Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:GHAMS:2026:595 
 
Datum uitspraak:10-03-2026
Datum gepubliceerd:13-03-2026
Instantie:Gerechtshof Amsterdam
Zaaknummers:200.329.913/01
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Klant stelt nieuwe ICT-leverancier aansprakelijk voor schade na beweerd verlies van data na overstap van oude ICT-leverancier.
Trefwoorden:belastingrecht
 
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht,
team I (handel)

zaaknummer : 200.329.913/01

zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/324566/HA ZA 22-80


arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 maart 2026


in de zaak van



[appellant]
,
gevestigd te [plaats] ,
appellante,
incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. J.C.T. Papeveld te Veldhoven,

tegen




1OFFICEGRIP HOLDING B.V.,

2. OFFICEGRIP B.V.,

3. OFFICEGRIP HARDWARE B.V.,

4. OFFICEGRIP ADOPTION SERVICES B.V.,
alle gevestigd te Heemskerk,
geïntimeerden,
incidenteel appellanten,
advocaat: mr. M.J. Elkhuizen te Amsterdam.

Appellante wordt hierna [appellant] genoemd. Geïntimeerden zullen gezamenlijk worden aangeduid als OfficeGrip.





1De zaak in het kort

Deze zaak gaat hoofdzakelijk over de vraag of een nieuwe ICT-leverancier (OfficeGrip) aansprakelijk is voor eventuele schade die het gevolg is van het verlies van data die de klant ( [appellant] ) zegt te hebben verloren nadat zij is overgestapt van ICT-leverancier. De rechtbank kwam tot het oordeel dat dit niet het geval is. Het hof bekrachtigt het vonnis.





2Het geding in hoger beroep


[appellant] is bij dagvaarding van 11 mei 2023 in hoger beroep gekomen van het vonnis van 15 februari 2023 van de rechtbank Noord-Holland, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiseres en OfficeGrip als gedaagden.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
- memorie van grieven van 9 januari 2024, met producties;
- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel appel, met producties;
- memorie van antwoord in incidenteel appel, met producties.

Bij de gefourneerde stukken bevindt zich een versie van de memorie van grieven gedateerd op 20 februari 2024. Deze behoort niet tot de gedingstukken, met uitzondering van productie 37 daarbij. Die productie wordt als ingediend beschouwd.

Op 12 juni 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen die zij hebben overgelegd.

Ten slotte is arrest gevraagd.





3Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten.


3.1.

[appellant] exploiteert sinds 2012 een onderneming die zich bezighoudt met de reïntegratie van mensen vanuit een uitkeringssituatie naar werk, opleiding of ondernemerschap. Voor haar werkzaamheden verwerkt [appellant] privacygevoelige persoonsgegevens.



3.2.

[appellant] wordt bestuurd door haar enig aandeelhouder [appellant] , die op haar beurt wordt bestuurd door haar enig aandeelhouder [bedrijf 1] Bestuurder van [bedrijf 1] is mevrouw [naam 1] (hierna: [naam 1] ).



3.3.
Het ICT-beheer van [appellant] werd tot en met juni 2019 verzorgd door [bedrijf 2] . In de ICT-omgeving van [appellant] bij [bedrijf 2] werden data, voor zover hier van belang, op de volgende locaties opgeslagen:
- een desktopomgeving (“DTO”) met een i-schijf op de lokale server van [bedrijf 2] ;
- een cloud harddrive.
Daarnaast had [appellant] toegang tot een door [bedrijf 2] beheerde online Microsoft-omgeving (een Microsoft-tenant met de naam pitprofessionals), waar data van [appellant] werden opgeslagen in OneDrive en konden worden opgeslagen in Sharepoint.



3.4.

[appellant] is begin 2019 op zoek gegaan naar een nieuwe ICT-leverancier en daartoe in contact gekomen met OfficeGrip. OfficeGrip exploiteert een onderneming die zich bezighoudt met het inrichten, beheren en beveiligen van ICT-omgevingen. Zij maakt gebruik van Microsoft-diensten.



3.5.
Een eerste overleg tussen [appellant] en OfficeGrip heeft plaatsgevonden op 14 maart 2019, waarbij ook de ICT-omgeving van [appellant] bij [bedrijf 2] is besproken.



3.6.
Op 13 mei 2019 heeft [appellant] aan [bedrijf 2] een e-mail gestuurd met de volgende inhoud:

“(…)
Zou jij er voor kunnen zorgen dat Sharepoint en Onedrive zo beveiligd zijn dat ik een nieuwe mappen structuur kan aanmaken en iedereen deze week kan overzetten naar Office 365 Business?

De H-schijven kunnen ze zelf overzetten naar Onedrive en de mappen op i-schijf zal ik overzetten als dat nodig is.
Alleen voor mij blijft straks een DTO account staan en voor de andere kan deze op 1-6 worden beëindigd.
(…)”



3.7.
OfficeGrip Holding heeft op 27 mei 2019 aan [appellant] een offerte uitgebracht (hierna: de eerste offerte). Het betreft een standaardofferte, waarin ook diensten en producten zijn vermeld die geen onderdeel uitmaken van het aanbod (door partijen een ‘aanvink-offerte’ genoemd). Voor die producten of diensten staat in de offerte onder ‘Aantal’ vermeld ‘0’ en onder de totaalprijs voor dat betreffende product of dienst ‘€ 0,00’.Van de eerste offerte maakt onder andere wel deel uit een datamigratietool (eenmalige kosten van € 699,00). De migratietool per mailbox maakt geen onderdeel uit van de eerste offerte (‘Aantal: 0’ en Prijs ‘€ 0,00’).
Bij de eerste offerte was een uitgebreide toelichting gevoegd waarin is vermeld dat OfficeGrip diensten verleent die onder meer bestaan uit ‘het beheer van de hele keten van de ICT-omgeving’ en ‘het voorkomen van dataverlies’.



