Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:14677 
 
Datum uitspraak:22-05-2026
Datum gepubliceerd:12-06-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:C/09/702122 / KG ZA 26-31 C/09/702122 / KG ZA 26-31
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Kort geding. Europese openbare aanbestedingsprocedure. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat de inschrijving van de winnaar ongeldig of irreëel is. Ook heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de beoordeling van haar inschrijving niet deugt en dat de motiveringsbeslissing ondeugdelijk is gemotiveerd. Afwijzing vorderingen.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
tarieven
wettelijke rente
 
Uitspraak
Rechtbank den haag

Team Handel - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: C/09/702122 / KG ZA 26-317


Vonnis in kort geding van 22 mei 2026


in de zaak van


SENSORNET B.V. te Den Haag,
eiseres,
advocaat mr. Tj.P. Grünbauer te Ede,

tegen:


OMGEVINGSDIENST WEST-HOLLAND te Leiden,
gedaagde,
advocaat mr. W.J.W. Engelhart en mr. A.C.M. Kusters te Utrecht.

waarin zich heeft gevoegd aan de zijde van gedaagde:


SPOTTEN B.V. te Utrecht,
advocaat mr. W.J. de Vries te Utrecht.

Partijen worden hierna ‘Sensornet’, ‘ODWH’ en ‘Spotten’ genoemd.




1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 27 maart 2026, met producties 1 tot en met 15;
- de incidentele conclusie tot voeging van Spotten;
- de conclusie van antwoord van ODWH, met producties 1 en 2;
- de akte eiswijziging en overlegging aanvullende producties van Sensornet, met producties 16 tot en met 19.



1.2.
De mondelinge behandeling vond plaats op 6 mei 2026. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten nader toegelicht, Sensornet mede aan de hand van een overgelegde pleitnota. Vonnis is bepaald op vandaag.





2Het incident tot voeging


2.1.
Spotten heeft gevorderd zich te mogen voegen aan de zijde van ODWH. Ter zitting hebben Sensornet en ODWH verklaard geen bezwaar te hebben tegen de voeging. Spotten is vervolgens toegelaten als gevoegde partij, aangezien zij daarbij een belang heeft als bedoeld in artikel 217 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Verder is niet gebleken dat de voeging aan een voortvarende afdoening van dit kort geding in de weg staat. Hierdoor ontstaat er ook geen strijd met de goede procesorde.






3De feiten

Op grond van de stukken en op grond van wat er tijdens de zitting is besproken, wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.


3.1.
ODWH heeft een Europese openbare aanbestedingsprocedure georganiseerd voor de levering, plaatsing en het beheer van een meetsysteem voor de monitoring van luchtvaartgeluid (voornamelijk afkomstig van en naar luchthaven Schiphol).



3.2.
De aanbestedingsprocedure en de eisen van de opdracht zijn nader omschreven in de aanbestedingsleidraad (hierna: de leidraad) met bijbehorende bijlagen, waaronder het programma van eisen (bijlage 3), en in de twee nota’s van inlichtingen.



3.3.
De opdracht wordt gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving, die wordt vastgesteld op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding (paragraaf 3.1.2 leidraad). De gunningscriteria prijs en kwaliteit zijn uitgewerkt in hoofdstuk 5 van de leidraad.



3.4.
Het gunningscriterium kwaliteit is opgedeeld in vier subgunningscriteria, te weten:



SG1: Plan van Aanpak;


SG2: Dataverwerking, Validatie en Informatiewaarde;


SG3: Beheer, Communicatie en Sport;


SG4: Dashboard en Gebruiksfunctionaliteit.





3.5.
In hoofdstuk 5 van de leidraad is – voor zover in deze zaak relevant – het volgende vermeld over de beoordeling van SG1 tot en met SG4:









Nr.




Toelichting






SG1




Plan van Aanpak

Het Plan van Aanpak geeft inzicht in de wijze waarop de Inschrijver de opdracht uitvoert en de kwaliteit van de aangeboden oplossing waarborgt.

Het plan dient in ieder geval aandacht te besteden aan de volgende onderdelen:
 Technische dienstverlening
Beschrijf het ontwerp van de aangeboden geluidmeetpost, inclusief meetmethodiek en benodigde voorzieningen (zoals internet- en stroomvoorziening).
 Koppeling met aanvullende datasystemen
Licht toe welke datasysteemkoppelingen noodzakelijk zijn om het meetsysteem optimaal te laten functioneren en de gewenste data te leveren.
 Indicatie meetnetwerk
Geef een onderbouwde indicatie van het aantal benodigde meetposten om voor de acht deelnemende gemeenten een dekkend en valide meetnetwerk te realiseren.
 Risicoanalyse
Werk een risicoanalyse uit waarin ten minste de volgende aspecten zijn opgenomen:
o Weersbestendigheid van de meetposten;
o Betrouwbaarheid en continuïteit van het dataplatform.

 Plaatsingsmethode
Beschrijf de verschillende wijzen waarop de meetposten kunnen worden geplaatst, geïnstalleerd en in gebruik genomen afhankelijk van de locatie.
 Meetbetrouwbaarheid en continuïteit
Licht toe hoe wordt gezorgd voor betrouwbare, reproduceerbare en nauwkeurige metingen, en beschrijf de maatregelen om continuïteit van metingen te waarborgen (zoals kalibratie, redundantie, storingsdetectie en herstelprocedures).


