is gegeven zal dus alleen plaatsvinden op basis van de door GKS gestelde dringende reden dat [de verzoeker] heeft nagelaten aan GKS te melden dat hij tegen betaling bij FlowGrill gedurende de vaststellingsovereenkomst heeft gewerkt.
5.5.
[de verzoeker] heeft dit verwijt betwist. Ter zitting heeft hij verklaard dat hij nog steeds werkzaamheden bij FlowGrill verricht, zij het uit hoofde van een overeenkomst van opdracht en niet uit hoofde van een dienstverband in de zin van artikel 7:610 BW. Hij declareert vanaf augustus € 75,00 per uur voor die werkzaamheden. Volgens [de verzoeker] zijn de bepalingen van de vaststellingsovereenkomst duidelijk en zij bevatten geen verplichting dat hij andere werkzaamheden dan die uit een nieuw dienstverband bij GKS dient te melden. Hij is dan ook van mening dat hij zich heeft gehouden aan de verplichtingen uit de vaststellingsovereenkomst.
5.6.
Door GKS is aangevoerd dat de bepalingen van de vaststellingsovereenkomst niet zuiver grammaticaal dienen te worden uitgelegd, maar met inachtneming van de Haviltex-norm, waarbij het aankomt op de redelijke betekenis die partijen in de gegeven omstandigheden aan de bepaling mochten toekennen en wat zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten en waarbij alle omstandigheden van het geval, bezien in onderlinge samenhang, dienen te worden betrokken. GKS heeft nimmer de intentie gehad als ‘melkkoe’ voor [de verzoeker] te willen fungeren en daarover was [bestuurder GKS] in zijn e-mailberichten van 12 augustus en 11 september 2025 aan [de verzoeker] ook ondubbelzinnig, aldus GKS. Namens GKS heeft [bestuurder GKS] op de mondelinge behandeling verder verklaard dat het woord ‘dienstverband’ voor hem het verdienen van geld bij een ander betekent en dat daaronder ook een overeenkomst van opdracht dient te worden verstaan.
5.7.
De kantonrechter oordeelt als volgt. In de door GKS opgestelde vaststellingsovereenkomst worden expliciet de woorden ‘werkgever’ en ‘dienstverband’ vermeld. Dat [de verzoeker] op basis van een overeenkomst van opdracht werkzaamheden tegen betaling bij FlowGrill heeft verricht en daarvan geen melding heeft gemaakt bij GKS, is dan ook niet in strijd met die bewoordingen. De overeenkomst is op 17 mei 2025 door [bestuurder GKS] tijdens het gesprek opgesteld. Niet is gebleken dat partijen tijdens dit gesprek hebben besproken dat iedere vorm van inkomsten aan de kant van [de verzoeker] aan GKS moet worden gemeld. Ook is er geen enkele aanwijzing voor de door GKS gestelde partijbedoeling dat onder de woorden ‘dienstverband’ en ‘werkgever’ ook een overeenkomst van opdracht moet worden verstaan. De mailberichten van 12 augustus en 11 september 2025 bieden daarvoor onvoldoende aanknopingspunten. GKS, op wie ingevolge artikel 150 Rv de stelplicht rust, heeft evenmin feiten of omstandigheden gesteld dat [de verzoeker] op basis van een dienstverband in de zin van artikel 7:610 BW bij FlowGrill werkzaam is, zodat dit niet vast komt te staan. Gelet op het voorgaande is van handelen in strijd met de overeenkomst en daarmee een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW niet gebleken, zodat het gegeven ontslag op staande voet op 19 november 2025 niet rechtsgeldig is. Dit brengt mee dat niet meer hoeft te worden beoordeeld of aan de andere onder 5.1 genoemde voorwaarden is voldaan. De kantonrechter zal het ontslag op staande voet daarom vernietigen.
Salaris, vakantiebijslag
5.8.
Omdat het ontslag op staande voet wordt vernietigd herleeft de vaststellingsovereenkomst en is GKS gehouden tot nakoming daarvan,. Gelet op het voorgaande zal wordt het verzoek tot loonbetaling toegewezen, zij het over de periode 19 november 2025 tot en met maart 2026. Het verzoek tot betaling van het salaris over de maanden april en mei 2026 en van de vakantiebijslag kan echter pas worden toegewezen vanaf het moment van opeisbaarheid.
