|
|
|
| ECLI:NL:OGEAA:2026:130 | | | | | Datum uitspraak | : | 22-05-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 22-05-2026 | | Instantie | : | Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba | | Zaaknummers | : | AUA202601473 KG en AUA202 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Land Aruba mag elektrische steps niet van het ene moment op het andere in beslag nemen en afvoeren.
Op 21 april 2026 heeft de minister van Justitie aangekondigd dat het per direct verboden is om elektrische voertuigen, zoals steps en fietsen, op de openbare weg te gebruiken. Op 29 april 2026 verscheen op sociale media een “Ultimo Aviso” van de minister, en op 30 april 2026 is het Land begonnen met het inladen en afvoeren van steps.
Twee verhuurders van steps vorderen een verbod voor het Land om hun steps in beslag te nemen. Het Land is het daar niet mee eens, en heeft een tegenvordering ingesteld. Het Land wil dat de verhuurders alle steps en oplaadstations van domeingrond (dat wil zeggen grond die eigendom is van het Land) verwijderen.
Het Gerecht beslist dat het Land op dit moment de steps niet in beslag mag nemen. Als het Land maatregelen wil nemen tegen de steps, dan moet dat zorgvuldig gebeuren en op de manier die in de wet is voorgeschreven. Dat is in dit geval het sturen van een brief aan de verhuurders, waarin wordt aangekondigd dat (en waarom) de verhuurders volgens het Land handelen in strijd met de wet, om welke wet het gaat, welke maatregelen de verhuurders moeten nemen en binnen welke termijn zij dat moeten doen. Dit alles heeft het Land in dit geval niet gedaan.
Daarnaast beslist het Gerecht dat de verhuurders op dit moment niet verplicht zijn om de steps en de oplaadstations te verwijderen van de openbare weg. Ook hier geldt dat het Land de verhuurders eerst moet aanschrijven met het verzoek hun eigendommen binnen een redelijke termijn van de grond van het Land weg te halen. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | stallen | | | | Uitspraak | Vonnis van 22 mei 2026
Behorend bij AUA202601473 KG en AUA202601541 KG
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak met nummer AUA202601473 KG van:
EVIKES CORPORATION VBA,
te Aruba,
eiseres, tevens verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Evikes,
gemachtigde: de advocaat mr. P.H. de Lange,
tegen:
HET LAND ARUBA,
te Aruba,
gedaagde, tevens eiser in reconventie,
hierna te noemen: het Land,
gemachtigden: mr. G.G.M. Croes en mr. Y.F.M. Kaarsbaan (DWJZ),
en in de zaak met nummer AUA202601541 KG van:
FRIENDLY GREEN BIKE COMPANY ARUBA VBA,
te Aruba,
eiseres, tevens verweerster in reconventie,
hierna te noemen: Green Bike,
gemachtigde: de advocaat mr. P.H. de Lange,
tegen:
HET LAND ARUBA,
te Aruba,
gedaagde, tevens eiser in reconventie,
hierna te noemen: het Land,
gemachtigden: mr. G.G.M. Croes en mr. Y.F.M. Kaarsbaan (DWJZ).
DE ZAAK IN HET KORT
Evikes en Green Bike verhuren sinds 2017 en 2019 elektrische steps en elektrische fietsen (hierna samen “de steps” genoemd). De steps worden gehuurd via een app en worden vooral gebruikt door toeristen voor ritten aan de westkant van het eiland, in de buurt van de stranden en grote hotels.
Op 21 april 2026 heeft de minister van Justitie aangekondigd dat het per direct verboden is om de steps op de openbare weg te gebruiken. Volgens de minister zijn de steps illegaal en moeten zij van straat verdwijnen om de veiligheid te waarborgen. Op 29 april 2026 verscheen op sociale media een “Ultimo Aviso” van de minister, en op 30 april 2026 is het Land begonnen met het inladen en afvoeren van steps. Diezelfde dag heeft dit Gerecht op verzoek van Evikes beslist dat het Land geen steps mag afvoeren totdat in dit kort geding is beslist, en binnen 24 uur de afgevoerde steps aan Evikes moet teruggeven. Het Land heeft aan deze “ordemaatregel” voldaan, en heeft daarna ook de in beslag genomen steps van Green Bike teruggegeven.
