Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBROT:2026:12183 
 
Datum uitspraak:16-09-2026
Datum gepubliceerd:22-09-2026
Instantie:Rechtbank Rotterdam
Zaaknummers:C/10/701971 / HA ZA 25-53 C/10/701971 / HA ZA 25-53
Rechtsgebied:Ondernemingsrecht
Indicatie:Bestuurdersaansprakelijkheid art. 2:9 BW; geen persoonlijk ernstig verwijt
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
bestemmingsplan
bestuursdwang
milieuschade
omgevingsvergunning
perceel
vaststellingsovereenkomst
waterschap
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam

Team handel en haven


Zaaknummer: C/10/701971 / HA ZA 25-534


Vonnis van 16 september 2026


in de zaak van




1MADE IN SCOTLAND B.V.,
te Spijk, gemeente West Betuwe,2. THE DUTCH BUSINESS SPORT AND RECREATION DEVELOPMENT II B.V.,
te Spijk, gemeente West Betuwe,
eiseressen,
advocaat: mr. M.H.S. Verhoeven,

tegen



[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde,
advocaat: mr. L.P. Kruidenier.

Partijen worden hierna Made in Scotland, TDII en [gedaagde] genoemd. Made in Scotland en TDII worden samen Made in Scotland c.s. genoemd.





1De zaak in het kort


1.1.
Made in Scotland c.s. en aan hen gelieerde vennootschappen exploiteren in Spijk een 18-holes golfbaan onder de naam “The Dutch”. In de periode 2016-2017 hebben Made in Scotland c.s. besloten een geluidswal aan te leggen. [gedaagde] was toen de (indirect) bestuurder van Made in Scotland c.s. Bij de aanleg van de geluidswal zijn staalslakken gebruikt. Op enig moment is vastgesteld dat de in de geluidswal verwerkte staalslakken aanzienlijke milieuschade in de omgeving hadden veroorzaakt. Daarop heeft het bevoegd gezag de werkzaamheden stilgelegd en aan Made in Scotland c.s. en aannemer Sent One een last onder dwangsom opgelegd. In deze procedure spreken Made in Scotland c.s. [gedaagde] aan op grond van bestuurdersaansprakelijkheid voor de schade die zij hebben geleden en nog lijden. TDII moest namelijk bestuursrechtelijke dwangsommen betalen, de milieuschade verhelpen en de geluidswal zodanig aanpassen dat verdere milieuschade zou worden voorkomen.



1.2.
Voor bestuurdersaansprakelijkheid is nodig dat aan [gedaagde] een ernstig verwijt kan worden gemaakt. In dit vonnis komt de rechtbank tot de conclusie dat [gedaagde] geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Er is dus geen sprake van bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank wijst de primaire vorderingen daarom af. De subsidiaire vorderingen op grond van ongerechtvaardigde verrijking zijn evenmin toewijsbaar.






2De procedure


2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het vonnis in incident van 26 november 2025 en de daarin vermelde processtukken,
- de brieven van de rechtbank van 15 december 2025, waarbij partijen zijn opgeroepen voor een mondelinge behandeling,
- het e-mailbericht van de rechtbank van 15 april 2026, waarbij een zittingsagenda aan partijen is verstuurd,
- de akte van Made in Scotland c.s., met producties 61 tot en met 66,
- de akte van [gedaagde] , met producties 29 tot en met 32,
- de akte houdende overlegging producties van Made in Scotland c.s., met producties 67 tot en met 70,
- de akte houdende wijziging van eis van Made in Scotland c.s.,- de mondelinge behandeling op 12 mei 2026 en de ter gelegenheid daarvan overgelegde spreekaantekeningen van Made in Scotland c.s. en van [gedaagde] .



2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.






3De feiten


3.1.

[gedaagde] is op 26 september 2011 benoemd tot statutair bestuurder van Made in Scotland (naast de heer [naam 1] ). Op diezelfde datum werd [gedaagde] benoemd tot statutair bestuurder van The Dutch Business Sport and Recreation Development B.V. (hierna: TD). Made in Scotland was destijds op haar beurt de statutair bestuurder van TDII en van The Dutch Business Sport and Recreation Exploitation B.V. (hierna: TDE). [gedaagde] verrichtte vanaf 2012 respectievelijk 2014 werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst voor Made in Scotland, TD, TDII en TDE.



3.2.
Made in Scotland, TDII, TD en TDE (hierna: gezamenlijk The Dutch) exploiteren een golfbaan in Spijk. TDE is de exploitant van de golfbaan en het clubhuis. TD is de eigenaar van de grond van de golfbaan met opstallen. TDII is eigenaar van twee aangrenzende percelen.



3.3.
In de periode dat [gedaagde] statutair bestuurder was, bestond het managementteam van The Dutch (hierna: het MT) uit:
- [gedaagde] ,
- mevrouw [naam 2] ;
- de heer [naam 3] ;
- de heer [naam 4] ; en
- de heer [naam 5] (vanaf mei 2017 tot en met oktober 2018).

De raad van commissarissen van Made in Scotland c.s. (hierna: de RvC) bestond destijds uit:
- de heer [naam 6] ;
- de heer [naam 7] ;
- de heer [naam 8] ;
- de heer [naam 9] ; en
- mevrouw [naam 10] (tot 10 maart 2017).

Made in Scotland was de enig aandeelhouder van TDE. De aandeelhouders van Made in Scotland, TD en TDII waren verschillende natuurlijke personen, onder wie [naam 1] , [naam 4] , [naam 5] en de heer [naam 11] .



3.4.
Het speelrecht op de golfbaan van The Dutch is gekoppeld aan het certificaathouderschap van aandelen in het kapitaal van TD. De (rechts)personen die over deze certificaten beschikken, worden binnen Made in Scotland c.s. aangeduid als ‘Members’.



3.5.
The Dutch had uitbreidingsplannen voor de golfbaan en heeft in januari 2012 een vergunning verkregen voor het aanleggen van een tweede golfbaan op de percelen van TDII. In de plannen was, in verband met de nabijgelegen Rijksweg A15, voorzien in de aanleg van een geluidswal. In deze geluidswal mocht – voor een deel – licht vervuilde grond worden verwerkt. Het MT heeft op 30 september 2014 een memo aan de RvC geschreven, waarin de aanleg van de geluidswal aan de orde is gekomen. Dit memo luidt voor zover hier van belang:

“(…)


D.
Geluidswal en/of TOP locatie


In de bestemming is een geluidswal voorzien die aangelegd mag worden met licht vervuilde grond (…).



Voor het ontvangen van licht vervuilde grond wordt geld gevraagd. Het is een optie om een gedeelte van de percelen (bovenop de 6 ha voor de geluidswal) aan te wijzen als TOP locatie voor verschillende soorten grond. TOP is een Tijdelijke Opslag Plaats van grond die vrijkomt bij allerlei ontwikkelingen (…).



Er zijn gesprekken gaande met Dura Vermeer die heeft aangegeven op korte termijn op zoek te zijn naar een TOP locatie. Dura heeft berekend dat er over een periode van zeven jaar (…) een bedrag van totaal EUR 500k opgehaald kan worden.


In deze post moeten dan wel alle volgende kosten voorzien zijn:


(…)


- onderzoek naar aanleg geluidswal en effecten op Betuwe lijn voor verzakking e.d.;


(…)”




3.6.
In december 2015 is [gedaagde] in contact gekomen met de heer [naam 12] van Sent One B.V. (hierna: Sent One), een aannemingsbedrijf op het gebied van (onder meer) het hergebruik van grond, baggerspecie en bouwstoffen. [gedaagde] en [naam 12] hebben vanaf begin 2016 gesproken over de aanleg van de geluidswal. Daarbij is de mogelijkheid van het gebruik van LD-staalslakken (hierna: staalslakken) als opvulmateriaal van de geluidswal aan de orde gekomen.



3.7.
Een e-mail van de heer [naam 13] van Dura Vermeer Milieu B.V. (hierna: Dura Vermeer ) van 8 maart 2016 aan [gedaagde] en de heer [naam 14] , [functie] bij The Dutch (hierna: [naam 14] ) luidt voor zover hier van belang:

“(…)


Staalslakken hebben in Nederland de afgelopen jaren flink wat problemen opgeleverd (…). Er is inmiddels door de overheid een circulaire gemaakt over de toepassing van staalslak ‘in aanvullingen en ophogingen’. Deze circulaire bepaalt dat ‘het bevoegd gezag’ (in de praktijk vaak de gemeente) er voor moet zorgen dat ‘de milieu hygiënische gevolgen daarvan voor bodem en oppervlaktewater voldoende inzichtelijk zijn en dat gewaarborgd wordt dat negatieve effecten niet optreden’ (…).



Risico’s:

1. Zetting: je moet weten dat staalslakken ‘zwaar zijn’, zeker 2,2 ton/m3. Dus staalslakken toepassen in een zettingsgevoelig gebied geeft langdurig veel zetting, zeker als je een grote hoeveelheid gaat toepassen (…). Je kunt het risico niet nemen wat er dan gebeurt op een locatie langs een spoor.
2. Met het toepassen van de staalslakken heb een monitoringsplicht (milieu hygiënisch).
3. Milieu hygiënisch: (lees bovenstaande) als je dit probleem moet oplossen omdat je als The Dutch eigenaar bent van dit probleem (en je moet een deel van de slakken verwijderen en storten betekent dit het einde van The Dutch).


Mijn advies er zijn andere oplossingen met minder grote risico’s die ook geld op leveren, wel minder.