3.8.

[appellant] heeft per brief van 31 mei 2019 de overeenkomst met [bedrijf 2] opgezegd. [bedrijf 2] heeft in haar e-mail van 3 juni 2019 gemeld dat de data van [appellant] van de cloud harddrive en de DTO/i-schijf zullen worden verwijderd per 30 juni 2019.



3.9.
Een medewerkster van [appellant] heeft op 6 juni 2019 aan OfficeGrip een e-mail gestuurd met de volgende inhoud (de tekst die in de e-mail in rode kleur is weergegeven, is in het onderstaande citaat voor de duidelijkheid voorzien van onderstreping):

“(…)

[naam 1] [ [naam 1] , toevoeging hof] heeft gisteravond gereageerd op mijn mail n.a.v. ons telefoongesprek,
in het kort haar reactie (in rood) hierop;
- SharePoint Beheermodule hebben we niet nodig: geen reactie, ga ik nog vragen.
- Onboarding nieuwe gebruikers: oké
- Implementatie Sharepoint gebruiker: Er gaat geen enkele data over.

We vernietigen het meeste en als ik bestanden er toch op wil zetten dan upload ik dat zelf.

- Implementatie Teams: oké
- Datamigratie tool hebben we niet nodig: Niet akkoord. Er gaat 0 data over.
(…)”



3.10.
Op 11 juni 2019 heeft OfficeGrip aan [appellant] een aangepaste offerte uitgebracht (hierna: de tweede offerte). Het is net als de eerste offerte een ‘aanvink-offerte’. Anders dan in de eerste offerte maakt de datamigratietool geen onderdeel uit van het aanbod (‘Aantal: 0’ en Prijs ‘€ 0,00’). Net als bij de eerste offerte, maakt de migratietool per mailbox geen onderdeel uit van het aanbod (‘Aantal: 0’ en Prijs: ‘€ 0,00’). De tweede offerte is op 11 juni 2019 door partijen ondertekend (hierna: de overeenkomst van 11 juni 2019).



3.11.

[appellant] en OfficeGrip hebben op 11 juni 2019 daarnaast een “verwerkersovereenkomst” gesloten. Daarin is overwogen dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan met betrekking tot “het implementeren en beheren van een IT-omgeving”.



3.12.
Bij e-mail van 12 juni 2019 heeft OfficeGrip aan [appellant] het volgende bericht:

“(…) Wat we globaal gaan doen is het volgende:
1. Inventarisatie huidige omgeving [bedrijf 2] (…)
2. Functionele en technisch wensen (…)
3. Risico's inventariseren migratie
4. Oplossingsontwerp — Solution Design
a. Hierin worden de scope, randvoorwaarden, risico's (en hoe te mitigeren), de te
bewandelen route etc behandeld
b. Na goedkeuring van dit document door [appellant] Strategie, zijn voor beide partijen de
verwachtingen afgestemd, waarna we aan de slag kunnen
c. Houdt hierbij rekening met het feit dat we waarschijnlijk dit in fasen opdelen. Fase 1
bestaat uit onze focus om jullie eind deze maand in de basis verder te kunnen laten
werken. Afhankelijk van wat er uit de voorgaande stappen (inventarisatie) komt,
worden de volgende projectfasen duidelijk. (…)
5. Deployment — migratie — uitvoering
a. Naar aanleiding van het Solution Design worden de te nemen stappen uitgevoerd in
fase 1 (…)”



3.13.
OfficeGrip heeft op 14 juni 2019 een inventarisatie van de ICT-omgeving van [appellant] bij [bedrijf 2] uitgevoerd. In een daarvan opgesteld formulier van 26 juni 2019 is bij “Type migratie” vermeld “Full”. Verder is daarin onder meer het volgende vermeld:

“Er is data die gehost wordt in een cloud drive. (…) [bedrijf 2] heeft hier beperkt toegang toe. Alle gebruikers kunnen hier verder wel zelf bij. Advies is om ze dit zelf te laten verplaatsen naar OneDrive of SharePoint.
(…)
De I schijf is de drive waar [appellant] gedeelde company data opslaan. Dit betreft 53GB. Hieronder vallen ook mappen van de gebruikers zelf, zie screenshot rechts. Er is hier een rechtenstructuur aanwezig maar deze is zeer sterk verouderd geeft Steven aan, advies is om dit volledig opnieuw in te richten.”



3.14.
Uit een e-mail van OfficeGrip aan [appellant] van 21 juni 2019 blijkt dat [appellant] de naam van haar online Microsoft-omgeving (een Microsoft-tenant met de naam pitstrategies) wilde wijzigen. OfficeGrip heeft in het e-mailbericht van 21 juni 2019 onder meer het volgende aan [appellant] bericht:

“(…)
Ik heb van [naam 2] begrepen dat jullie naar een nieuwe tenant (online Microsoft omgeving) willen overstappen in verband met de naamgeving van de tenant. Dit kan natuurlijk op deze manier opgepakt worden, maar daar is in de offerte geen rekening mee gehouden. En dat heeft wel invloed op de benodigde uren.

