|
|
|
| ECLI:NL:RBNHO:2026:5153 | | | | | Datum uitspraak | : | 11-05-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 29-05-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Noord-Holland | | Zaaknummers | : | K/4104/12117884 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | erfrecht; wettelijke verdeling; minderjarige erfgenaam; verzoek ontslag executeur en afwikkelingsbewindvoerder afgewezen; verzoek ontslag testamentair bewindvoerder toegewezen; tegenverzoek van de bijzonder curator van de minderjarige tot eigen ontslag toegewezen. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | echtscheiding | | | erfgenamen | | | huwelijkse voorwaarden | | | levensonderhoud | | | testament | | | wettelijke verdeling | | | | Uitspraak | RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 12117884 \ EJ VERZ 26-76 (rvk)
Beschikking van 11 mei 2026
in de zaak van
[verzoeker]
,
te [plaats 1]
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. J.I. Vervest,
[toevoegingsnr.: [nummer] ]
tegen
[verweerder]
, executeur en afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van [naam 1] , overleden op [datum] 2025 en testamentair bewindvoerder over het vermogen van de minderjarige [belanghebbende 3]
te [plaats 1] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] of de executeur/testamentair bewindvoerder
gemachtigde: mr. L.S. Zomers,
en:
1 [belanghebbende 1] ,
te [plaats 1] ,
belanghebbende2. [belanghebbende 2],
te [plaats 2] ,
belanghebbende3. [belanghebbende 3],
te [plaats 1] ,
belanghebbende
4. mr. M. Verkijk, bijzonder curator ten behoeve van de minderjarige [belanghebbende 3] ,
belanghebbende met een tegenverzoek,
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift,
- de reactie van de bijzonder curator van 24 maart 2026 met een tegenverzoek
- de mondelinge behandeling van 13 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Op [datum] 2025 is overleden de heer [naam 1] , geboren op [geboortedatum] 1964 en laatst gewoond hebbende te [plaats 1] (hierna: erflater).
2.2.
Erflater is gehuwd geweest met [verzoeker] . Uit dit huwelijk zijn drie kinderen geboren:
[belanghebbende 1]
[belanghebbende 2]
[belanghebbende 3] (thans nog minderjarig)
2.3.
Het huwelijk tussen erflater en [verzoeker] is in 2013 ontbonden door echtscheiding.
2.4.
Erflater is in december 2022 in beperkte gemeenschap van goederen gehuwd met [verweerder] . Op 1 februari 2023 zijn huwelijkse voorwaarden opgesteld.
2.5.
Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.
2.6.
In zijn testament van 1 februari 2023 heeft erflater [verweerder] en zijn drie kinderen benoemd tot erfgenamen, ieder voor een gelijk deel. Daarnaast is de wettelijke verdeling van toepassing verklaard. Voor het geval [verweerder] de wettelijke verdeling ongedaan zou maken, heeft erflater ten behoeve van haar een een keuzelegaat en vruchtgebruik ten aanzien van de echtelijke woning en inboedel in het testament opgenomen. Verder is [verweerder] in het testament benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder en is over het erfdeel van de minderjarige [belanghebbende 3] een testamentair bewind ingesteld tot zijn 23e levensjaar, met benoeming van [verweerder] tot testamentair bewindvoerder.
2.7.
[verweerder] heeft de benoeming tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder en testamentair bewindvoerder aanvaard.
2.8.
In het verzoekschrift van [verzoeker] is in eerste instantie ook verzocht om een bijzonder curator ten behoeve van de minderjarige [belanghebbende 3] te benoemen. In een beschikking van de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem van 11 maart 2026 is mr. M. Verkijk benoemd tot bijzonder curator ten behoeve van de minderjarige [belanghebbende 3] . In de beschikking is dit als volgt gemotiveerd:
‘De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van belangenverstrengeling. De moeder van [belanghebbende 3] heeft aangegeven dat zij zelf niet in staat is om als wettelijke vertegenwoordiger van [belanghebbende 3] zijn belangen als erfgenaam te behartigen. Uit de bijlagen bij het verzoekschrift blijkt dat de drie kinderen al geruime tijd vragen om informatie van de executeur en deze ondanks toezeggingen niet krijgen. Daarnaast bestaat onduidelijkheid ten aanzien van de vraag wat er met de woning gaat gebeuren, terwijl [belanghebbende 3] daar woont. De vrees bestaat dat onvoldoende rekening wordt gehouden met de belangen van [belanghebbende 3] . Omdat moeder niet in staat is om namens [belanghebbende 3] op te treden is het noodzakelijk dat iemand [belanghebbende 3] vertegenwoordigt zodat zijn belangen worden meegewogen bij het afhandelen van de nalatenschap.’
