Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBNHO:2026:6281 
 
Datum uitspraak:19-05-2026
Datum gepubliceerd:03-07-2026
Instantie:Rechtbank Noord-Holland
Zaaknummers:C/15/368386
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Deelgeschil - Eindbeschikking - Ongeval waarbij minderjarig kind (ernstig) letsel heeft opgelopen. Tussen de verzekeraar en de ouders van het kind is een conflict dan wel impasse ontstaan over het schaderegelingstraject. De verzekeraar heeft de rechtbank verzocht om (ambtshalve) een bijzonder curator te benomen. Hier ziet de rechtbank van af. Wel bepaalt de rechtbank dat de ouders dienen mee te werken aan het inschakelen van een zorgregiseur.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
vaststellingsovereenkomst
 
Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer / rekestnummer: C/15/368386 / HA RK 25-119


Beschikking van 19 mei 2026


in de zaak van


ASR SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
te Utrecht,
verzoekende partij,
hierna te noemen: ASR,
advocaat: mr. Chr.H. van Dijk,

tegen




1 [verweerder sub 1] 2. [verweerder sub 2] ,
beiden in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige zoon [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ),
te [woonplaats] ,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: de ouders,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de beschikking van 12 november 2025, waarin een nieuwe mondelinge behandeling is bepaald;
- de e-mailberichten van de ouders van 16, 19, 21,22, 25 en 28 november 2025, 22 december 2025, 5 en 6 januari 2026;
- de e-mail van ASR van 8 januari 2026;
- de e-mailberichten van de ouders van 9 en 12 januari en 3 februari 2026;
- de mondelinge behandeling van 9 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen afgesproken te proberen het geschil op te lossen door middel van mediation. De zaak is vervolgens aangehouden om partijen daartoe de gelegenheid te geven.



1.3.
Bij e-mails van 3 april respectievelijk 4 april 2026 hebben de ouders en ASR de rechtbank bericht dat de mediation die heeft plaatsgevonden geen resultaat heeft opgeleverd.



1.4.
De beschikking is bepaald op vandaag.





2De verdere beoordeling


2.1.
Tijdens de eerste mondelinge behandeling van 1 oktober 2025 heeft ASR de rechtbank verzocht (ambtshalve) een bijzondere curator te benoemen. Omdat de ouders niet aanwezig waren bij die zitting, heeft de rechtbank bij beschikking van 12 november 2025 een nieuwe mondelinge behandeling gelast om de ouders in de gelegenheid te stellen hun standpunt daarover kenbaar te maken. Dit hebben de ouders gedaan in de e-mails die zij aan de rechtbank hebben gestuurd en tijdens de mondelinge behandeling van 9 februari 2026. In deze beschikking zal de rechtbank de verzoeken van ASR en het verweer van de ouders beoordelen.


Is de zaak geschikt voor behandeling in deelgeschil?




2.2.
ASR heeft zich tot de rechtbank gewend met een verzoek als bedoeld in artikel 1019w van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). In dit artikel is de mogelijkheid van een deelgeschilprocedure opgenomen in het geval een persoon een ander aansprakelijk houdt voor schade die hij lijdt door dood of letsel. De deelgeschilprocedure biedt betrokkenen bij een geschil over schade als gevolg van in dit geval letsel in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase een eenvoudige en snelle toegang tot de rechter, om de totstandkoming van een minnelijke regeling te bevorderen. In verband hiermee moet de rechtbank eerst beoordelen of de verzochte beslissingen kunnen bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Als dit onvoldoende het geval is, moet het verzoek worden afgewezen (artikel 1019z Rv).



2.3.
De ouders voeren aan dat dit deelgeschil zich er niet voor leent de buitengerechtelijke afwikkeling van de letselschade te bevorderen. Dit verweer volgt de rechtbank niet. ASR verzoekt de rechtbank om de ouders te bevelen om – kort gezegd – mee te werken aan de schadeafwikkeling en het inschakelen van een zorgregisseur. Met een oordeel over de vraag of de ouders daartoe gehouden zijn, zou de ontstane impasse tussen partijen kunnen worden doorbroken en zou het schadetraject kunnen worden voortgezet.