(…)”.




3.8.
De reactie van [gedaagde] op deze mail luidt, voor zover hier van belang:

“(…) Helder verhaal, Daar wordt je natuurlijk niet vrolijk van en teveel risico’s.


Dan wil ik graag zsm horen welk spul ook geld oplevert maar wel minder zodat we dat kunnen inzetten in de ingraving (…)”.




3.9.
Een e-mail van [naam 14] aan Sent One en in kopie aan [gedaagde] van 14 maart 2016 luidt voor zover hier van belang:

“(…)


We have indeed being doing our own research about the use of Slag as filing material and seem to find more negative publicity than positive however there are some articles promoting the use of such material. We are also consulting an independent party on the pros en cons of such a venture (…)”.




3.10.
Een memo van het MT aan de RvC van 19 mei 2016 luidt voor zover hier van belang:

“(…)


Er hebben (…) een aantal gesprekken plaatsgevonden aangaande de aanleg van een geluidswal (…). We hebben gekeken naar de mogelijkheid om hier nog meer aan te verdienen door niet gewone grond maar staalslakken te laten storten maar we kunnen daarbij niet de garantie krijgen dat dit niet op termijn als vervuilde grond zal worden aangemerkt. We zijn in gesprek met SentOne en Dura Vermeer .


(…)”.




3.11.
Een e-mail van 20 mei 2016 van [naam 12] (Sent One) aan de heer [naam 15] , werkzaam bij Pelt & Hooykaas IJmuiden B.V. (hierna: Pelt & Hooykaas), leverancier van de staalslakken afkomstig van Tata Steel, luidt voor zover hier van belang:

“(…) Vandaag was overleg met de gemeente en de opdrachtgever. Helaas was de uitkomst nog niet uitsluitend. De gemeente heeft geen moeite met het gebruik van de slakken maar wil zich nader informeren alvorens toe te stemmen. Klant twijfelt nu ook helaas (…)”.




3.12.
In een e-mail van 3 juni 2016 heeft Sent One aan [gedaagde] voorgesteld om een overleg te plannen. Deze e-mail luidt voor zover hier van belang:

“(…)


In onze memo van februari 2016 hebben we reeds aangegeven dat wij een mogelijkheid zien om jullie een bedrag van € 850.000,- te betalen vanuit het principe dat wij voor iedere aangevoerde en toegepaste m³ jullie € 1,00 euro betalen. In ons overleg echter hebben jullie aangegeven dat jullie een voorkeur hebben voor uitvoeringstermijn van drie jaar en op dat moment zagen wij een potentieel probleem bij het aanvoeren van een dergelijk volume (850.000 m³) in een dergelijk korte periode.



Om deze reden hebben we samen de optie “staalslakken” van Tata Steel te IJmuiden onderzocht.



In ons recente telefoongesprek heb je aangegeven dat jullie de toepassing van deze slakken als een risico ervaren daar de Gemeente Lingewaal jullie geen garantie wil geven dat deze slakken niet ooit weer verwijderd moeten worden op grond van gewijzigde inzichten in de toekomst. De gehoopte toe betaling verbonden aan de toepassing van deze slakken (2,00 euro per ton) was echter natuurlijk een aspect wat jullie toch graag geëvenaard wilden zien in een nieuw voorstel van onze zijde.


(…)”.




3.13.
Bij brief van 8 juli 2016 heeft Sent One een voorstel aan The Dutch gedaan voor het aanleggen van een geluidswal. Deze brief luidt voor zover hier van belang:

“(…)


Voor de constructie van de wal is een volume van 487.200 m³ Staalslakken nodig. Dit kernlichaam is stabiel direct na aanleg en wordt afgedekt met 1 meter schone grond. Deze toplaag van schone grond heeft een volume van 92.800 m³, 52.200 m³ hiervan ligt in depot uit de ontgraving, een volume van 40.600 m³ zal naar verwachting als schone grond worden aangeboden door derden gedurende het werk. Deze constructie voldoet aan de vereisten van Tata Steel en Bevoegd Gezag.



Afwikkeling van opbrengsten


(…) Hier bovenop wordt een winst geprognotiseerd uit te betalen aan The Dutch van € 1,00 per m³ voor de aan te voeren grond klasse Wonen/Industrie (conform Besluit Bodemkwaliteit) en € 2,00 m³ voor de Staalslakken (onder certificaat geleverd door Tata Steel).


(…)


In deze opzet kan The Dutch in potentie het navolgende verdienen aan de hiervoor geschilderde uitvoeringsmethode:


1. Toepassing grond klasse Wonen/Industrie € 1.044.000,00


2. Toepassing Staalslakken € 974.400,00


3. Verkoop klei € 121.800,00


4. Verkoop veen
€ 348.000.00 +


Totaal (excl. BTW): € 2.488.200,00



Totaal (incl. BTW): € 3.010.722,00



(…)



Onderzoek en Vergunningen



Voordat een start gemaakt kan worden stelt de Gemeente Lingewaal een aantal eisen. Er moet een Omgevingsvergunning afgegeven worden. Onderdeel hiervan is onder andere Archeologisch Onderzoek en Flora- en Fauna Onderzoek zoals ook in het Bestemmingsplan door hen vermeld. Hiervoor zijn ook constructietekeningen nodig en berekeningen van Fugro (stabiliteitsberekeningen etc.). (…) Deze stabiliteitsberekeningen en overig onderzoek van Fugro is ook de onderbouwing voor de noodzaak van een funderingspakket onder de wal. Vervolgens wordt er een Acceptatieplan opgesteld en besproken met de gemeente en de Omgevingsdienst Rivierenland (Tiel) welke het dagelijkse toezicht op de toepassing van grond etc. zal verzorgen.



Deze vergunningen en dit overleg (inclusief Leges etc.) wordt door Sent One uitgevoerd als onderdeel van de overeenkomst (…).



Algemeen


(…) Essentieel is dat Sent One als primaire partij verantwoordelijk is voor het werk en afhandeling van contacten met alle betrokken partijen, van Ontdoener, transporteurs tot aan Bevoegd Gezag. Er kan er maar één zijn die de regie en het gezag heeft binnen de werkgrenzen op grond van onze Wettelijke VIHB (afvalstoffenboekhouding) Certificering, Juridische aansprakelijkheid voor de kwaliteit van de grond en werkzaamheden en bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering voor deze zaken (…).



Sent One BV heeft een goede doorlopende aansprakelijkheidsverzekering voor de uit te voeren werkzaamheden en beschikt over een VIHB Certificaat NIWO van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu op grond waarvan Sent One als partij ook juridische aansprakelijkheid draagt voor haar werkzaamheden jegens jullie als eigenaar/ ontvangende partij van grond.


(…)”.




3.14.
Op 28 september 2016 heeft een vergadering van het MT plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig [gedaagde] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] . De notulen van deze vergadering luiden, voor zover hier van belang:

“(…) Het plan rond de geluidswal kent een aantal nieuwe ontwikkelingen (…). Het gebruik van slakken wordt onderzocht en kan eveneens leiden tot een hogere opbrengst. Op dit moment geeft SentOne aan dat er in een periode tussen vijf en toen jaar een opbrengst gerealiseerd kan worden rond 2,5 mio (…). Er moeten de komende tijd een paar dingen goed uitgezocht worden om te toetsen of dit een goede beslissing is. Het gaat dan over (…) het gebruik van slakken (…). Het doel is om uiterlijk in december van dit jaar het hele verhaal scherp te hebben (…)”.




3.15.
Een memo van [gedaagde] aan het MT van 1 december 2016 luidt, voor zover hier van belang:

“(…)


Inleiding en status


De RvC van The Dutch heeft goedkeuring gegeven om op korte termijn te starten met de aanleg van een geluidswal (…). We hebben gekozen om dit project uit te werken en aan te pakken met SentOne, een bedrijf gespecialiseerd in dit soort projecten (zie ook keuze partner). Op dit moment is een geotechnisch onderzoek en advies bij Fugro aangevraagd en is de aanvraag van het archeologisch onderzoek bij Oranjewoud ingediend. Het MT van The Dutch wil advies van enkele ervaren members inwinnen over de aanpak, gekozen partner en de financiële kant en aan welke voorwaarden een contract zal moeten voldoen om voldoende transparantie over de financiën te krijgen en risico's af te dekken.



Het plan


We gaan een geluidswal aanleggen van l,160m lang en aan de basis 80 m breed en 8 m hoog. Deze wal gaan we bouwen met een kern staalslakken van Tata Steel, of een andere geaccepteerde bouwstof. We creeren een stevige ondergrond door over de hele lengte een strook van 150m breed en 4,5m diepte (onder het maaiveld) veen en klei uit te graven en die te vervangen door grond klasse Wonen / Industrie conform Besluit Bodemkwaliteit. Op basis van de verwachte grondprijzen lijkt er een opbrengst te realiseren van € 2,5 - 3,5 mln. die gelijkmatig binnenkomt over de periode van aanleg, van ongeveer zeven jaar.



(…)



Fundering van de wal


Over een lengte van 1.160m wordt op 5m uit de sloot, grenzend aan het perceel van Railinfratrust, een cunet gegraven van 150m breed, tot 155m uit de sloot (…). In de vakken zal voor 70% Wonen / industriegrond worden gestort en 30% baggerspecie (…).


Omdat het huidige maaiveld 1 meter is verzakt is 174.000 m³ extra grond nodig om het op niveau te krijgen. In totaal is 957.000 m³ nodig aan industriegrond / wonen en baggerspecie. Afhankelijk van de beschikbare grond is het de schatting dat dit in de praktijk ongeveer 6-10 jaar zal vergen.