In deze procedure vorderen Evikes en Green Bike (samengevat) een verbod voor het Land om hun steps in beslag te nemen, in ieder geval totdat er een wettelijke basis bestaat voor de inbeslagneming of totdat er een overgangstermijn van minstens een jaar is verstreken. Het Land is het daar niet mee eens, en heeft een tegenvordering ingesteld. Het Land wil dat Evikes en Green Bike een verbod krijgen om de steps en bijbehorende rekken op domeingrond (dat wil zeggen grond die eigendom is van het Land) te stallen.
Het Gerecht beslist in dit vonnis dat het Land op dit moment de steps niet in beslag mag nemen. Het Land vindt dat de huidige situatie niet is toegestaan, omdat Evikes en Green Bike geen vergunning hebben voor de verhuur van steps en omdat de steps niet zijn goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg. Of het Land daarin gelijk heeft, kan de civiele rechter in dit kort geding niet beoordelen. Als het Land maatregelen wil nemen tegen de steps, dan moet dat zorgvuldig gebeuren en op de manier die in de wet is voorgeschreven. Dat is in dit geval het sturen van een brief aan Evikes en Green Bike, waarin wordt aangekondigd dat (en waarom) zij volgens het Land handelen in strijd met de wet, om welke wet het gaat, welke maatregelen Evikes en Green Bike moeten nemen en binnen welke termijn zij dat moeten doen. Dit alles heeft het Land ten onrechte niet gedaan.
Daarnaast beslist het Gerecht dat Evikes en Green Bike op dit moment niet verplicht zijn om de steps en de rekken te verwijderen van de openbare weg. Ook hier geldt dat het Land eerst Evikes en Green Bike moet aanschrijven met het verzoek hun eigendommen binnen een redelijke termijn van de grond van het Land weg te halen.
1DE PROCEDURE
1.1
Het verloop van de procedure in beide zaken blijkt uit:
het verzoekschrift van Evikes, met producties, ingediend op 24 april 2026;
de ordemaatregel van dit Gerecht van 30 april 2026;
de aanvullende producties van Evikes;
het verzoekschrift van Green Bike, met producties, ingediend op 5 mei 2026;
de eis in reconventie in beide zaken, met producties, van het Land;
de nadere producties in beide zaken, van het Land.
1.2
De zaken zijn gelijktijdig behandeld ter terechtzitting van 8 mei 2026. Hierbij waren aanwezig [persoon 1] namens Evikes en [persoon 2] en [persoon 3] namens Green Bike, allen bijgestaan door mr. De Lange. Namens het Land waren mrs. Croes en Kaarsbaan aanwezig. Partijen hebben in twee termijnen hun standpunten toegelicht, waarbij de gemachtigden gebruik hebben gemaakt van spreekaantekeningen die zijn overgelegd. Partijen hebben ook vragen van de rechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is gezegd.
1.3
Tot slot is aan partijen meegedeeld dat vandaag in beide zaken uitspraak wordt gedaan.
2DE FEITEN
2.1
Evikes en Green Bike zijn verhuurders van elektrische voertuigen in Aruba. Evikes verhuurt sinds 2019 elektrische steps, Green Bike verhuurt sinds 2017 elektrische fietsen en sinds 2023 ook elektrische steps. De elektrische steps en elektrische fietsen van Evikes en Green Bike worden hierna gezamenlijk “de steps” genoemd.
2.2
De steps worden gehuurd via een applicatie die kan worden gedownload op een smartphone. Om een step te kunnen ontgrendelen, moet de gebruiker akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden waarin onder meer staat dat gebruikers de verkeersregels moeten volgen. Na ontgrendeling kan de step worden gebruikt in het gebruiksgebied dat Evikes en Green Bike daarvoor hebben afgebakend, grofweg van Arashi Beach tot het vliegveld.