Met deze keuze komt er een migratie van de mailboxen kijken. Daarvoor komen er 10 maal € 60 aan mailbox migratiekosten kosten bij aan eenmalige kosten en hebben we 10 maal €18,50 aan eenmalige licentie kosten voor de migratietool nodig. (…).

Daarnaast lopen we tegen het moment aan van 30 juni. En zeker met een mailmigratie erbij wordt dat te krap om alles netjes en veilig uit te voeren. We willen het volgende voorstellen:
 Wij nemen de huidige Microsoft omgeving over qua beheer en de licenties. Dit is reeds besproken met [bedrijf 2] en een reële mogelijkheid en vrij eenvoudig te realiseren.
 We maken in de huidige SharePoint omgeving een bibliotheek aan waar jullie de documenten van de huidige fileshare naar toe kunnen zetten. Dit is een tijdelijk plek aangezien alles straks netjes in de nieuwe SharePoint omgeving gezet kan worden. Hiermee kan zonder zorgen de ICT omgeving bij [bedrijf 2] uitgeschakeld worden.
 We hebben dan extra tijd om de migratie voor te bereiden en uit te voeren, en om de SharePoint omgeving conform jullie wensen op te bouwen.
(…)”



3.15.
In een e-mail van 25 juni 2019 heeft OfficeGrip aan [appellant] onder meer het volgende bericht:

“(…)
 Wij nemen de huidige Microsoft omgeving over qua beheer en de licenties. Dit is reeds besproken met [bedrijf 2] en een reële mogelijkheid en vrij eenvoudig te realiseren.
o Dit zullen we vrijdag doen.
 Om de gegevens veilig te stellen uit de omgeving vanuit [bedrijf 2] , willen we voorstellen om in de “oude” Microsoft omgeving ( [appellant] -strategie) een site te maken waar jullie de data die mee moet naar toe kunnen kopiëren. Dan kan na oplevering van de nieuwe SharePoint omgeving de data weer op de juiste plek worden gezet in die nieuwe SharePoint omgeving
(…)
Door de portal over te nemen van [bedrijf 2] en die Bibliotheek beschikbaar te maken voor jullie, kunnen we met een gerust hart 30 juni tegemoet zien. En is er daarna voldoende tijd om de hele transitie naar OfficeGrip veilig in te regelen”
(…).”



3.16.
In een e-mail van 26 juni 2019 heeft OfficeGrip aan [appellant] het volgende bericht:

“(…)
Ik heb in jullie huidige SharePoint omgeving een site aangemaakt, genaamd “OfficeGrip: Back up Site”. Hier treffen jullie een documentbibliotheek, die jullie kunnen gebruiken om jullie oude data veilig te stellen.
(…)”



3.17.
De data van [appellant] van de cloud harddrive en de DTO/i-schijf bij [bedrijf 2] zijn op 30 juni 2019 verwijderd.



3.18.
Op zondag 30 juni 2019 is een groot aantal bestanden van de “OfficeGrip: Back up Site” in de oude Sharepoint-omgeving van [appellant] (hierna: de Sharepoint back-up site) verplaatst naar de prullenbak. Blijkens een e-mail van Microsoft aan [naam 1] van 30 juni 2019 konden de bestanden in de prullenbak binnen een termijn van 93 dagen worden hersteld door in de prullenbak de bestanden te selecteren die moeten worden hersteld en vervolgens te klikken op de knop ‘Herstellen’.



3.19.
Op 5 juli 2019 heeft OfficeGrip aan [appellant] een e-mail gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

“(…)
Voor support gerelateerde zaken mogen jullie vanaf maandag contact opnemen met onze supportafdeling (…). Dit betekent overigens ook als vanzelfsprekend dat we het contract per aankomende maandag laten ingaan. Let wel dat support geldt voor zaken die door OfficeGrip geconfigureerd en beheerd worden. Overige zaken zullen op basis van Best Effort oppakken en proberen op te lossen.
(…)”



3.20.

[appellant] heeft op 12 augustus 2019 aan OfficeGrip Holding informatie gestuurd voor het opstellen van het ontwerp van de nieuwe ICT-omgeving (de Solution Design). In een inventarisatieformulier van 12 augustus 2019 is door [appellant] de volgende tekst vermeld, verwijzend naar een print screen van (de mappenstructuur van) de i-schijf:

“De bestanden in het plaatje wil ik in mijn One drive opslaan.”



3.21.
Bij e-mail van 30 augustus 2019 heeft OfficeGrip het volgende bericht aan [appellant] :

“(…)
Vandaag hebben wij face to face de volgende taken voor je doorgevoerd:

• Opleveren basistenant
• Nieuwe accounts aangemaakt te weten:
o [mail]
(…)
• In de oude tenant is het volgende gedaan: secretariaat@pitstrategie.nl is in de oude tenant aangemaakt, met de toegang tot alle achtergebleven mailboxen, aantal accounts geblokkeerd in de oude tenant, domeinen verwijderd
(…)”



3.22.
Bij e-mail van 2 september 2019, met cc aan [appellant] , heeft OfficeGrip het volgende bericht aan Fox-IT:

“(…)
Wij hebben zojuist met elkaar gesproken, mbt de opdracht die [naam 1] ( [appellant] Groep) bij jullie neer heeft gelegd.