3Het verzoek
3.1.
[verzoeker] verzoekt primair dat de kantonrechter [verweerder] ontslaat als executeur en afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van erflater en een onafhankelijke derde, bij voorkeur een notaris of erfrechtspecialist, benoemt tot executeur en afwikkelingsbewind-voerder. Daarnaast verzoekt [verzoeker] dat de kantonrechter [verweerder] ontslaat als testamentair bewindvoerder over het vermogen van de minderjarige [belanghebbende 3] en een onafhankelijke, professionele, bewindvoerder benoemt.
3.2.
Voor het geval het voorgaande niet wordt toegewezen, verzoekt [verzoeker] – subsidiair – dat de kantonrechter [verweerder] schorst als executeur en afwikkelingsbewindvoerder en als testamentair bewindvoerder, met benoeming van een tijdelijke vervanger.
3.3.
[verzoeker] verzoekt aanvullend (zowel primair als subsidiair) dat de kantonrechter [verweerder] verbiedt over te gaan tot vervreemding, bezwaring of enige andere beschikkingshandeling ten aanzien van de tot de nalatenschap behorende goederen, in het bijzonder de woning aan [adres] te [plaats 1] . Voorts verzoekt [verzoeker] dat de kantonrechter [verweerder] beveelt, op straffe van een dwangsom, om een volledige boedelbeschrijving op te maken en aan alle erfgenamen ter beschikking te stellen.
3.4.
Aan het verzoek tot het ontslag van [verweerder] als executeur heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd.
Er zijn gewichtige redenen die het ontslag van de executeur rechtvaardigen. [verweerder] komt, ten eerste, haar informatieplicht niet na; zo heeft zij nog steeds geen boedelbeschrijving opgemaakt en verstrekt zij de erfgenamen geen inlichtingen over de uitoefening van haar taak. Er is, ten tweede, sprake van belangenverstrengeling; [verweerder] is erfgenaam, executeur en afwikkelingsbewindvoerder, vruchtgebruiker van de woning en testamentair bewindvoerder over het vermogen van de minderjarige [belanghebbende 3] . Deze combinatie van rollen leidt tot een belangenconflict omdat [verweerder] als vruchtgebruiker en erfgenaam belang heeft bij de verkoop van de woning, terwijl zij als executeur en afwikkelingsbewindvoerder de belangen van de overige erfgenamen, in het bijzonder [belanghebbende 3] moet behartigen. [verweerder] overschrijdt, ten derde, haar bevoegdheden. De voorgenomen verkoop van de echtelijke woning strekt niet ter voldoening van schulden van de nalatenschap, maar uitsluitend ter voorziening in het eigen levensonderhoud van [verweerder] . Dit valt buiten de kaders van de executeursbevoegdheid. Tot slot geldt als verzwarende omstandigheid dat [verweerder] inmiddels de voormalige echtelijke woning heeft verlaten en daarbij de veertienjarige, autistische [belanghebbende 3] heeft achtergelaten. [verweerder] handelt hiermee in strijd met de zorgvuldigheid die van een goed executeur mag worden verwacht.
3.5.
Er zijn ook gewichtige redenen die het ontslag van [verweerder] als testamentair bewindvoerder rechtvaardigen. [verweerder] heeft de voormalige echtelijke woning verlaten en de minderjarige [belanghebbende 3] achtergelaten. Hiermee veronachtzaamt [verweerder] de persoonlijke situatie van de rechthebbende en biedt zij onvoldoende waarborg voor een zorgvuldig beheer van diens vermogensbelangen. Er is een belangenconflict en dat speelt te meer bij het bewind over [belanghebbende 3] vermogen. [verweerder] heeft ook geen rekening en verantwoording afgelegd over het beheer van [belanghebbende 3] vermogen, noch aan zijn wettelijk vertegenwoordiger ( [verzoeker] ), noch aan de kantonrechter.
3.6.