Beoordelingskader ‘Plan van Aanpak’

OWDH hecht waarde aan:
 Een realistisch en uitvoerbaar implementatieplan en plaatsingsmethode;
 Structuur en helderheid van het plan;
 Technische kwaliteit van het meetsysteem;
 Effectieve risicobeheersing en calamiteitenaanpak;
 Zorgvuldige en transparante maatregelen om continuïteit van metingen te waarborgen.





SG2


(…)





SG3




Beheer, Communicatie en Support

Beschrijf de organisatie van het beheer, inclusief de waarborging van de continuïteit en kwaliteit van de dienstverlening. Beschrijf tevens hoe effectieve en transparante communicatie en samenwerking met alle betrokken partijen wordt gerealiseerd.

De toelichting dient in ieder geval de volgende onderdelen te omvatten:
 Beheer en onderhoud
De onderhoudsstrategie en -frequentie (preventief en correctief) van het meetsysteem, inclusief software-updates, systeemmonitoring en beveiliging.
 Afstemming bij plaatsing
De wijze van contact en afstemming met locatiehouders en de contracthouder over de plaatsing van meetposten.
 Communicatiestructuur
Beschrijf hoe communicatie tussen alle betrokken partijen is georganiseerd, welke middelen worden ingezet en hoe eenduidige informatievoorziening wordt gewaarborgd.
 Incidentafhandeling
Geef inzicht in de procedure voor signalering, responstijden, terugkoppeling en afhandeling van incidenten of storingen in het meetsysteem, inclusief het storingsprotocol.
 Support
Beschrijf de beschikbaarheid en bereikbaarheid van de helpdesk/supportorganisatie en de wijze van rapportage over storingen, uptime en prestaties van het meetsysteem.
 Proactieve houding
Beschrijf op welke wijze actief initiatief wordt genomen wanneer verplaatsing of aanpassing van een meetpost noodzakelijk is (bijvoorbeeld door veranderende omstandigheden, optimalisatie van het meetsysteem of uitval van een meetpost).


Beoordelingskader ‘Beheer, Communicatie en Support’

ODWH hecht waarde aan:
 Heldere communicatieprocessen en korte lijnen;
 Effectieve risicobeheersing en calamiteitenaanpak;
 Tijdige signalering en proactieve opvolging van incidenten.






SG4




Dashboard en Gebruikersfunctionaliteit

Elke deelnemende gemeente dient via een eigen dashboard inzicht te krijgen in de verzamelde meetdata van de betreffende gemeente.

Na beoordeling van de schriftelijke inschrijvingen worden de Inschrijvers uitgenodigd voor een praktische demonstratie van het aangeboden dashboard. Het doel van de demonstratie is om de werking, functionaliteit en bruikbaarheid van het dashboard in de praktijk te toetsen en te beoordelen in welke mate deze voldoet aan de eisen zoals opgenomen in dit subgunningscriterium.

Tijdens de demonstratie wordt gekeken naar:
 Gebruiksvriendelijkheid, overzichtelijkheid en intuïtieve navigatie;
 Beschikbaarheid van realtime data, historische overzichten en trendvisualisaties;
 Mogelijkheden voor personalisatie per gemeente, locatie of gebruiker;
 Functionaliteiten voor data-analyse, rapportages en export (bijvoorbeeld CSV, XLSX, PDF);
 Filter- en instellingsopties voor het aanpassen van weergaven;
 Weergave van storingsmeldingen per meetpost.


Beoordelingskader ‘Dashboard en Gebruiksfunctionaliteit’

ODWH hecht waarde aan:
 Transparantie en toegankelijkheid voor gebruikers;
 Hoog gebruiksgemak en overzichtelijkheid;
 Volledige en inzichtelijke presentatie van relevante meetdata;
 Adequate functionaliteiten voor analyse, rapportage en export.









3.6.
In hoofdstuk 6 van de leidraad is beschreven hoe de inschrijvingen worden beoordeeld. De aanbestedende dienst beoordeelt eerst of de inschrijving volledig en rechtsgeldig is (paragraaf 6.1), of geen van de uitsluitingsgronden op de inschrijver van toepassing zijn en of de inschrijver aan de geschiktheidseisen voldoet (paragraaf 6.2). Uit paragraaf 6.3 volgt dat de aanbestedende dienst vervolgens beoordeelt of de inschrijving voldoet aan eisen die, bij het niet voldoen daaraan, kunnen leiden tot uitsluiting van verdere deelname aan de aanbesteding (hierna: knock-out eisen):

“6.3 Fase 3: Knock-out eisen kwaliteit
Indien fase 2 niet leidt tot uitsluiting, dan wordt uw Inschrijving verder inhoudelijk beoordeeld. De beoordeling in deze fase betreft het nalopen van de door u aangeleverde Bijlage Programma van Eisen. Indien u niet aan één of meerdere van deze eisen kan voldoen of u één of meerdere van deze eisen voorwaardelijk of met ‘nee’ hebt beantwoord, kan dit leiden tot uitsluiting van verdere deelname aan de aanbesteding.”