2.3
De steps staan grotendeels gestald in de buurt van de stranden en grote hotels aan de westkant van het eiland. Er zijn verschillende rekken waar de steps kunnen worden opgehaald en teruggezet, maar het is ook toegestaan de steps na gebruik achter te laten op een willekeurige plek binnen het gebruiksgebied. Daardoor worden de steps vaak geparkeerd op stoepen, in bermen en op privéterreinen van onder meer hotels.
2.4
Op 21 april 2026 heeft de minister van Justitie in een interview met het platform 24Ora.com gezegd dat het per direct verboden is om elektrische voertuigen, zoals de steps, op de openbare weg te gebruiken. Volgens de minister zijn de steps illegaal en riskeren gebruikers een boete van Afl. 500,-. Op 29 april 2026 is een ‘Ultimo Aviso’ geplaatst op verschillende sociale media kanalen, waaronder de facebookpagina van de minister.
2.5
Op 30 april 2026 is het Land begonnen met het inladen van elektrische voertuigen in trucks en wegvoeren naar een andere locatie. Diezelfde dag heeft dit Gerecht op verzoek van Evikes een ordemaatregel gegeven, die inhoudt dat het Land de steps van Evikes niet mag afvoeren en de al afgevoerde steps van Evikes binnen 24 uur aan haar moet teruggeven, totdat in dit kort geding zal zijn beslist. Het Land heeft deze beslissing nageleefd. Op 4 mei 2026 heeft het Land ook de afgevoerde steps van Green Bike teruggegeven.
3HET GESCHIL
3.1
Evikes en Green Bike vorderen dat het Gerecht:
- primair: het Land verbiedt om handhavend op te treden door de steps in beslag te nemen;
- subsidiair: het Land verbiedt om handhavend op te treden totdat daarvoor voldoende wettelijke basis bestaat;
- meer subsidiair: het Land verbiedt om handhavend op te treden zonder het bieden van een overgangstermijn van ten minste een jaar;
een en ander op straffe van een dwangsom van USD 5.000,- per keer dat het verbod wordt overtreden en met veroordeling van het Land in de proceskosten.
3.2
Evikes en Green Bike leggen aan hun vorderingen het volgende ten grondslag.
Het Land is van de ene op de andere dag begonnen met het inladen en afvoeren van de steps, zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag bestaat. De minister zegt in de media wel dat de steps illegaal zijn, maar niet op welke wet hij dat baseert. Er is geen wet die de steps (of het gebruik daarvan) verbiedt.
Door per direct alle steps te verbieden, schendt het Land het evenredigheidsbeginsel en daarmee artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek. Zo’n algeheel verbod staat niet in verhouding tot het kennelijke doel (het verhogen van de verkeersveiligheid). Dat doel kan ook worden bereikt door minder verstrekkende maatregelen, bijvoorbeeld door te handhaven op de naleving van de verkeersregels. Dit geldt temeer nu het gebruik en de verhuur van de steps jarenlang is toegestaan (in het geval van Evikes zeven en Green Bike negen jaar), en er in die tijd nauwelijks incidenten zijn geweest.
Als het Land tegen de steps wil optreden, dan moet het regelgeving opstellen om de steps te reguleren. Het in beslag nemen van de steps, zoals het Land nu doet, is in ieder geval onrechtmatig.
3.3
Het Land is het niet eens met de vorderingen van Evikes en Green Bike en voert als verweer het volgende aan.
i. De civiele rechter is niet bevoegd om over de vorderingen van Evikes en Green Bike te oordelen. Het Land handhaaft bestaande publiekrechtelijke regelgeving, zodat Evikes en Green Bike hun vorderingen moeten voorleggen aan de bestuursrechter.
ii. Evikes en Green Bike handelen in strijd met de Landsverordening personenvervoer, omdat zij niet beschikken over een vergunning voor het verhuren van de steps.
