Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBZWB:2026:1116 
 
Datum uitspraak:23-02-2026
Datum gepubliceerd:04-03-2026
Instantie:Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Zaaknummers:BRE 24/3165
Rechtsgebied:Belastingrecht
Indicatie:8:54, beroep niet-ontvankelijk wegens het niet overleggen van een verklaring van erfrecht
Trefwoorden:belastingrecht
erfrecht
woz-beschikking
 
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/3165

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 februari 2026 in de zaak tussen


de erven van [naam] , uit [plaats] , eiser
(gesteld gemachtigde: [gemachtigde] )

en



de heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen, de heffingsambtenaar.




Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 6 februari 2024. Het beroep ziet op de WOZ-beschikking voor het object [adres] met [aanslagnummer] .


1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.




Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is ingesteld door eiser. Eiser is echter niet gerechtigd om beroep in te stellen tegen die beslissing. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.


Toetsingskader

3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


Is een verklaring van erfrecht overgelegd?

4. Het beroepschrift is ingediend door eiser. Bij het beroepschrift is geen verklaring van erfrecht bijgevoegd waaruit blijkt dat hij bevoegd is om beroep in te stellen namens de erven van [naam] . De rechtbank heeft hem op 23 mei 2024 verzocht om een machtiging en een verklaring van erfrecht. Vervolgens heeft de rechtbank hem bij aangetekend verzonden brief van 12 september 2024 nogmaals verzocht om binnen twee weken de verklaring van erfrecht alsnog te overleggen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 13 september 2024 om 15:07 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Eiser heeft binnen die termijn geen verklaring van erfrecht ingediend.


4.1.
De griffier heeft op 27 juni 2025 eiser nogmaals verzocht om duidelijkheid over wie in deze zaak belanghebbende is en zo nodig aanvullende stukken te overleggen. Op 14 juli 2025 is dit verzoek herhaald bij aangetekend verzonden brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 15 juli 2025 om 15:00 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. De gesteld gemachtigde heeft op deze verzoeken niet gereageerd.



4.2.
Uit voorgaande volgt dat niet kan worden vastgesteld dat [gemachtigde] belanghebbende is in onderhavige zaak. Daarnaast kan – door het niet overleggen van een verklaring van erfrecht – niet worden vastgesteld of [gemachtigde] bevoegd was om beroep in te stellen tegen de uitspraak op bezwaar gericht aan de erven van [naam] .


Is het niet tijdig indienen van een verklaring van erfrecht verontschuldigbaar?

5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.




Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.H.W. Steijn, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 23 februari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.












griffier


rechter






De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.



Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.


Dit staat in artikel 6:6 van de Awb.
Link naar deze uitspraak