3.7.
De aanbestedende dienst beoordeelt dus of is voldaan aan de eisen zoals neergelegd in het programma van eisen (bijlage 3). In het programma van eisen zijn, voor zover relevant, de volgende eisen vermeld waaraan de inschrijving moet voldoen:










2.3.

Dienstverlening












Inhoud





(…)


(…)





Eis 12



Het meetsysteem moet kunnen koppelen met ten minste de volgende systemen:
- LNVL
- Weerstations




(…)


(…)





Eis 15



De leverancier test de datakwaliteit op nauwkeurigheid en volledigheid en validiteit. De data die wordt opgehaald door het meetsysteem moet een validiteit hebben van tenminste 90%. Indien dit percentage lager is, dient dit te worden aangegeven bij Opdrachtgever. De oorzaak dient onderbouwd te worden, evenals mogelijke maatregelen.








2.4.

Dashboard












Inhoud





(…)


(…)





Eis 22



Het dashboard moet minimaal de volgende functionaliteiten bieden:
­ Gemeente-specifieke toegang: Data wordt gepresenteerd afhankelijk van de inlogrechten per gemeente;
­ Realtime datavisualisatie: Geluidsdata per meetpunt(en) wordt realtime weergegeven en gepresenteerd per gemeente;
­ Historische data: Toegang tot alle gemeten data gedurende de looptijd van de overeenkomst;
­ Automatische koppeling met vluchtinformatie: Geluidsdata wordt automatisch gekoppeld aan relevante vluchtinformatie;
­ Exportmogelijkheden: Data kan geëxporteerd worden naar gangbare bestandsformaten, zoals CSV, PDF en Excel;
­ Selectiemogelijkheden: Gebruikers kunnen per meetpost selecties maken in dag, week, maand of jaar met bijbehorende datagegevens.




(…)


(…)





Eis 29



Op de dashboards per gemeente moeten minimaal de volgende gegevens overzichtelijk weergegeven zijn:
- Lden, Lnight en LAeq;
- SEL-waarden;
- Type vliegtuigen;
- Vluchtdata per meetpost (vlieghoogte, datum, tijdstip, vluchtnummer, type);
- Per dag/avond/nacht en totaal;
- Aantal vliegtuigpassages dag/avond/nacht per meetpost;
- Onderscheid vliegverkeer naar luchthavens.








3.8.
Na de beoordeling van de knock-out eisen, start de beoordeling van de gunningscriteria. Paragraaf 6.4.1 van de leidraad vermeldt dat het gunningscriterium kwaliteit wordt beoordeeld aan de hand van de toelichting op de subgunningscriteria. De inschrijvingen worden beoordeeld door een beoordelingsteam dat bestaat uit meerdere medewerkers van ODWH. SG4 wordt beoordeeld door een beoordelingsteam met een andere samenstelling, waaronder gebruikers van het dasboard. De scores per subgunningscriterium worden vastgesteld aan de hand van de volgende beoordelingstabel (paragraaf 6.4.2):










Beoordeling




Waardering




Punten





5



Uitstekend

Aan alle bij het kwaliteitscriterium genoemde aspecten wordt volledig voldaan en/of deze aspecten worden uiterst concreet (kwalitatief) onderbouwd/uitgewerkt. Bovendien worden er aanvullende, aan het betreffende kwaliteitscriterium gerelateerde onderwerpen benoemd, gemotiveerd en uitgewerkt, die naar oordeel van Opdrachtgever kunnen bijdragen aan een kwalitatief goede uitvoering van de Opdracht. Indien er al sprake is van enig commentaar dan beperkt zich dat enkel tot details.



100





4



Goed

Aan de bij het kwaliteitscriterium genoemde aspecten wordt (zo goed als) volledig voldaan en deze aspecten worden concreet (kwalitatief) onderbouwd/uitgewerkt. Slechts een beperkt aantal beoordelingsaspecten scoort minder goed.



70





3



Voldoende

Aan de bij het kwaliteitscriterium genoemde aspecten wordt grotendeels voldaan en/of deze worden voldoende concreet (kwalitatief) onderbouwd/uitgewerkt. Inschrijver weet te overtuigen zoals van een deskundig Inschrijver verwacht mag worden echter, diverse beoordelingsaspecten worden als minder goed beoordeeld.



40





2



Matig

Aan de bij het kwaliteitscriterium genoemde aspecten wordt deels voldaan en/of deze worden in mindere mate concreet (kwalitatief) onderbouwd/uitgewerkt. Inschrijver weet met de uitwerking dan ook niet direct te overtuigen doordat een substantieel deel van de beoordelingsaspecten als minder goed wordt beoordeeld.



10





1



Onvoldoende

Het blijkt onvoldoende dat aan (het merendeel van) de bij het kwaliteitscriterium genoemde aspecten wordt voldaan en/of het voldoen aan deze aspecten wordt onvoldoende concreet (kwalitatief) onderbouwd/uitgewerkt. Of inschrijver geeft in het geheel geen invulling aan het betreffende onderdeel.



