|
|
|
| ECLI:NL:RBNHO:2026:432 | | | | | Datum uitspraak | : | 16-01-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 19-02-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Noord-Holland | | Zaaknummers | : | 11830556 BM VERZ 25-1751 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Bewind ingesteld met benoeming van een professionele bewindvoerder ondanks het levenstestament. De gemachtigde volgens het levenstestament heeft grote bedragen contant geld opgenomen van de rekening van de betrokkene. Enige toelichting over de besteding van dit geld is niet gegeven en er is gebleken dat een gedeelte van dit geld gebruikt is door de gevolmachtigde zelf. Gelet op de onduidelijkheid van de opnames en de verstoorde onderlinge familieverhoudingen ziet de kantonrechter voldoende aanleiding om een bewind in te stellen en af te wijken van de voorkeur van betrokkene zoals die blijkt uit het levenstestament. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | tarieven | | | | Uitspraak | RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
zaaknummer : 11830556 BM VERZ 25-1751 MO
datum : 16 januari 2026
beschikking op een verzoek tot onderbewindstelling
op verzoek van:
[verzoeker 1],
[adres],
gemachtigde mr. T.A. Bruins, advocaat,
hierna te noemen: [verzoeker 1]
en
[verzoeker 2],
[adres],
gemachtigde mr. T.A. Bruins, advocaat,
hierna te noemen: [verzoeker 2],
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
[adres],
hierna te noemen: betrokkene,
verder is als belanghebbende aangemerkt:
[belanghebbende],
[adres],
gemachtigde mr. M.J. Meijer,
hierna te noemen [belanghebbende].
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek (met bijlagen) door mr. Bruins, namens [verzoeker 1] en [verzoeker 2], ontvangen op 6 augustus 2025;
het verweer door mr. Meijer, namens [belanghebbende], ontvangen op 22 september 2025;
een aanvulling op het verzoek door mr Bruins, namens [verzoeker 1] en [verzoeker 2], ontvangen op 4 november 2025;
de bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder(s) om tot bewindvoerder(s) te worden benoemd.
Het verzoek is mondeling behandeld op 13 november 2025.
verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot instelling van een bewind voor betrokkene met benoeming van Ipa-Acon Advies B.V. t.h.o.d.n. Ipa-Acon Vermogenszorg B.V. als professionele bewindvoerder. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] onderbouwen het verzoek als volgt. De gezondheid van betrokkene is achteruit gegaan door een beroerte, sinds maart 2025 ervaart betrokkene klachten zoals verwardheid en sufheid en is er tevens sprake van een spraakstoornis. Betrokkene is een periode opgenomen geweest in de Janskliniek, maar verblijft inmiddels weer thuis met veel thuiszorg. De partner van betrokkene is op 7 november 2024 overleden. Betrokkene heeft nooit zelf een financiële huishouding gevoerd, de overleden partner van betrokkene beheerde de financiën. Zowel de partner van betrokkene als betrokkene zelf zijn in 2024 opgenomen geweest in het ziekenhuis en er blijkt dat er in deze periode in totaal € 34.250,00 aan contante opnames is geweest van de bankrekening van betrokkene en haar partner.
In de periode dat betrokkene was opgenomen in het ziekenhuis en de Janskliniek is er een bedrag van € 5.370,00 gepind. Uit de bankafschriften blijkt tevens dat er veel geld betaald wordt voor tanken, massages en sigaretten, terwijl betrokkene niet rookt. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] vinden de periode van opnames, de hoogte maar ook de plaats opvallend en zijn van mening dat deze uitgaven niet in het belang zijn van betrokkene. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] stellen dat de opnames niet zijn gedaan door betrokkene en haar partner maar door [belanghebbende].
[belanghebbende] heeft verweer gevoerd tegen het verzoek tot het instellen van een bewind. De contante opnames zijn gedaan in overleg met de partner van betrokkene. De contante gelden zijn persoonlijk afgegeven. De partner van betrokkene had tot zijn overlijden de dagelijkse uitgaven contant geregeld. Op 4 juli 2025 heeft betrokkene een levenstestament laten passeren waarin [belanghebbende] als gevolmachtigde is aangewezen. Deze keuze voor het levenstestament verdient respect en moet zwaarder wegen dan speculatieve vermoedens van misbruik. De verwijten van verzoekers zijn gebaseerd op aannames en het feit dat betrokkene vanwege haar medische toestand zorg behoeft. Er is geen medische verklaring overgelegd waaruit blijkt dat betrokkene handelingsonbekwaam is en daarnaast is er niet aangetoond dat zij financieel is benadeeld.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben zowel [verzoeker 1] en [verzoeker 2] als [belanghebbende] aangegeven dat betrokkene niet meer in staat is zelf haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen.
beoordeling
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat betrokkene vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand onvoldoende in staat is haar vermogensrechtelijke belangen te behartigen. Vaststaat dat op 4 juli 2025 door notaris mr. J.C.M. D’haene-van Klink, notaris in de gemeente Haarlemmermeer, een akte gepasseerd is, waarin betrokkene haar dochter, [belanghebbende], een algehele volmacht verleent. De kantonrechter ziet aanleiding om ondanks het levenstestament toch een bewind in te stellen. Zij licht dit als volgt toe.