Bovengenoemde redenen rechtvaardigen ook dat [verweerder] bij wijze van voorlopige voorziening geschorst wordt als executeur en testamentair bewindvoerder en dat haar een verbod opgelegd wordt om de woning te verkopen en dat het haar bevolen wordt, op straffe van een dwangsom, binnen veertien dagen een volledige boedelbeschrijving op te stellen.
4Het verweer
4.1.
[verweerder] voert verweer. [verweerder] is van mening dat het onduidelijk is namens wie het verzoek is gedaan en voor het geval het verzoek namens [verzoeker] is gedaan, moet [verzoeker] niet-ontvankelijk worden verklaard.
4.2.
[verweerder] verzet zich daarnaast op inhoudelijke gronden tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. Er zijn onvoldoende gewichtige redenen die haar ontslag als executeur en afwikkelingsbewindvoerder rechtvaardigen en er is daarom ook geen reden voor een schorsing. [verweerder] voldoet aan haar informatieplicht. Er is een voorlopige boedelbeschrijving opgesteld, weliswaar met enige vertraging, maar dat heeft zijn redenen zoals de omstandigheid dat het aandeel van erflater in de nalatenschap van zijn moeder, mevrouw [naam 2] , nog niet bekend was en anderzijds omdat de accountant nog bezig is met de waardering van de aandelen van de besloten vennootschap van erflater.
4.3.
Het testament is bij de notaris aan de erfgenamen uitgelegd en er is een voorlopig vermogensoverzicht opgesteld. Verder is er communicatie geweest over het leegruimen van het bedrijfspand en het taxeren van de echtelijke woning. Overigens is pas bij brief van 8 januari 2026 om informatie verzocht, maar in plaats van een antwoord af te wachten is een procedure opgestart.
4.4.
Er bestaat geen verplichting voor een executeur om in de woning te wonen die behoort tot de nalatenschap. De executeur beheert de nalatenschap zoals zij dat behoort te doen. De verwijten die ten aanzien van [belanghebbende 3] gemaakt worden zijn overtrokken en onjuist.
4.5.
[verweerder] berust, hoewel zij van mening is dat er ook hier geen gewichtige redenen zijn, in het verzoek tot haar ontslag als testamentair bewindvoerder en zij is akkoord met de benoeming van een professional in haar plaats.
4.6.
[verweerder] is op grond van de wettelijke verdeling (volledig) eigenaar geworden van de woning en er bestaat geen rechtsgrond om dit eigendomsrecht te beperken of een verbod tot verkoop op te leggen.
4.7.
[verweerder] erkent dat zij een boedelbeschrijving moet opmaken en aan die verplichting zal zij, met bekwame spoed, voldoen. Er is geen reden om een voorlopige voorziening te treffen.
5Het tegenverzoek van de bijzonder curator
5.1.
De bijzonder curator verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening eveneens de schorsing van de executeur en afwikkelingsbewindvoerder, met benoeming van een tijdelijk vervanger, en voor het geval dat niet wordt toegewezen, een verbod tot vervreemding van tot de nalatenschap behorende goederen, in het bijzonder de woning aan [adres] te [plaats 1] . Verder verzoekt de bijzonder curator een bevel om op straffe van een dwangsom een boedelbeschrijving op te stellen.
5.2.
Voor het geval de gevraagde voorlopige voorzieningen niet worden toegewezen, verzoekt de bijzonder curator dat zij wordt ontslagen uit haar verplichtingen.
6De beoordeling van het verzoek
De minderjarige [belanghebbende 3]
6.1.
In het verweerschrift heeft [verweerder] aangevoerd dat [belanghebbende 3] niet alleen in de voormalig echtelijke woning is achtergelaten, maar dat voor hem opvang is geregeld en dat hij onder de hoede is genomen van de Raad voor de Kinderbescherming en dat het er naar uitziet dat er spoedig een voogd benoemd wordt. Op de zitting is dit aan de orde gekomen en door [verzoeker] niet weersproken. De kantonrechter neemt dit daarom tot uitgangspunt.
[verzoeker] is verzoeker
6.2.
Op de zitting heeft de gemachtigde van [verzoeker] uitgelegd dat het verzoek is ingediend namens [verzoeker] . [verweerder] heeft met die uitleg genoegen genomen, zodat de kantonrechter ervan uitgaat, zoals ook in de aanhef van het verzoek is vermeld, dat het verzoek is ingediend door [verzoeker] .