0









3.9.
Verder volgt uit paragraaf 3.7.9 van de leidraad dat het inschrijvers niet is toegestaan om irreëel of manipulatief in te schrijven:

“3.7.9 Irreële of manipulatieve Inschrijving
Het indienen van een irreële of manipulatieve Inschrijving is verboden. Van een manipulatieve Inschrijving kan sprake zijn wanneer – als gevolg van miskenning door de Inschrijver van bepaalde aannames van Opdrachtgever – de beoordelingssystematiek zo wordt gemanipuleerd dat het daarmee beoogde doel, zoals bijvoorbeeld het innemen van een realistische positie, wordt verstoord. Een irreële of manipulatieve Inschrijving is ongeldig en kan terzijde gelegd worden. Een Inschrijving is in ieder geval doch niet uitsluitend manipulatief en/of irreëel als:
 Eén of meer tarieven worden aangeboden die op zichzelf beschouwd niet marktconform en/of niet realistisch zijn;
 De tarieven niet een in de branche gebruikelijke opbouw/samenhang hebben;
 Eén of meerdere tarieven de gehanteerde formule frustreren;
 Er sprake is van nultarieven;
 Er in de uitwerking van de Subgunningscriteria veelvuldig zaken worden benoemd of aangeprezen,
terwijl deze niet in het Prijzenblad worden opgenomen.”



3.10.
In de eerste nota van inlichtingen is onder 11 de volgende vraag met betrekking tot paragraaf 2.1.4 van de leidraad opgenomen, met het antwoord van ODWH daarop:



Vraag

In paragraaf [geen nummer opgenomen, voorzieningenrechter] is vermeld dat de exacte locaties van de meetposten in overleg met locatiehouder (gemeente) worden bepaald en dat de gemeente eindverantwoordelijk is voor de locatiebepaling. Tevens dient inschrijver een vaste all-in prijs per meetpunt aan te bieden. Kan opdrachtgever aangeven of er op de door de gemeente aangewezen locaties een vaste stroomvoorziening (bijvoorbeeld via openbare verlichting) beschikbaar wordt gesteld door Opdrachtgever? Of dient Inschrijver in de all-in prijs rekening te houden met kosten voor autonome energievoorziening (zoals zonnepanelen en accu’s) voor locaties waar geen netspanning voorhanden is?


Antwoord

Opdrachtgever bevestigt dat wordt uitgegaan van plaatsing van meetpunten op locaties die door de gemeente (locatiehouder) worden aangewezen. Het uitgangspunt is dat, waar beschikbaar en doelmatig, een vaste stroomvoorziening (netspanning) wordt benut.
Opdrachtgever zal in dat geval de benodigde afstemming met de locatiehouder faciliteren.
(…)
Voor locaties waar geen netspanning beschikbaar is, of waar aansluiting niet doelmatig of niet tijdig realiseerbaar is, zal Opdrachtgever in overleg treden met Opdrachtnemer. Dit valt buiten de inschrijving.



3.11.
In de tweede nota van inlichtingen is onder 7 de volgende vraag opgenomen met betrekking tot eis 2 van het programma van eisen (bijlage 3), met het antwoord van ODWH daarop:


Vraag

Het meetsysteem moet te koppelen zijn met LVNL en weerstations. Met welke data van LVNL moet er gekoppeld en hoe wordt dit gedeeld met de opdrachtnemer?


Antwoord

Relevante en geverifieerde data van LVNL wordt gebruikt ten behoeve van de informatie die in het dasboard wordt weergegeven, zoals beschreven in eis 29. Opdrachtgever verwacht van Inschrijvers dat zij weten welke koppelingen noodzakelijk zijn om aan de 90% validiteitseis (Eis 15) te voldoen.



3.12.
Zowel Sensornet als Spotten hebben op de aanbesteding ingeschreven. Bij brief van 6 maart 2026 heeft ODWH aan Sensornet meegedeeld dat zij voornemens is de opdracht aan Spotten te gunnen.



3.13.
Bij brief van 20 maart 2026 heeft Sensornet zich beklaagd over de gunningsbeslissing en verzocht om een toelichting op de door haar genoemde punten tijdens een – reeds gepland – toelichtend gesprek op 24 maart 2026.



3.14.
Op 24 maart 2026 heeft ODWH gereageerd dat zij geen aanleiding ziet om het eerder ingenomen standpunt te herzien, dat zij geen nadere inhoudelijke informatie zal verstrekken en dat zij tijdens het (op diezelfde dag geplande) gesprek uitsluitend de beoordeling van Sensornet zal toelichten.



