|
|
|
| ECLI:NL:RBROT:2025:6681 | | | | | Datum uitspraak | : | 02-06-2025 | | Datum gepubliceerd | : | 08-09-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Rotterdam | | Zaaknummers | : | ROT 24/3199 | | Rechtsgebied | : | Omgevingsrecht | | Indicatie | : | Boete opgelegd aan vervoerder van biggen omdat de temperatuur in het vervoermiddel op verschillende tijdstippen lager was dan 0 °C. Overtreding van Bijlage I, hoofdstuk VI, onder 3.1, van de Transportverordening. Overtreding terecht vastgesteld, geen sprake van bijzondere omstandigheden, boete terecht opgelegd. Beroep ongegrond. | | Trefwoorden | : | landbouw | | | landbouw, natuur en voedselkwaliteit | | | stallen | | | | Uitspraak | RECHTBANK ROTTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/3199
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. F.T.M. Peters),
en
de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, thans:
de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, verweerder
(gemachtigde: mr. M.M. Versteege).
Procesverloop
Bij besluit van 20 oktober 2023 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een boete opgelegd van € 3.000,- omdat zij volgens verweerder bij of krachtens de Wet dieren gestelde voorschriften heeft overtreden. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Bij besluit van 14 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 3 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam] , de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Overwegingen
1. In het rapport van bevindingen van 22 maart 2023 heeft een toezichthouder van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gerapporteerd dat hij/zij bij een administratieve controle van een door eiseres uitgevoerd transport op 17 maart 2023, omstreeks 11:00 uur, het volgende heeft geconstateerd:
“Op 8 februari 2023 heeft [eiseres] , een transport uitgevoerd van (volgens Traces certificaat)1000 biggen, vanuit Hooge Mierde, gemeente Reusel-de Mierde, Nederland naar Berzovia, Roemenië.
Certificaatnummer behorend bij dit transport: INTRA. EU. NL. 2023. 0010630
Journaalnummer behorend bij dit transport: 174933
Kentekens vervoermiddel: [kenteken] .
Uit deel 4 van het de door [eiseres] , opgestuurde reisjournaal blijkt dat het laden, en dus het transport is aangevangen op 08-02-2023 om 7:00 uur in Hooge Mierde, (Nederland). Volgens de GPS en temperatuurgegevens blijkt dat het transport, op 09-02-2022 om 8:48 uur is aangekomen in Berzovia, Roemenië.
Op basis van de door [eiseres] , aangeleverde GPS en temperatuur gegevens, heb ik, toezichthouder, de volgende temperaturen geconstateerd
• 9-2-2023, van 4:15 uur tot 7:27 uur, registreert sensor 2 (AN2) een temperatuur beneden de 5°C.
• 8-2-2023, van 8:15 uur tot 8:30 uur, van 19:30 uur tot 9-2-2023 3:28 uur, om 7:30 uur, van 8:15 uur tot 8:50 uur registreert sensor 3 (AN3) een temperatuur beneden de 5°C.
• 8-2-2023, van 9:00 uur tot 10:14 uur, van 19:00 uur tot 22:42 uur, van 23:00 uur tot
9-2-2023 0:44 uur, van 2:00 uur tot 2:14 uur, van 7:45 uur tot 8:48 uur registreert sensor 4 (AN4) een temperatuur beneden de 5°C.
• 8-2-2023, om 7:00 uur, registreert sensor 1 een temperatuur beneden de 0 °C.
• 8-2-2023, van 7:00 uur tot 7:30 uur, registreert sensor 2 (AN2) een temperatuur beneden de 0 °C.
• 8-2-2023, van 7:00 uur tot 8:00 uur, op 9-2-2023 van 3:30 tot 7:27 uur registreert sensor 3 (AN3) een temperatuur beneden de 0 °C.
• 8-2-2023, van 7:00 uur tot 8:47 uur, van 22:45 tot 22:58, op 9-2-2023 van 0:45 uur tot 1:58 uur, van 2:15 uur tot 7:30 uur registreert sensor 4 (AN4) een temperatuur beneden de 0 °C.
De laagst gemeten temperaturen liggen in genoemde periodes voor sensoren 1,2,3 en 4, op
-5.1 °C.”
3.1.