De wal


De geluidswal beslaat uiteindelijk een grondlichaam van 1.160m lang en 8m hoog en 80 m breed. In het bestemmingsplan is echter 40 bij 4 opgenomen. SentOne heeft echter de gemeente over dat plan geadviseerd en hij stelt dat dit is bij te stellen op basis van huidig inzicht (…). Voor de constructie van de wal is een volume van 487.200 m³ staalslakken (of andere bouwstoffen) nodig hetgeen wordt afgedekt met 1 m schone grond. Hiervoor is 92.200 m³ schone grond nodig. SentOne stelt dat deze constructie voldoet aan de vereisten van Tata Steel en bevoegd gezag. Bovenop kunnen we op eigen kosten onderhoudsvriendelijk grasdijkenmengsel (€ 10 K), eigen gras of onkruid laten groeien.



De voorbereiding


SentOne neemt alle kosten op zich van:


• Ontwerpkosten


• Geotechnisch onderzoek en advies van Fugro waaruit moet blijken dat het plan technisch kan werken, ook gelet op de betuwelijn.


• Archeologisch onderzoek door Oranjewoud waaruit moet blijken dat bij het graven niet allerlei materiaal met archeologische waarde geraakt worden. Op basis van eerder onderzoek is het de inschatting dat dit niet het geval zal zijn.


• Omgevingsvergunning waarin totale plan van aanpak moet worden opgesteld ter goedkeuring door de gemeente. Belangrijk onderdeel is het plan van acceptatie waarbij Tiel goedkeuring moet geven. De geluidswal is al onderdeel van het bestemmingsplan van de Torrance course maar wordt nu natuurlijk wel concreet ingevuld


(…)


• Het waterschap komt in beeld als het oppervlaktewater wordt aangetast. In dat geval zal gecompenseerd moeten worden


(…)



Financieel


SentOne heeft het volgende financiële voorstel.


(…)


• Staalslakken worden met de boot aangevoerd naar Vuren. SentOne moet ze dan per auto naar het terrein vervoeren en de aannemer moet ze in de geluidsmuur verwerken. The Dutch krijgt hiervoor € 2 per m³


• Boven op de geluidswal moet weer schone grond komen. Hiervoor krijgen we niet veel. Schatting is € 1 per m³


(…)



SentOne als Partner


In 2012 hebben we Dura Vermeer gevraagd uit te zoeken wat de opbrengst zou zijn van de geluidswal zoals die in ons bestemmingsplan is opgenomen. Indertijd kwamen zij op basis van het bestemmingsplan tot de conclusie dat in de geluidswal ongeveer Eur 400.000 m³ grond ingebracht kon worden. Maart 2016 waren zij bereid om hiervoor € 1,25 per m³ te betalen waarbij ze 350.000 industriegrond / GBT en 50.000 schone grond voor afdekking zouden aanvoeren. Alle kosten zouden voor onze rekening zijn. Een rekensom maakt dat we bij Dura Vermeer ongeveer € 500 K opbrengsten en zo'n € 25 K kosten zouden hebben dus € 475 K netto opbrengst. Dat vonden we niet echt interessant en hebben aanpak uitgesteld.



SentOne is een lokale kleine partij met 2 partners gespecialiseerd in dit type projecten. De eigenaar is [naam 12] die op dit gebied eerst werkte voor Arcadis, Boskalis en Martens & Van Oord en sinds 2002 voor zichzelf. Hij stelt dat hij als onafhankelijke partij iets makkelijker grond kan leveren omdat de grote partijen niet makkelijk grond loskrijgen bij elkaar. SentOne is zo ondernemend geweest om de mogelijkheden van het gebruik van staalslakken en het vervangen van veen door grond concreet uit te werken. Zij hebben vooral in Dordrecht ("Geluidswal Wilgenwende" met 1.500.000 ton grond, gestart in 2010 en dicht bij afronding) ervaring opgedaan met projecten van dezelfde omvang en dezelfde aanpak. Zij zijn dus dit volume gewend (…).



[naam 12] is ook lokaal bekend. Hij heeft voor de ambtenaren in Lingewaal het adviesstuk geschreven voor ons bestemmingsplan voor de 2e baan en heeft of the record bovengenoemde oplossingen al lokaal gechecked op haalbaarheid. De burgemeester ziet ons graag een lokale ondernemer inschakelen.


Het beschreven voorstel is dus zijn voorstel en dat zou ons dus veel meer opleveren dan het Dura Vermeer voorstel.


Ik heb vervolgens Dura Vermeer , een belangrijke Member en we hebben allemaal erg plezierig contact met het topmanagement, de kans gegeven om te komen met een aanvullend voorstel. Zij bleven bij hun aanbieding.


Gezien het (handels)karakter van dit project zie ik geen enkel obstakel om niet met SentOne in zee te gaan behalve dat ik wat extra scherp zal zijn op betalingstermijnen.


SentOne is VIHB (afvalstoffenboekhouding) gecertificeerd


(…)”.




3.16.
Een memo van het MT aan de RvC van 1 december 2016 luidt, voor zover hier van belang:

“(…)

 Belangrijkste punt van het plan is dat we in ongeveer vijf a zes jaar een geluidswal aanleggen met SentOne. Dit is een lokale onafhankelijke partij, gespecialiseerd in grondhandel. We gaan eerst de ondergrond van veen (…) vervangen door grond en daar bovenop komt de wal met een kern van staalslakken, volledig afgeschermd met schone grond (…).

(…)

 (…) Daarnaast is SentOne zo ondernemend geweest om de mogelijkheden van het gebruik van staalslakken en het vervangen van veen door grond concreet uit te werken. Daarom gaan we ook met hen en niet met bijvoorbeeld Dura Vermeer in zee.

(…)”




3.17.
Op 14 december 2016 heeft een vergadering van het MT plaatsgevonden. Daarbij waren aanwezig [gedaagde] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] . De notulen van deze vergadering luiden, voor zover hier van belang:

“(…)


Sent One


Sent One heeft haar voorstel voor de aanleg van de geluidswal aan [naam 2] en [naam 14] toegelicht en dat heeft geleid tot de notitie geluidswal die wordt doorgenomen (…).



Voor het grootste gedeelte wordt gebruik gemaakt van grond categorie wonen/industrie. Voor het opvullen van de wal zelf, wordt gebruik gemaakt van bouwstoffen. Het zal voornamelijk gaan om staalslakken die afkomstig zijn van TaTa Steel (…).



Het lijkt erop dat SentOne een goed en betrouwbaar voorstel heeft gedaan. We willen het wel laten controleren door partijen die hier (nog) meer kennis van hebben. Hij benadert hier in eerste instantie de heer [naam 16] voor. [naam 14] pakt dit op (…).


(…)”.




3.18.
Een memo van [gedaagde] aan het MT van 26 januari 2017 luidt, voor zover hier van belang:

“(…)


Betreft: Feedback Geluidswal [naam 17] , [naam 16]


(…)

4. Het gebruik van slakken onder de grond (en dus niet alleen in de wal zelf) is iets waarvan ze vinden dat we daar nog meer ons best voor moeten doen om dat voor elkaar te krijgen omdat we daar echt meer mee verdienen en het ook sneller aangeleverd kan worden. We weten dat dit gevoelig ligt mij de gemeenten maar hun suggestie is om dit op te lossen door een (bijna) waterdichte kleilaag te gebruiken en daarmee de ondergrondse slakken te sealen.

(…)

5. [naam 17] en [naam 16] zien Sentone in staat om dit project goed en professioneel te kunnen oppakken.

(…)”.




3.19.
Een memo van het MT aan de RvC van 20 februari 2017 luidt, voor zover hier van belang:

“(…)


11.
Geluidswal


We maken stappen met de ontwikkeling van de geluidswal. Nadat we de gemeente geïnformeerd hebben over onze plannen zijn we verder in gesprek gegaan met SentOne en met twee van onze Members met kennis en ervaring aangaande het verwerken van licht vervuilde grond, afgraven van veen en klei en verwerken van staalslakken en baggerslib.



Wij hebben vrij goed inzicht in de hoeveelheden licht vervuilde grond die we kunnen verwerken en krijgen middels een bodem- en sonderingsonderzoek van Fugro op korte termijn meer inzicht in de hoeveelheden klei en veen die afgegraven worden en de kwaliteit ervan. De opbrengst hangt natuurlijk af van de prijs van de grond per m3 en het volume. Voor het volume is het belangrijk dat er een vergunning wordt geregeld die een maximale (maar natuurlijk wel werkbare) omvang garandeert. De weg die we nu bewandelen is dat we Fugro een technische haalbaarheidsstudie laten maken waarbij zij ons plan ook vanuit technische gewenstheid ondersteunen, dus inclusief een brede grondlaag en een hoogte van de geluidswal van 8 meter.



We gaan nog steeds uit van een lange aanlegperiode (7 tot 10 jaar) omdat dit de prijs van de aangevoerde categorie 1 grond redelijk stabiel kan houden. We kunnen meer snelheid verkrijgen door meer staalslakken te verwerken omdat die met meer garanties kunnen worden aangevoerd. Er ligt nu gemeentelijke toestemming voor het gebruik in de wal en we vragen ook toestemming voor gebruik onder de grond. Dit ligt gevoelig bij gemeenten omdat staalslakken een korte tijd nogal wat kalk afgegeven maar we kunnen hen wellicht tegemoet komen door de slakken te sealen met een nagenoeg dichte kleilaag. We zijn hierover in gesprek met SentOne en Tata Steel.