Betrokkene heeft een Cerebro Vasculair Accident (CVA) gehad en is in april 2025 opgenomen in het ziekenhuis en vervolgens in de Janskliniek. Betrokkene is op 1 augustus 2025 ontslagen uit de Janskliniek. Betrokkene was verward, had klachten van sufheid en spraakstoornissen. De behandelaar in de Janskliniek heeft aangegeven dat ten behoeve van betrokkene een CIZ-indicatie 5 diende te worden aangevraagd opdat zij geplaatst kon worden in een woonvoorziening voor mensen met dementie. [belanghebbende] wilde dit niet. Betrokkene wordt nu thuis verzorgd, met thuiszorg en hulp van [belanghebbende] .
Tijdens het gesprek dat de kantonrechter heeft gevoerd met betrokkene, waarvan de kantonrechter ter zitting verslag heeft gedaan, kon betrokkene niet aangegeven of zij een levenstestament had, wanneer en waarom dat zou zijn opgesteld en ook niet wat de inhoud van dat levenstestament was. Wel kon zij aangegeven dat zij wilde dat [belanghebbende] haar hielp met het geld, omdat zij haar dochter 100 procent vertrouwde. Betrokkene gaf meermaals aan dat zij haar huis niet wilde verlaten en leek niet te begrijpen waar de rechtszaak over zou gaan.
[belanghebbende] heeft over 2024 en 2025 een bedrag van in totaal € 39.620,00 (€ 34.250,00 en € 5.370,00) in verschillende periodes en verschillende plaatsen gepind. [belanghebbende] heeft daarover steeds verklaard dat dit hele bedrag voor betrokkene en/of haar partner was die alles contant deden. Enige toelichting over de verdere besteding heeft ze niet gegeven, terwijl die wel nodig was onder meer vanwege de hoogtes van de bedragen en het feit dat betrokkene en haar partner periodes in het ziekenhuis lagen en de partner van betrokkene slecht ter been was. Ter zitting heeft [belanghebbende] voor het eerst aangegeven dat zij het bedrag van € 5.370,00 voor zichzelf heeft gebruikt omdat zij vanwege het verlenen van mantelzorg inkomen was misgelopen. Betrokkene heeft ter zitting over dit bedrag juist verklaard dat dit bedrag voor boodschappen, paling en kleding voor haarzelf was. Ook gebruikt [belanghebbende] de auto van betrokkene. Daarmee dient zij niet de belangen van betrokkene maar die van haar zelf. Het verweer dat [belanghebbende] enig erfgenaam zou zijn snijdt geen hout. Allereerst is pas na overlijden bekend wie dat zijn, bovendien dient de gevolmachtigde beslissingen in het belang van betrokkene te nemen.
Verder is ter zitting duidelijk geworden dat [belanghebbende] bij herhaling haar misgenoegen en verontwaardiging over [verzoeker 1] en [verzoeker 2] deelde met haar moeder. Het is de kantonrechter duidelijk dat de familieverhoudingen ernstig zijn verstoord (tussen enerzijds betrokkene en [belanghebbende] en anderzijds [verzoeker 1] en [verzoeker 2]). De kantonrechter heeft de indruk dat betrokkene niet de ruimte krijgt om daarover haar eigen mening te vormen. Dat geldt ook voor over de behartiging van haar vermogensrechtelijke belangen. Er lijkt sprake te zijn van “undue influence”.
De kantonrechter is daarom van oordeel dat een professionele bewindvoerder benoemt moet worden.
Gelet op de onduidelijkheid ten aanzien van het grote bedrag aan contante opnames, de opname van € 5.370,00 voor [belanghebbende] zelf en de verstoorde onderlinge familierelatie ziet de kantonrechter voldoende aanleiding om af te wijken van de voorkeur van betrokkene zoals die blijkt uit het levenstestament.
Betrokkene is (op dit moment) niet in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen.
Betrokkene is op dit moment niet in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 Burgerlijk Wetboek.
beslissing
De kantonrechter:
- stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een bewind in over de goederen die [betrokkene] (zullen) toebehoren vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand;
- benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot bewindvoerder(s): Ipa-Acon Advies B.V. t.h.o.d.n. Ipa-Acon Vermogenszorg B.V., Kvkno. 34084425, Postbus 1780, 2130JD Hoofddorp;
- bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten de in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.C.R.W. VerLoren van Themaat-van der Hoeven, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.E. Merkus op bovengenoemde datum.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|