Op basis van dit rapport van bevindingen heeft verweerder met het primaire besluit aan eiseres een boete opgelegd van € 3.000,- voor het volgende feit: de ventilatiesystemen op wegvervoermiddelen waren niet zodanig ontworpen, geconstrueerd en onderhouden dat zij op elk moment tijdens het transport, ongeacht of het vervoermiddel stilstaat of in beweging is, volstaan om de temperatuur in het vervoermiddel voor alle dieren tussen 5°C en 30°C te handhaven met een tolerantie van plus of min 5°C, afhankelijk van de buitentemperatuur. Dit is volgens verweerder een overtreding van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, in verbinding met artikel 4.8, van de Regeling houders van dieren, in verbinding met artikel 6, derde lid, gelet op bijlage I, hoofdstuk VI, onder 3.1, van de Transportverordening. De opgelegde boete is een boete die wegens recidive is verhoogd.
3.2.
Met het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd.
4. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit het volgende aangevoerd.
4.1.
De dieren zijn verzameld op de verzamellocatie waar zij door een medewerker van de NVWA voor transport zijn gezien en gekeurd. Er bestonden geen bezwaren tegen de reis onder de op het moment van de keuring en het vertrek bekende weersomstandigheden en gegevens.
4.2.
Om fysisch en fysiologisch ongemak te beperken, is ervoor gekozen om de dieren onderweg niet te lossen en niet in ruststallen onder te brengen. In de regio waar het transport zich bevond zijn de ruststallen onverwarmd en koelen deze stallen in de wind snel af, terwijl de dieren in de veewagen dicht tegen elkaar liggen en zo beter beschermd zijn tegen de koude. Het lossen van de dieren zou bij de barre weersomstandigheden nog meer ongerief hebben gegeven.
4.3.
De plotselinge weersomslag is een bijzondere omstandigheid waarmee bij het vaststellen van de hoogte van de boete rekening moet worden gehouden, aldus eiseres.
5. Volgens rechtspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), onder meer de uitspraak van 13 februari 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:87) mag een bestuursorgaan, onverminderd de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van het bewijs, in beginsel uitgaan van de juistheid van de bevindingen in een naar waarheid opgemaakt en ondertekend rapport van bevindingen, voor zover deze de eigen waarnemingen van de opsteller van het rapport weergeven. Als de bevindingen worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan de vaststelling van de overtreding ten grondslag kunnen worden gelegd.
5.1.
In artikel 6, derde lid, van de Transportverordening is bepaald dat de vervoerders de dieren vervoeren in overeenstemming met de technische voorschriften in bijlage I. In die bijlage is in hoofdstuk VI, punt 3.1 van de Transportverordening neergelegd dat de ventilatiesystemen op wegvervoermiddelen zodanig moeten zijn ontworpen, geconstrueerd en onderhouden dat zij op elk moment tijdens het transport, ongeacht of het vervoermiddel stilstaat of in beweging is, volstaan om de temperatuur in het vervoermiddel voor alle dieren tussen 5 °C en 30 °C te handhaven met een tolerantie van plus of min 5 °C, afhankelijk van de buitentemperatuur.
5.2.
Om te kunnen vaststellen of aan het technisch voorschrift, zoals hiervoor onder 5.1. is weergegeven, is voldaan, wordt gebruik gemaakt van sensoren die in verschillende compartimenten van het wegvervoermiddel zijn geplaatst. Sensoren zijn de enige manier om de temperatuur in het vervoermiddel te meten. De in het vervoermiddel aanwezige sensoren maken daarom deel uit van het ventilatiesysteem in het wegvervoermiddel.
5.3.
Wanneer de sensoren een temperatuur meten die de temperatuurnorm in bijlage I, hoofdstuk VI, punt 3.1 van de Transportverordening overschrijdt, dan betekent dat, dat het ventilatiesysteem niet volstond om de juiste temperatuur in het wegvervoermiddel te handhaven. In het geval van eiseres blijkt uit het rapport van bevindingen dat de sensoren 1, 2, 3 en 4 op 8 februari 2023 en op 9 februari 2023 op verschillende tijdstippen een temperatuur hebben gemeten van minder dan 0 °C, met name door de sensoren 3 en 4. De laagst gemeten temperatuur bedroeg min 5.1 °C. Van belang zijn de metingen tijdens het vervoer. Nu uit die metingen blijkt dat de sensoren 3 en 4 op 9 februari 2023 gedurende een langere periode op verschillende tijdstippen temperaturen hebben geregistreerd van onder 0 °C, waarbij de laagst gemeten temperatuur min 5.1 °C was, is de temperatuurnorm overschreden en heeft verweerder niet ten onrechte vastgesteld dat het ventilatiesysteem op de betreffende wegvervoermiddelen niet voldeed om op elk moment het transport de juiste temperatuur voor alle dieren te handhaven.