[verzoeker] is ontvankelijk in haar verzoek
6.3.
[verweerder] heeft aangevoerd dat [verzoeker] niet kan optreden als wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [belanghebbende 3] omdat zij onder bewind staat en er een mentorschap is ingesteld. Omdat [verzoeker] ook niet zelfstandig een verzoek tot ontslag van de executeur kan doen, moet zij niet-ontvankelijk verklaard worden volgens [verweerder] . De kantonrechter overweegt dat de omstandigheid dat [verzoeker] onder bewind staat en er een mentorschap in ingesteld, niet betekent dat zij onbevoegd is tot het (ouderlijk) gezag over [belanghebbende 3] . Dit is anders in het geval een ouder onder curatele is gesteld, maar daarvan is hier geen sprake. Dat de geestvermogens van [verzoeker] zodanig zijn gestoord dat zij in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen, is niet nader onderbouwd. Dit betekent dat [verzoeker] bevoegd is [belanghebbende 3] in civielrechtelijke procedures te vertegenwoordigen. Het beroep van [verweerder] op de niet-ontvankelijkheid slaagt daarom niet.
De wettelijke verdeling is van toepassing
6.4.
In het testament heeft erflater de wettelijke verdeling van toepassing verklaard op zijn nalatenschap. [verweerder] heeft die wettelijke verdeling niet ongedaan gemaakt. Dat betekent dat [verweerder] van rechtswege de goederen van de nalatenschap verkrijgt en dat de schulden van de nalatenschap voor haar rekening komen. De kinderen hebben als erfgenaam ieder een niet-opeisbare vordering ter hoogte van hun aandeel op [verweerder] als langstlevende. Deze vaststelling is van belang voor de beoordeling van het verzoek van [verzoeker] omdat het gevolg van de wettelijke verdeling is dat [verweerder] in beginsel ‘kan doen wat zij wil’ met de goederen van de nalatenschap.
Ontslag testamentair bewindvoerder
6.5.
Over de goederen die [belanghebbende 3] zal verkrijgen uit de nalatenschap van erflater is een testamentair bewind ingesteld en is [verweerder] tot bewindvoerder benoemd. [verweerder] heeft in haar verweerschrift en op de zitting te kennen gegeven dat zij niet langer de taken van testamentair bewindvoerder wil uitoefenen; zij stemt in met het verzochte ontslag. Vanwege die instemming zal de kantonrechter [verweerder] ontslaan als testamentair-bewindvoerder.
6.6.
Op de zitting heeft de heer [naam 3] , van [bewindvoering] te [plaats 3] , zich bereid verklaard het testamentair bewindvoerderschap op zich te willen nemen. Zowel [verzoeker] als [verweerder] hebben verklaard met die benoeming akkoord te gaan en de kantonrechter is er van overtuigd dat [naam 3] als professioneel bewindvoerder toegerust is om die taak uit te voeren. De kantonrechter zal dan ook overgaan tot het benoemen van de heer [naam 3] tot testamentair bewindvoerder.
6.7.
De kantonrechter ziet daarbij aanleiding om op grond van artikel 4:159 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW) ambtshalve de beloning anders te regelen. In het testament van erflater wordt namelijk aan de bewindvoerder verzocht om voor diens werkzaamheden geen loon in rekening te brengen. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn er hierbij uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 6:258 BW die ten tijde van het instellen van het bewind niet voorzien waren, namelijk het ontslag van de bewindvoerders uit de persoonlijke kring en de benoeming van een professioneel bewindvoerder. Daarom zal het loon van de opvolgend testamentair bewindvoerder in afwijking van het testament vastgesteld worden op zijn gebruikelijke loon. Het onder bewind staande vermogen betreft in deze zaak op grond van artikel 4:13 BW, de geldvordering ten laste van [verweerder] .
6.8.
De kantonrechter wijst er volledigheidshalve op dat [verweerder] aan het einde van het bewind rekening en verantwoording moet afleggen en de goederen die zij wegens het bewind beheert afdragen aan degene die haar in het beheer opvolgt, de heer [naam 3] .
Ontslag executeur en afwikkelingsbewindvoerder
6.9.