iii. Daarnaast overtreden Evikes en Green Bike de Landsverordening wegverkeer en het daarop gebaseerde Landsbesluit voorschriften voertuigen, omdat de steps niet zijn gekeurd voor het gebruik op de openbare weg en ook geen kenteken hebben. Bovendien is vaak sprake van gevaarlijk rijgedrag door de gebruikers van de steps. Door de steps aan te bieden zonder toe te zien op het naleven van de verkeersregels, roepen Evikes en Green Bike gevaarlijke situaties in het leven.
iv. Tot slot overtreden Evikes en Green Bike artikel 15 (verbod om zonder vergunning voorwerpen op de openbare weg te plaatsen of te hebben) en artikel 23 (verbod op hinder/overlast op de openbare weg) van de Algemene Politieverordening.
3.4
Het Land heeft een tegenvordering ingesteld. Het Land vordert dat het Gerecht Evikes en Green Bike verbiedt om hun steps (en daarbij behorende rekken) voor verhuur te stallen op domeingrond, en Evikes en Green Bike gebiedt om hun steps en rekken onmiddellijk te verwijderen, op straffe van een dwangsom van Afl. 25.000,- per dag(deel) dat Evikes en Green Bike dat niet doen.
3.5
Het Land onderbouwt zijn vorderingen met de stelling dat Evikes en Green Bike voor de verhuur van de steps domeingrond gebruiken, zonder dat het Land daarvoor toestemming heeft gegeven en zonder dat Evikes en Green Bike huur of precario betalen. Het gebruik van domeingrond zonder toestemming is in strijd met het eigendomsrecht van het Land.
3.6
Evikes en Green Bike voeren verweer tegen de vorderingen van het Land. Zij stellen zich op het standpunt dat het Land deze vorderingen niet in een civiele procedure kan instellen, maar dat het Land zal moeten handhaven via de bestuursrechtelijke weg.
3.7
Het Gerecht zal hierna ingaan op de standpunten van partijen, voor zover dat nodig is om de vorderingen van partijen te beoordelen.
4DE BEOORDELING
De vorderingen van Evikes en Green Bike
4.1
De vorderingen van Evikes en Green Bike komen er kort gezegd op neer dat aan het Land een verbod wordt opgelegd om handhavend op te treden door de steps in beslag te nemen.
4.2
Deze procedure is een civiel kort geding. Dit betekent dat het Gerecht eerst moet beoordelen of de civiele rechter bevoegd is om te beslissen over de vorderingen van Evikes en Green Bike. Volgens vaste rechtspraak is de civiele rechter bevoegd, als de eiser een vordering instelt die is gebaseerd op het privaatrecht. Dat is hier het geval, omdat Evikes en Green Bike hun vorderingen onderbouwen met de stelling dat het Land onrechtmatig heeft gehandeld. De civiele rechter is dus bevoegd.
4.3
De volgende vraag is dan of Evikes en Green Bike ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Het antwoord op die vraag is ervan afhankelijk of bij de bestuursrechter een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang open staat of open heeft gestaan. Als dat zo is, moet de eiser die bestuursrechtelijke rechtsgang gebruiken en kan hij zijn vorderingen niet aan de civiele rechter voorleggen.
