|
|
|
| ECLI:NL:RBOBR:2026:6447 | | | | | Datum uitspraak | : | 08-09-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 18-09-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Oost-Brabant | | Zaaknummers | : | 26/908 | | Rechtsgebied | : | Omgevingsrecht | | Indicatie | : | Een uitspraak over een verleende omgevingsvergunning voor het herinrichten van het Wilhelminaplein in Eindhoven. Eiser is het niet eens met deze omgevingsvergunning omdat zijn belangen als horecavastgoedondernemer niet voldoende zijn meegewogen. Het beroep slaagt niet omdat het college de belangen van eiser wel mee heeft meegewogen in haar ontwerp en dus ook in de omgevingsvergunning | | Trefwoorden | : | boomteelt | | | omgevingsvergunning | | | | Uitspraak | RECHTBANK OOST-BRABANT
Zittingsplaats 's-Hertogenbosch
Bestuursrecht
zaaknummer: SHE 26/908
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 september 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] ,
eiser,
(gemachtigde: mr. A.A.M. van Hoorn),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven,
het college,
(gemachtigde: P.J.M. Waalravens en mr. G.D. van Leeuwen).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over een verleende omgevingsvergunning voor het herinrichten van de openbare ruimte bovengronds en ondergronds aan het Wilhelminaplein in Eindhoven . Eiser is het niet eens met de verlening van deze omgevingsvergunning. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de omgevingsvergunning.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat geen sprake is van onevenredigheid ten opzichte van eiser in de besluitvorming van het college. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het bestreden besluit van 12 februari 2026 op het bezwaar van eiser is het college bij haar besluit gebleven om de omgevingsvergunning te verlenen.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 15 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en zijn gemachtigde en de gemachtigden van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
3. Op 10 februari 2025 heeft het college een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van de gemeente Eindhoven voor het herinrichten van de openbare ruimte aan het Wilhelminaplein. Er zijn twee activiteiten aangevraagd: 'het uitvoeren van een werk of werkzaamheden' en 'het bouwen van een bouwwerk'.
4. Binnen dit project worden diverse weggedeelten op grond van het nieuwe ontwerp vergroend. Deze weggedeelten, die eerder de functie vervulden van openbare (parkeer)terreinen, zullen na realisering van het project niet meer openstaan voor het openbare verkeer. Bij besluit van 30 juli 2025 heeft het college de omgevingsvergunning verleend voor het uitvoeren van een werk of werkzaamheden. Voor het bouwen van een bouwwerk is geen vergunningplicht. Deze aanvraag is dan ook geweigerd.
Bespreking beroepsgrond: onevenredige benadeling eiser
5. Eiser stelt dat het college onevenredig heeft gehandeld omdat het zijn belangen niet (juist) heeft meegewogen bij het verlenen van de omgevingsvergunning. Eiser werkt al langere tijd aan de opstart van een horecazaak aan het plein. In dat kader heeft hij ook getracht duidelijkheid te krijgen over de mogelijkheid tot het hebben van terrassen bij de voorgenomen horecaexploitatie. Dat heeft eerder geleid tot het markeren van eventuele terrasmogelijkheden voor het realiseren van een eilandterras op het Wilhelminaplein door middel van het inslaan van kopjes. Ook in de procedure rondom de totstandkoming van het herinrichtingsplan heeft eiser zijn wens om een eilandterras te kunnen hebben kenbaar gemaakt, maar in het ontwerp is daar geen rekening mee gehouden. Er is weliswaar een gevelterras ingetekend, maar dat is kleiner (minder diep) dan bruikbaar is voor eiser. Uit het besluit blijkt niet dat zijn belangen zijn meegewogen, er is alleen rekening gehouden met bestaande horecabedrijven en terrassen. Daarnaast vindt eiser de beslissing op bezwaar tegenstrijdig: enerzijds stelt het college dat terrasvergunningen op grond van de APV worden beoordeeld, terwijl anderzijds wordt aangevoerd dat het besluit zorgvuldig is omdat alleen de bestaande terrassen zijn meegenomen.
5.1.
