Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:OGEAA:2026:31 
 
Datum uitspraak:04-02-2026
Datum gepubliceerd:12-02-2026
Instantie:Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Zaaknummers:AUA202304395 en AUA2025I0
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Civiel, leningsovereenkomst en/of borgtochtovereenkomst, echtheid handtekeningen, akte van borgtocht, handtekening (toenmalige) echtgenote, de kredietovereenkomst, vernietiging borgtocht o.g.v. artikel 1:88 BW, schending zorgplicht.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
kredietovereenkomst
wettelijke rente
 
Uitspraak
Vonnis van 4 februari 2026
Behorend bij A.R. nr. AUA202304395 en AUA2025I00002



GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA


VONNIS

in de hoofdzaak (met zaaknummer: AUA202304395) van:


de naamloze vennootschap

RBC ROYAL BANK (ARUBA) N.V.,
gevestigd te Aruba,
eiseres in conventie,
gedaagde in reconventie,
hierna ook te noemen: de Bank,
gemachtigde: de advocaat mr. M.L.J.P. Willems,

tegen:


[Gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

wonende te [woonplaats], [buitenland],
gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,hierna ook te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
gemachtigde: de advocaat mr. A. K. E. Henriquez,


en in de vrijwaringszaak (met zaaknummer: AUA2025I00002) van:



[Gedaagde in conventie, eiser in reconventie],

wonende te [woonplaats], [buitenland],
eiser,hierna ook te noemen: [gedaagde in conventie, eiser in reconventie],
gemachtigde: de advocaat mr. A. K. E. Henriquez,

tegen:



1. de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PLZ REAL ESTATE V.B.A.,
gevestigd te Aruba,
hierna te noemen: PLZ,
gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed,
2. [Gedaagde],
wonende te Aruba,
hierna te noemen: [gedaagde],
gedaagden,
gemachtigde: de advocaat mr. P.M.E. Mohamed.





1DE VERDERE PROCEDURE


In de hoofdzaak



1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het inleidend verzoekschrift met producties, ingediend op 19 december 2023;
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie en incidentele conclusie tot
overlegging boeken en bescheiden tevens incidentele conclusie tot oproeping in
vrijwaring, ingediend op 4 september 2024;
- de conclusie van antwoord in de incidenten, ingediend op 9 oktober 2024;
- het vonnis in het incident van 20 november 2024;
- de rolbeschikking van 26 februari 2025;
- het vonnis in deze zaak van 4 juni 2025;
- de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie met
productie, ingediend op 2 juli 2025;
- de conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie ingediend op 15
oktober 2025;
- de conclusie van dupliek in reconventie, ingediend op 12 november 2025.


In de vrijwaringszaak




1.2
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de oproepingen in vrijwaring van PLZ en [gedaagde];
- de conclusie van antwoord in het incident, ingediend op 2 april 2025;
- de conclusie van antwoord in vrijwaring met producties, ingediend op 7 mei 2025;
- de conclusie van repliek in vrijwaring (en in incident overlegging boeken en bescheiden),
ingediend op 3 september 2025;
- de conclusie van dupliek in vrijwaring, (en in incident overlegging boeken en bescheiden),
ingediend op 12 november 2025.


1.2
Vonnis in beide zaken is nader bepaald op vandaag.





2HET GESCHIL


In de hoofdzaak in conventie



2.1
De Bank vordert - kort samengevat - dat het Gerecht [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal veroordelen tot betaling van het bedrag van Afl. 1.734.160,98 aan hoofdsom en het bedrag van US$ 5.245,41 aan creditcard kosten, vermeerderd met het bedrag van Afl. 141.208,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, alsmede vermeerderd met de overeengekomen rente ad 11% over de hoofdsom, plus de overeengekomen rente van 1.5% per maand (18% per jaar) over de creditcard kosten, met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten.



2.2
Voor de grondslag en het verweer wordt verwezen naar hetgeen dienaangaande in het vonnis in het incident van 20 november 2024 onder 2.2 en 2.3 is overwogen.


In de hoofdzaak in reconventie




2.3 [
Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. primair voor recht zal verklaren dat de leningsovereenkomst en/of borgtochtovereenkomst nietig zijn, subsidiair de leningsovereenkomst en/of de borgtochtovereenkomst zal vernietigen;
b. voor recht zal verklaren dat RBC aansprakelijk is voor alle schade die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] lijdt en zal lijden, als gevolg van het niet (op tijd) uitwinnen van de overige zekerheden in casu en/of het ten onrechte of prematuur aanspreken van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als borg, welke schade nader bij staat zal dienen te worden opgemaakt;
c. RBC zal veroordelen in de kosten van dit geding zowel in conventie als in reconventie, waaronder begrepen de beslagkosten.