Hierin hebben wij het volgende besproken:

(…)
In de oude tenant zijn mogelijk meerdere “aanvallen” geweest. Wij hebben niet kunnen bevestigen dat dit om [bedrijf 2] IT gaat maar er zijn wel wat dubieuze zaken aangetroffen, te denken aan: failed login's (en later ook succesvolle login's) met IP adressen die [naam 1] niet kon plaatsen, onder het account van haarzelf. Wij hebben in overleg met [naam 1] [bedrijf 2] IT volledig de beheerrol ontnomen in die tenant. Wij kunnen admin rechten aan jullie verstrekken, na goedkeuring van [naam 1] . Via deze rol kun je de audit logs exporteren en analyseren. Ondertussen hebben wij het domein pitgroep.nl over hebben gezet naar de nieuwe tenant met nieuwe mailadressen. (…)”



3.23.

[appellant] heeft per e-mail van 3 september 2019 aan OfficeGrip melding gemaakt van inlogproblemen bij de nieuwe tenant. Ook heeft [appellant] gevraagd of, vanwege geslaagde inlogpogingen door onbevoegde accounts of onbekende IP-adressen en verdwenen data, kans bestaat op een datalek. In een reactie hierop van OfficeGrip van 4 september 2019 heeft OfficeGrip aan [appellant] geadviseerd Fox-IT onderzoek te laten verrichten naar eventuele cybercrime. Verder heeft OfficeGrip onder meer geantwoord:

“(...)
Het klopt dat er geen mails meer naar [mail] gestuurd kunnen worden. Het domein pitgroep.nl kan maar aan één tenant gekoppeld worden. Vrijdag hebben we gezamenlijk besloten om dit aan de nieuwe tenant te koppelen. Je kan een export maken van je contactpersonen en vanuit [mail] een mail sturen dat dit het mailadres is waarvandaan ze je vanaf heden kunnen bereiken.
(…)
We hebben alleen geconstateerd dat op 30-6 drie documenten zijn verwijderd (o.a. een flyer). Deze zijn besproken en behoefden geen actie n.a.v. ”de waarde” van de documenten die jij hebt medegedeeld.
(…)”



3.24.
In een e-mail van 9 september 2019 schreef [appellant] aan OfficeGrip:

“(…)
Op dit moment ben ik ingelogd in de oude omgeving. Heb je gezien dat er wederom mappen zijn verwijderd in de OfficeGrip Back up site in SharePoint? Naast mijn account wordt ook jullie account (OfficeGrip admin) gebruikt om mappen te verwijderen. Kijk maar in de prullenbak bij de map (…) op 21-08-2019 om 8:16.

Los van het feit dat ik nu niet kan werken vrees ik de dag dat ik inlog en alles echt definitief verwijderd is. Die schade is onherroepelijk. Is er een manier waarop dit voorkomen kan worden?
(…)”



3.25.
OfficeGrip heeft daarop op 10 september 2019 als volgt geantwoord:

“(…)
Verder is er in de periode van 31-7 tot aan vandaag geen folder of file gedeleted, op 3 items na, die allemaal te relateren zijn aan tests vanuit OfficeGrip, waaronder dus ook de map van (…) op 21-8. (…)
Ik snap je vrees dat je op een dag inlogt en dat alles weg is, maar ik had begrepen dat je hiervoor al maatregelen had genomen middels een externe harde schijf.
(…)”



3.26.

[appellant] heeft haar activiteiten rond 9 september 2019 (al dan niet tijdelijk) gestaakt.



3.27.
Per brief van 25 september 2019 heeft [appellant] OfficeGrip een ingebrekestelling gestuurd, kort samengevat strekkende tot het verlenen van medewerking aan het onderzoek door Fox-IT en het veiligstellen van de documenten in de Sharepoint back-up site, alsook de documenten die in de prullenbak zijn geplaatst.






4Procedure bij de rechtbank


4.1.

[appellant] heeft – samengevat en na wijziging van eis – gevorderd dat de rechtbank, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


voor recht verklaart dat OfficeGrip jegens [appellant] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen;


voor recht verklaart dat OfficeGrip onrechtmatig jegens [appellant] heeft gehandeld;


voor recht verklaart dat indien de vordering onder 1 en/of 2 wordt toegewezen, OfficeGrip schadeplichtig is jegens [appellant] ;


OfficeGrip veroordeelt om aan [appellant] te vergoeden alle door haar geleden en te lijden schade uit hoofde van de vordering onder 3, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;


een en ander met veroordeling van OfficeGrip in de kosten van de procedure.



4.2.
De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen en haar in de proceskosten veroordeeld.






5Vordering in hoger beroep


5.1.

[appellant] vordert dat het bestreden vonnis wordt vernietigd en haar vorderingen alsnog worden toegewezen, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van OfficeGrip in de proceskosten.



5.2.
OfficeGrip concludeert tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met – uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van [appellant] in de proceskosten met nakosten.