4.4
Het Gerecht is van oordeel dat Evikes en Green Bike ontvankelijk zijn in hun vorderingen, en wel om de volgende reden. Evikes en Green Bike zouden een procedure bij de bestuursrechter kunnen voeren als het Land een beschikking zou hebben gegeven in de zin van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak (Lar). Volgens de Lar is een beschikking een “op enig rechtsgevolg gericht schriftelijk besluit van een bestuursorgaan”, waarin onder meer moet staan dat binnen zes weken bezwaar kan worden gemaakt en waartegen uiteindelijk beroep bij de bestuursrechter openstaat. Een interview met de minister op 24Ora.com over de (il)legaliteit van de steps, berichten over dat interview in andere media en een post op sociale media zijn geen “beschikkingen” in de zin van de Lar. Het Land heeft tijdens de zitting bevestigd dat het verbod op de steps alleen kenbaar is gemaakt via de (sociale) media, en dat er geen schriftelijke mededelingen zijn gedaan aan Evikes en Green Bike (of aan andere verhuurders) waarin staat dat er overtredingen zijn geconstateerd en welke gevolgen daaraan worden verbonden. Het Land heeft tijdens de zitting nog gewezen op een brief van de minister van 24 april 2026 aan Green Bike (in reactie op het verzoek van Green Bike om af te zien van handhaving), maar ook deze brief is geen beschikking. Het Land heeft verder gesteld dat het niet mogelijk was om de verhuurders van steps aan te schrijven omdat niet duidelijk is wie de verhuurders zijn, maar dat argument gaat niet op. Aan de hand van de namen en logo’s op de steps is namelijk eenvoudig te achterhalen welke partij die verhuurt. Het Land kón de verhuurders dus wel aanschrijven, maar heeft dat niet gedaan. etHet Land heeft dus geen beschikking gegeven die Evikes en Green Bike door de bestuursrechter kunnen laten toetsen. Wat zij wel kunnen laten beoordelen, is het feitelijke handelen door het Land: het in beslag nemen van de steps. Dit betekent dat Evikes en Green Bike ontvankelijk zijn in hun vorderingen.
4.5
Om een vordering in kort geding te kunnen instellen, moet de eisende partij daarbij een spoedeisend belang hebben. Het Gerecht is van oordeel dat Evikes en Green Bike allebei voldoende spoedeisend belang hebben. Het staat niet ter discussie dat het plotselinge verwijderen van de steps en het aankondigen van boetes voor hen grote financiële gevolgen heeft. Onder die omstandigheden kan van Evikes en Green Bike niet worden verwacht dat zij de afloop van een bodemprocedure afwachten. In dit kort geding zal het Gerecht beoordelen of de vorderingen van Evikes en Green Bike in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen zullen hebben, dat het gerechtvaardigd is om vooruitlopend daarop alvast de vorderingen in dit kort geding toe te wijzen. In dat kader overweegt het Gerecht als volgt.
4.6
Partijen zijn het er niet over eens of het Land handhavend mag optreden door de steps in beslag te nemen. Volgens Evikes en Green Bike mag het Land dat niet (zie 3.2). Samengevat vinden zij dat de steps niet vallen onder de huidige regelgeving, die is opgesteld toen de steps nog niet bestonden. Bovendien vinden Evikes en Green Bike dat het Land onrechtmatig handelt door de steps per direct volledig te verbieden. Het Land vindt dat het de steps wel in beslag mag nemen (zie 3.4). Samengevat meent het Land dat Evikes en Green Bike handelen in strijd met de Landsverordening wegverkeer en de Landsverordening personenvervoer.
4.7
Ook als ervan uitgegaan moet worden dat het Land gelijk heeft en Evikes en Green Bike de Landsverordening personenvervoer en/of de Landsverordening wegvervoer overtreden, dan moet het Land daartegen optreden op de manier die is voorgeschreven in die landsverordeningen. Dat heeft het Land niet gedaan. Het heeft namelijk geen bestuurlijke boete of last onder dwangsom opgelegd. Ook zijn er geen processen-verbaal van overtreding opgesteld, voordat het Land de steps afvoerde. Als het Land op grond van deze landsverordeningen wil ingrijpen, dan moet het dat zorgvuldig doen en op de manier die in de landsverordeningen is voorgeschreven. Vervolgens kunnen Evikes en Green Bike desgewenst de maatregelen aanvechten in bezwaar en in beroep bij de bestuursrechter. Daarbij kunnen zij dan laten toetsen of de steps vallen onder de reikwijdte van de Landsverordening personenvervoer en de Landsverordening wegverkeer (zoals het Land betoogt maar Evikes en Green Bike betwisten). Het Land heeft niet uitgelegd waarom deze bestuursrechtelijke route niet is gevolgd, en het is ook niet gebleken dat deze route niet geschikt zou zijn om het beoogde doel te bereiken, namelijk het waarborgen van de verkeersveiligheid.