3.15.
Op 27 maart 2026 heeft Sensornet ODWH in kort geding gedagvaard.






4Het geschil


4.1.
Sensornet vordert – zakelijk weergegeven en na eiswijziging – dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:


primair


I. ODWH gebiedt de gunningsbeslissing van 6 maart 2026 in te trekken, de inschrijving van Spotten als ongeldig uit te sluiten van deze aanbesteding en, voor zover ODWH nog tot gunning wenst over te gaan, de opdracht aan geen ander te gunnen dan aan Sensornet;


subsidiair


II. ODWH gebiedt de gunningsbeslissing van 6 maart 2026 in te trekken, de inschrijving van Spotten als onrealistisch terzijde te leggen en, voor zover ODWH nog tot gunning wenst over te gaan, de opdracht aan Sensornet te gunnen;


meer subsidiair


III. ODWH gebiedt de gunningsbeslissing van 6 maart 2026 in te trekken en beide inschrijvingen binnen vier weken na de datum van het vonnis integraal te laten herbeoordelen, althans alle inschrijvingen op gunningcriteria SG1, SG3 en SG4 te laten herbeoordelen, met inachtneming van het te wijzen vonnis, door een nieuwe beoordelingscommissie, samengesteld uit ter zake deskundige beoordelaars, waarbij kenbaar en gemotiveerd alle onderdelen van de inschrijvingen op die criteria worden besproken in de herbeoordeling, en op basis van de resultaten van die herbeoordeling een nieuwe gunningsbeslissing te nemen, waartegen de gebruikelijke rechtsmiddelen open staan;


nog meer subsidiair


IV. ODWH gebiedt de gunningsbeslissing van 6 maart 2026 in te trekken en opnieuw en thans deugdelijk te motiveren, door bij de beoordeling van gunningcriteria SG1, SG2 en SG4 kenbaar en gemotiveerd alle onderdelen van de inschrijving op die criteria te bespreken in de beoordeling, met inachtneming van het te wijzen vonnis, en op basis van het resultaat van die beoordeling een nieuwe gemotiveerde gunningsbeslissing te nemen, waartegen de gebruikelijke rechtsmiddelen open staan;

met veroordeling van Sensornet in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente.



4.2.
Het standpunt van Sensornet komt er in de kern op neer dat (i) de inschrijving van Spotten ongeldig is, (ii) de inschrijving van Spotten onrealistisch is, (iii) ODWH de inschrijving van Sensornet onjuist heeft beoordeeld en (iv) ODWH de gunningsbeslissing onvoldoende heeft gemotiveerd.



4.3.
ODWH en Spotten voeren verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.





5De beoordeling van het geschil


5.1.
In dit kort geding moet worden beoordeeld of aanleiding bestaat om ODWH te verplichten om (i) de inschrijving van Spotten uit te sluiten althans (ii) terzijde te leggen en de opdracht aan Sensornet te gunnen, of (iii) de inschrijvingen te laten herbeoordelen door een nieuwe beoordelingscommissie of (iv) de gunningsbeslissing deugdelijk te motiveren. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat daar geen aanleiding voor. Dat oordeel wordt hierna uitgelegd.


(i) Ongeldige inschrijving Spotten?




5.2.
Sensornet stelt ten eerste dat Spotten een ongeldige inschrijving heeft gedaan, omdat haar inschrijving niet voldoet aan de eisen 12 en 29 uit het programma van eisen. Eis 12 bepaalt dat het meetsysteem moet kunnen koppelen met LVNL en eis 29 schrijft voor welke gegevens op de dashboards per gemeente overzichtelijk weergegeven moeten zijn, zoals de vluchtdata per meetpost (vlieghoogte, datum, tijdstip, vluchtnummer, type) en het onderscheid van vliegverkeer naar luchthavens. Volgens Sensornet wordt met de (in eis 12 voorgeschreven) koppeling met LVNL bedoeld dat het meetsysteem via het systeem van LVNL direct toegang moet hebben tot gegevens op het punt van vluchtinformatie. Het gaat volgens haar daarbij om real time of historische vluchtdata van LVNL, zoals vluchtnummers, vlieghoogtes, tijdstippen en vliegtuigtypes. Volgens Sensornet voldoet Spotten niet aan die eis, omdat de koppeling die Spotten met LVNL heeft, een zogenoemde open source koppeling met het Geoportaal van LVNL is. Het Geoportaal bevat alleen statische, geografische datasets en kaarten en geen real time vluchtinformatie. Nu Spotten niet de volgens Sensornet vereiste koppeling met LVNL heeft en niet over door LVNL geverifieerde vluchtdata beschikt, moet de inschrijving van Spotten ongeldig worden verklaard, aldus Sensornet. ODWH en Spotten betwisten deze stellingen van Sensornet. Volgens hen kan uit de formulering van eis 12 (en de overige aanbestedingsstukken) niet worden afgeleid dat het meetsysteem de door Sensornet bedoelde koppeling met LVNL moet hebben en voldoet de inschrijving van Spotten wel degelijk aan de eisen.



5.3.
De vraag die de voorzieningenrechter moet beantwoorden, is of de in eis 12 bedoelde koppeling inhoudt dat het meetsysteem moet kunnen koppelen met alle data van LVNL, en dus ook direct toegang moet hebben tot deze (door LVNL geverifieerde) vluchtdata. Daarbij komt het aan op de uitleg van de aanbestedingsstukken. Naar vaste jurisprudentie brengen de toepasselijke beginselen van transparantie en gelijkheid mee dat het er bij de uitleg van de aanbestedingsstukken om gaat hoe een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende gegadigde een criterium heeft kunnen begrijpen. Hierbij moet worden uitgegaan van de zogenoemde ‘cao-norm’: de bewoordingen van het criterium – gelezen in het licht van de gehele tekst van de overige (relevante) aanbestedingsstukken – zijn van doorslaggevende betekenis, waarbij het aankomt op de betekenis die – naar objectieve maatstaven – volgt uit de bewoordingen waarin die stukken zijn opgesteld.