5.4.
Ter zitting heeft eiseres toegelicht dat de meting van sensor 4 een vertekend beeld geeft, omdat deze sensor op de bovenste verdieping van de veewagen tegen het dak is geplaatst waar de temperatuur het laagst is omdat het dak niet is geïsoleerd. De rechtbank volgt eiseres hierin niet, omdat sensor 3, die een verdieping lager is geplaatst waar het volgens eiseres warmer zou zijn, ook op verschillende tijdstippen een temperatuur van beneden 0 °C heeft geregistreerd. Voor zover de sensoren door hun locatie de temperatuur niet accuraat weergeven, is het de verantwoordelijkheid van eiseres als vervoerder van levende dieren om ervoor te zorgen dat de sensoren in de veewagen zo geplaatst zijn dat ze de temperatuur van de ruimtes waarin de dieren zich bevinden wel accuraat meten en weergeven.
5.5.
Het vorenstaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder op basis van het rapport van bevindingen terecht heeft vastgesteld dat eiseres artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, in verbinding met artikel 4.8, van de Regeling houders van dieren, in verbinding met artikel 6, derde lid, gelet op bijlage I, hoofdstuk VI, onder 3.1, van de Transportverordening heeft overtreden. Verweerder was daarom bevoegd eiseres daarvoor een bestuurlijke boete op te leggen.
5.6.
Aan dit oordeel doet niet af de stelling van eiseres dat de dieren op de verzamellocatie door een medewerker van de NVWA voor transport zijn gezien en gekeurd. Zoals verweerder heeft toegelicht betekent het afgeven van een vervoersvergunning of het afgeven van handelscertificaten voor dieren die op transport gaan voor de export niet dat de NVWA ook heeft ingestemd met het vervoer van de dieren beneden de toegelaten temperatuurnorm. De stelling van eiseres dat bij de aanvraag voor lange-afstandstransport bij de NWVA een temperatuurlijst moet worden overgelegd, maakt dat niet anders. De keuring door een toezichthoudend dierenarts van de NVWA ziet op de gezondheid en geschiktheid van de dieren voor vervoer en niet op de (weers)omstandigheden waaronder de dieren worden vervoerd. Dat het onderweg kouder kan worden dan voorzien, ontslaat eiseres niet van haar verantwoordelijkheid als transporteur van levende dieren om de reis zodanig te organiseren en ervoor te zorgen dat de dieren onderweg niet aan extreme (lage) temperaturen worden blootgesteld. Ook de stelling van eiseres dat de Rijksdienst voor het Wegverkeer een type 2 vergunning heeft afgegeven voor het voortuig voor lange-afstandstransport ontslaat haar evenmin van haar verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat aan de norm uit de Transportverordening wordt voldaan.
5.7.
Eiseres heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan verweerder gelet op artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht een lagere boete had moeten opleggen. Dat het weer onderweg plotseling is omgeslagen is geen bijzondere omstandigheid. Aan de stelling van eiseres dat zij fysisch en fysiologisch ongemak heeft beperkt door ervoor te kiezen om de dieren onderweg niet te lossen en niet in ruststallen onder te brengen, kan geen betekenis worden gehecht nu zij niet heeft onderbouwd dat de verblijfsomstandigheden in de ruststallen langs de route zodanig waren dat er geen andere keuze mogelijk was dan de dieren in de veewagen te laten en door te rijden. Eiseres is als transporteur van levende dieren verplicht om het welzijn van de dieren onder alle omstandigheden te waarborgen, preventieve maatregelen te nemen bij het organiseren van de reis en daarbij ook op koude weersomstandigheden te anticiperen. Nu geen sprake is van bijzondere omstandigheden ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van een lagere boete.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van mr. S.L. Mehlbaum, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|