De executeur heeft ingevolge artikel 4:144 lid 1 BW de taak de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, die tijdens zijn beheer uit die goederen behoren te worden voldaan. De executeur moet aan de erfgenamen alle door hen gewenste inlichtingen geven over de uitoefening van zijn taak (artikel 4:148 BW). De taak van de executeur eindigt door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent (artikel 4:149 lid 1 aanhef en onder f BW). Het ontslag wordt hem verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een mede-executeur, een erfgenaam of het openbaar ministerie, dan wel ambtshalve.
6.10.
Beoordeeld moet worden of er sprake is van een gewichtige redenen die het ontslag van de executeur en afwikkelingsbewindvoerder rechtvaardigen. Van gewichtige redenen kan sprake zijn wanneer de executeur ongeschikt blijkt tot het uitoefenen van haar taken of in die uitvoering tekortschiet, of wanneer er sprake is van een diepgaand, niet aanstonds weg te nemen wantrouwen van de erfgenamen in de executeur. Dit wantrouwen dient gestoeld te zijn op concrete en objectieve feiten.
6.11.
[verzoeker] stelt ten eerste dat [verweerder] in de uitvoering van haar taak tekortschiet omdat zij nog geen boedelbeschrijving heeft opgesteld en geen inlichtingen aan de erfgenamen verstrekt. De kantonrechter stelt vast dat er inderdaad nog geen definitieve boedelbeschrijving is opgesteld, maar dit maakt naar het oordeel van de kantonrechter nog niet dat er sprake is van tekortschieten door [verweerder] . Uit het verweerschrift en wat over en weer op de zitting naar voren is gebracht blijkt dat [verweerder] , gelet op de samenstelling van de nalatenschap, waarin een bedrijf (een besloten vennootschap) zit, zich genoodzaakt heeft gezien de hulp van een accountant in te roepen om tot een waardering van dat bedrijf te komen. Dat is naar het oordeel van de kantonrechter juist zorgvuldig en dat hier tijd mee gemoeid is kan de executeur niet aangerekend worden en daarbij komt dat [verweerder] in september 2025 een voorlopige opstelling van de bezittingen en de schulden heeft opgesteld. De kantonrechter ziet geen aanleiding om te veronderstellen dat de accountant niet binnen afzienbare tijd de waardering van het bedrijf afgerond zal hebben en daarmee zal voldoen aan haar verplichting om binnen bekwame tijd een boedelbeschrijving op te stellen en aan de erfgenamen ter beschikking te stellen.
6.12.
[verweerder] heeft onweersproken aangevoerd dat zij uit eigen beweging de erfgenamen op de hoogte heeft gehouden, zo is het testament van erflater ten overstaan van de notaris met de erfgenamen besproken.
6.13.
De kantonrechter is van oordeel dat er ook overigens geen aanleiding is om te veronderstellen dat de executeur haar plichten verzaakt. Dat met de afwikkeling van de nalatenschap enige tijd is gemoeid valt te verklaren. Zo heeft [verweerder] de gehuurde bedrijfsruimte (waar het bedrijf van erflater gevestigd was) moeten ontruimen om een financiële verliespost te voorkomen, iets waar zij een maand mee bezig is geweest omdat er chemicaliën uit het pand verwijderd moesten worden. Daarnaast moest de vennootschap bij gebreke van een kandidaat die het bedrijf van erflater wil voortzetten, geliquideerd worden.
6.14.
De conclusie van het voorgaande is dat [verweerder] niet tekortschiet in haar verplichting om binnen bekwame tijd een boedelbeschrijving op te stellen en inlichtingen te verstrekken.
6.15.
