Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBGEL:2026:7733 
 
Datum uitspraak:09-10-2026
Datum gepubliceerd:15-10-2026
Instantie:Rechtbank Gelderland
Zaaknummers:ARN 25/1927
Rechtsgebied:Bestuursprocesrecht
Indicatie:Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag van eiser op grond van de Woonhuisregeling voor het in stand houden van een rijksmonument. Eiser is het er niet mee eens dat de minister voor de kostenpost van het stucwerk geen subsidie heeft toegekend. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister het stucwerk voor een bedrag van € 71.875,73 terecht niet als subsidiabel heeft aangemerkt. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond.
Trefwoorden:rijksmonument
subsidieregelingen
subsidies
 
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/1927

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 oktober 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. J.H. Hermsen),

en

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
(gemachtigde: mr. M. Knoop).


Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag van eiser op grond van de Woonhuisregeling voor het in stand houden van een rijksmonument. Eiser is het er niet mee eens dat de minister voor de kostenpost van het stucwerk geen subsidie heeft toegekend. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.


1.1
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister het stucwerk voor een bedrag van € 71.875,73 terecht niet als subsidiabel heeft aangemerkt. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag op grond van de Woonhuisregeling ingediend met facturen van in totaal € 173.899,78. In het besluit van 28 juli 2024 heeft de minister deze subsidieaanvraag deels toegewezen en de subsidie vastgesteld op een bedrag van € 934,76. Met het bestreden besluit van 14 maart 2025 op het bezwaar van eiser heeft de minister de subsidie vastgesteld op een bedrag van € 17.040,09.


2.1
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.1.
De rechtbank heeft het beroep op 10 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn [adviseur] , de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister, vergezeld door [persoon] .




Beoordeling door de rechtbank


Het geschil

3. Eiser is particulier eigenaar van een rijksmonument met woonfunctie, [naam] te Voorst. Hij heeft voor de instandhouding van dit rijksmonument subsidie aangevraagd in het kader van de Woonhuisregeling. Deze subsidie is deels toegekend. Een aantal posten zijn niet als subsidiabel aangemerkt. In beroep is eiser van mening dat de kosten van het stucwerk van in totaal € 71.875,73 wel subsidiabel zijn. De minister heeft deze kosten niet subsidiabel geacht, omdat deze kosten niet strekken tot instandhouding van het monument en zijn monumentale waarden.


Achtergrond en inhoud van de Woonhuisregeling

4. De kosten die door particuliere eigenaren van rijksmonumenten werden gemaakt om het pand in bruikbare staat te houden of te herstellen waren tot 2019 gedeeltelijk fiscaal aftrekbaar. Die mogelijkheid is per 1 januari 2019 vervallen. In plaats daarvan kunnen particuliere eigenaren van rijksmonumenten met een woonfunctie op grond van de Woonhuisregeling subsidie aanvragen. In aanmerking voor subsidie komen de kosten die particuliere eigenaren hebben gemaakt voor werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van een rijksmonument met een woonfunctie.


4.1.
Om te bepalen welke kosten subsidiabel zijn, is in paragraaf 5 van de Woonhuisregeling aangesloten bij de bijlage van de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim), de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten (de Leidraad). Hierin wordt limitatief opgesomd welke kosten subsidiabel zijn. Kosten van werkzaamheden die daar niet in staan komen niet voor subsidie in aanmerking.


4.1.1.
Als algemeen uitgangspunt geldt dat de werkzaamheden dienen te strekken tot de instandhouding van het rijksmonument en zijn monumentale waarden, dat de werkzaamheden sober en doelmatig en technisch noodzakelijk dienen te zijn, en dat de werkzaamheden gericht dienen te zijn op maximaal behoud van aanwezige monumentale waarden, in het bijzonder historische materialen en constructies. Ook werkzaamheden gericht op het voorkomen van verval of het voorkomen van vervolgschade zijn subsidiabel. De subsidie bedraagt 38% van de subsidiabele kosten.




4.2.
Omdat voor een subsidie op grond van de Woonhuisregeling wordt gekeken naar de kosten voor de instandhouding van het rijksmonument en haar monumentale waarden, kan dat in de praktijk tot gevolg hebben dat er minder kosten in aanmerking komen voor subsidie dan kosten die voorheen fiscaal aftrekbaar waren.


De omschrijving van het monument in het monumentenregister

5. De omschrijving van [naam] in het rijksmonumentenregister luidt als volgt: ‘18e eeuwse boerderij met hoge puntgevel, waarin vlechtingen en vensters met schuiframen en luiken. Stal onder rieten wolfdak.’ De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vermeldt op haar website in de leeswijzer met betrekking tot het monumentenregister onder andere dat de onroerende zaak (of zaken) die expliciet in de omschrijving genoemd staan zijn beschermd. Alle onderdelen (bestanddelen) van de onroerende zaak maken deel uit van het rijksmonument. Dit is volgens de leeswijzer automatisch het geval, dus is het niet nodig dat ze allemaal zijn opgesomd in de registeromschrijving. Bestanddeel van een onroerende zaak is ieder onderdeel dat duurzaam met de onroerende zaak verbonden is. Het bestanddeel kan niet zomaar uit de onroerende zaak worden gehaald omdat schade ontstaat of omdat de onroerende zaak dan minder goed bruikbaar is. Voorbeelden van bestanddelen zijn: fundering en kelders, gevels en gevelonderdelen, draagconstructies, dakbedekking, binnenmuren, interieur en uitbouw.


