|
|
ECLI:NL:RBZWB:2025:5752 | | | Datum uitspraak | : | 25-08-2025 | Datum gepubliceerd | : | 29-08-2025 | Instantie | : | Rechtbank Zeeland-West-Brabant | Zaaknummers | : | BRE - 24 _ 7410 tot en me BRE - 24 _ 7410 tot en me | Rechtsgebied | : | Belastingrecht | Indicatie | : | Geheimhouding | Trefwoorden | : | belastingrecht | | Uitspraak | RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/7410 tot en met 24/7413
beslissing als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen
[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats], belanghebbende,
(gemachtigde: mr. M. Hendriks),
en
de inspecteur van de belastingdienst, de inspecteur.
Het verzoek
1. De inspecteur heeft, met dagtekening 20 januari 2025, een verweerschrift ingediend en daarin een verzoek om geheimhouding als bedoeld in artikel 8:29 van de Awb gedaan. In onderdeel 8 van het verweerschrift is het verzoek om geheimhouding toegelicht. Bij het verweerschrift heeft de inspecteur een gesloten envelop overgelegd met daarin het stuk met passages die volgens hem geheimgehouden moeten worden (de geschoonde passages). De rechtbank heeft een afschrift van het verweerschrift en de bijbehorende (geschoonde) bijlagen aan belanghebbende verstrekt.
1.1.
Het stuk met de geschoonde passages is als bijlage 5 bij het verweerschrift gevoegd. Het stuk is te omschrijven als een interne e-mailwisseling met een boetespecialist. De redenen waarop het verzoek om geheimhouding voor de betreffende passages zijn gebaseerd zijn:
Het belang van privacy van individuele of groepen ambtenaren; en
Het belang van privacy van derden.
1.2.
De gemachtigde heeft bij brief van 4 maart 2025 gereageerd op het verzoek van de inspecteur. Daarbij heeft hij aangegeven dat hij niet akkoord gaat met het verzoek van de inspecteur. Belanghebbende stelt dat het voor haar beroep onontbeerlijk is dat zij in staat wordt gesteld om integraal kennis te nemen van de geschoonde documenten. Belanghebbende verwijst ook naar de procedures van haar aandeelhouder en diens partner en het ter zake van die procedures door de inspecteur gedane verzoek om geheimhouding. De documenten die in alle procedures door de inspecteur geheim worden gehouden bevatten volgens belanghebbende informatie die van belang is voor de beoordeling of de inspecteur voldoende voortvarendheid heeft betracht bij het vaststellen van de in geschil zijnde navorderingsaanslagen en vergrijpboeten die aan belanghebbende zijn opgelegd.
Overwegingen
Geen zitting
2. Belanghebbende heeft de geheimhoudingskamer verzocht om het geheimhoudingsverzoek op een zitting te behandelen.
2.1.
De geheimhoudingskamer heeft besloten om een mondelinge behandeling ter zitting achterwege te laten. Reden daarvoor is dat de aard van de geheimhoudingsprocedure meebrengt dat een behandeling ter zitting in dit geval naar het oordeel van de geheimhoudingskamer niet geschikt is om het verzoek om geheimhouding van de inspecteur te behandelen. Immers, de inspecteur en de geheimhoudingskamer beschikken over de ongeschoonde stukken en belanghebbende niet, zodat een debat tijdens een zitting over die ongeschoonde stukken niet snel zinvol kan worden gevoerd. Het is niet de bedoeling dat tijdens een zitting de ongeschoonde inhoud van de stukken wordt prijs gegeven, terwijl deze ongeschoonde inhoud wellicht op grond van gewichtige redenen voor belanghebbende geheim moet worden gehouden. Belanghebbende is in de gelegenheid gesteld, en heeft ook van deze gelegenheid gebruik gemaakt, om op het geheimhoudingsverzoek van de inspecteur te reageren. De geheimhoudingskamer zal het geheimhoudingsverzoek van de inspecteur behandelen met inachtneming van deze reactie van belanghebbende.
Kader voor beoordeling artikel 8:29 van de Awb
3. De omstandigheid dat stukken met geschoonde passages behoren tot de op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 8:42 van de Awb brengt niet automatisch mee dat die stukken (volledig) aan de andere partij ter kennis moeten worden gebracht. Het bepaalde in artikel 8:29 van de Awb biedt aan partijen, indien daarvoor gewichtige redenen zijn, de mogelijkheid het overleggen van stukken te weigeren (geheimhouding) of de rechtbank mede te delen dat uitsluitend de rechtbank kennis zal mogen nemen van deze stukken (beperkte kennisneming).
3.1.