Zodra alle informatie uit de (technische) (bodem) onderzoeken bekend is kunnen we met SentOne een overeenkomst sluiten en vervolggesprekken met de gemeente opstarten.


(…)”.




3.20.
De notulen van de vergadering van het MT op 3 mei 2017, waarbij [gedaagde] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] aanwezig waren, luiden voor zover hier van belang:

“(…) De notitie aangaande de laatste stand van zaken over de onderhandelingen met SentOne over de zicht- en geluidswal worden doorgenomen (…). [naam 2] maakt nu samen met [naam 14] een concept overeenkomst op. Actie [naam 2] (…)”




3.21.
Een memo van het MT aan de RvC van 30 mei 2017 luidt, voor zover hier van belang:

“(…)


We maken stappen met de ontwikkeling van de geluidswal. We hebben onlangs de gemeente nader geïnformeerd over onze plannen en ze gaan er in deze fase mee akkoord. Dat betekent dat we nog wat verder aan de slag zijn gegaan met de voorbereidingen voor de aanvraag voor de omgevingsvergunning.



We hebben met bevriende Members gesproken en hun punten zo veel mogelijk meegenomen in de onderhandelingen met SentOne. We hebben inmiddels principeafspraken gemaakt met SentOne over de prijzen voor de aan te voeren grond en bouwstoffen, de af te voeren klei en het veen en de verdeling van de kosten. Indien alles volgens plan verloopt kunnen we met deze wal in een periode van zes tot tien jaar 3,5 mio verdienen.



De overeenkomst is voorbereid en ligt nu voor een laatste controle bij onze advocaat omdat we voor wat betreft de aansprakelijkheid en dergelijke geen enkel risico willen lopen.


(…)”.




3.22.
Op 13 juni 2017 heeft een algemene vergadering van aandeelhouders van TDII plaatsgevonden. Hierbij waren onder meer aanwezig [naam 11] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 1] , [naam 6] , [gedaagde] , [naam 2] en [naam 3] . De notulen van deze vergadering luiden, voor zover hier van belang:

“(…)


Er komt geen tweede 18 holes golfbaan maar wel andere golfactiviteiten waar de aanleg van de zicht- en geluidswal de eerste fase van is. Hiervoor wordt samengewerkt met Sent One B.V. De financiële afspraken met Sent One zijn nu duidelijk en de overeenkomst van opdracht is in de maak. Hierbij wordt rekening gehouden met soepele beëindiging mogelijkheden (ook in geval van een overname van The Dutch), vrijwaringen, verzekeringen en dergelijke.


(…)”.




3.23.

[gedaagde] heeft een concept aannemingsovereenkomst met Sent One ter advies voorgelegd aan de heer [naam 18] van Dura Vermeer . De reactie van [naam 18] luidt voor zover hier van belang:

“(…)


Artikel 7. Verzekering


(…) (waarom is dit jou zorg, zij moeten een adequate verzekering afsluiten, wij hebben altijd een CAR verzekering voor dit soort projecten, gewoon voor SO laten)


(…)”.




3.24.
De notulen van de vergadering van het MT op 30 augustus 2017, waarbij [gedaagde] , [naam 2] en [naam 3] aanwezig waren, luiden voor zover hier belang:

“(…) De afspraken met Sent One worden doorgenomen. Het gaat vooral om de voorgestelde wijzigingen van Sent One. Deze zijn zeer beperkt en bijna allemaal akkoord (…)”




3.25.
Op 6 september 2017 heeft [gedaagde] namens TDII een overeenkomst getiteld ‘Overeenkomst van opdracht/bemiddeling/aanneming van werk’ (hierna: de aannemingsovereenkomst) gesloten met Sent One. De aannemingsovereenkomst luidt, voor zover hier van belang:

“(…)


Artikel 6. Aansprakelijkheid


(…)



6.3

Sent One is als opdrachtnemer verantwoordelijk voor de uitvoering van de werkzaamheden en het voldoen aan de daaraan te stellen eisen en verplichtingen.


Sent One vrijwaart The Dutch voor aansprakelijkstellingen/claims van derden.



Artikel 7. Verzekering




7.1

Sent One en The Dutch dragen zorg voor een adequate verzekering van het werk.




7.2

Sent One heeft een deugdelijke en toereikende aansprakelijkheidsverzekering voor haar werkzaamheden en overlegt voor aanvang van de werkzaamheden een afschrift van de verzekeringspolis aan The Dutch.


(…)”.




3.26.
Op 18 september 2017 hebben Sent One en [gedaagde] namens TDII Pelt & Hooykaas gevrijwaard voor mogelijke claims die voortvloeien uit het niet volgens de geldende richtlijnen/voorschriften toepassen/verwerken van de geleverde staalslakken.



3.27.
In november 2017 is Sent One gestart met haar werkzaamheden. Bij de levering van de staalslakken heeft Pelt & Hooykaas aan Sent One een productcertificaat verstrekt waarin uiteen is gezet hoe de staalslakken moeten worden toegepast. Het productcertificaat luidt, voor zover hier van belang:

2 TOEPASSINGSVOORWAARDEN


(…)



2.2

Ontwerp en wijze van toepassen


LD-staalslak bevat meestal een zekere hoeveelheid vrije kalk. Hierdoor kan een tijdelijke, lokale verhoging van de pH van de bodem en het grond- en nabijgelegen oppervlaktewater optreden als gevolg van het uitspoelen van de vrije kalk wanneer de LD-staalslak in contact komt met hemel- of grondwater (…).



Er wordt daarom geadviseerd bij de grootschalige toepassing van LD-staalslak voor zandvervanging in ophogingen en aanvullingen adequate voorzieningen te treffen om mogelijke pH-effecten te voorkomen en met het ontwerp hiermee rekening te houden (…).



Bij het grootschalig gebruik van LD-staalslak voor zandvervanging in ophogingen en aanvullingen dient met het volgende rekening te worden gehouden:


- alleen toepassen op landbodems (LD-staalslak voor zandvervanging kan niet in oppervlaktewateren en op waterbodems worden toegepast).


- Niet toepassen in direct contact met grondwater. Voldoende afstand tot het grondwater en een capillair onderbrekende laag aan de onderzijde van de constructie:


o onder de LD-staalslak een laag doorlatend zand aanbrengen (zand voor zandbed), met een dikte van tenminste 0.50 m;


o de onderzijde van de LD-staalslak zo ontwerpen dat deze, na zetting, tenminste 0,50 m boven het bestaande maaiveld wordt toegepast;


o geen grotere restzetting na aanbrengen dan 0,25 meter over 30 jaar;


o geen kunstmatige verlaging van de stijghoogte van het grondwater via een drainage en/of een bemaling.


(…)




3.28.
Een e-mail van Sent One aan [gedaagde] van 20 december 2018 luidt, voor zover hier van belang:

“(…)


Gisteren en eerder in overleg sprak je je twijfel of onzekerheid uit over het volume bouwstof wat we naar verwachting kunnen en zullen gaan toepassen in de Geluidswal (…) nu de Provincie Gelderland ons vooralsnog niet toestaat klei en veen te ontgraven ter plaatse van de 18 hectare waar voornoemde geluidswal wordt aangelegd.



(…) persoonlijk denk ik dat het vooralsnog een zegen is dat we niet ontgraven én dat het géén impact heeft op het uiteindelijk toe te passen volume.



(…)



Het is op dit moment een zegen om vier redenen:

 De ondergrond van de locatie is erg slap, het ontgraven van de kleilaag welke nog enige stabiliteit geeft aan het werkgebied betekent dat er een gerede kans is dat verwerking veel lastiger wordt. Het werkterrein is nu “begaanbaar” maar als we 1 of 2 meter ontgraven staat er direct water in en wordt aanbrengen en verdichten van de bouwstof lastiger.

(…)

 Tata Steel is erg content met de aanpak op dit moment en heeft kenbaar gemaakt dat zij het niet prettig vinden als hun product onder de grondwaterspiegel wordt gebruikt (…). De bouwstof is een perfect materiaal voor deze toepassing (…) maar het bevat een klein volumeprocent kalk. Op zich niets mis met kalk (…) naar in poedervorm heeft het de vervelende eigenschap om water troebel en wat wittig te maken (…) Passen we de bouwstof toe in een ontgraven terrein dat vol met water staat dan …. Zie je dat dus welmogelijk wat vervelende discussies kan geven bij overheden maar ok bij leken in de omgeving en leden van de golfbaan.

(…)



Wat volume betreft heeft het vooralsnog nauwelijks impact dat we niet graven. We leggen een stabiele plaat aan van vooralsnog minimaal 1 meter dik op 2/3 van de 18 hectare geluidswal en op 1/3 van dit onderhanden oppervlak ligt reeds een pakket van 2 meter dik. Het pakket is super stabiel, er treden géén vervormingen op in de ondergrond, er worden geen sloten dichtgedrukt. Het pakket is nu reeds 40 tot 60 cm “gezakt” of te wel de ondergrond wordt integraal samengedrukt en ons pakket bouwstof “drijft” als een plaat op de slappe ondergrond, precies als berekend en verwacht (…).


(…)”.




