Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBMNE:2026:5116 
 
Datum uitspraak:29-07-2026
Datum gepubliceerd:14-08-2026
Instantie:Rechtbank Midden-Nederland
Zaaknummers:UTR 26/2065
Rechtsgebied:Bestuursprocesrecht
Indicatie:vovo, niet-ontvankelijk, geen grr
Trefwoorden:landbouw
 
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/2065

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 juli 2026 in de zaak tussen


[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: J. van der Slot),

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder.




Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om een voorlopige voorziening te treffen van tegen het besluit van verweerder van 17 februari 2026.




Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoekster heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.

2. Iemand die een verzoek om voorlopige voorziening indient moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Awb. In dit geval is het griffierecht € 200,-.

3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoekster niets aan kan doen.

4. De rechtbank heeft verzoekster op 12 maart 2026 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoekster het griffierecht uiterlijk binnen twee weken, of als de zitting eerder is, uiterlijk voorafgaande aan de zitting moet betalen aan de rechtbank. Ook staat in deze brief dat de rechtbank het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk kan verklaren als verzoekster het griffierecht niet of niet op tijd betaald. Deze brief is volgens de track and trace bezorgd op 14 maart 2026.

5. De rechtbank heeft het bedrag niet ontvangen. Verzoekster heeft daar geen reden voor gegeven.

6. Het verzoek om een voorlopige voorziening zal niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het verzoek om een voorlopige voorziening doen. Het verzoek om een voorlopige voorziening is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 Awb).

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





Beslissing

De rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.H.M. Jansen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.






griffier voorzieningenrechter


Afschrift verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Link naar deze uitspraak