Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2026:1505 
 
Datum uitspraak:05-02-2026
Datum gepubliceerd:13-03-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:C/02/444205 / JE RK 26-10 C/02/444205 / JE RK 26-10
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Verlenging ondertoezichtstelling - sprake van complexe scheiding - door strijd tussen de ouders is benodigde systeemtherapie nog niet van de grond gekomen en zit de minderjarige nog in een loyaliteitsconflict.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
echtscheiding
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT


Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/444205 / JE RK 26-106
Datum uitspraak: 5 februari 2026


Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling


in de zaak van


STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),

over



[minderjarige]
, geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:



[ouder 1]
,
hierna te noemen: [ouder 1] ,
wonende in [woonplaats 1] ,



[ouder 2]
,
hierna te noemen: [ouder 2] ,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. T. Möller uit Tilburg.




1Het verloop van de procedure


1.1
Het procesverloop bestaat uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 21 januari 2026;
- het stelbericht van mr. Möller van 26 januari 2026;
- het bericht van [ouder 1] van 28 januari 2026, betreffende een afmelding voor de zitting;
- de brief van de griffier van 29 januari 2026;
- de brief van mr. Möller van 2 februari 2026;
- het e-mailbericht van [minderjarige] van 2 februari 2026;
- de brief met bijlage van de GI van 2 februari 2026, ingekomen bij de griffie op 3 februari 2026.



1.2
De kinderrechter heeft [minderjarige] in de gelegenheid gesteld om zijn mening kenbaar te maken tijdens een zogenoemd ‘kindgesprek’ of via het schrijven van een brief. [minderjarige] heeft in voormeld e-mailbericht aan de kinderrechter laten weten dat zij graag wil dat de ondertoezichtstelling wordt verlengd.





2De feiten


2.1
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.2
De kinderrechter heeft bij beschikking van 14 februari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 14 februari 2025 tot 14 februari 2026.



2.3
De rechtbank heeft bij nadere beschikking betreffende echtscheiding van 13 mei 2025 bepaald dat [minderjarige] haar hoofdverblijf heeft bij [ouder 2] .



2.4
Voor zover hier van belang heeft de kinderrechter bij beschikking van 20 januari 2026, in de zaak met kenmerk C/02/442592 / JE RK 25-2137, bepaald dat de bij beschikking van 13 mei 2025 vastgestelde zorg- en contactregeling voorlopig wordt gewijzigd in die zin dat [ouder 1] en [minderjarige] in het kader van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voorlopig gerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar in de even weekenden van vrijdag tot maandag, waarbij de GI de regie krijgt over de verdere verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, met inachtneming van hetgeen in rechtsoverweging 5.3. van de beschikking is overwogen. De kinderrechter heeft de verdere behandeling van die zaak aangehouden tot 21 juli 2026 pro forma, in afwachting van schriftelijk verslag van de GI en de reactie daarop van de ouders.





3Het verzoek


3.1
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar.



3.2
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4Het standpunt van belanghebbenden


4.1

[ouder 1] bericht de kinderrechter schriftelijk, samengevat, als volgt. Zij is akkoord met een verlenging van de ondertoezichtstelling. De doelen uit het werkplan zijn nog niet behaald. [ouder 1] acht het van belang dat [minderjarige] ruimte krijgt om onbelast haar eigen identiteit te ontwikkelen en dat zij van beide ouders mag houden, zonder spanning over de omgangsregeling.



4.2
Namens [ouder 2] bericht mr. Möller de kinderrechter, samengevat, dat [ouder 2] zich niet tegen de verzochte verlenging verzet en dat zij akkoord is met een schriftelijke afdoening van de zaak.





5De beoordeling


5.1
Uit voormelde berichtgeving van de ouders en [minderjarige] volgt dat zij het eens zijn met het verzoek en dat de zaak schriftelijk kan worden afgedaan. Ook de GI laat de kinderrechter op 3 februari 2026 weten dat de zaak zonder zitting kan worden afgedaan. Dit betekent dat de kinderrechter de zaak op grond van de stukken zal afdoen.


Wat zegt de wet?