3.29.
Het Waterschap Rivierenland heeft begin 2019 – kort gezegd – geconstateerd dat het percolaat- en oppervlaktewater dat vrijkomt uit de aangebrachte staalslakken in de geluidswal in aanbouw zeer hoge concentraties aluminium, barium, strontium en enkele zware metalen bevat en lokaal een zuurgraad (pH-waarde) van 12 heeft. De Omgevingsdienst Rivierenland heeft daarop in maart 2019 het mondelinge bevel om de werkzaamheden stil te leggen schriftelijk bevestigd en een last onder bestuursdwang en een last onder dwangsom opgelegd aan Made in Scotland c.s. en Sent One, die ertoe strekken om alle werkzaamheden met betrekking tot het aanbrengen van de staalslakken te staken en gestaakt te houden. De Omgevingsdienst Rivierenland heeft daarbij aangegeven dat Sent One en Made in Scotland c.s. moeten onderzoeken welke maatregelen noodzakelijk zijn om de verontreiniging te voorkomen, dan wel de gevolgen daarvan zo veel mogelijk ongedaan te maken. In dat kader moesten zij een plan van aanpak maken waarin de te nemen maatregelen beschreven worden. Daarnaast heeft het Waterschap Rivierenland bij besluit van 27 maart 2019 een last onder dwangsom aan TDII opgelegd wegens overtreding van de Waterwet.



3.30.

[gedaagde] is per 7 april 2019 teruggetreden als (middellijk) bestuurder van The Dutch en TDII. Op 13 mei 2019 hebben Made in Scotland c.s. en [gedaagde] overeenstemming bereikt over het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van [gedaagde] en het terugtreden van [gedaagde] als (middellijk) statutair bestuurder van Made in Scotland c.s.
De e-mailcorrespondentie tussen de (toenmalige) advocaten van partijen waarin deze overeenstemming is bereikt luidt, voor zover hier van belang:

Op 10 mei 2019 om 15.38 uur van de zijde van Made in Scotland c.s.:

“(…)


Ik stel voor het op basis van de onderstaande af te ronden. Indien uw cliënt daarmee instemt zijn we eruit.

1. Beëindiging per 31 december 2019 op initiatief van de werkgever. Aanvulling in het belang van uw cliënt: Per 31 maart 2019 wordt hij geacht te zijn gedefungeerd als statutair bestuurder (…) en vanaf 31 maart is hij als werknemer vrijgesteld van werk.

(…)”.


Op 13 mei 2019 om 10.52 uur van de zijde van [gedaagde] :

“(…)

 Finale kwijting over en weer betreffende alle onderlinge rechtsverhoudingen.

(…)”.


En in reactie daarop op 13 mei 2019 om 11.06 uur van de zijde van Made in Scotland c.s.:

“(…)


Akkoord


(…)”.




3.31.
Naar aanleiding van een aangifte wegens bodemverontreiniging heeft de politie een opsporingsonderzoek verricht, gericht op mogelijk gepleegde strafbare feiten door – onder meer – [gedaagde] . Een op ambtseed op gemaakte proces-verbaal van 17 februari 2020 luidt voor zover hier van belang:

“(…)


Mailwisseling tussen [naam 12] van Sent One en [naam 15] van Pelt & Hooykaas:


(…)


Mail 23 mei 2016 te 10.13 uur:


The Dutch heeft met de gemeente Lingewaal gesproken en die hebben géén bezwaar tegen de toepassing. The Dutch is echter wat nerveus, maakt het begrip staalslakken al snel los helaas. Ze wilden van de gemeente een soort garantie dat ze nooit gedwongen worden (kunnen) worden om de slakken weer te verwijderen, bijvoorbeeld door gewijzigde inzichten of omdat de slakken toch invloed blijken te hebben op grondwater. Etc. etc. Dat doet de gemeente (uiteraard) niet en daar knelt de schoen voor The Dutch die bang zijn voor slechte publiciteit en dat soort dingen.



Mail 29 augustus 2016 te 8.26 uur:


Je foto’s en onze toelichting op staalslakken en de toepassing hiervan maar ook jullie nadruk op de voorwaarden hoe deze veilig toegepast kunnen worden heeft The Dutch overtuigd.


(…)”.

De officier van justitie heeft de zaak tegen [gedaagde] geseponeerd.



3.32.
Tussen Sent One en TDII is een procedure aanhangig geweest bij de rechtbank Gelderland. In reconventie vorderde TDII schadevergoeding in verband met fouten die Sent One had gemaakt bij de toepassing van de staalslakken door in strijd met de gebruiksinstructie geen zandlaag aan te leggen, waardoor de staalslakken in direct contact met het grondwater konden komen. Bij vonnis van 19 februari 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:1274) heeft de rechtbank Gelderland de vordering van TDII voor zover gebaseerd op toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de aannemingsovereenkomst door Sent One, afgewezen. Die vordering is afgewezen, omdat – kort gezegd – TDII bij overeenkomst onvoorwaardelijk afstand had gedaan van haar recht om schadevergoeding te vorderen in verband met de hierboven vermelde verwijten. De rechtbank Gelderland heeft de vorderingen van Sent One in conventie eveneens afgewezen. Zowel Sent One als TDII heeft hoger beroep ingesteld tegen dat vonnis.






4Het geschil


4.1.
Bij vonnis in incident van 26 november 2025 heeft deze rechtbank de zaak wat betreft de “Vorderingen van Made in Scotland B.V. met betrekking tot de arbeidsovereenkomst The Dutch” verwezen naar de rechtbank Gelderland.



4.2.
Na wijziging van eis resteren in de hoofdzaak (samengevat) de volgende vorderingen, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad toe te wijzen:


vorderingen van Made in Scotland in verband met het gebruik van de staalslakken

1. te verklaren voor recht dat [gedaagde] op grond van artikel 2:9 BW aansprakelijk is voor de schade die Made in Scotland heeft geleden en nog zal lijden,
2. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de door Made in Scotland geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vermeerderen met de wettelijke rente,


vorderingen van TDII met betrekking tot het gebruik van de Staalslakken


primair

3. te verklaren voor recht dat [gedaagde] op grond van artikel 2:9 BW aansprakelijk is voor de schade die TDII heeft geleden en nog zal lijden,
4. [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van de door TDII geleden en nog te lijden schade, op te maken bij staat en te vermeerderen met de wettelijke rente,


subsidiair

5. [gedaagde] op grond van ongerechtvaardigde verrijking te veroordelen tot betaling aan TDII van € 5.993.259,13, te vermeerderen met de wettelijke rente,


meer subsidiair

6. [gedaagde] op grond van ongerechtvaardigde verrijking te veroordelen tot betaling aan TDII van € 2.744.759,13, te vermeerderen met de wettelijke rente,


nog meer subsidiair

7. [gedaagde] op grond van ongerechtvaardigde verrijking te veroordelen tot betaling aan TDII van € 2.047.656,63, te vermeerderen met de wettelijke rente,


uiterst subsidiair

8. [gedaagde] op grond van ongerechtvaardigde verrijking te veroordelen tot betaling aan TDII van € 443.993,93, te vermeerderen met de wettelijke rente,


ten aanzien van alle vorderingen

9. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.



4.3.
De conclusie van [gedaagde] strekt tot afwijzing van het gevorderde, met hoofdelijke veroordeling van Made in Scotland c.s. in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de (na)kosten.



4.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






5De beoordeling


Eiswijziging



5.1.
Made in Scotland c.s. hebben hun eis voorafgaand aan de mondelinge behandeling gewijzigd. Deze eiswijziging is tijdig gedaan (artikel 130 Rv). In hun akte houdende wijziging van eis hebben Made in Scotland c.s. toegelicht dat de feitelijke grondslag van de vorderingen in het lichaam van de dagvaarding ruimer is geformuleerd dan het petitum in de dagvaarding. Om het petitum in overeenstemming te brengen met de feitelijke grondslag in het lichaam van de dagvaarding, hebben Made in Scotland c.s. hun eis gewijzigd. [gedaagde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen deze eiswijziging en de rechtbank vindt deze – tegen de achtergrond van de gegeven toelichting – ook niet ambtshalve in strijd met de goede procesorde. De rechtbank zal dan ook beslissen op de gewijzigde eis, zoals weergegeven onder 4.2.


Grondslag primaire vordering




5.2.
Made in Scotland c.s. baseren hun vordering op [gedaagde] primair op artikel 2:9 BW in verbinding met artikel 2:11 BW. Zij stellen dat [gedaagde] in het kader van de aanleg van de geluidswal zijn taak als (middellijk) bestuurder van Made in Scotland c.s. onbehoorlijk heeft vervuld. [gedaagde] is op 8 maart 2016 uitdrukkelijk gewezen op de risico’s van het gebruik van staalslakken, maar hij heeft die informatie niet gedeeld met de aandeelhouders, met de RvC als orgaan en evenmin met de andere leden van het MT. [gedaagde] heeft die risico’s volgens Made in Scotland c.s. ten onrechte met ‘een korrel zout’ genomen en heeft ondanks die risico’s namens TDII aan Sent One de opdracht verstrekt om staalslakken te gebruiken bij de aanleg van de geluidswal. [gedaagde] heeft verder nagelaten om, zoals in de aannemingsovereenkomst was bepaald, namens TDII een CAR-verzekering af te sluiten, en hij heeft niet gecontroleerd of Sent One een deugdelijke verzekering had afgesloten. [gedaagde] heeft ook niet gecontroleerd of Sent One haar werkzaamheden daadwerkelijk overeenkomstig de gemaakte afspraken uitvoerde, terwijl [gedaagde] namens TDII Pelt & Hooykaas had gevrijwaard voor mogelijke claims als gevolg van het – kort gezegd – onjuist verwerken van de staalslakken. Ter zitting hebben Made in Scotland c.s. nog gesteld dat [gedaagde] , gelet op de hem bekende risico’s, nooit voor staalslakken had mogen kiezen en dat [gedaagde] heeft nagelaten om te controleren of Sent One een aansprakelijkheidsverzekering had afgesloten.