4.8
Naar het voorlopig oordeel van het Gerecht handelt het Land onzorgvuldig en onevenredig door de steps eigenmachtig weg te halen, zonder Evikes en Green Bike vooraf schriftelijk in te lichten en zonder hen een termijn te gunnen om de (volgens het Land onrechtmatige situatie) op te heffen. Dit betekent dat het handelen van het Land onrechtmatig is tegenover Evikes en Green Bike.
4.9
Evikes en Green Bike vorderen een algeheel verbod voor het Land om handhavend op te treden door de steps in beslag te nemen. Die vordering is te verstrekkend. Het staat het Land namelijk vrij om handhavend op te treden, als het Land constateert dat Evikes en Green Bike landsverordeningen overtreden, die landsverordeningen daartoe de wettelijke grondslag bieden en de voorschriften worden gevolgd die zijn voorgeschreven in die landsverordeningen. Het Gerecht zal het Land daarom verbieden om handhavend op te treden door de steps in beslag te nemen, zolang daaraan geen (rechtsgeldige) beschikking ten grondslag ligt.
4.10
Omdat het Gerecht geen aanleiding heeft aan te nemen dat het Land deze uitspraak niet zal nakomen, zal aan het Land geen dwangsom worden opgelegd.
4.11
Om misverstanden te vermijden wijst het Gerecht erop dat dit verbod alleen ziet op de steps (dus de elektrische steps en elektrische fietsen) van Evikes en Green Bike. Het Gerecht kan aan het Land geen verbod opleggen om elektrische voertuigen in beslag te nemen van partijen die niet in deze procedure zijn betrokken. Het Gerecht gaat er wel van uit dat het Land deze uitspraak in het achterhoofd houdt in relatie tot andere verhuurders of particuliere eigenaren van zulke voertuigen.
4.12
Deze beslissing verandert niets aan de bevoegdheid van het Land om op andere manieren te handhaven als daarvoor een wettelijke grondslag is. Zoals al eerder genoemd, kan bijvoorbeeld een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom worden opgelegd op grond van de Landsverordening personenvervoer, als die landsverordening van toepassing is en als daarvoor de voorgeschreven route wordt gevolgd. Ook kan vanzelfsprekend handhavend worden opgetreden tegen gebruikers van de steps die verkeersovertredingen maken.
4.13
Het Land zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de proceskosten van Evikes en Green Bike. Deze kosten worden voor ieder van hen afzonderlijk begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 250,- aan explootkosten en Afl. 1.500,- aan gemachtigdensalaris. Ook de gevorderde nakosten zullen worden begroot.
De vorderingen van het Land
4.14
Het Land heeft een eigen vordering tegen Evikes en Green Bike ingesteld. Met deze tegenvordering wil het Land, kort gezegd, bereiken dat Evikes en Green Bike de steps (en bijbehorende rekken) verwijderen van domeingrond. Volgens het Land maken Evikes en Green Bike namelijk inbreuk op het eigendomsrecht van het Land, door hun steps en rekken zonder toestemming op domeingrond neer te zetten. Evikes en Green Bike voeren als verweer dat deze vorderingen niet in een civiele procedure kunnen worden ingesteld, maar dat het Land via het bestuursrecht zal moeten handhaven.
4.15
Het Gerecht laat in het midden of het Land (zoals Evikes en Green Bike stellen maar het Land betwist) in dit geval publiekrechtelijk had kunnen en moeten optreden. Ook als ervan uitgegaan moet worden dat het Land civielrechtelijk kan optreden tegen het (gesteld onrechtmatige) gebruik van domeingrond, geldt dat het Land Evikes en Green Bike voorafgaand aan deze procedure nooit op hun handelen heeft aangesproken. Als het Land civielrechtelijk wil optreden, moet het dat ook zorgvuldig doen en de belangen van Evikes en Green Bike in acht nemen.