5.4.
De voorzieningenrechter is met ODWH en Spotten van oordeel dat uit de aanbestedingsstukken redelijkerwijs niet kan worden afgeleid dat het meetsysteem moet beschikken over een directe koppeling met alle data van LVNL, waaronder (door LVNL geverifieerde) vluchtinformatie. Eis 12 schrijft slechts voor dat het meetsysteem moet kunnen koppelen met LVNL. In deze eis wordt niet gespecificeerd hoe die koppeling er precies uit moet zien (met andere woorden: met welke data uit het systeem van LVNL moet worden gekoppeld). Tijdens de inlichtingenfase heeft één van de inschrijvers daarnaar geïnformeerd en aan ODWH gevraagd met welke data van LVNL moet worden gekoppeld (vraag 7 tweede nota van inlichtingen, zie hiervoor bij 3.11). Daarop heeft ODWH geantwoord dat “relevante en geverifieerde data van LVNL wordt gebruikt ten behoeve van de informatie die in het dashboard wordt weergegeven, zoals beschreven in eis 29” en dat “Opdrachtgever verwacht van Inschrijvers dat zij weten welke koppelingen noodzakelijk zijn om aan de 90% validiteitseis (Eis 15) te voldoen.” Uit het eerste deel van het antwoord volgt alleen dat (relevante en geverifieerde) data van LVNL wordt gebruikt voor het dashboard, maar laat in het midden om welke data het specifiek gaat. Uit het tweede deel van het antwoord blijkt dat ODWH ruimte laat voor de inschrijvers om zelf te bepalen welke soort koppelingen met (onder andere) LVNL) noodzakelijk zijn om aan de 90% validiteitseis te voldoen. Een behoorlijk geïnformeerd en normaal oplettende inschrijver mocht er op basis van de formulering van eis 12 en het antwoord op vraag 7 in de tweede nota van inlichtingen van uitgaan dat een koppeling met LVNL is vereist, maar het aan de inschrijver zelf is om te bepalen welke koppelingen noodzakelijk zijn, zolang maar aan de validiteitseis wordt voldaan. Hieruit volgt logischerwijs ook dat inschrijvers ervoor kunnen kiezen om de bij eis 29 bedoelde vluchtinformatie via een andere bron te verkrijgen, uiteraard als daardoor wel wordt voldaan aan de validiteitseis. Dat Spotten niet beschikt over een volledige koppeling met (alle data van) LVNL, maakt haar inschrijving dus niet ongeldig. De vordering van Sensornet tot uitsluiting van de inschrijving van Spotten wegens ongeldigheid (vordering I) zal daarom worden afgewezen.


(ii) Irreële inschrijving Spotten?




5.5.
Ten tweede stelt Sensornet zich op het standpunt dat de inschrijving van Spotten onrealistisch (de voorzieningenrechter begrijpt: irreëel) is. Van een irreële inschrijving is sprake als op voorhand vaststaat of als uit onderzoek blijkt dat de inschrijver haar inschrijving (op onderdelen) niet waar zal kunnen maken. Daarbij geldt dat de aanbestedende dienst bij de beoordeling van de inschrijvingen in beginsel moet uitgaan van de juistheid van de verklaring van een inschrijver dat de inschrijving aan de gestelde eisen voldoet. Bij de beantwoording van de vraag of een inschrijving irreëel is, is het binnen het bestek van een kort geding aan de eisende partij om eerst voldoende concreet te stellen, en zo nodig met stukken te onderbouwen, dat haar concurrent een niet realistische en/of marktconforme inschrijving heeft gedaan en om concreet uiteen te zetten waarom deze haar inschrijving niet gestand kan doen. Pas als twijfel mogelijk is over het realistische gehalte van de inschrijving dient de aanbestedende dienst voldoende inzichtelijk te maken dat en waarom aan de door haar gestelde eisen en voorwaarden wordt voldaan.



5.6.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft Sensornet onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het zonder de door haar voorgestane koppeling met LVNL niet mogelijk is om aan de validiteitseis te voldoen en de inschrijving van Spotten daarmee irreëel is. Sensornet stelt dat een volledige koppeling met de data van LVNL de enige verantwoorde manier is om relevante en geverifieerde gegevens te verkrijgen, maar ODWH heeft die stelling weersproken door erop te wijzen dat Spotten een andere werkwijze heeft dan Sensornet en zij voor het verkrijgen van data ook andere bronnen gebruikt dan LVNL, waarbij door Spotten is verklaard dat alle in eis 29 voorgeschreven informatie beschikbaar zal zijn. Sensornet heeft haar stelling vervolgens niet nader onderbouwd, zodat naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen reden bestaat om op voorhand te twijfelen aan het realistisch gehalte van de inschrijving van Spotten. Daarbij weegt mee dat uit de aanbestedingsstukken ook niet af te leiden valt dat alle in eis 29 opgenomen informatie geverifieerd dient te worden door LVNL.