Juridisch kader




5.3.
Artikel 2:9 BW schrijft voor dat iedere bestuurder is gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Voor aansprakelijkheid van de bestuurder op grond van artikel 2:9 BW wegens onbehoorlijk bestuur is vereist dat aan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of van een ernstig verwijt sprake is, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Daartoe behoren onder meer de aard van de door de rechtspersoon uitgeoefende activiteiten, de in het algemeen daaruit voortvloeiende risico’s, de taakverdeling binnen het bestuur, de eventueel voor het bestuur geldende richtlijnen, de gegevens waarover de bestuurder beschikte of behoorde te beschikken ten tijde van de aan hem verweten beslissingen of gedragingen en het inzicht en de zorgvuldigheid die mogen worden verwacht van een bestuurder die op zijn taak berekend is en deze nauwgezet vervult. De hoge drempel voor aansprakelijkheid van een bestuurder tegenover de vennootschap – namelijk alleen bij een persoonlijk ernstig verwijt – wordt gerechtvaardigd door het maatschappelijk belang dat moet worden voorkomen dat bestuurders hun handelen in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen.



5.4.
Of de bestuurder zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en of hem daarvan een ernstig verwijt valt te maken, moet worden beoordeeld naar de maatstaven die golden ten tijde van het te beoordelen beleid en de kennis en ervaring die de bestuurder toen had of behoorde te hebben. Voorkomen moet worden dat op basis van wijsheid achteraf wordt geoordeeld dat de bestuurder destijds onjuist heeft gehandeld.



5.5.
Artikel 2:11 BW bepaalt dat de aansprakelijkheid van een rechtspersoon als bestuurder van een andere rechtspersoon tevens hoofdelijk rust op ieder die ten tijde van het ontstaan van de aansprakelijkheid van de rechtspersoon daarvan bestuurder is (de indirecte bestuurder). Dit artikel is van toepassing in alle gevallen waarin een rechtspersoon in zijn hoedanigheid van bestuurder aansprakelijk is op grond van de wet.



5.6.
Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv moeten Made in Scotland c.s. stellen en zo nodig bewijzen dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur en dat [gedaagde] daar een ernstig verwijt van kan worden gemaakt.


Geen ernstig verwijt




5.7.
De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] in het kader van de aanleg van de geluidswal, als hij al onzorgvuldig zou hebben gehandeld, in ieder geval niet zodanig onzorgvuldig heeft gehandeld dat hem een ernstig verwijt valt te maken. De rechtbank baseert dit op het volgende.


Keuze voor staalslakken als zodanig




5.8.
De verwijten die Made in Scotland c.s. [gedaagde] maken, houden verband met het gebruik van staalslakken in de geluidswal (zie 5.2). In de periode waarin de plannen voor de geluidswal zijn gemaakt en de bouw van de geluidswal is aangevangen waren staalslakken een vrij toepasbare bouwstof. Staalslakken bevatten ‘vrije kalk’. Daardoor kan bij de toepassing van staalslakken een verhoging van de zuurgrand (pH) van oppervlaktewater en grondwater optreden als gevolg van de uitspoeling van die vrije kalk. Dit kan verontreiniging of aantasting van de bodem veroorzaken. Contact van deze kalk met water moet daarom zoveel mogelijk voorkomen worden.



5.9.
Het gebruik van bouwstoffen, zoals staalslakken, was destijds publiekrechtelijk gereguleerd in de Wet bodembescherming (versie 1 januari 2017; hierna Wbb), het Besluit bodemkwaliteit (versie 25 mei 2016; hierna Bbk) en de Regeling bodemkwaliteit (versie 1 februari 2017; hierna: Rbk). De Wbb en het Bbk bevatten in artikel 13 respectievelijk artikel 7 een zorgplicht, gericht op het voorkomen van verontreiniging of aantasting van de bodem. Deze zorgplichten brachten onder meer mee dat maatregelen moesten worden getroffen om negatieve gevolgen van uitspoeling naar de bodem en het oppervlaktewater te voorkomen. De leverancier van de staalslakken gaf invulling aan deze zorgplicht door de staalslakken te leveren met een productcertificaat en daarbij informatie en werkinstructies te verstrekken, waarin voorzorgsmaatregelen waren opgenomen om een eventueel pH-effect tegen te gaan. De afnemer diende een verklaring te ondertekenen dat deze informatie was ontvangen. Volgens de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu in het “Rechtsoordeel LD-Staalslak” van 22 september 2017 was er destijds geen aanleiding om te verwachten dat er risico’s waren die niet voldeden aan de op dat moment geldende normen.



5.10.
Het gebruik van staalslakken was toentertijd dus toegestaan, mits – kort gezegd – aan de toepassingsvoorwaarden in het productcertificaat werd voldaan. Tegen die achtergrond en gelet op hetgeen onder 5.4 is overwogen, levert het enkele feit dat [gedaagde] binnen de organisatie van The Dutch heeft gepleit voor de mogelijkheid om staalslakken in de geluidswal te (laten) verwerken, als zodanig geen ernstig verwijt op zoals bedoeld onder 5.3. Zoals de rechtbank hierna zal oordelen, kan bovendien niet gesproken worden van een (solistische) keuze van [gedaagde] voor staalslakken.


Informatievoorziening




5.11.
Made in Scotland c.s. verwijten [gedaagde] verder dat hij de risico’s van het gebruik van staalslakken niet of onvoldoende heeft gedeeld binnen Made in Scotland c.s.



5.12.
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] naar aanleiding van de mogelijkheid om staalslakken in de geluidswal te gebruiken (zie 3.6) contact heeft gezocht met [naam 18] van bouwbedrijf Dura Vermeer . Dura Vermeer was member bij Made in Scotland c.s. Dura Vermeer heeft bij e-mail van 8 maart 2016 aan [gedaagde] in grote lijnen en in algemene zin de risico’s van het gebruik van staalslakken uiteengezet (zie 3.7). Vaststaat dat [gedaagde] de e-mail van Dura Vermeer met de daarin vermelde risico’s, niet één op één heeft gedeeld binnen The Dutch.



5.13.
Naar het oordeel van de rechtbank kan [gedaagde] van het niet delen van deze e-mail geen ernstig verwijt worden gemaakt, omdat de rechtbank niet kan vaststellen dat [gedaagde] de aan hem uitgelegde risico’s van het gebruik van staalslakken niet met de nodige behoedzaamheid heeft beoordeeld. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.



5.14.
Uit de onder 3.9 en 3.12 weergegeven e-mailcorrespondentie kan worden afgeleid dat [gedaagde] twijfels over het gebruik van staalslakken heeft gedeeld met Sent One. Sent One heeft die twijfels op haar beurt met Pelt & Hooykaas besproken (zie 3.11 en 3.31). In haar aanbieding van 8 juli 2016 heeft Sent One aan [gedaagde] onder meer uiteengezet:


dat de door Sent One voorgestelde bouwconstructie zou voldoen aan de vereisten van Tata Steel en de vereisten van het bevoegd gezag;


dat er een omgevingsvergunning zou moeten worden verkregen en dat in dat kader diverse onderzoeken zouden moeten plaatsvinden, waaronder stabiliteitsberekeningen;


dat Sent One als aannemer verantwoordelijkheid draagt voor het uit te voeren werk; en


dat Sent One een goede doorlopende aansprakelijkheidsverzekering voor de uit te voeren werkzaamheden heeft en dat zij beschikt over een VIHB Certificaat NIWO, op grond waarvan Sent One de juridische aansprakelijkheid draagt voor haar werkzaamheden jegens Made in Scotland c.s. als eigenaar/ontvangende partij van grond (zie 3.13).





5.15.
Uit de overgelegde notulen van het MT, de AvA en de RvC kan worden afgeleid dat [gedaagde] vervolgens zowel het MT, de AvA als de RvC meermaals heeft betrokken bij de beslissing om een overeenkomst aan te gaan met Sent One en daarmee bij het gebruik van staalslakken. In het MT waren twee aandeelhouders vertegenwoordigd ( [naam 4] en [naam 5] ; zie 3.3). [gedaagde] heeft naar voren gebracht en Made in Scotland c.s. hebben niet weersproken dat de notulen van de MT-vergaderingen standaard werden gedeeld met de overige aandeelhouders.



5.16.
Uit het memo van het MT van 19 augustus 2016 kan worden afgeleid dat het MT de RvC toen al heeft laten weten dat zij de mogelijkheid van het gebruik van staalslakken onderzocht (zie 3.10). Dat is ook besproken tijdens de vergadering van het MT op 28 september 2016 (zie 3.14). Tijdens de MT-vergadering van 14 december 2016 (zie 3.17) is vervolgens een notitie van 1 december 2016 besproken, waarin [gedaagde] uiteengezet heeft dat de geluidswal mogelijk een kern van staalslakken van Tata Steel zou gaan bevatten, dat er geotechnisch onderzoek en advies is aangevraagd en dat het MT advies wilde gaan inwinnen van enkele members uit de bouwwereld over onder meer de aanpak, het te selecteren grondverzetbedrijf en de voorwaarden waaraan een contract met een dergelijk bedrijf zou moeten voldoen om onder meer de risico’s voor de opdrachtgever af te dekken. In deze notitie staat verder dat de gekozen bouwconstructie volgens Sent One aan de vereisten van Tata Steel en het bevoegd gezag voldoet en dat het waterschap in beeld komt als het oppervlaktewater zou worden aangetast (zie 3.15). Made in Scotland c.s. hebben niet weersproken dat deze notitie, naast het separate memo van het MT aan de RvC van 1 december 2016 (zie 3.16), is gedeeld met zowel de RvC als de AvA.