5.2
Op grond van artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.



5.3
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:


de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;


. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen.




Inhoudelijke beoordeling




5.4
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat [minderjarige] nog altijd ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De kinderrechter neemt hierbij in aanmerking dat tussen de ouders sprake is van een complexe scheiding. Tussen hen is een strijd gaande waar [minderjarige] last van heeft. Zij verkeert in een loyaliteitsconflict.



5.5
De kinderrechter heeft zich ervan vergewist dat de eerder bij de ondertoezichtstelling gestelde doelen niet zijn behaald. Op dit moment is het voor [minderjarige] niet mogelijk om haar eigen identiteit te vormen en zich te ontwikkelen zonder loyaliteitsconflict. Hulpverlening van [hulpverlening] benadrukt dat [minderjarige] meer gestimuleerd mag worden om haar eigen mening te vormen en zich meer uit te spreken, zowel richting haar ouders als de GI. Om dit te bereiken is systeemgerichte hulpverlening ingezet, welke vanaf september 2025 is gestart. Gebleken is echter dat de hulpverlening en het opstellen van een werkbaar ouderschapsplan ernstig worden belemmerd door de voortdurende strijd van de ouders. [hulpverlening] is daardoor met name bezig met praktische conflicten, zonder dat wordt toegekomen aan de inzet van noodzakelijk geachte systeemtherapie.



5.6
Uit het voorgaande concludeert de kinderrechter dat het niet mogelijk is om dit gezin los te laten in het vrijwillig kader. De kinderrechter heeft er geen vertrouwen in dat de ouders samen tot oplossingen komen. Strakke regievoering van de GI acht de kinderrechter dan ook passend, zodat op termijn een ouderschapsplan kan worden opgesteld, de oudercommunicatie kan worden verbeterd en [minderjarige] kan profiteren van de systeemtherapie en PMT-therapie. Daar komt bij dat er ook zorgen zijn ontstaan over de draagkracht van [ouder 1] , met wie het op mentaal gebied en lichamelijk gebied minder goed gaat. Zij heeft aangegeven dat het zowel voor [minderjarige] als voor haar beter zou zijn als [minderjarige] de komende maanden niet meer komt en zij zich volledig kan focussen op haar herstel. Samen met de GI acht de kinderrechter het van belang dat zorgvuldig moet worden omgegaan met het contact tussen [minderjarige] en [ouder 1] , in combinatie met haar draagkracht op dit moment. Monitoring van de situatie door de GI, en met name ten aanzien van de draagkracht van [ouder 1] , is hierin noodzakelijk. Het is daarnaast aan de GI om regie te voeren over de zorgregeling.



5.7
Dit betekent dat de kinderrechter het verzoek van de GI zal toewijzen en de ondertoezichtstelling zal verlengen met ingang van 14 februari 2026 tot 14 februari 2027.



5.8
De komende periode dient verder gewerkt te worden aan de bij de ondertoezichtstelling gestelde doelen, te weten:
- [minderjarige] kan onbelast haar eigen identiteit vormen, keuzes maken en zich binnen haar mogelijkheden ontwikkelen zonder loyaliteitsproblemen;
- [minderjarige] ervaart dat zij onvoorwaardelijk van beide ouders mag houden en
voelt geen spanning rondom de omgang met haar beide ouders.



5.9
Gelet op de recente ontwikkelingen rondom de gezondheid van [ouder 1] dient, naar het oordeel van de kinderrechter, in de komende periode ook gewerkt te worden aan de volgende doelen:
- er komt duidelijkheid over de draagkracht van [ouder 1] ;
- er is aandacht voor de impact die de gezondheidstoestand van [ouder 1] heeft op [minderjarige] .


Uitvoerbaar bij voorraad




5.10
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige] noodzakelijk is dat de beslissing, ondanks een eventueel hoger beroep, meteen uitgevoerd kan worden.



5.11
Dit leidt tot de volgende beslissing.





6De beslissing

De kinderrechter:


6.1
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 14 februari 2026 tot 14 februari 2027;



6.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 in aanwezigheid van mr. Vos als griffier.













































Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:


degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Link naar deze uitspraak