5.7.
Verder is ook niet gebleken dat de inschrijving van Spotten op het onderdeel planning onrealistisch is, zoals Sensornet stelt. Zoals hiervoor is overwogen, volgt uit het programma van eisen niet dat inschrijvers moeten beschikken over de door Sensornet voorgestane volledige koppeling met LVNL. De voorzieningenrechter gaat daarom voorbij aan de stelling van Sensornet dat Spotten die koppeling nog zou moeten aanvragen en daarmee niet aan de planning kan voldoen. Ook de enkele verwijzing van Sensornet naar het feit dat Spotten geen referentie heeft voor een geluidspostennetwerk en een beroep heeft gedaan op de in de leidraad geformuleerde uitzonderingsregel en in plaats van een referentie een uitgebreid plan van aanpak heeft ingediend, is onvoldoende om aan te nemen dat Spotten er niet in zal slagen om de gevraagde producten en diensten tijdig te leveren. Deze stelling is suggestief en onvoldoende geconcretiseerd. Hetzelfde geldt voor de stelling van Sensornet dat de planning voor een kleine en nieuwe onderneming als Spotten niet realistisch is.



5.8.
Uit het voorgaande volgt dat Sensornet niet aannemelijk heeft gemaakt dat Spotten een irreële inschrijving heeft gedaan. Voor toewijzing van de vordering tot terzijdelegging van de inschrijving van Spotten (vordering II) bestaat dus geen grond.


(iii) Onjuiste beoordeling inschrijving Sensornet?




5.9.
Het derde bezwaar van Sensornet komt erop neer dat ODWH haar inschrijving op drie van de vier onderdelen van het gunningscriterium kwaliteit onjuist heeft beoordeeld. De voorzieningenrechter zal deze bezwaren per subgunningscriterium bespreken.



5.10.
Bij de beoordeling stelt de voorzieningenrechter voorop dat aan enige mate van subjectiviteit bij de beoordeling van de door ODWH gehanteerde gunningscriteria niet te ontkomen valt. Dat brengt weliswaar enige spanning teweeg met de objectieve beoordelingssystematiek van het aanbestedingsrecht en de daarop toepasselijke beginselen van transparantie en gelijke behandeling, maar het behoeft nog niet mee te brengen dat ook daadwerkelijk sprake is van strijd met dat recht en/of die beginselen. Van belang is dat (i) het voor een potentiële inschrijver duidelijk is wat er van hem wordt verwacht, (ii) de inschrijvingen aan de hand van een zo objectief mogelijk systeem worden beoordeeld en (iii) de gunningsbeslissing zodanig inzichtelijk wordt gemotiveerd dat het voor een afgewezen inschrijver mogelijk is om de wijze waarop de beoordeling heeft plaatsgevonden te toetsen. Voor het overige komt aan de voorzieningenrechter slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van kwalitatieve criteria. Aan de aangewezen beoordelingscommissie, waarvan de deskundigheid in beginsel moet worden aangenomen, moet de nodige beoordelingsruimte worden gegund, mede omdat de rechter geen specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. Alleen als sprake is van een onbegrijpelijke beoordeling, dan wel procedurele of inhoudelijke onjuistheden en/of onduidelijkheden die zouden kunnen meebrengen dat de gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter.







SG 1: Plan van Aanpak



Onderscheiden van vliegtuiggeluid




5.11.
Sensornet verzet zich tegen het oordeel van de beoordelingscommissie dat een concrete uitwerking ontbreekt over hoe vliegtuiggeluid wordt onderscheiden van andere geluiden. Volgens Sensornet heeft de beoordelingscommissie een onjuiste toets gehanteerd, omdat een dergelijk onderscheid iets is dat bij subgunningscriterium 2 (‘Validatie’) thuishoort en er daar ook expliciet naar is gevraagd. De voorzieningenrechter volgt haar niet in dat bezwaar. ODWH heeft er terecht op gewezen dat bij de uitvraag in SG1 wordt verzocht om toe te lichten hoe wordt gezorgd voor betrouwbare, reproduceerbare en nauwkeurige metingen, en de maatregelen te beschrijven om continuïteit van metingen te waarborgen. Dat de beoordelingscommissie bij de uitwerking van Sensornet op dit onderdeel graag had gezien dat Sensornet in haar aanpak had toegelicht hoe vliegtuiggeluid wordt onderscheiden van andere geluiden, valt binnen haar beoordelingsvrijheid en dat oordeel acht de voorzieningen-rechter ook niet onbegrijpelijk.


Netspanning




5.12.
Ook heeft Sensornet bezwaar geuit tegen het oordeel van de beoordelingscommissie dat Sensornet niet heeft uitgewerkt hoe wordt gehandeld als reguliere netspanning ontbreekt. Volgens Sensornet is dat onterecht, omdat uit het antwoord op vraag 11 van de eerste nota van inlichtingen (zie hiervoor bij 3.10) volgt dat in zo’n geval overleg met de opdrachtnemer wordt gezocht en – zo begrijpt de voorzieningenrechter – nadere uitwerking op dat punt dus niet nodig is. De voorzieningenrechter gaat daar niet in mee. Zoals ODWH terecht heeft opgemerkt, heeft het antwoord op vraag 11 betrekking op het ontbreken van netspanning bij de plaatsing van een meetpunt, en niet op het uitvallen van netspanning op een later moment. In de uitvraag bij SG1 is op het onderdeel ‘risicoanalyse’ gevraagd om een risicoanalyse uit te werken waarin ten minste de weerbestendigheid en de betrouwbaarheid en continuïteit van het dataplatform aan bod komen. Dat de beoordelingscommissie op dit onderdeel een uitwerking van het scenario bij het uitvallen van de (reguliere) netspanning heeft gemist, acht de voorzieningenrechter niet onbegrijpelijk.