Wettelijke verhoging en wettelijke rente
5.9. De verzochte wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW en wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen over het loon over de periode 19 november 2025 tot en met maart 2026.
5.10.
De verzoeken tot betaling van de wettelijke verhoging en wettelijke rente over het toekomstige loon worden afgewezen, aangezien het toekomstig loon nog niet opeisbaar is en GKS dan ook (nog) niet in verzuim is met de betaling hiervan.
Vergoedingen bedrijfsauto en schade
5.11.
Het verzoek van [de verzoeker] tot betaling van een vergoeding van € 4.221,00 netto vanwege het (onterecht) geen beschikking meer hebben over de bedrijfsauto wordt, met inbegrip van de daarover verzochte wettelijke rente, toegewezen, aangezien GKS de verschuldigdheid daarvan niet heeft betwist.
5.12.
[de verzoeker] heeft verder terugbetaling van het bedrag van € 1.950,00 netto verzocht, omdat GKS dit ten onrechte zou hebben ingehouden vanwege schade die door [de verzoeker] aan de bedrijfsauto zou zijn veroorzaakt.
5.13.
Tussen partijen is niet in geschil dat de bedrijfsauto schade had op het moment dat [de verzoeker] deze auto heeft achtergelaten bij de garage. Wel staat tussen partijen ter discussie of [de verzoeker] deze schade heeft veroorzaakt, [de verzoeker] betoogt dat de schade al aanwezig was toen hij de auto in gebruik nam.
Ingevolge de hoofdregel van 150 Rv is het aan GKS om voldoende feiten te stellen en zo nodig te bewijzen waaruit volgt dat de schade door [de verzoeker] is veroorzaakt. Dit heeft zij niet gedaan, terwijl het op haar weg had gelegen om een ‘beginstaat’ van de bedrijfsauto over te leggen, die vergeleken kon worden met de eindstaat van de bedrijfsauto (de staat bij inlevering). Aangezien GKS op dit punt niet aan haar stelplicht heeft voldaan, is nadere bewijslevering niet aan de orde. Dit betekent dat zij wordt veroordeeld tot (terug)betaling van het bedrag van € 1.950,00 netto, vermeerderd met de wettelijke rente.
Het voorwaardelijk ontbindingsverzoek
Verwijtbaar handelen (e-grond)
5.14.
GKS heeft bij wijze van tegenverzoek verzocht om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. De kantonrechter heeft te beoordelen of sprake is van de primair gestelde, zogeheten e-grond, welke inhoudt dat een arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden wanneer sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, waardoor niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst voort te laten duren. Ontbinding op de e-grond kan worden uitgesproken zonder dat daarbij een opzegtermijn in acht wordt genomen.
5.15.
GKS heeft hieraan dezelfde feiten en omstandigheden als bij het ontslag op staande voet ten grondslag gelegd. Daaraan heeft zij toegevoegd dat [de verzoeker] zich jegens derden negatief zou hebben uitgelaten over GKS c.q. [bestuurder GKS] en zijn echtgenote.
5.16.
In het licht wat in 5.7 is overwogen, levert het feit dat [de verzoeker] werkzaamheden tegen betaling bij FlowGrill heeft verricht naar het oordeel van de kantonrechter geen verwijtbaar handelen van [de verzoeker] op. Voor de stelling dat [de verzoeker] op [bestuurder GKS] zou zijn ingereden heeft GKS onvoldoende feiten aangedragen. Hoewel door haar is gesteld dat zij over camerabeelden van dat vermeende voorval beschikt, heeft zij deze niet in het geding gebracht. Zij heeft enkel volstaan met een geluidsopname van het gesprek en het vermeend voorval op 19 november 2025. Uitsluitend op basis daarvan kan de kantonrechter niet vaststellen dat [de verzoeker] op [bestuurder GKS] is ingereden en aldus verwijtbaar zou hebben gehandeld. Evenmin is het meenemen van de bedrijfsauto door [de verzoeker] , ondanks de instructie van [bestuurder GKS] om deze bij GKS achter te laten, aan te merken als verwijtbaar handelen, nu [de verzoeker] de bedrijfsauto enkele dagen later alsnog heeft ingeleverd. GKS heeft haar stelling dat [de verzoeker] zich negatief zou hebben uitgesproken over [bestuurder GKS] en zijn echtgenote niet onderbouwd, zodat ook dit geen verwijtbaar handelen oplevert.
