Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2026:9384 
 
Datum uitspraak:28-09-2026
Datum gepubliceerd:07-10-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:BRE 26/379
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:Aanslag leges. De Awb biedt geen mogelijkheid om nogmaals bezwaar te maken tegen dezelfde aanslag. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Beroep ongegrond. Wel aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht.
Trefwoorden:belastingrecht
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 26/379


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2026 in de zaak tussen




[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en



de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 16 december 2025.


1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 7 september 2018 aan belanghebbende een aanslag leges inzake een gehandicaptenparkeerplaats van € 17,75 (leges) opgelegd en een factuur voor een bijdrage gehandicaptenparkeerplaats van € 494,29 (factuur) verstrekt.



1.2.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag leges en de factuur niet-ontvankelijk verklaard.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 7 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: belanghebbende, bijgestaan door [persoon 1] (de echtgenote van belanghebbende) en namens de heffingsambtenaar, [persoon 2] .




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt of de heffingsambtenaar het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden.


2.1.
Naar het oordeel van de rechtbank is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Motivering

3. Tussen partijen is niet in geschil dat tegen de aanslag leges reeds een bezwaarprocedure is doorlopen. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt geen mogelijkheid om nogmaals bezwaar te maken tegen dezelfde aanslag. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar tegen de aanslag leges daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.

3.1.
Ten aanzien van de factuur voor de bijdrage gehandicaptenparkeerplaats overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank begrijpt dat de kosten voor een bijdrage gehandicaptenparkeerplaats naar aanleiding van discussie in de Tilburgse gemeenteraad vanaf 2025 fors zijn verlaagd. De rechtbank begrijpt voorts dat het voor belanghebbende vervelend en onbevredigend is dat hij ten aanzien van het in 2018 betaalde bedrag van € 494,29 niet voor compensatie in aanmerking komt. Maar, omdat de factuur voor deze kosten dateert van 7 september 2018 (ruim zeven jaar voordat belanghebbende in onderhavige procedure in bezwaar ging), kan de rechtbank – nog los van de discussie of over de factuur al dan niet eerder een bezwaarprocedure gevoerd is en in hoeverre de belastingkamer van deze rechtbank bevoegd is om hierover te oordelen – ook hierover niet oordelen.




Conclusie en gevolgen

4. Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom ongegrond. Dat betekent dat de aanslag leges en de factuur in stand blijven.


4.1.
Omdat de uitspraak op bezwaar alleen ingaat op de aanslag leges en niet op de factuur van € 494,29, terwijl het de belanghebbende om de factuur te doen is, ziet de rechtbank aanleiding om het door de belanghebbende betaalde griffierecht door de heffingsambtenaar te laten vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een (verdere) proceskostenvergoeding.





Beslissing
De rechtbank:


verklaart het beroep ongegrond;


bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 54 aan belanghebbende moet vergoeden.



Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Welie, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. Damen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.












griffier


rechter






De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.



Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.
Link naar deze uitspraak