2.4
Voor de grondslag wordt verwezen naar hetgeen dienaangaande in het vonnis in het incident van 20 november 2024 onder 2.5 is overwogen.



2.5
De Bank heeft verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van het gevorderde in reconventie, kosten rechtens.





In de vrijwaringszaak




2.6 [
Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert dat het Gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. PLZ en [gedaagde] zal veroordelen om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te voldoen al hetgeen waarin hij zal worden veroordeeld in de hoofdzaak in conventie;
2. PLZ en [gedaagde] zal veroordelen om aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te voldoen, alle schade die hij lijdt, heeft geleden of zal lijden, als gevolg van het niet nakomen van de verplichtingen van PLZ jegens de Bank;
3. PLZ en [gedaagde] zal veroordelen in de kosten van dit geding, vermeerderd met de wettelijke rente.



2.7 [
Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] legt aan zijn vordering ten grondslag dat nu PLZ niet aan haar betalingsverplichting jegens de Bank heeft voldaan, zij onrechtmatig jegens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als aandeelhouder en gepretendeerde borg heeft gehandeld. Hetzelfde geldt volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor [gedaagde] aangezien hij statutair bestuurder van PLZ is. Als bestuurder valt hem een ernstig verwijt te maken omdat PLZ een met de Bank aangegane lening kennelijk bewust niet is nagekomen, terwijl de Bank aangeeft daartoe wel de nodige kansen te hebben gegeven. Zij zijn daarom volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] allebei aansprakelijk voor de schade die daarvan het gevolg is.



2.8
PLZ en [gedaagde] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de kosten van dit geding.





3BEOORDELING


In de hoofdzaak in conventie en reconventie



3.1
Gelet op de samenhang tussen de vordering in conventie en de vordering in reconventie worden deze gezamenlijk behandeld.


Onjuiste weergave van de feiten in het tussenvonnis van 4 juni 2025



3.2
Onder de feiten in het tussenvonnis van 4 juni 2025 is (gelet op het door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] gevoerde verweer) ten onrechte opgenomen dat de kredietovereenkomst van 6 oktober 2020 mede door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is ondertekend, dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich ten behoeve van PLZ borg heeft gesteld en dat de akte van borgtocht van 12 januari 2017 mede door de (toenmalige) echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is ondertekend. Vast staat dat op de laatste bladzijde van de akte van borgtocht boven de naam [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] en boven de naam [echtgenote] (de toenmalige echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]) handtekeningen zijn geplaatst en dat onder de kredietovereenkomst de naam van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als Guarantor staat en dat boven zijn naam een handtekening is geplaatst.


Echtheid handtekeningen



3.3
De Bank stelt dat dat, aangezien PLZ niet aan haar betalingsverplichting heeft voldaan, een opeisbare vordering heeft op [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] omdat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zich op grond van de overeenkomst van borgtocht van 12 januari 2017 en zoals bevestigd in de kredietovereenkomst van 6 oktober 2020 heeft verbonden tot nakoming van de door PLZ uit hoofde van de kredietovereenkomst verschuldigde bedragen.



3.4 [
Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] verweert zich in de eerste plaats met het betoog dat hij zich niet kan herinneren dat hij ooit een borgtochtovereenkomst heeft getekend dan wel dat hij überhaupt iets op Aruba heeft getekend aangaande leningen van PLZ. In dat verband bestrijdt hij de echtheid van de handtekeningen die op de overeenkomsten bij zijn naam staan. Beide documenten, de kredietovereenkomst en de akte van borgtocht, lijken volgens [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] frauduleus. Daartoe voert hij aan dat hij op de dagtekeningen van de overeenkomsten niet in Aruba was en dat de handtekeningen op deze stukken in de verste verte niet op elkaar lijken. Het is ook niet zijn handtekening want die ziet er heel anders uit, aldus nog steeds [gedaagde in conventie, eiser in reconventie].



3.5
Het Gerecht overweegt hierover als volgt.


- de akte van borgtocht



3.6
De akte van borgtocht die de Bank ter onderbouwing van haar vordering in het geding heeft gebracht, is een onderhandse akte in de zin van artikel 135 lid 3 van het Burgerlijk wetboek van Rechtsvordering (hierna: Rv). Een dergelijke akte levert ingevolge art. 136 lid 2 Rv – behoudens tegenbewijs – dwingend bewijs op dat partijen hebben verklaard wat in de akte is vastgelegd en dat hetgeen is verklaard tussen partijen als waarheid geldt. Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], als degene aan wie de akte van borgtocht als onderhandse akte wordt tegengeworpen, stellig ontkent dat de onder het stuk aanwezige handtekening van hem afkomstig is, komt aan de akte van borgtocht geen enkele bewijskracht toe, zolang niet is bewezen van wie de handtekening afkomstig is. De bewijslast van de echtheid van de handtekening rust op degene die zich op de akte beroept, derhalve op de Bank.