5.3.
OfficeGrip heeft voorts, onnodig, incidenteel appel ingesteld.






6Beoordeling


Feiten



6.1.
Met grief 1 bestrijdt [appellant] wat de rechtbank, in 3.3 van het bestreden vonnis, heeft vastgesteld over het beheer van [bedrijf 2] en de locatie van data van [appellant] . Anders dan [appellant] aanvoert, heeft de rechtbank bij deze vaststelling niet de desktopomgeving (DTO) en de i-schijf met elkaar vereenzelvigd, of vastgesteld dat de desktopomgeving op de lokale server van [bedrijf 2] is geplaatst. In zoverre mist de grief dus feitelijke grondslag. [appellant] voert verder aan dat onjuist is dat [bedrijf 2] het ICT-beheer heeft verzorgd tot en met juni 2019 omdat OfficeGrip de pitprofessional-tenant en licenties bij Microsoft heeft overgenomen. Of dit laatste het geval, komt hierna bij de beoordeling aan de orde.
Voor het overige volgt uit de toelichting op grief 1 niet waarom de vaststelling van de feiten in 3.1 t/m 3.26 van het bestreden vonnis onjuist zou zijn, zodat grief 1 in zoverre faalt.



6.2.
Uit de toelichting op grief 2 volgt niet waarom de vaststelling in 3.6 van het bestreden vonnis onjuist zou zijn, zodat deze grief in zoverre faalt.



6.3.
Met grief 3 voert [appellant] aan dat de rechtbank ten onrechte uit de afwezigheid van één onderdeel van de migratie ("mailboxmigratie en mailboxtool") heeft afgeleid dat helemaal geen migratie is overeengekomen (bestreden vonnis, 3.10). Echter, anders dan [appellant] stelt, verwijst de rechtbank in deze overweging niet naar de regel ‘Implementatie + migratie Exchange mailbox’ in de tabel ‘Modern Workplace Migratie – eenmalige kosten’ maar naar de regel ‘Datamigratie tool’ in de tabel ‘Office365 Migratietool — eenmalige kosten’ (onderaan blz 3 van de overeenkomst van 11 juni 2019). Uit deze tabel volgt duidelijk dat de datamigratietool geen deel uitmaakt van de opdracht (‘aantal 0’ en ‘totaal € 0,00’). Ook volgt uit deze tabel dat migratie van mailboxen bij het aangaan van de overeenkomst van 11 juni 2019 geen deel uitmaakte van de opdracht, zoals [appellant] ook erkent. Het is juist dat de werkzaamheden vermeld in de tabel ‘Modern Workplace Migratie – eenmalige kosten’ deel uitmaken van de opdracht, althans voor zover deze daarin niet op ‘0’ zijn gesteld (zoals de ‘Implementatie + migratie Exchange mailbox’). In zoverre was wel sprake van migratie in algemene zin, maar dit is in 3.10 van het bestreden vonnis ook niet miskent. Migratie van data maakte echter geen deel uit van de opdracht, zoals volgt uit genoemde passages van de getekende offerte. Het feit dat in de algemene toelichting van de offerte, waarin de mogelijk te leveren diensten door OfficeGrip zijn beschreven, over ‘datamigratie’ wordt gesproken, volgt – gelet op wat in de overeenkomst zelf is bepaald – niet dat datamigratie tot de opdracht van OfficeGrip behoorde. Dat volgt ook niet uit de door [appellant] geciteerde e-mails van OfficeGrip van 12 juni en 21 juni 2019, aangezien het hier gaat om migratie in algemene zin (e-mail 12 juni 2019) respectievelijk migratie van (de structuur van) de mailboxen (e-mail 21 juni 2019). Dat het hier niet gaat om datamigratie volgt ook uit de latere e-mails van 21, 25 en 26 juni 2019, waarin wordt benadrukt dat [appellant] de data die “mee moet” zelf moet kopiëren naar de Sharepoint back-up site. Ook bij het Solution Design van 30 augustus 2019 gaat het slechts om mailboxmigratie. Daarmee faalt grief 3.



6.4.
Uit de toelichting op grief 4 volgt niet waarom de vaststelling in 3.17 van het bestreden vonnis onjuist zou zijn, zodat deze grief in zoverre faalt.



6.5.
Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd in de toelichting op grieven 1, 2 en 4 zal – voor zover relevant – verder worden betrokken bij de beoordeling van de overige grieven.


Verlies van data



Bestanden in prullenbak




6.6.
In de toelichting op grief 6 stelt [appellant] dat het kernverwijt dat zij OfficeGrip maakt, is dat de datasets, die zich – na het verplaatsen van deze datasets in juli 2018 en vervolgens eind juni 2019 – bevonden in de Microsoft-omgeving die door OfficeGrip werd beheerd, verloren zijn gegaan. Hierbij gaat het, volgens de toelichting op grieven 5 en 6, om data binnen de Microsoft-omgeving, waaronder data opgeslagen op Sharepoint (back-up site) en OneDrive. In het bijzonder, zo volgt uit de toelichting op grief 11, zijn data verloren gegaan die zich bevonden in een prullenbak van de Microsoft-omgeving. Dit betrof, volgens [appellant] , een groot aantal data, waarbij zij verwijst naar de bestanden genoemd in een bijlage van het door haar overgelegde [rapport] (bijlage 9, productie 33 bij memorie van grieven). [appellant] stelt dat [naam 1] heeft geprobeerd om de bestanden uit de prullenbak te halen en terug te zetten in de Microsoft-omgeving, maar dat dit haar niet is gelukt. Volgens [appellant] was OfficeGrip niet bereid dit probleem op te lossen.