Het college stelt dat sprake is van een gebonden bevoegdheid. Dit betekent dat een omgevingsvergunning moet worden verleend als aan de regels van het omgevingsplan wordt voldaan en dat in beginsel geen afzonderlijke belangenafweging plaatsvindt, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die tot een onevenredige uitkomst leiden.
Volgens het college zijn de betrokken belangen al afgewogen bij de voorbereiding van het definitief ontwerp voor de herinrichting van het Wilhelminaplein. Daarbij heeft een participatieproces plaatsgevonden en zijn cliënt en de mede-eigenaren van de panden meerdere malen geïnformeerd. Bij de herinrichting is rekening gehouden met de bestaande vergunde terrassen. Daarnaast voert het college aan dat een horecabestemming geen recht geeft op een terras, omdat de toekenning daarvan afzonderlijk wordt beoordeeld op grond van de APV. Omdat nog geen horeca-exploitatie is gerealiseerd, de beschikbare ruimte beperkt is en ook vergroening een rol speelt, is desondanks ruimte gereserveerd voor een mogelijk gevelterras bij de panden van eiser. Dat deze ruimte kleiner is dan eerder besproken, doet volgens het college niet af aan de zorgvuldigheid van het besluit.
6. De rechtbank overweegt allereerst dat uit het dossier blijkt dat het college op de hoogte was van de terraswensen van eisers. Ook blijkt hieruit dat de wens van een groter (eiland)terras bekend was bij het college. Het beroep van eiser richt zich tegen het definitieve ontwerp van de herinrichting, het ontwerp is onderdeel van de omgevingsvergunning. Het college heeft gemotiveerd dat zij, gelet op de beperkte ruimte op het plein, keuzes heeft moeten maken bij de indeling van het plein. Zij heeft naar oordeel van de rechtbank voldoende gemotiveerd om welke redenen zij ervoor heeft gekozen geen ruimte voor een mogelijk toekomstig aan te vragen eilandterras voor de panden van eiser vrij te houden. Dat eiser ontevreden is met de enkele mogelijkheid van een kleiner gevelterras, betekent nog niet dat sprake is van onevenredigheid in de besluitvorming. Dat geldt eveneens voor de stelling van eiser dat het hiermee moeilijker wordt om een exploitatie op te starten. Uit de motivering van de keuzes door het college volgt dat een evenwichtige afweging tussen de verschillende belangen is gemaakt. Dat het ook anders had gekund volgens eiser, maakt nog niet dat het anders had gemoeten. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.A. Maarschalkerweerd, rechter, in aanwezigheid van mr. N. Duin, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 september 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage
9.4.1
Vergunningvereiste
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dieper dan 0,3 m onder maaiveld over een oppervlakte van meer dan 2.500 m2 uit te voeren:
het uitvoeren van grondwerkzaamheden, zoals het aanleggen van drainage, diepwoelen, mengen van grond, diepploegen en ontginnen;
het verlagen of afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem;
het graven, verbreden, verdiepen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren;
het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen;
het rooien en vellen van diepwortelende beplantingen en bomen, waarbij de stobben worden verwijderd;
het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, zoals boomteelt en graszodenteelt;
het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond;
et aanbrengen van bovengrondse of ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies;
het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand;
het slopen en het verwijderen van ondergrondse delen van bouwwerken (zoals funderingen en kelders) en bodemverhardingen waarbij grondroering plaatsvindt;
het aanbrengen van verhardingen.
4.3
Toelaatbaarheid
a. De in lid 9.4.1 genoemde vergunning kan worden verleend als:
1. een archeologisch onderzoek is uitgevoerd én;
2. uit het onderzoek blijkt dat door die werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen onevenredige verstoring van de archeologische waarden ontstaan of kunnen ontstaan.
Als uit het archeologisch onderzoek blijkt dat het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning wordt gevraagd kan leiden tot onevenredige verstoring van archeologische waarden, kan de in lid 9.4.1 genoemde omgevingsvergunning worden verleend onder de voorwaarde dat aan de omgevingsvergunning de volgende regels worden verbonden:
1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden (behoud in situ), en/of;
2. de verplichting tot het doen van opgravingen (behoud ex situ), op basis van een Programma van Eisen. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|