Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2026:3398 
 
Datum uitspraak:28-05-2026
Datum gepubliceerd:02-07-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:UTR 26/1691
Rechtsgebied:Bestuursprocesrecht
Indicatie:niet-ontvankelijk geen griffierecht vovo
Trefwoorden:landbouw
 
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/1691

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2026 in de zaak tussen


[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster,

en

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder.




Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om voorlopige voorziening van
3 maart 2026 tegen het besluit van verweerder van 17 februari 2026.




Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Verzoekster heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Awb. In dit geval is het griffierecht € 397,-.

3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekster niets aan kan doen.

4. De rechtbank heeft verzoekster op 11 maart 2026 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekster het griffierecht uiterlijk binnen twee weken, of als de zitting eerder is, uiterlijk voorafgaande aan de zitting moet betalen aan de rechtbank. Ook staat in deze brief dat de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk kan verklaren als verzoekster het griffierecht niet of niet op tijd betaald. Deze brief is volgens de track and trace bezorgd waarbij voor ontvangst is getekend op 14 maart 2026.

5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Verzoekster heeft daar geen reden voor gegeven.


6. De voorzieningenrechter zal het verzoek om voorlopige voorziening niet inhoudelijk behandelen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk.

7. Van een proceskostenvergoeding is geen sprake.





Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van
J.B. Overtoom, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.



De griffier is niet in de gelegenheidte ondertekenen


griffier rechter


Afschrift verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Link naar deze uitspraak