2.4.
De ouders voeren verder aan dat de zaak zich niet leent voor een beperkte behandeling in deelgeschil. In dit verband wijzen de ouders erop dat de kern van het geschil niet alleen de schadeafwikkeling binnen het kader van de WAM (Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen) is, maar ook het institutioneel en moreel falen van ASR. De ouders hebben hierover een groot aantal klachtbrieven aan ASR gestuurd, maar deze zijn inhoudelijk onbeantwoord gebleven. Kort gezegd beklagen de ouders zich over de manier waarop ASR is omgegaan met het schadetraject. ASR zou in samenspraak met de toenmalige belangenbehartiger van de ouders aan schadesturing hebben gedaan. Daarnaast heeft ASR de schijn van partijdigheid gewekt door de ouders niet te informeren dat zij konden kiezen voor een eigen medisch adviseur in plaats van een gezamenlijke. ASR heeft ook een zorgregisseur ingeschakeld die bij ASR werkzaam is geweest. Ten slotte beklagen de ouders zich over het uitblijven van een inhoudelijke reactie op hun klachten. ASR betwist de verwijten die de ouders haar maken.



2.5.
In dit deelgeschil kan de rechtbank niet beoordelen of de verwijten die de ouders ASR maken over de wijze waarop het dossier is behandeld terecht zijn. Dat staat echter niet in de weg aan de beoordeling van de verzoeken die ASR in dit deelgeschil doet. Er is namelijk geen sprake van een onlosmakelijke samenhang tussen de ongevalsgerelateerde schade van [minderjarige] en de wijze van institutionele behandeling van de zaak door ASR, zoals de ouders betogen. Partijen kunnen het traject over de afwikkeling van de schade die [minderjarige] als gevolg van het ongeval heeft geleden en lijdt (weer) oppakken zonder dat het geschil over de verwijten die de ouders ASR maken al wordt beslecht. Dat geschil kunnen de ouders desgewenst in een (afzonderlijke) procedure aan de rechter of een andere daarvoor in aanmerking komende instantie voorleggen, zoals zij zeggen voornemens te zijn.Een dergelijke procedure kan dan eventueel parallel lopen met het reguliere schadetraject.


Moet een bijzondere curator worden benoemd?




2.6.
Het meest verstrekkende standpunt van ASR is dat de rechtbank een bijzondere curator als bedoeld in artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (BW) benoemt, die [minderjarige] zowel in als buiten rechte zal vertegenwoordigen met betrekking tot de schadeafwikkeling. Volgens ASR moet deze stap gezet worden, omdat de ouders niet bereid blijken de schadeafwikkeling op de reguliere manier te hervatten, wat niet in het belang van [minderjarige] is.



2.7.
De ouders zijn het daarmee niet eens. Zij voeren aan dat er geen sprake is van een tegenstrijdig belang tussen ouders en kind.



2.8.
De rechtbank stelt voorop dat in artikel 1:250 lid 1 BW (voor zover van belang) is bepaald dat als een zaak aanhangig is, de desbetreffende rechter een bijzondere curator kan benoemen voor aangelegenheden over het vermogen van de minderjarige. De rechter zal dit alleen doen als hij dit noodzakelijk acht in het belang van de minderjarige en wanneer de belangen van de ouders in strijd zijn met die van de minderjarige.



2.9.

[minderjarige] is het slachtoffer geworden van een verkeersongeval, waarbij hij rijdend op zijn fiets in botsing is gekomen met een bestelbus. Hij heeft daardoor zeer ernstig (hersen)letsel opgelopen. ASR heeft als WAM-verzekeraar van de bestelbus erkend dat haar verzekerde aansprakelijk is voor het ongeval en dat zij de volledige schade van [minderjarige] die het gevolg is van het ongeval zal vergoeden. [minderjarige] heeft er belang bij dat de ongevalsgerelateerde schade wordt vergoed. Dit belang hebben de ouders ook. In zoverre zijn de belangen van de ouders en die van [minderjarige] niet tegenstrijdig.



2.10.
De schadeafwikkeling is in een impasse geraakt nadat de ouders het standpunt hebben ingenomen dat sprake is van moreel en institutioneel falen van ASR en dat dit onderdeel moet zijn van de schadeafwikkeling. De ouders hebben in dit verband in meerdere brieven aan ASR aanspraak gemaakt op schadevergoeding, inmiddels oplopend tot een bedrag van 175 miljoen euro. ASR is het niet eens met de visie van de ouders en heeft hen laten weten niet bereid te zijn dergelijke bedragen te betalen. ASR wil het schadetraject wel verder oppakken, maar heeft daarbij de medewerking van de ouders nodig voor onder meer het verstrekken van inlichtingen en het inschakelen van deskundigen. Het schadetraject is sindsdien stil komen te liggen.