3.7
De Bank zal worden toegelaten te bewijzen dat de handtekening onder de akte van borgtocht van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] afkomstig is. De Bank zal in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over de vraag hoe zij het bewijs wil leveren. Indien zij dat wil doen door het overleggen van bewijsstukken, moet de Bank die stukken direct bij akte in het geding brengen. Indien zij bewijs wil leveren door het horen van getuigen moet de Bank de getuigen en de verhinderdagen van partijen en hun advocaten (voor de maanden maart tot en met mei 2026) direct bij akte opgeven. Ook kan de Bank het gevraagde bewijs leveren door een (al dan niet door het Gerecht te benoemen) (handschrift)deskundige. In het geval van een door het Gerecht te benoemen handschriftdeskundige zullen partijen zich te zijner tijd kunnen uitlaten over de te benoemen persoon van de deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen.



3.8
De Bank wordt in de gelegenheid gesteld ten behoeve van de bewijslevering het origineel van de akte van borgtocht bij het Gerecht te deponeren of (indien zij het bewijs door middel van een handschriftdeskundige wil leveren) aan de handschriftdeskundige te doen toekomen. Indien zij daartoe niet in staat is, heeft dat (ingevolge artikel 139 lid 1 Rv) gevolgen voor de dwingende bewijskracht van de akte.


- handtekening (toenmalige) echtgenote



3.9 [
Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft ook bestreden dat de akte van borgtocht door zijn (toenmalige) echtgenote is ondertekend. Indien en voor zover dit juist zou zijn, doet dat echter - mocht vast komen te staan dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de akte wel heeft ondertekend - niet af aan de uit de akte van borgtocht voortvloeiende verplichtingen van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. Gelet hierop en op hetgeen hierna in 3.14 en 3.15 wordt overwogen, kan het antwoord op de vraag of de handtekening van de (toenmalige) echtgenote afkomstig is in het midden blijven. Bewijslevering is op dit punt daarom niet nodig.


- de kredietovereenkomst



3.10
In de tussen de Bank en PLZ gesloten kredietovereenkomst van 6 oktober 2020 wordt expliciet genoemd dat voor de lening zekerheid is verstrekt door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] voor een bedrag van USD 1.553.000,-, zoals neergelegd in de akte van 12 januari 2017. Volgens de Bank heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] door de kredietovereenkomst mede als ‘Guarantor’ te ondertekenen, de toepasselijkheid van de borgtocht op de kredietovereenkomst uitdrukkelijk bevestigd.



3.11
Indien komt vast staan dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de kredietovereenkomst als ‘Guarantor’ mede heeft ondertekend, volgt daaruit naar het oordeel van het Gerecht inderdaad dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] de toepasselijkheid van de borgtocht op de kredietovereenkomst heeft bevestigd, en daarmee ook het bestaan van de borgtocht. In de kredietovereenkomst worden immers zowel het bestaan van de zekerheid gegeven door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie], de datum waarop deze is aangegaan (12 januari 2017) en het bedrag waarvoor borg is gesteld (USD 1.553.000,-) uitdrukkelijk genoemd. [Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft niets aangevoerd dat tot een ander oordeel leidt.



3.12
Nu [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] echter eveneens stellig heeft ontkend de kredietovereenkomst (eveneens een onderhandse akte) te hebben ondertekend, komt ook aan dit stuk geen bewijskracht toe zolang niet is bewezen van wie de handtekening afkomstig is. De Bank zal in de gelegenheid worden gesteld te bewijzen dat de handtekening onder de kredietovereenkomst van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] afkomstig is, zoals zij stelt. De Bank zal zich ook in dit verband bij akte kunnen uitlaten over de vraag hoe zij het bewijs wil leveren, een en ander overeenkomstig hetgeen hiervoor in 3.7 is overwogen. Ook nu wordt de Bank in de gelegenheid gesteld ten behoeve van de bewijslevering het origineel van de kredietovereenkomst bij het Gerecht te deponeren of aan een eventuele handschriftdeskundige ter hand te stellen.



3.13
Het Gerecht merkt voor nu alvast op dat als de Bank niet slaagt in haar bewijsopdrachten, niet zal kunnen worden vastgesteld dat sprake is van een borgstelling van de zijde van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]. In dat geval zal de vordering van de Bank bij gebrek aan een grondslag moeten worden afgewezen. In het geval de Bank wel slaagt in haar bewijsopdracht voor wat betreft de akte van borgtocht en/of de kredietovereenkomst, geldt in beginsel dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is gebonden aan de door hem gestelde zekerheid.


