Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBGEL:2026:2669 
 
Datum uitspraak:10-04-2026
Datum gepubliceerd:16-04-2026
Instantie:Rechtbank Gelderland
Zaaknummers:ARN 25/362
Rechtsgebied:Bestuursprocesrecht
Indicatie:Beroep niet-ontvankelijk. De lichte toets is ingehaald door de integrale beoordeling.
Trefwoorden:kinderopvangtoeslag
verzamelinkomen
 
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem

Bestuursrecht

zaaknummer: ARN 25/362
uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres
(gemachtigde: mr. Y. Eryilmaz),

en

Dienst Toeslagen
(gemachtigde: [gemachtigde]).


Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het besluit van de dienst dat eiseres geen recht heeft op compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het besluit van de dienst dat eiseres geen recht heeft op compensatie.


1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop

2. Eiseres heeft de dienst verzocht om haar recht op kinderopvangtoeslag opnieuw te beoordelen, omdat zij van mening is dat zij gedupeerde is van het toeslagenschandaal. De dienst heeft na de herbeoordeling geconcludeerd dat eiseres geen recht heeft op compensatie, omdat ze geen gedupeerde is. De dienst heeft deze aanvraag met het besluit van 15 februari 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 12 december 2024 op het bezwaar van eiseres is de dienst hierbij gebleven.


2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De dienst heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de dienst.





Beoordeling door de rechtbank


Het bestreden besluit

3. De dienst heeft geconcludeerd dat eiseres geen gedupeerde is van de toeslagenaffaire. Weliswaar is de kinderopvangtoeslag van eiseres in de jaren 2015 tot en met 2019 naar beneden bijgesteld, maar dat was naar aanleiding van door eiseres aangeleverde informatie, door stijging van haar verzamelinkomen, door ontvangen informatie van de kinderopvanginstelling en omdat eiseres de kinderopvangtoeslag heeft stopgezet.


Heeft eiseres procesbelang?

4. De rechtbank moet eerst - ambtshalve - beoordelen of eiseres een procesbelang heeft bij haar beroep. Het beroep van eiseres is gericht tegen de eerste, lichte, toets. Deze eerste toets wordt gevolgd door een integrale beoordeling. Daarin wordt grondiger gekeken naar de situatie van eiseres en de vraag of zij als gedupeerde moet worden aangemerkt. De integrale beoordeling heeft inmiddels plaatsgevonden. In dit besluit van 20 maart 2024 is door de dienst overwogen dat eiseres geen gedupeerde is en geen € 30.000 ontvangt.


4.1.
Dat betekent dat de eerste toets inmiddels is ingehaald door de integrale beoordeling. Eiseres kan dus met het beroep tegen de lichte toets niet bereiken dat zij alsnog als gedupeerde wordt aangemerkt. Eiseres heeft daarom geen procesbelang bij de beoordeling van haar beroep.




Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.





Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op













griffier


rechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Toeslagjaren 2015, 2016 en 2017.


Toeslagjaren 2016 en 2017.


Toeslagjaren 2017 en 2019.


Toeslagjaar 2018.


ABRvS 25 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:720, ro. 7.1.
Link naar deze uitspraak