5.17.
Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] naar aanleiding van de MT-vergadering op 14 december 2016 het plan van Sent One voor advies heeft voorgelegd aan twee members van The Dutch – de heer [naam 16] en de heer [naam 17] – met ervaring op het gebied van grondverzet. [gedaagde] heeft vervolgens in een notitie van 26 januari 2017 aan het MT verslag gedaan van het advies van deze members (zie 3.18). Tijdens de vergadering van het MT op 1 februari 2017 is dit advies besproken.



5.18.
Vervolgens heeft [gedaagde] in een memo van 20 februari 2017 de RvC op de hoogte gesteld van de stand van zaken rondom de geluidswal. In dit memo heeft [gedaagde] onder meer gemeld dat er een bodem- en sonderingsonderzoek zal plaatsvinden, dat er toestemming van de gemeente is voor het gebruik van staalslakken in de geluidswal en ook toestemming wordt gevraagd voor het gebruik onder de grond. [gedaagde] heeft daarbij aangegeven dat dit laatste gevoelig ligt bij de gemeente, omdat staalslakken in korte tijd veel kalk kunnen afgeven (zie 3.18).



5.19.
Ten behoeve van de MT-vergadering op 3 mei 2017 heeft [gedaagde] op 2 mei 2017 opnieuw een memo aan het MT gestuurd over de status van de geluidswal en de gesprekken daarover met Sent One. Tijdens de vergadering van het MT op 3 mei 2017 is vervolgens besloten een conceptovereenkomst met Sent One op te stellen. De RvC is daarna bij memo van 30 mei 2017 van deze ontwikkelingen op de hoogte gesteld (zie 3.21), waarbij onder andere is vermeld dat de conceptovereenkomst ter beoordeling zou worden voorgelegd aan de externe advocaat.



5.20.
Tegen de achtergrond van het voorgaande kan de rechtbank niet vaststellen dat [gedaagde] zodanig in zijn informatievoorziening tegenover Made in Scotland c.s. tekort is geschoten dat hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Integendeel: uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat [gedaagde] in een periode van meerdere maanden veelvuldig stukken heeft gedeeld, intern overleg heeft gevoerd en, al dan niet naar aanleiding van dat overleg, (nadere) adviezen heeft ingewonnen, waarover hij vervolgens rapporteerde aan het MT, de AvA en de RvC.


Aangaan overeenkomst met Sent One




5.21.
De rechtbank kan ook niet vaststellen dat [gedaagde] vervolgens met betrekking tot het aangaan van de aannemingsovereenkomst zodanig onzorgvuldig heeft gehandeld dat hem een ernstig verwijt in de onder 5.3 bedoelde zin kan worden gemaakt.



5.22.
Tussen partijen is niet in geschil dat de rechtshandeling tot het aangaan van de aannemingsovereenkomst door [gedaagde] namens TDII geen bestuursbesluit is dat ter voorafgaande schriftelijke goedkeuring aan de RvC of de AvA moet worden voorgelegd. Verder blijkt uit de notulen van de MT-vergaderingen dat [gedaagde] het aangaan van de aannemingsovereenkomst heeft afgestemd binnen het MT. Tijdens de vergadering van het MT op 3 mei 2017 is besloten dat een concept-aannemingsovereenkomst met Sent One zou worden opgesteld (zie 3.20). Vaststaat dat de notulen van het MT met de aandeelhouders werden gedeeld (zie 5.15). Ook is de RvC geïnformeerd over de voortgang met betrekking tot de aannemingsovereenkomst (zie 3.21). Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] het opgestelde concept ter advies heeft voorgelegd aan [naam 18] (zie 3.23) en een externe advocaat. De conceptovereenkomst is tot slot besproken tijdens de MT-vergaderingen van 30 augustus 2017 (zie 3.24) en 6 september 2017. Pas daarna heeft [gedaagde] namens TDII de aannemingsovereenkomst met Sent One ondertekend (zie 3.25).


CAR-verzekering




5.23.
Made in Scotland c.s. verwijten [gedaagde] verder dat hij in strijd met het advies van [naam 18] de verplichting in artikel 7.1 voor TDII om een adequate verzekering af te sluiten niet uit de concept-aannemingsovereenkomst heeft verwijderd. Daardoor rustte op grond van de aannemingsovereenkomst ook op TDII de verplichting om een adequate verzekering af te sluiten. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. Hiervan kan [gedaagde] een ernstig verwijt worden gemaakt, aldus Made in Scotland c.s.



5.24.
In artikel 7.1 van de aannemingsovereenkomst staat dat “Sent One en TDII [zorg] dragen (…) voor een adequate verzekering van het werk”. Naar het oordeel van de rechtbank moet deze bepaling zo worden uitgelegd dat met ‘adequate verzekering’ een CAR-verzekering wordt bedoeld. Dat kan worden afgeleid uit de opmerkingen van [naam 18] over de concept-aannemingsovereenkomst (zie 3.23). Made in Scotland c.s. hebben geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit volgt dat met ‘adequate verzekering’ ook een aansprakelijkheidsverzekering was bedoeld. Daarbij is van belang dat uit de tekst van de aannemingsovereenkomst blijkt dat de benodigde aansprakelijkheidsverzekering was geregeld in artikel 7.2 (zie 3.25).



5.25.
Vaststaat dat [gedaagde] in het kader van de aanleg van de geluidswal geen CAR-verzekering heeft afgesloten voor TDII. Naar het oordeel van de rechtbank valt [gedaagde] , anders dan Made in Scotland c.s. stellen, hiervan geen ernstig verwijt te maken. Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] de conceptovereenkomst heeft voorgelegd aan een advocaat en dat die niet heeft geadviseerd om artikel 7.1 te wijzigen of te verwijderen. Uit de opmerking van [naam 18] mocht [gedaagde] begrijpen dat het voor TDII niet nodig was om een CAR-verzekering af te sluiten; volgens [gedaagde] heeft ook Sent One na het sluiten van de aannemingsovereenkomst aan hem verklaard dat het afsluiten van een CAR-verzekering voor TDII duur en niet nuttig was. Made in Scotland c.s. hebben dat niet betwist.


Aansprakelijkheidsverzekering




5.26.
Made in Scotland c.s. hebben de aan [gedaagde] gemaakte verwijten tijdens de mondelinge behandeling uitgebreid, in die zin dat zij [gedaagde] verwijten dat hij er niet op heeft toegezien dat Sent One een deugdelijke aansprakelijkheidsverzekering had afgesloten, terwijl Sent One op grond van artikel 7.2 van de aannemingsovereenkomst verplicht was voor aanvang van de werkzaamheden een kopie van de polis over te leggen. Gelet op de reeds toen bekende risico’s van het gebruik van staalslakken lag het op de weg van [gedaagde] om een passende verzekering te (laten) afsluiten, aldus Made in Scotland c.s.



5.27.
Naar het oordeel van de rechtbank is dit verwijt een nieuwe feitelijke grondslag. Deze nieuwe feitelijke grondslag staat op gespannen voet met de eisen van een goede procesorde. [gedaagde] heeft, buiten de zitting, immers niet deugdelijk kunnen reageren op dit nieuwe verwijt. De procedure bevond zich in een vergevorderd stadium en Made in Scotland c.s. hadden in hun akte wijziging van eis nog vermeld dat van uitbreiding van het debat of een nieuwe grondslag geen sprake zou zijn (zie 5.1). Made in Scotland c.s. hebben deze nieuwe feitelijke grondslag ook niet voldoende onderbouwd, zodat de rechtbank geen aanleiding ziet voor een nader schriftelijk debat.



5.28.
De enkele omstandigheid dat Made in Scotland c.s. bij onderzoek (door EY) geen polis of polisblad hebben aangetroffen, betekent niet zonder meer dat Sent One geen aansprakelijkheidsverzekering had afgesloten. Op een vraag van de rechtbank hebben Made in Scotland c.s. bovendien verklaard dat zij niet weten of destijds (in 2016/2017) een aansprakelijkheidsverzekering inclusief dekking voor milieuschade als de onderhavige onder redelijke voorwaarden af te sluiten was geweest. De enkele omstandigheid dat een dergelijke verzekering in 2023 kon worden afgesloten (tegen betaling van een forse premie), wat Made in Scotland c.s. toen naar eigen zeggen hebben gedaan, betekent niet dat dat destijds ook mogelijk was. Daar komt bij dat het nog maar de vraag is of, als Made in Scotland c.s. destijds zelf een aansprakelijkheidsverzekering zou hebben afgesloten, de schade als gevolg van de staalslakken een door de verzekeraar gedekt geval was geweest. Tussen partijen is immers niet in geschil dat de verontreiniging is ontstaan doordat Sent One bij de aanleg van de geluidswal in strijd met de gebruiksinstructie heeft gehandeld.



