Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBNHO:2026:2732 
 
Datum uitspraak:16-03-2026
Datum gepubliceerd:07-04-2026
Instantie:Rechtbank Noord-Holland
Zaaknummers:12136879
Rechtsgebied:Arbeidsrecht
Indicatie:Relatieve bevoegdheid kantonrechter. Verwijzing naar een andere rechtbank in verband met de vestigingsplaats van de gedaagde en de plek waar de arbeid gewoonlijk werd verricht.
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
burgerlijk wetboek
 
Uitspraak
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 12136879 \ AO VERZ 26-34


Beschikking van 16 maart 2026


in de zaak van



[verzoeker]
,
wonende te [plaats],
verzoeker,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,

tegen


ROYAL FLORAHOLLAND,
gevestigd te Aalsmeer,
verweerder,
hierna te noemen: Royal FloraHolland.




1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met 10 producties.



1.2.
Ten slotte is beschikking bepaald.





2De beoordeling


2.1.
De kantonrechter moet ambtshalve toetsen of zij relatief bevoegd is van het geschil kennis te nemen.



2.2.
Het verzoek heeft betrekking op het einde van een (individuele) arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in Titel 10 afdeling 9 van Boek 7 van het BW. Op grond van artikel 7:686a lid 9 BW worden dergelijke verzoeken – in afwijking van hetgeen is bepaald in artikel 262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) – gedaan aan de ingevolge de artikelen 99, 100 en 107 tot en met 109 Rv bevoegde kantonrechter.



2.3.
Gelet op het bepaalde in artikel 99 en artikel 100 Rv is de rechter van de woonplaats van de gedaagde (in dit geval Royal FloraHolland) dan wel de rechter van de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt of laatstelijk werd verricht, bevoegd. De woonplaats van een rechtspersoon is daar waar hij zijn wettelijke of statutaire zetel heeft.



2.4.
Uit het verzoekschrift blijkt dat Royal FloraHolland in Aalsmeer is gevestigd en dat [verzoeker] zijn werkzaamheden gewoonlijk in Aalsmeer verricht(te). Aalsmeer ligt niet in het arrondissement van de rechtbank Noord-Holland, maar in het arrondissement van de rechtbank Amsterdam. De kantonrechter te Haarlem zal zich daarom onbevoegd verklaren van het geschil kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank Amsterdam, zittingsplaats Amsterdam.





3De beslissing

De kantonrechter


3.1.
verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen;



3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam, zittingsplaats Amsterdam.

Dit beschikking is gewezen door mr. E. Jochem en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2026.

De griffier De kantonrechter




Artikel 110 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.


Artikel 1:10 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Link naar deze uitspraak