2.11.
De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van [minderjarige] is dat het schadetraject weer wordt hervat. Op dit moment is ASR verstoken van informatie over het precieze letsel van [minderjarige] , welke zorg hij ontvangt en/of zou moeten ontvangen en wat de verwachtingen zijn over het (eventuele) herstel. ASR is daardoor niet in staat te bepalen of het uitkeren van een nader voorschot op de schade aan de orde kan zijn, en zo ja tot welk bedrag. Ook kan ASR niet beoordelen of van haar als WAM-verzekeraar wordt verwacht dat zij een bijdrage levert aan het inschakelen van de zorg die [minderjarige] nodig heeft. Dat dit allemaal niet gebeurt, is niet in het belang van [minderjarige] .



2.12.
Van de ouders mag daarom worden verwacht dat zij in het belang van [minderjarige] (verder) meewerken aan het voortzetten van het schadetraject. Dit houdt kort gezegd in dat in kaart moet worden gebracht welke zorg [minderjarige] nodig heeft en of deze op dit moment voldoende wordt ingezet, en welke schade [minderjarige] als gevolg van het ongeval heeft geleden en lijdt en wat de omvang daarvan is. Ook moet gekeken worden naar de toekomstverwachtingen. Het ligt in een zaak als deze voor de hand dat dit onder meer dient te gebeuren door deskundigen in te schakelen die daarover rapporteren. Daartoe zullen de ouders relevante informatie over [minderjarige] met (de medisch adviseur van) ASR en/of in te schakelen deskundigen moeten delen om dat mogelijk te maken. Dit alles in het belang van [minderjarige] .



2.13.
Hoewel de rechtbank ziet dat de ouders daaraan tot op heden onvoldoende meewerken en dit de belangen van [minderjarige] kan schaden, zal zij geen bijzondere curator benoemen. Dit vindt de rechtbank (vooralsnog) een te vergaande maatregel en (nog) niet noodzakelijk. De rechtbank heeft tijdens de mondelinge behandeling van 9 februari 2026 de indruk gekregen dat de ouders het beste met hun zoon voor hebben. Zij hebben aangevoerd dat geen sprake is van stagnatie van medische behandeling of van een situatie waarin het vermogen of welzijn van [minderjarige] direct gevaar loopt. Dat wil echter niet zeggen dat de manier waarop zij tot op heden met het schadetraject omgaan, ook in het belang van [minderjarige] is. De rechtbank benadrukt nogmaals, dat zij hun verwijten over het institutioneel en moreel falen van ASR zullen moeten scheiden van de stappen die moeten worden gezet om te komen tot een (reguliere) afwikkeling van de schade van [minderjarige] . Door dat als een geheel te blijven zien, blijft de impasse bestaan en ligt de schadeafwikkeling volledig stil. Hoewel het vanuit het perspectief van de ouders te begrijpen is dat zij hun verwijten moeilijk los kunnen zien van de schadeafwikkeling en dat zij geen vertrouwen hebben in ASR, is het belang van [minderjarige] er wel mee gediend dat stappen gezet worden in het schadetraject.



2.14.
Zoals de rechtbank hierna zal toelichten , zullen de ouders daarom moeten meewerken aan het inschakelen van een zorgregisseur. De rechtbank hoopt dat die stap en wat zij hiervoor verder heeft overwogen, de ouders ertoe zal aanzetten weer mee te werken aan het schadetraject. De ouders moeten zich wel realiseren, dat als zij dit niet gaan doen, later over de benoeming van een bijzondere curator anders geoordeeld zou kunnen worden.


Moeten de ouders meewerken aan de totstandkoming van deskundigenrapporten en de benodigde informatie verstrekken?




2.15.
ASR verzoekt onder I de ouders te gelasten om de noodzakelijke medewerking te verlenen aan en inlichtingen te verstrekken voor het volgens de in Nederland geldende regels in kaart brengen van de ongevalsgerelateerde schade van [minderjarige] , onder meer maar niet alleen door onafhankelijke deskundigen. Uit de toelichting op dit verzoek begrijpt de rechtbank dat ASR hiermee voornamelijk wil bereiken dat de ouders gaan meewerken aan de totstandkoming van deskundigenrapporten en dat zij ASR en/of de deskundigen de benodigde informatie zullen verstrekken.



2.16.
De ouders voeren aan dat een verplichting tot meewerken zonder heldere kaders of waarborgen onbepaald is en potentieel eenzijdig in te vullen. Dit verweer slaagt. De rechtbank is van oordeel dat dit verzoek te algemeen en te weinig concreet is geformuleerd om te kunnen toewijzen. Zo is niet duidelijk welke deskundigenonderzoeken nodig zijn, welke deskundigen dat zouden moeten uitvoeren en welke vragen aan een deskundige moeten worden voorgelegd. De ouders moeten daarover afzonderlijke standpunten kunnen innemen en daarmee verdraagt het verzoek zoals dat is geformuleerd zich niet. Daarnaast is onvoldoende concreet omschreven wat de noodzakelijke medewerking zou moeten inhouden en welke informatie zou moeten worden verschaft. De rechtbank wijst verzoek I om die redenen af.