6.7.
OfficeGrip betwist dat na 30 juni 2019 (zie 3.18) bestanden uit de Sharepoint back-up site zijn verwijderd en verplaatst naar de prullenbak. Slechts over verwijdering van bestanden van de Sharepoint back-up site heeft [appellant] contact gehad met OfficeGrip. [appellant] heeft OfficeGrip echter nooit verzocht om bepaalde bestanden uit de prullenbak terug te plaatsen. Op verzoek van [appellant] heeft OfficeGrip wel meegekeken naar de prullenbak, maar daarin zat niets van belang, aldus OfficeGrip.



6.8.
Het hof overweegt dat uit het door [appellant] overgelegde overzicht van verwijderde bestanden (bijlage 9 bij het [rapport] ) niet volgt op welk moment deze bestanden zich in de prullenbak bevonden, en in het bijzonder of deze bestanden zich nog in de prullenbak bevonden op het moment dat [appellant] aan OfficeGrip vroeg mee te kijken naar de prullenbak of op het moment dat [appellant] OfficeGrip berichtte dat volgens [appellant] bestanden werden verwijderd uit de Sharepoint back-up site (3.23 en 3.24). Uit het overzicht noch uit enig ander door [appellant] overgelegd document volgt dat zich op dat moment nog andere bestanden in de prullenbak bevonden dan de door OfficeGrip in haar e-mails van 4 en 10 september 2019 genoemde bestanden die voor [appellant] kennelijk niet van belang waren (3.23 en 3.25). De enkele vermelding op bijlage 9 dat deze ziet op verwijderde data binnen het account ' [mail] ' in de periode van 29 juni 2019 tot en met 27 september 2019 is daarvoor niet voldoende. Bovendien volgt uit de stellingen van [appellant] en uit de door haar overgelegde documenten niet dat zij OfficeGrip eerder dan bij brief van 25 september 2019 heeft verzocht om bestanden uit de prullenbak veilig te stellen. [appellant] heeft ter zitting in hoger beroep voor het eerst gesteld dat zij hierover vanaf begin juli 2019 dagelijks contact had met OfficeGrip. Nog daargelaten dat deze nieuwe feitelijke stelling te laat is ingenomen, heeft OfficeGrip deze stelling betwist en heeft [appellant] deze niet onderbouwd, zodat zij niet is komen vast te staan. Uit de stellingen van [appellant] en de door haar overgelegde documenten volgt evenmin dat zich op dat moment, of op een eerder moment waarop dit zou zijn verzocht (de brief van 25 september 2019 noemt 13 september 2019), nog bestanden in de prullenbak bevonden. Uit het feit dat bestanden op enig moment van de Sharepoint back-up site zijn verwijderd, zoals op 30 juni 2019, en in de prullenbak zijn terecht gekomen kan dat niet zonder meer worden afgeleid. De bestanden in de prullenbak kunnen vervolgens immers ook permanent zijn verwijderd, zoals OfficeGrip ter zitting in hoger beroep heeft opgemerkt. Kortom, het verwijt dat OfficeGrip niet heeft geholpen om voor [appellant] relevante bestanden uit de prullenbak veilig te stellen treft geen doel. Hetzelfde geldt voor het verwijt van [appellant] dat OfficeGrip geen steun heeft verleend in crisissituaties. [appellant] heeft dit verwijt onvoldoende toegelicht. Uit de mailwisseling tussen 2 en 4 september 2019 (3.22-3.25) blijkt dat OfficeGrip [appellant] voldoende voortvarend heeft bijgestaan toen zij dacht dat zij werd gehackt.


Data gekoppeld aan gebruikersaccount




6.9.

[appellant] betoogt verder, in de toelichting op grieven 7 t/m 10, dat OfficeGrip de huidige Microsoft-omgeving zou overnemen qua beheer en licenties, daarbij onder meer verwijzend naar de e-mail van OfficeGrip van 21 en 25 juni 2019 (3.14 en 3.15). Volgens [appellant] zijn door de handelwijze van OfficeGrip belangrijke bedrijfsdata vernietigd, zo stelt zij in de toelichting op grief 11. Hierbij gaat het (onder meer) om data in SharePoint en OneDrive. [appellant] stelt in dit verband dat de data die gekoppeld waren aan het gebruikersaccount van [naam 1] ( [mail] ) verloren zijn gegaan omdat de Microsoft-licenties die gekoppeld waren aan dit gebruikersaccount zijn beëindigd, waarna de aan dit account gekoppelde data na het verstrijken van een periode 30 dagen (automatisch) zijn verwijderd. OfficeGrip wist dat dit het gevolg zou zijn van het beëindigen van licenties maar heeft [appellant] hiervoor niet gewaarschuwd, aldus [appellant] .



6.10.
OfficeGrip betwist dat het overnemen van het beheer van de huidige Microsoft-omgeving, waarover zij spreekt in de e-mail van 21 juni 2019, meer omvatte dan het verstrekken van licenties voor behoud van de oude Microsoft-tenant en het verkrijgen van de administrator-rechten van de oude tenant. OfficeGrip betwist verder dat zij licenties voor de oude of nieuwe Microsoft-tenants van [appellant] of voor het gebruikersaccount van [naam 1] heeft beëindigd in de periode dat zij het beheer over de Microsoft-omgeving voerde, namelijk totdat zij de Microsoft-tenants op verzoek van [appellant] overdroeg aan Dufaco in januari 2020.