Het verschil tussen het honoreren van een verzoek om geheimhouding en het honoreren van een verzoek om beperking van kennisneming is als volgt:
a. Geheimhouding: (delen van de) stukken mogen door een partij worden onthouden aan de rechter die de hoofdzaak beslist en aan de wederpartij; zowel de rechter die de hoofdzaak beslist als de wederpartij nemen geen kennis van deze (delen van) stukken en deze blijven bij de beslissing van de hoofdzaak geheel buiten beschouwing (geheimhouding).
b. Beperking kennisneming: de (delen van de) stukken komen wel ter beschikking van de rechter die de hoofdzaak beslist, maar de wederpartij kan geen kennis nemen van deze (delen van) stukken: de kennisneming is beperkt tot de rechter die de hoofdzaak beslist (beperkte kennisneming).
3.2.
Uit de toelichting in het verweerschrift leidt de geheimhoudingskamer af dat de inspecteur zich beroept op variant b. als bedoeld in 3.1. De geheimhoudingskamer maakt uit de reactie van belanghebbende op het verzoek van de inspecteur op dat belanghebbende, voor zover het verzoek wordt toegewezen, niet akkoord gaat met beperkte kennisneming. De toestemming van belanghebbende is voor beperkte kennisneming wel vereist. De geheimhoudingskamer vat het verzoek van de inspecteur zo op dat daarin ook een verzoek om geheimhouding in de zin van variant a. als bedoeld in 3.1 ligt besloten, voor zover belanghebbende – hetgeen hier aan de orde – niet akkoord gaat met beperkte kennisneming. Om proceseconomische redenen zal de geheimhoudingskamer het verzoek van de inspecteur dan ook behandelen als een verzoek om geheimhouding in plaats van een verzoek om beperkte kennisneming.
3.3.
Bij het geheimhouden van (delen van) op de zaak betrekking hebbende stukken moet de grootst mogelijke terughoudendheid worden betracht. Slechts indien de door de inspecteur voor geheimhouding aangevoerde redenen zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden bij onbeperkte kennisneming van (delen) van die stukken, is sprake van gewichtige redenen die geheimhouding rechtvaardigen.
Beoordeling van het verzoek
4. De geheimhoudingskamer heeft, met toepassing van artikel 8:29 van de Awb, kennis genomen van de geschoonde passages (veronderstellend dat deze onderdeel zijn van stukken die op de zaak betrekking hebben in de zin van artikel 8:42 van de Awb) en van de stukken van de hoofdzaak. De geschoonde passages stukken zijn vervolgens onderworpen aan een afweging van het belang van belanghebbende bij onbeperkte kennisneming tegenover de afweging van de inspecteur om delen van de stukken geheim te houden.
4.1.
De geheimhoudingskamer constateert dat de geschoonde passages alleen namen en e-mailadressen van twee (belasting)ambtenaren bevatten. De geheimhoudingskamer is van oordeel dat het belang van bescherming van deze persoonsgegevens en de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer in beginsel aanzienlijk zwaarder weegt dan het belang dat belanghebbende heeft bij kennisneming van deze gegevens. Door het geheimhouden van deze persoonsgegevens wordt belanghebbende ook niet wezenlijk in zijn procesvoering belemmerd. Het voorgaande betekent dat het verzoek van de inspecteur om geheimhouding wordt toegewezen.
4.2.
De inspecteur heeft – in tegenstelling tot zijn toezegging in het verweerschrift – in deze procedure de persoonsgegevens in de geschoonde passages niet met zogenoemde ‘NN-nummers’ anoniem aangeduid en geen met deze nummers corresponderende lijst aan de geheimhoudingskamer overgelegd. Daardoor zijn de ambtenaren niet direct individualiseerbaar en zouden zij niet als ‘te horen personen’ in de hoofdzaak kunnen worden aangewezen. Het is aan de rechter die een inhoudelijk oordeel zal vellen om te beoordelen in hoeverre de inspecteur hier nog inlichtingen over moet verstrekken. Desalniettemin geeft de geheimhoudingskamer de inspecteur vanuit praktisch oogpunt in overweging om alsnog de geheim te houden persoonsgegevens te voorzien van NN-nummers alsmede een, nog aan de geheimhoudingskamer te overleggen, daarmee corresponderende lijst met namen van de ambtenaren. Daarbij merkt de geheimhoudingskamer op dat het praktisch en overzichtelijk zou zijn als de inspecteur aan de namen dezelfde NN-nummers toekent als hij heeft gedaan in de procedures met zaaknummers 24/7402 tot en met 24/7409.
Beslissing
De geheimhoudingskamer:
- wijst het verzoek om geheimhouding toe.
Deze beslissing is genomen door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. F.E.M. Houben, griffier, op 25 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing kan ingevolge artikel 8:104, derde lid, van de Awb slechts tegelijk met het hoger beroep tegen de uitspraak in de hoofdzaak hoger beroep worden ingesteld.
Bij de rechtbank bekend onder zaaknummers 24/7402 tot en met 24/7405.
Bij de rechtbank bekend onder zaaknummers 24/7406 tot en met 24/7409.
Vgl. Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 13 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1593, r.o. 3.31.
Artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb. | Link naar deze uitspraak
|
| |
|
|