4.16
Daarbij is van belang dat Evikes en Green Bike voor hun activiteiten al jarenlang domeingrond gebruiken, zonder dat is gebleken dat het Land daartegen bezwaar heeft gemaakt. Gebleken is dat Green Bike in 2017 en 2018 beschikte over een vergunning voor het plaatsen van de rekken en dat zij voor de jaren daarna vergunningen heeft aangevraagd, maar dat het Land niet op die aanvragen heeft beslist. Evikes heeft tijdens de zitting onweersproken verklaard dat zij in 2022 een vergunning (en in 2024 en 2025 ook kentekenplaten) heeft aangevraagd, maar dat zij daarop nooit een reactie heeft gekregen. Bij die stand van zaken vindt het Gerecht het niet aannemelijk dat de rechter in een eventuele bodemprocedure zal oordelen dat Evikes en Green Bike de stukken domeingrond die zij gebruiken per direct moeten ontruimen. De vorderingen van het Land worden daarom afgewezen.
4.17
Ook hier benadrukt het Gerecht dat deze beslissing niet betekent dat de steps (en bijbehorende rekken) voorgoed op de openbare weg mogen blijven staan. Evikes en Green Bike moeten zich natuurlijk houden aan de geldende regelgeving. De beslissing van het Gerecht houdt alleen in dat het Land niet van Evikes en Green Bike kan verlangen dat zij – zonder voorafgaande aankondiging – direct al hun eigendommen van domeingrond verwijderen.
4.18
Omdat de vorderingen van het Land worden afgewezen, moet het Land de proceskosten van Evikes en Green Bike vergoeden. Deze kosten worden, voor iedere partij afzonderlijk, begroot op Afl. 750,- aan gemachtigdensalaris.
4.19
Tot slot overweegt het Gerecht nog het volgende. Evikes en Green Bike hebben tijdens de zitting meerdere keren laten weten dat zij het vervelend vinden dat zij op social media moesten horen dat hun activiteiten volgens de minister illegaal zijn, terwijl zij wel vergunningen hebben aangevraagd waarop het Land nooit heeft beslist. Het Gerecht begrijpt dit. Aan de andere kant heeft het Gerecht ook begrip voor de wens van het Land om de overlast die de steps soms veroorzaken aan te pakken. Het Gerecht geeft partijen in overweging om in onderling overleg een oplossing te vinden om de overlast aan te pakken, die minder ingrijpend is dan een algeheel en onmiddellijk verbod op de bedrijfsactiviteiten van Evikes en Green Bike. Daarbij kan ook aan de orde komen welke vergunningen en toestemmingen Evikes en Green Bike nodig hebben om hun bedrijfsvoering voort te zetten en wanneer zal worden beslist op de al ingediende aanvragen voor vergunningen.
5DE UITSPRAAK
Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
in conventie
5.1
verbiedt het Land om de elektrische steps en elektrische fietsen van Evikes en Green Bike in beslag te nemen zonder dat daaraan een rechtsgeldige beschikking ten grondslag ligt;
5.2
veroordeelt het Land in de proceskosten van Evikes en Green Bike, die voor ieder van hen tot aan deze uitspraak worden begroot op Afl. 2.200,-;
5.3
veroordeelt het Land in de nakosten van Evikes en Green Bike, die voor ieder van hen worden begroot op Afl. 250,- zonder betekening en te vermeerderen met Afl. 150,- als dit vonnis wordt betekend;
5.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
wijst het meer of anders gevorderde af;
in reconventie
5.6
wijst het gevorderde af;
5.7
veroordeelt het Land in de proceskosten van Evikes en Green Bike, die voor ieder van hen tot aan deze uitspraak worden begroot op Afl. 750,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Brandt, rechter, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van vrijdag 22 mei 2026 in aanwezigheid van de griffier.
Hoge Raad 31 december 1915, ECLI:NL:HR:1915:AG1773 (Guldemond / Noordwijkerhout).
Hoge Raad 16 mei 1985, ECLI:NL:HR:1986:AC9347 (Heesch / Van de Akker) en Hoge Raad 11 oktober 1996, NJ 1997/165 (Leenders / Ubbergen).
Vgl. artikel 35a e.v. Landsverordening personenvervoer.
Vgl. artikel 29 Landsverordening wegverkeer. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|