6.11.
Het hof overweegt dat het, mede gelet op de gemotiveerde betwisting door OfficeGrip, op de weg lag van [appellant] om concrete feiten te stellen waaruit volgt dat OfficeGrip licenties heeft beëindigd of gewijzigd als gevolg waarvan [appellant] data heeft verloren. Dat heeft [appellant] niet gedaan, terwijl zij hetgeen OfficeGrip op dit punt heeft aangevoerd – waaronder in de toelichting overgelegd als productie 41 bij memorie van antwoord – niet althans onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken. Het hof passeert de stellingen van [appellant] daarom als onvoldoende onderbouwd.



6.12.
Ten slotte volgt uit wat [appellant] met grieven 7 tot en met 11 voor het overige naar voren heeft gebracht niet dat door toedoen van OfficeGrip data verloren zijn gegaan.


Overige verwijten



Toegang van [bedrijf 2]




6.13.

[appellant] stelt dat OfficeGrip uiterlijk op 30 juni 2019 de toegang van [bedrijf 2] tot de Microsoft-tenant had moeten blokkeren.



6.14.
OfficeGrip heeft toegelicht dat het in een transitiefase niet ongebruikelijk is dat de toegang van de vorige beheerder nog enige tijd voortduurt, juist omdat blokkeren ook risico’s meebrengt, dat dit in geval van [bedrijf 2] bekend was bij [appellant] , en dat OfficeGrip in samenspraak met [appellant] de toegang aan [bedrijf 2] heeft ontnomen.



6.15.
Het hof overweegt dat, gelet op wat OfficeGrip heeft aangevoerd over de toegang van [bedrijf 2] , niet kan worden uitgegaan van een verplichting voor OfficeGrip – gezien de onbetwiste stelling dat het (tijdelijk) laten voortduren van toegang van de oude beheerder niet ongebruikelijk is en bij gebreke van duidelijke signalen van misbruik daarvan door [bedrijf 2] – om de toegang van [bedrijf 2] eerder op te heffen dan zij gedaan heeft. Uit de stellingen van [appellant] volgt niet dat op het moment dat [appellant] OfficeGrip heeft verzocht om de toegang van [bedrijf 2] op te heffen, OfficeGrip daar niet voortvarend genoeg naar gehandeld heeft. Van een tekortkoming vanwege het enige tijd voortduren van de toegang van [bedrijf 2] is daarom naar het oordeel van het hof geen sprake.


Onderzoek Fox-IT




6.16.

[appellant] stelt, in de toelichting op grief 12, dat OfficeGrip het account van [bedrijf 2] heeft verwijderd terwijl ze daarmee juist had moeten wachten vanwege forensisch onderzoek van Fox-IT. Zij stelt ook dat OfficeGrip opzettelijk auditloggegevens heeft gewist. [appellant] stelt verder dat OfficeGrip in strijd met instructies van [appellant] tussen 30 augustus 2019 en 2 september 2019 mailboxen heeft gemigreerd. Hiermee houdt mede verband de stelling van [appellant] , in de toelichting op grief 11, dat [naam 1] vanaf begin september 2019 onbereikbaar was op e-mailadres [mail] , en dat OfficeGrip haar daarvoor niet heeft gewaarschuwd.



6.17.
OfficeGrip betwist dat zij instructies heeft ontvangen van [appellant] om gedurende het onderzoek van Fox-IT geen werkzaamheden uit te voeren. Volgens OfficeGrip is het verwijderen van het account en de migratie van de mailboxen bovendien in overleg gegaan met [appellant] . Zij betwist opzettelijk auditloggegevens te hebben gewist. OfficeGrip heeft verder toegelicht dat de onbereikbaarheid van het oude e-mailadres van [naam 1] het gevolg was van het – in overleg met [naam 1] / [appellant] – overzetten van het domein pitgroep.nl naar de nieuwe tenant en aanmaken van een nieuw e-mailadres voor [naam 1] .



6.18.
Het hof is van oordeel dat [appellant] haar stelling dat OfficeGrip is tekortgeschoten op deze punten onvoldoende heeft onderbouwd. [appellant] heeft geen concrete feiten gesteld waaruit volgt dat zij OfficeGrip heeft geïnstrueerd om vanwege het onderzoek van Fox-IT het account van [bedrijf 2] in stand te laten en geen mailboxen te migreren, of waaruit volgt dat OfficeGrip dit zonder meer had moeten begrijpen. Ook de stelling dat OfficeGrip opzettelijk auditloggegevens heeft gewist, heeft [appellant] niet onderbouwd met concrete feiten; anders dan [appellant] heeft gesteld volgt dat bovendien ook niet uit het rapport van [rapport] .
In de Solution Design is weliswaar bij de migratie van mailboxen vermeld: “Opmerking 30-8: is tot nader order uitgesteld door opdrachtgever”, maar de e-mails van OfficeGrip van 30 augustus, 2 september en 4 september 2019 (3.21-3.23) bevestigen dat de migratie van de mailboxen in overleg is gegaan met [appellant] . Dat deze opmerking verband hield met het onderzoek door Fox-IT wordt door OfficeGrip betwist en is niet komen vast te staan, ook al omdat in augustus 2019 nog niet zeker was dat dat onderzoek er zou komen. Hetzelfde geldt voor het overzetten van het domein pitgroep.nl. Mede gelet op de oplossing voor de onbereikbaarheid van het oude e-mailadres die OfficeGrip heeft aangedragen in haar e-mail van 4 september 2019, valt bovendien zonder nadere toelichting, die [appellant] niet heeft gegeven, niet in te zien waarom OfficeGrip met haar handelen is tekortgeschoten in haar verplichtingen of onrechtmatig heeft gehandeld.