2.17.
Het voorgaande neemt niet weg, dat het in het belang van [minderjarige] is dat de ouders weer gaan meewerken aan het schadetraject(zie 2.11 en 2.12). De rechtbank doet een dringend beroep op de ouders om dit gaan doen. Daarbij kan het behulpzaam zijn als de ouders (weer) een belangenbehartigerin de arm nemen om hen daarin te begeleiden en te adviseren. Dit alles betekent niet dat de ouders klakkeloos moeten instemmen met wat ASR voorstelt, zij mogen over de verschillende te zetten stappen hun eigen standpunten innemen. Bij de schadeafwikkeling zijn partijen wel - hoewel zij geen contractuele relatie met elkaar hebben - gehouden zich tegenover elkaar te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. In het geval over concrete punten een geschil ontstaat, kan de meest gerede partij dat (in een daarvoor geëigende procedure) voorleggen aan de rechtbank.


Moeten de ouders meewerken aan het inschakelen van een zorgregisseur?




2.18.
Het tweede verzoek van ASR is dat de ouders moeten meewerken aan het inschakelen van een onafhankelijke zorgregisseur om de zorg die [minderjarige] nodig heeft te kunnen vaststellen. Dit verzoek zal de rechtbank op de hierna te melden wijze toewijzen. Zoals hiervoor overwogen, is het namelijk in het belang van [minderjarige] (en ASR) dat de zorg(behoefte) in kaart wordt gebracht en dat de zorg waar nodig (door of met behulp van ASR) wordt ingeschakeld. De ouders hebben tijdens de mondelinge behandeling ook verklaard niet afwijzend tegenover het inschakelen van een zorgregisseur te staan.



2.19.
De rechtbank zal de ouders niet verplichten mee te werken aan het inschakelen van de zorgregisseur die ASR voorstelt (Trivium Advies). De ouders hebben weinig tot geen vertrouwen in ASR en daarom zal de rechtbank bepalen dat de ouders een zorgregisseur mogen kiezen die is ingeschreven bij het Nationaal Keurmerk Letselschade. De ingeschreven zorgregisseurs zijn te vinden op de website https://deletselschaderaad.nl/nkl/beroepsgroep-categorie/herstelgerichte-dienstverleners. De ouders zullen hun keuze binnen drie weken na deze beschikking schriftelijk aan de advocaat van ASR moeten doorgeven en toestemming moeten geven voor het inschakelen van de betreffende zorgregisseur. Ook zullen de ouders moeten meewerken met de zorgregisseur, zodat deze zijn werkzaamheden kan uitvoeren, en de inlichtingen aan de zorgregisseur moeten verstrekken die de zorgregisseur nodig acht.


Kosten deelgeschil




2.20.
De rechtbank moet op grond van artikel 1019aa lid 1 Rv de kosten van de deelgeschilprocedure aan de zijde van de ouders begroten. Niet gebleken is dat zij kosten hebben gemaakt voor het voeren van de procedure, anders dan het griffierecht dat bij hen in rekening zal worden gebracht. De rechtbank zal de kosten van de ouders daarom begroten op een bedrag van € 331,00 aan griffierecht. ASR zal tot betaling daarvan aan de ouders worden veroordeeld.





3De beslissing

De rechtbank


3.1.
gelast de ouders mee te werken aan het inschakelen van een zorgregisseur door:


een zorgregisseur te kiezen die is ingeschreven bij het Nationaal Keurmerk Letselschade (https://deletselschaderaad.nl/nkl/beroepsgroep-categorie/herstelgerichte-dienstverleners) en binnen drie weken na deze beschikking de zorgregisseur van hun keuze schriftelijk aan de advocaat van ASR door te geven;


aan (de advocaat van) ASR schriftelijke toestemming te geven voor het inschakelen van die zorgregisseur;


mee te werken aan de werkzaamheden van de zorgregisseur en aan de zorgregisseur de inlichtingen te verschaffen die deze nodig acht,





3.2.
begroot de kosten van dit deelgeschil op € 331,00 voor het door de ouders te betalen griffierecht en veroordeelt ASR tot betaling daarvan aan de ouders,



3.3.
wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. N. Boots en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2026.
Link naar deze uitspraak