Heeft de minister het stucwerk voor een bedrag van € 71.875,73 terecht niet als subsidiabel aangemerkt?

6. Volgens eiser berust het niet subsidiabel achten van het stucwerk op een onjuiste toepassing van de Sim en de Leidraad. Ten onrechte is overwogen dat het nieuwe stucwerk geen betrekking heeft op de instandhouding van het bestaand stucwerk. Eiser heeft werkzaamheden verricht aan de binnenkant van het rijksmonument, meer specifiek aan de binnenkant van de buitengevels, de overige binnenmuren en de kelder. Hij betoogt dat het om technische en constructieve redenen noodzakelijk was om het oude stucwerk te vervangen. Daarbij kan het nieuwe stucwerk voor wat betreft zowel de binnenkant van de buitengevels als de overige binnenmuren ook worden beschouwd als een vervanging van oude materialen die hun functie niet meer kunnen vervullen. Dit is gelet op hoofdstuk 1.1. sub c van de Leidraad subsidiabel. De nieuwe kalkstuclaag in de kelder is tevens aangebracht om de vochtregulering op orde te brengen. In dat licht dienen deze werkzaamheden volgens eiser tevens tot algeheel behoud van de monumentale waarde van het rijksmonument. De kosten van zodanige werkzaamheden zijn volgens eiser dan ook subsidiabel.



6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De minister heeft de kosten voor het stucwerk terecht niet aangemerkt als subsidiabele kosten: zij stelt zich terecht op het standpunt dat de gemaakte kosten niet in aanmerking komen voor subsidie omdat onduidelijk is wat de technische noodzaak van het stucwerk is en aan welke onderdelen van het rijksmonument de 510 m2 stucwerk is verricht. Onduidelijk is waarom dit nieuwe stucwerk bijdraagt aan de instandhouding van het rijksmonument en zijn monumentale waarden. Ook is de staat van het oude stucwerk niet inzichtelijk gemaakt. Daarom is niet inzichtelijk waarom dit moest leiden tot het aanbrengen van geheel nieuw stucwerk.


6.1.1.
Eiser betoogt op de zitting dat een RCE-adviseur nauw betrokken was bij de restauratie en dat deze adviseur steeds met andere betrokkenen heeft beoordeeld wat wel en niet noodzakelijk was. De uitgevoerde werkzaamheden zijn volgens hem dan ook uitgevoerd met instemming van deze RCE-adviseur. Eiser heeft geen verklaring van deze RCE-adviseur ingebracht. Daarnaast zitten in het dossier geen stukken waaruit blijkt dat het stucwerk technisch noodzakelijk was. Het is aan eiser als subsidieaanvrager om aan te tonen dat het stucwerk technisch noodzakelijk was. Hij heeft deze technische noodzakelijkheid niet aangetoond en onderbouwd. Dat een RCE-adviseur betrokken is geweest maakt dit niet anders. Deze RCE-adviseur is betrokken als vertegenwoordiging van de waarden van het monument en bewaakt de balans tussen het monument en de wensen van in dit geval eiser. Deze RCE-adviseur was niet betrokken in het kader van de subsidieaanvraag. Het was dan ook aan eiser om bij zijn subsidieaanvraag aan te tonen dat vervanging van het stucwerk technisch noodzakelijk was en dat herstel niet mogelijk was. Dat een RCE-adviseur nauw betrokken was en een verklaring kan afgeven, maakt niet dat de bewijslast verschuift.



6.1.2.
Hoewel hij stelt dat al het stucwerk is aangebracht met toepassing van de restauratieladder is ook dit, gelet op het ontbreken een onderbouwing, niet aangetoond. Daar komt bij dat in hoofdstuk 1.3 onder 40 van de Leidraad voor zover hier relevant expliciet is bepaald dat voor wat betreft stukadoorwerk subsidiabel zijn de kosten van het gedeeltelijk of geheel vervangen van het stucwerk indien dat om materiaaltechnische of constructie redenen noodzakelijk is. In het inspectierapport is opgenomen dat de constructieve toestand redelijk en plaatselijk matig is. Uit het inspectierapport blijkt geen noodzaak om vanwege materiaaltechnische of constructie redenen 510 m2 aan stucwerk te vervangen.





Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. De minister heeft het stucwerk voor een bedrag van € 71.875,73 terecht niet als subsidiabel aangemerkt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van
mr. C.M.J.C. Rooding, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2026.












griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Beleidskader instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten (de Woonhuisregeling).


https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/leeswijzer.
Link naar deze uitspraak