Back-ups




6.19.

[appellant] heeft OfficeGrip ter zitting in hoger beroep nog het verwijt gemaakt dat OfficeGrip geen back-up heeft gemaakt en/of gegevens niet heeft bewaard. [appellant] heeft echter geen (kenbare) grief gericht tegen het oordeel van de rechtbank (onder 5.21) dat OfficeGrip daartoe niet gehouden was. Dit verwijt blijft daarom vanwege strijd met de twee-conclusieregel buiten beschouwing.


Uitvoering beheer




6.20.

[appellant] stelt, in de toelichting op grief 9, dat OfficeGrip verplichtingen had, voortvloeiend uit haar beheerstaak, waarbij [appellant] verwijst naar (de toelichting op) de getekende offerte. Volgens [appellant] zagen de problemen waarmee zij werd geconfronteerd vanaf 30 juni 2019 op deze verplichtingen: het niet toegang kunnen krijgen, niet kunnen inloggen, dataverlies, en het vaststellen van onbevoegdelijke toegang. Het hof overweegt dat deze globale aanduiding van problemen waarmee [appellant] na 30 juni 2019 te maken heeft gehad (voor zover deze problemen in het bovenstaande niet al aan de orde zijn gekomen), onvoldoende concreet is om te kunnen beoordelen welke gedragingen [appellant] OfficeGrip precies verwijt en onder welke omstandigheden deze hebben plaatsgevonden. Daarom kan ook niet worden beoordeeld of deze kwalificeren als tekortkomingen van OfficeGrip. [appellant] heeft hierbij dus niet aan haar stelplicht voldaan.


Opschorting




6.21.

[appellant] stelt dat OfficeGrip vanaf half september 2019 ten onrechte haar werkzaamheden heeft opgeschort door het beheer volledig stil te leggen, aangezien een op 3 september 2019 verzonden factuur pas vanaf 17 september 2019 opeisbaar was en slechts een gering bedrag betrof.



6.22.
OfficeGrip heeft toegelicht dat de opschorting van haar werkzaamheden slechts zag op werkzaamheden voor de nieuwe IT-omgeving, en dat zij haar werkzaamheden voor het overige – zoals het in stand houden van licenties, toegang tot de servicedesk, hulp bij veiligheidsincidenten – niet heeft opgeschort. OfficeGrip voert aan dat zij haar werkzaamheden gedeeltelijk opschortte omdat openstaande facturen nog niet waren betaald.



6.23.
Het hof overweegt dat, gelet op de gemotiveerde betwisting van OfficeGrip, [appellant] haar stelling dat [appellant] haar werkzaamheden verdergaand heeft opgeschort dan als toegelicht door OfficeGrip onvoldoende heeft onderbouwd. Uit de door OfficeGrip zelf overgelegde facturen (productie 32 bij dagvaarding) blijkt dat de factuur van 30 augustus 2019 op 13 september 2019 opeisbaar was, zodat OfficeGrip op dat moment bevoegd was om op te schorten. Voor zover al vanaf 10 september 2019 sprake was van (gedeeltelijke) opschorting, zoals [appellant] (pas) ter zitting in hoger beroep heeft aangevoerd, heeft [appellant] niet toegelicht op welke wijze dit tot schade kan hebben geleid, mede gelet op het feit dat [appellant] haar activiteiten al op 9 september 2019 had gestaakt. Het vanaf 17 september 2019 in totaal openstaande bedrag was blijkens deze facturen bovendien niet gering en aanzienlijk hoger dan het bedrag waaraan [appellant] refereert. Waarom het niet betalen van deze facturen de gedeeltelijke opschorting niet zou rechtvaardigen, heeft [appellant] niet toegelicht. Voor zover [appellant] heeft gesteld dat zij haar betalingsverplichtingen jegens OfficeGrip mocht opschorten, heeft zij dat – ook in het licht van het oordeel van het hof dat niet is komen vast te staan dat OfficeGrip is tekortgeschoten in haar verplichtingen jegens [appellant] – onvoldoende toegelicht.


Conclusie




6.24.
De slotsom is dat de grieven falen, zodat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Het hof ziet geen aanleiding om [appellant] toe te laten tot bewijslevering, omdat zij geen bewijs heeft aangeboden van voldoende concrete stellingen die, indien bewezen, tot een andere uitkomst kunnen leiden. [appellant] is in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten. Het hof stelt de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van OfficeGrip als volgt vast:
- griffierecht € 798
- salaris advocaat € 2.580 (tarief II, 2 punten)
Totaal € 3.378.






7Beslissing

Het hof:

bekrachtigt het bestreden vonnis;

veroordeelt [appellant] in de proceskosten in hoger beroep, tot nu aan de zijde van OfficeGrip vastgesteld op € 3.378;

veroordeelt [appellant] tot betaling van € 189,- voor nasalaris, te vermeerderen met € 98,- voor nasalaris en de kosten van het betekeningsexploot als niet binnen veertien dagen na dit arrest aan de kostenveroordeling is voldaan en betekening van dit arrest plaatsvindt;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.M. de Winter, S.C.H. Molin en mr. J.G. Sijmons en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.
Link naar deze uitspraak