|
|
|
| ECLI:NL:RBMNE:2026:6821 | | | | | Datum uitspraak | : | 02-10-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 26-10-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Midden-Nederland | | Zaaknummers | : | UTR 26/3586 | | Rechtsgebied | : | Bestuursrecht | | Indicatie | : | Niet-ontvankelijk, geen griffierecht. | | Trefwoorden | : | landbouw | | | | Uitspraak | RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/3586
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van verweerder van 17 februari 2026.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 200,-. De rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiser het griffierecht tijdig betaald?
4. De rechtbank heeft eiser bij brief van 3 juni 2026 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. Ook staat daarin dat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren als eiser het griffierecht niet of niet op tijd betaalt. De rechtbank heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 2 juli 2026 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief.
4.1.
De aangetekend verzonden brief is aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is deze brief op 31 juli 2026, ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van de Awb, aan eiser ter kennisneming per gewone post toegezonden. In deze brief staat ook dat de termijn uit de brief van 2 juli 2026 twee weken na verzending van de brief van 31 juli 2026 eindigt.
4.2.
Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
5. Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van L.S. Lith, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|