[verzoeker] stelt ten tweede dat er sprake is van een belangenverstrengeling doordat [verweerder] (i) erfgenaam is, (ii) executeur en afwikkelingsbewindvoerder is en (iii) vruchtgebruikster van de woning is en iv) testamentair bewindvoerder over het vermogen van [belanghebbende 3] is. De kantonrechter stelt voorop dat geen sprake is van vruchtgebruik zoals [verzoeker] stelt en dat [verweerder] als testamentair bewindvoerder wordt ontslagen. De kantonrechter kan aan [verzoeker] toegeven dat [verweerder] als langstlevende een ander belang heeft dan de erfgenamen, maar dat [verweerder] zich gedreven door haar eigen belang de executeursbevoegdheden zodanig uitoefent dat daardoor de belangen van erfgenamen daadwerkelijk worden geschaad of dat daarvoor gegrond gevreesd moet worden is onvoldoende feitelijk onderbouwd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat [verweerder] onweersproken heeft gesteld dat zij inmiddels de legaten uit de nalatenschap van mevrouw [naam 2] aan de erfgenamen heeft uitgekeerd, dat er alleen nog een definitieve boedelbeschrijving opgesteld moet worden en dat er behalve de hypothecaire schuld, geen schulden zijn. Voorts moet in aanmerking worden genomen dat [verweerder] als langstlevende echtgenoot de goederen van de nalatenschap van rechtswege verkrijgt en de schulden van de nalatenschap moet voldoen.
Voorlopige voorzieningen
6.16.
Omdat het verzoek tot het ontslag van de executeur wordt afgewezen, is er geen grond om bij wijze van voorlopige voorziening over te gaan tot schorsing van [verweerder] als executeur en afwikkelingsbewindvoerder. Aan het verzoek tot het schorsen van [verweerder] als testamentair bewindvoerder wordt niet toegekomen omdat het verzochte ontslag wordt toegewezen.
Overige verzoeken
6.17.
Omdat [verweerder] als langstlevende echtgenoot de goederen van de nalatenschap van rechtswege heeft verkregen, mag zij daarover beschikken. Er is dan ook geen grond om een verbod tot vervreemding, bezwaring of ander beschikkingshandelingen te verrichten aan [verweerder] op te leggen.
6.18.
[verweerder] heeft op de zitting gezegd dat zij er naar streeft zo spoedig mogelijk een definitieve boedelbeschrijving op te stellen en aan de erfgenamen ter beschikking te stellen. De kantonrechter ziet geen aanleiding dat in twijfel te trekken en zal daarom niet overgaan tot het bevelen van [verweerder] om een boedelbeschrijving op te stellen.
6.19.
Omdat [belanghebbende 3] op dit moment begeleid wordt door de Raad voor de Kinderbescherming zijn naar het oordeel van de kantonrechter zijn belangen voldoende gewaarborgd en ziet de kantonrechter geen aanleiding verdere voorlopige voorzieningen in zijn belang te treffen.
6.20.
In de tussen partijen bestaande familierechtelijke relatie, ziet de kantonrechter aanleiding te bepalen dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.
7De beoordeling van het tegenverzoek
7.1.
De bijzonder curator heeft verzocht dezelfde voorlopige voorziening te treffen als door [verzoeker] verzocht. De kantonrechter ziet, om eerdergenoemde redenen, geen grond om de gevraagde voorzieningen te treffen.
7.2.
De bijzonder curator heeft, voor het geval de voorlopige voorzieningen niet worden getroffen, bij wijze van tegenverzoek verzocht om haar eigen ontslag. Om dat de voorzieningen niet worden getroffen, zal het verzoek van de bijzonder curator behandeld worden. De kantonrechter zal het verzoek toewijzen omdat zij van oordeel is dat voldoende is gebleken dat de belangen van [belanghebbende 3] behartigd worden. [belanghebbende 3] verblijft nu in een woonvoorzienig, er is een jeugdhulpverlener betrokken en de Raad voor de Kinderbescherming is eveneens betrokken. [verzoeker] is overigens ook met het ontslag akkoord.
7.3.
Gelet op de aard van het verzoek ziet de kantonrechter aanleiding te bepalen dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.
8De beslissing
De kantonrechter
op het verzoek
8.1.
ontslaat [verweerder] als testamentair bewindvoerder over de door erflater aan [belanghebbende 3] nagelaten goederen,
8.2.
benoemt [naam 3] ( [bewindvoering] ), [postbus] , [postcode] te [plaats 3] , tot testamentair bewindvoerder over de door erflater aan [belanghebbende 3] nagelaten goederen,
8.3.
stelt de beloning van de opvolgend testamentair bewindvoerder [naam 3] vast op zijn gebruikelijke uurloon,
8.4.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt,
8.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
8.6.
wijst het meer of anders verzochte af,
op het tegenverzoek
8.7.
ontslaat mr. M. Verkijk als bijzonder curator van [belanghebbende 3] ,
8.8.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt,
8.9.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
8.10.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 11 mei 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|