Vernietiging borgtocht o.g.v. artikel 1:88 BW



3.14 [
Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft zich op het standpunt gesteld dat, in het geval de borgtocht rechtsgeldig tot stand is gekomen, deze op grond van artikel 1:88 lid 1 sub c BW vernietigbaar is omdat deze niet mede door zijn (toenmalige) echtgenote is ondertekend en zij dus geen toestemming heeft gegeven.



3.15
Op grond van artikel 1:88 lid 1 aanhef en onder c BW behoeft de ene echtgenoot de toestemming van de andere echtgenoot voor overeenkomsten die ertoe strekken dat hij, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of zijn bedrijf, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt. Conform artikel 1:89 lid 1 BW is een rechtshandeling die een echtgenoot in strijd met het hiervoor genoemde artikel heeft verricht vernietigbaar. In de tweede zinsnede van dat artikel is echter expliciet opgenomen dat slechts de andere, niet handelende echtgenoot, een beroep kan doen op de vernietigingsgrond. De ratio hierachter is dat het toestemmingsvereiste dient ter bescherming van de niet handelende echtgenoot en niet ter bescherming van de handelende echtgenoot, die er willens en wetens zelf voor kiest om een rechtshandeling als vermeld in dat artikel te verrichten. [Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] komt derhalve, als handelende echtgenoot, niet de bevoegdheid toe om de vernietiging van de borgtocht in te roepen. Nu verder de (toenmalige) echtgenote van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] geen partij is in deze procedure en ook niet is gesteld of gebleken dat zij overigens een beroep op de vernietiging van de borgtocht heeft gedaan, kan het beroep van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op de nietigheid/vernietigbaarheid daarvan niet slagen.


Schending zorgplicht



3.16 [
Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft verder nog aangevoerd dat de Bank de jegens hem in acht te nemen zorgplicht heeft geschonden. In de eerste plaats stelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat de Bank haar bancaire zorgplicht schendt door niet eerst de andere zekerheden aan te spreken en zich direct tot hem als borg te wenden. Nog daargelaten dat de Bank niet, althans onvoldoende weersproken heeft gesteld dat zij meerdere pogingen heeft gedaan tot uitwinning van de andere zekerheden (zoals het uitwinnen van de hypothecaire zekerheid door de openbare verkoop van een onroerende zaak), bestaat er, anders dan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] kennelijk meent, geen (ongeschreven) regel die meebrengt dat de Bank primair andere zekerheden dient uit te winnen, alvorens zij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] als borg kan aanspreken. Ook zijn stelling dat de Bank is tekortgeschoten in de van haar in verband met de borgtocht te vergen zorg door [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet van het kennelijke slechte verloop van de lening op de hoogte te stellen, kan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet baten. [Gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft onvoldoende aangevoerd voor het oordeel dat de Bank in dit verband een mededelingsplicht of waarschuwingsplicht heeft geschonden. Het verweer faalt.

Slotsom



3.17
In afwachting van de bewijslevering zal iedere verdere beslissing in conventie en in reconventie worden aangehouden.


In de vrijwaringszaak




3.18
Het Gerecht ziet aanleiding om eerst de bewijslevering in de hoofdzaak af te wachten alvorens in de vrijwaringszaak te beslissen. Iedere (verdere) beslissing zal in de vrijwaringszaak dan ook worden aangehouden.





4DE UITSPRAAK

Het Gerecht:


In de hoofdzaak in conventie:



4.1
laat de Bank toe te bewijzen dat de handtekening boven de naam [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] op het geschrift getiteld “AKTE VAN BORGTOCHT DOOR ÉÉN BORG TE STELLEN” en gedateerd op 12 januari 2017, van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is;



4.2
laat de Bank toe te bewijzen dat de handtekening op de laatste pagina van de kredietovereenkomst gedateerd op 6 oktober 2020, boven [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] -Guarantor’ van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is;



4.3
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 18 februari 2026 voor uitlating door de Bank of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;



4.4
bepaalt dat de Bank, als zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen;



4.5
bepaalt dat de bank als zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden maart tot en met juni 2026 direct moet opgeven, waarna de dag en uur van het getuigenverhoor zal worden bepaald;



4.6
bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. T.A.M. Tijhuis in het gebouw van het Gerecht te Aruba;



4.7
houdt iedere verdere beslissing aan;



In de hoofdzaak in reconventie:




4.8
houdt iedere verdere beslissing aan;


In de vrijwaringszaak:




4.9
houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.A.M. Tijhuis, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 4 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Link naar deze uitspraak