5.29.
De primaire vorderingen zijn dus niet toewijsbaar op de hierboven bedoelde nieuwe feitelijke grondslag.


Toezicht




5.30.
Made in Scotland c.s. verwijten [gedaagde] tot slot dat hij heeft nagelaten de risico’s te beheersen. Hij heeft de werkzaamheden niet adequaat gemonitord en om die reden niet tijdig kunnen ingrijpen. Hij had de uitvoering van de werkzaamheden strak moeten organiseren en moeten borgen dat Sent One conform de afspraken en de gebruiksinstructie zou werken.



5.31.
Naar het oordeel van de rechtbank kan [gedaagde] ook op dit punt geen ernstig verwijt worden gemaakt. Made in Scotland c.s. hebben niet concreet gesteld wat [gedaagde] had moeten doen om te voorkomen dat Sent One in strijd met de gebruiksinstructie en de aannemingsovereenkomst zou handelen en welke concrete aanleiding er was om te veronderstellen dat Sent One zich mogelijk niet aan de gebruiksinstructie hield. Made in Scotland c.s. verwijzen naar de e-mail van Sent One van 20 december 2018 (zie 3.28), maar uit die e-mail kan niet worden afgeleid dat Sent One afweek of dreigde af te wijken van de gebruiksinstructie. Uit die e-mail kan worden afgeleid dat Sent One het als een voordeel zag dat er niet mocht worden ontgraven, onder meer omdat – kort gezegd – het toepassen van bouwstof in een ontgraven terrein vol met water tot problemen kan leiden.


Geen bestuurdersaansprakelijkheid




5.32.
Uit het voorgaande volgt dat in het kader van de aanleg van de geluidswal geen sprake is van onbehoorlijk bestuur waarvan [gedaagde] een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Van bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW kan daarom geen sprake zijn. Dat betekent dat de rechtbank de primaire vorderingen van Made in Scotland c.s. zal afwijzen.


Finale kwijting en decharge




5.33.
Daar komt nog het volgende bij.



5.34.
Op 13 mei 2019 hebben Made in Scotland c.s. en [gedaagde] overeenstemming bereikt over het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van [gedaagde] en het terugtreden van [gedaagde] als (middellijk) statutair bestuurder van Made in Scotland c.s. Daarbij zijn partijen “finale kwijting over en weer betreffende alle onderlinge rechtsverhoudingen” overeengekomen (zie onder 3.30).



5.35.
Made in Scotland c.s. voeren aan dat [gedaagde] geen beroep toekomt op de overeengekomen finale kwijting. Het vertrek van [gedaagde] bij Made in Scotland c.s. had niets te maken met de problematiek rondom de staalslakken, maar met een kwestie over lidmaatschapscertificaten. De overeengekomen finale kwijting moet volgens Made in Scotland c.s. tegen die achtergrond worden begrepen. Bovendien ziet de finale kwijting slechts op aanspraken waarvan partijen het bestaan kenden. De vorderingen van Made in Scotland c.s. op grond van artikel 2:9 BW zien op feiten en omstandigheden die ten tijde van het sluiten van de overeenkomst van 13 mei 2019 nog niet bekend waren. Pas in het najaar van 2019 is na intern onderzoek gebleken dat [gedaagde] belangrijke zaken heeft verzwegen met betrekking tot de risico’s van staalslakken en het aangaan van de aannemingsovereenkomst, aldus Made in Scotland c.s.



5.36.
De overeenkomst in de onder 3.30 vermelde e-mailcorrespondentie is naar het oordeel van de rechtbank een vaststellingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:900 BW. Een vaststellingsovereenkomst is naar zijn aard bedoeld om een einde te maken aan een geschil tussen partijen en om eenduidig de rechtsverhouding tussen partijen te regelen.



5.37.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde] de vaststellingsovereenkomst zo mogen begrijpen dat Made in Scotland c.s. hem daarmee (ook) finale kwijting heeft verleend ten aanzien van de problematiek rondom de staalslakken. In de onder 3.30 vermelde e-mailcorrespondentie staat dat finale kwijting verleend wordt ten aanzien van “alle onderliggende rechtsverhoudingen”. Uit die e-mailcorrespondentie kan worden afgeleid dat de vaststellingsovereenkomst ook betrekking heeft op het defungeren van [gedaagde] als bestuurder. De omstandigheid dat de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en het terugtreden van [gedaagde] als statutair bestuurder niet was ingegeven door de problematiek rondom de staalslakken maar door een andere kwestie, maakt dat niet anders. Ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst waren Made in Scotland c.s. er al van op de hoogte dat de aanleg van de geluidswal was stilgelegd in verband met mogelijke bodemverontreiniging. Indien Made in Scotland c.s. een voorbehoud hadden willen maken met het oog op een eventuele vordering op grond van artikel 2:9 BW in verband met feiten en omstandigheden die aan hen nog niet bekend waren ten tijde van de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst, dan had het op de weg van Made in Scotland c.s. gelegen om daarvoor expliciet een voorbehoud te maken. In de vaststellingsovereenkomst is een dergelijk voorbehoud echter niet opgenomen. Made in Scotland c.s. hebben geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat partijen een dergelijk voorbehoud op andere wijze zijn overeengekomen.
Tegen de achtergrond van het voorgaande mocht [gedaagde] er met de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst van uitgaan dat er, behoudens de in de vaststellingsovereenkomst gemaakte afspraken, geen verdere verplichtingen tegenover Made in Scotland c.s. meer zouden bestaan.



5.38.
Uit het voorgaande volgt dat de vorderingen van Made in Scotland c.s. ook stranden vanwege een geslaagd beroep van [gedaagde] op de finale-kwijtingsclausule in de vaststellingsovereenkomst.



5.39.

[gedaagde] voert nog aan dat hem in de jaren 2016 en 2017 onvoorwaardelijk decharge is verleend voor het door hem gevoerde bestuur. Gelet op het voorgaande behoeft dat verweer geen bespreking.


Ongerechtvaardigde verrijking




5.40.
Made in Scotland c.s. vorderen subsidiair schadevergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking. Zij stellen dat [gedaagde] in het memo van 1 december 2016 uiteen heeft gezet welke opbrengsten door het gebruik van staalslakken behaald zouden worden. Er zou 1.363.000 m³ aan materiaal geleverd worden. Dit zou leiden tot een opbrengst van in totaal € 3.491.000,00 voor TDII. De marktconforme prijzen waren in 2016 echter veel hoger. Uitgaande van die prijzen zou TDII € 6.739.500,00 hebben moeten ontvangen. TDII heeft echter slechts een bedrag van € 746.240,87 ontvangen. Onduidelijk is waar het verschil tussen die twee bedragen (van € 5.993.259,13) is gebleven. TDII heeft dit bedrag in ieder geval niet ontvangen. [gedaagde] heeft zich daarom volgens Made in Scotland c.s. kennelijk verrijkt met een bedrag van € 5.993.259,13, waardoor TDII met dit bedrag is verarmd.



5.41.
Hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, is verplicht, voor zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn verrijking (artikel 6:212 lid 1 BW). De stelplicht en bewijslast van de feiten en omstandigheden die ten grondslag liggen aan het verwijt dat [gedaagde] zich ten koste van TDII heeft verrijkt, rust volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv op Made in Scotland c.s. Zij beroepen zich immers op het rechtsgevolg van die ongerechtvaardigde verrijking, namelijk dat [gedaagde] verplicht is tot vergoeding van de schade.



5.42.
Made in Scotland c.s. hebben geen enkel feit en geen enkele omstandigheid gesteld waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] gelden zou hebben ontvangen en achtergehouden die eigenlijk aan TDII zouden toekomen. Alleen al om die reden ligt de subsidiaire vordering van Made in Scotland c.s. voor afwijzing gereed. Datzelfde geldt voor de meer subsidiaire, nog meer subsidiaire en uiterst subsidiaire vorderingen, die eveneens gegrond zijn op de zonder enige onderbouwing gestelde ongerechtvaardigde verrijking door [gedaagde] ten koste van Made in Scotland c.s.


Proceskosten




5.43.
Made in Scotland c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De rechtbank begroot de proceskosten van [gedaagde] op:

- griffierecht € 2.723,00
- salaris advocaat € 9.262,00 (2 punten × tarief VIII)
- nakosten € 189,00
Totaal € 12.174,00



5.44.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






6De beslissing

De rechtbank


6.1.
wijst de vorderingen af,



6.2.
veroordeelt Made in Scotland c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 12.174,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Made in Scotland c.s. niet tijdig aan deze veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend, dan moeten zij € 98,00 extra aan [gedaagde] betalen, plus de kosten van betekening,



6.3.
veroordeelt Made in Scotland c.s. hoofdelijk in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,



6.4.
verklaart 6.2 en 6.3 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts, mr. B. van Velzen en mr. D.E. Stols, rechters, in aanwezigheid van mr. L.A. Bosch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.


2083/3455/3194/3605




LD-staalslakken ontstaan bij de productie van staal volgens het Linz-Donawitzproces en lijken op steen.


HR 10 januari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2243


HR 20 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4959


HR 6 december 2013; ECLI:NL:HR:2013:1586


Circulaire Toepassing van staalslak en hoogovenslak(zand) in aanvulling en ophogingen, Stcrt. 2005, 128 en Rechtsoordeel LD-Staalslak Ministerie van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 22 september 2017


Circulaire Toepassing van staalslak en hoogovenslak(zand) in aanvulling en ophogingen, Stcrt. 2005, 128


Rechtsoordeel LD-Staalslak Ministerie van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 22 september 2017, p. 2 en 5


Rechtsoordeel LD-Staalslak Ministerie van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 22 september 2017, p. 5


plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing
Link naar deze uitspraak