Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2026:9387 
 
Datum uitspraak:28-09-2026
Datum gepubliceerd:07-10-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:BRE 25/924
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:tot en met 25/926. De beroepen met zaaknummer 25/924 en 25/925 zijn niet-ontvankelijk. Het beroep met zaaknummer 25/926 is gegrond omdat de heffingsambtenaar zich ter zitting op het standpunt heeft gesteld dat de naheffingsaanslag moet worden vernietigd.
Trefwoorden:belastingrecht
naheffingsaanslag
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 25/924 tot en met 25/926


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2026 in de zaak tussen




[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende,

en



de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar.




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de (afzonderlijke) uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar van 6 februari 2025 en
7 april 2025.


1.1.
De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbende de volgende naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd:











Zaaknummer




Aanslagnummer




Datum oplegging




Bedrag





25/924



[aanslagnummer 1]



09-01-2025


€ 49,93




25/925



[aanslagnummer 2]



27-12-2024


€ 62,38




25/926



[aanslagnummer 3]



03-12-2024


€ 62,38








1.2.
De heffingsambtenaar heeft de bezwaren met betrekking tot de naheffingsaanslagen met aanslagnummers [aanslagnummer 1] (25/924) en [aanslagnummer 2] (25/925) gegrond verklaard en heeft deze naheffingsaanslagen vernietigd.



1.3.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende met betrekking tot de naheffingsaanslag met aanslagnummer [aanslagnummer 3] (25/926) bij uitspraak op bezwaar van 6 februari 2025 ongegrond verklaard, maar bij uitspraak op bezwaar van 7 april 2025 gegrond verklaard.



1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 7 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft namens de heffingsambtenaar [persoon] deelgenomen.



1.5.
Belanghebbende is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Belanghebbende is via het systeem Mijn Rechtspraak op 28 juli 2026, 13:58 uur, onder vermelding van plaats, datum en tijdstip uitgenodigd de zitting bij te wonen. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan belanghebbende verzonden naar het door belanghebbende voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat belanghebbende dit bericht op 28 juli 2026 heeft ontvangen. De rechtbank stelt daarmee vast dat belanghebbende correct en op de juiste wijze voor de zitting is uitgenodigd.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt eerst of de beroepen (in de zaken met zaaknummers 25/924 en 25/925) die betrekking hebben op de naheffingsaanslagen parkeerbelasting van
9 januari 2025 en 27 december 2024 ontvankelijk zijn. Als de beroepen niet-ontvankelijk zijn, dan kan de rechtbank die beroepen niet inhoudelijk beoordelen. Daarna beoordeelt de rechtbank de naheffingsaanslag parkeerbelasting van 3 december 2024. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die belanghebbende heeft aangevoerd, de beroepsgronden.


2.1.
Naar het oordeel van de rechtbank zijn de beroepen met betrekking tot de naheffingsaanslagen parkeerbelasting van 9 januari 2025 en 27 december 2024 niet-ontvankelijk. De naheffingsaanslag parkeerbelasting van 3 december 2024 dient te worden vernietigd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot deze oordelen komt en welke gevolgen deze oordelen hebben.




Feiten

3. De auto met [kenteken] stond op 9 januari 2025, 27 december 2024 en 3 december 2024 stil aan de Tafelbergstraat te [plaats] . Tijdens een controle op voornoemde data en tijdstippen is door parkeercontroleurs telkens geconstateerd dat geen parkeerbelasting was voldaan.


3.1.
Naar aanleiding van de constatering dat geen parkeerbelasting was voldaan, zijn aan belanghebbende drie naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd.




Overwegingen


Ontvankelijkheid beroepen (in de zaken met zaaknummers 25/924 en 25/925)


4. Een beroep moet niet-ontvankelijk verklaard worden als de indiener van dat rechtsmiddel geen belang daarbij heeft. Daarvan is sprake als het aanwenden van het rechtsmiddel, ongeacht de gronden waarop het steunt, haar niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit en eventuele bijkomende (rechterlijke) beslissingen zoals die met betrekking tot proceskosten en griffierecht.


4.1.
De naheffingsaanslagen van 9 januari 2025 en 27 december 2024 zijn bij uitspraken op bezwaar van 6 februari 2025 vernietigd. Dat betekent dat belanghebbende geen belang heeft bij de procedures over deze naheffingsaanslagen. De rechtbank verklaart de beroepen in deze zaken daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de beroepen niet inhoudelijk worden beoordeeld.


Is de naheffingsaanslag van 3 december 2024 terecht opgelegd (in de zaak met zaaknummer 25/926)?




4.2.
De heffingsambtenaar heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat, vanwege de uiteenlopende uitspraken op bezwaar van 6 februari 2025 en 7 april 2025, de naheffingsaanslag van 3 december 2024 moet worden vernietigd. De rechtbank zal de heffingsambtenaar hierin volgen. Het beroep (met zaaknummer 25/926) is daarom gegrond.




Conclusie en gevolgen

5. De beroepen (in de zaken met zaaknummer 25/924 en 25/925) die betrekking hebben op de naheffingsaanslagen met aanslagnummers [aanslagnummer 1] en [aanslagnummer 2] zijn niet-ontvankelijk.


5.1.
Het beroep (in de zaak met zaaknummer 25/926) dat ziet op de naheffingsaanslag met aanslagnummer [aanslagnummer 3] is gegrond. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar van 6 februari 2025 ten aanzien van deze naheffingsaanslag, en de naheffingsaanslag parkeerbelasting.



5.2.
Omdat het beroep (met zaaknummer 25/926) gegrond is, moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan belanghebbende vergoeden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.





Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen in de zaken met zaaknummers 25/924 en 25/925
niet-ontvankelijk;


verklaart het beroep in de zaak met zaaknummer 25/926 gegrond;


vernietigt de uitspraak op bezwaar van 6 februari 2025 ten aanzien van de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer 3] ;


vernietigt, voor zover dit niet reeds door de heffingsambtenaar is gedaan, de naheffingsaanslag parkeerbelasting met aanslagnummer [aanslagnummer 3] ;


bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53 aan belanghebbende moet vergoeden.



Deze uitspraak is gedaan door mr. A. van Welie, rechter, in aanwezigheid van
mr. D. Damen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.












griffier


rechter






De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

De werking van deze uitspraak wordt opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken, of indien hoger beroep wordt ingesteld, op dat hoger beroep is beslist.


Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Hoge Raad 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:878, r.o. 3.4.2.
Link naar deze uitspraak