5.17.
Het voorgaande betekent dat niet kan worden gezegd dat [de verzoeker] verwijtbaar heeft gehandeld, laat staan op een zodanige wijze dat van GKS niet langer gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Het ontbindingsverzoek dat gebaseerd is op de e-grond dient dan ook afgewezen te worden.
Verstoorde arbeidsverhouding (g-grond)
5.18.
Subsidiair verzoekt GKS ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. [de verzoeker] heeft zich tegen dat verzoek niet verzet, zodat dit in beginsel toewijsbaar is.
5.19.
Op grond van het bepaalde in artikel 7:671b lid 8 onder a BW wordt het einde van de arbeidsovereenkomst bepaald op het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd (de opzegtermijn voor GKS is één maand), waarbij de duur van de periode die aanvangt op de datum van ontvangst van het verzoek (15 januari 2026) en eindigt op de datum van dagtekening van de ontbindingsbeslissing (3 april 2026) in mindering wordt gebracht, waarbij wel geldt dat nog ten minste één maand moet resteren. In het onderhavige geval betekent dit dat de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst per 1 juni 2026 ontbonden zou worden. Omdat de arbeidsovereenkomst echter op 17 mei 2026 van rechtswege zal eindigen, heeft GKS geen belang als bedoeld in artikel 3:303 BW meer bij haar ontbindingsverzoek gebaseerd op deze grondslag. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen. Dit brengt mee dat niet wordt toegekomen aan de beoordeling van de door [de verzoeker] verzochte billijke vergoeding en transitievergoeding.
De overige verzoeken van GKS worden afgewezen
5.20.
Nu de vaststellingsovereenkomst van kracht herleeft, zullen de verzoeken van GKS onder I en II worden afgewezen. In het verlengde van het vernietigde ontslag op staande voet, worden de onder IV en V verzochte veroordeling tot betaling door [de verzoeker] van de onderzoekskosten van € 14.800,55 (netto) en de verzochte verklaring voor recht dat de schade aan de bedrijfsauto ter hoogte van € 1.950,00 voor rekening van [de verzoeker] komt eveneens afgewezen.
5.21.
Aangezien GKS op de mondelinge behandeling de door haar verzochte informatie heeft ontvangen, heeft zij geen belang meer bij haar verzoek onder III. Dit verzoek zal dan ook worden afgewezen.
Proceskosten
5.22.
GKS is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [de verzoeker] worden begroot op:
- griffierecht
€
753,00
- salaris gemachtigde
€
865,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.762,00
6De beslissing
De kantonrechter
6.1.
vernietigt het ontslag op staande voet,
6.2.
verklaart voor recht dat GKS de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst van 17 mei 2025 dient na te komen,
6.3.
veroordeelt GKS om aan [de verzoeker] te betalen het bedrag van € 6.775,00 aan brutoloon per maand vanaf 19 november 2025 tot en met maart 2026, te vermeerderen met de wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW en te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW tot aan de dag van de gehele betaling,
6.4.
veroordeelt GKS om vanaf april 2026 aan [de verzoeker] te betalen het brutoloon van € 6.775,00 per maand tot en met 17 mei 2026. Als GKS deze bedragen niet tijdig betaald, te vermeerderen met de wettelijke verhoging, zoals bedoeld in artikel 7:625 BW, en de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de data van opeisbaarheid van de verschuldigde bedragen tot aan de dag van algehele betaling,
6.5.
veroordeelt GKS om in mei 2026 aan [de verzoeker] te betalen de vakantiebijslag,
6.6.
veroordeelt GKS om aan [de verzoeker] te betalen de netto bedragen van € 4.221,00 en € 1.950,00, te vermeerderen met de wettelijke rente tot op de dag van algehele betaling,
6.7.
veroordeelt GKS in de proceskosten van € 1.762,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als GKS niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
6.8.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
6.9.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.C. Zandman en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2026.
46409/51733
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|