Plaatsingsmethode




5.13.
De voorzieningenrechter gaat verder voorbij aan het bezwaar dat Sensornet maakt tegen het kritiekpunt van de beoordelingscommissie dat Sensornet bij de plaatsingsmethode uitsluitend ingaat op platte daken en niet op andere methoden/locaties, terwijl de plaatsing op platte daken niet de enige gangbare situatie is. Volgens Sensornet maakt de beoordelingscommissie dit kritiekpunt te groot, omdat plaatsing op een andere manier dan op een plat dak in de praktijk maar weinig voorkomt. Dat neemt echter niet weg dat de uitvraag op dit punt (zie hiervoor bij 3.5) vraagt om “de verschillende wijzen” te beschrijven waarop de meetposten kunnen worden geplaatst, geïnstalleerd en in gebruik genomen afhankelijk van de locatie. De beoordelingscommissie heeft gesignaleerd dat Sensornet in haar inschrijving maar op één plaatsingswijze is ingegaan en dat acht de voorzieningenrechter, gelet op de uitvraag, niet onbegrijpelijk. In het verlengde daarvan valt niet in te zien waarom de deskundigheid van de beoordelingscommissie in twijfel zou moeten worden getrokken, zoals Sensornet betoogt.



5.14.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de beoordelingscommissie bij SG1, gelet op de onder 5.11 tot en met 5.13 genoemde kritiekpunten, in redelijkheid tot een score ‘matig’ heeft kunnen komen.


SG 3: Beheer, Communicatie en Support



Afstemming bij plaatsing




5.15.
Sensornet maakt verder bezwaar tegen de beoordeling van de beoordelingscommissie over haar uitwerking bij SG3. De beoordelingscommissie heeft bij dit onderdeel geoordeeld dat de uitwerking van Sensornet kort en summier is. Daarbij heeft de beoordelingscommissie vermeld dat Sensornet de onderhoudsstrategie en frequentie heeft benoemd, maar zonder concrete termijnen of detaillering van onderhoudsaanpak. Ook is volgens haar onvoldoende duidelijk hoe en door wie een potentiële locatie wordt doorgegeven en op welke wijze de opdrachtgever en gemeente gedurende het proces worden geïnformeerd. Sensornet acht deze kritiek onterecht, omdat zij in haar inschrijving heeft vermeld dat storingen automatisch worden gesignaleerd en zij verder een helder procesverloop heeft beschreven. Ook wijst zij erop dat uit het antwoord op vraag 11 van de eerste nota van inlichtingen (zie hiervoor bij 3.10) volgt dat de gemeente de betreffende locatie aanwijst, Sensornet vervolgens de opdrachtgever (ODWH hetzij de betreffende gemeente) informeert en dat dit –in zijn kortheid– duidelijk is. De voorzieningenrechter gaat ook aan dit bezwaar voorbij. ODWH heeft er terecht op gewezen dat Sensornet in haar inschrijving beschrijft dat communicatie plaatsvindt, maar verder niet heeft geconcretiseerd hoe dat precies in zijn werk gaat: wie met wie communiceert, wanneer en hoe. Kennelijk had de beoordelingscommissie op dit punt een gedetailleerdere uitwerking van Sensornet gewenst en dat acht de voorzieningenrechter, mede gelet op het feit dat ODWH waarde hecht aan heldere communicatieprocessen (zie hiervoor bij 3.5) en de dienstverlening die hier aan de orde is, niet onbegrijpelijk. Ook de stelling van Sensornet dat ODWH haar ten onrechte heeft afgerekend op het gebruik van het woord ‘bewoner’ terwijl duidelijk was dat zij daarmee ‘locatiehouder’ bedoelde, kan haar niet baten. Zelfs als het hier ging om een verschrijving van Sensornet, doet dat niet af aan de hiervoor omschreven meer algemene kritiek van de beoordelingscommissie, die naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid de score ‘voldoende’ rechtvaardigt.


SG4: Dashboard en Gebruiksfunctionaliteit



Intuïtiviteit en burgers




5.16.
Een andere klacht van Sensornet is dat de beoordelingscommissie bij SG4 heeft geoordeeld dat het dashboard ‘wat ouderwets oogt’, niet erg intuïtief en interactief wordt bevonden en wordt betwijfeld of een burger ook zijn weg erop weet te vinden. Volgens Sensornet gaat het om een subjectief esthetisch oordeel dat geen substantiële puntenaftrek rechtvaardigt. Ook stelt zij dat de beoordelingscommissie ten onrechte inzoomt op burgers als één van de gebruiksgroepen, terwijl wordt gesproken over ‘gebruikers’, en dat het dashboard bovendien al jaren door burgers in de betrokken gemeenten wordt gebruikt en Sensornet geen klachten of signalen heeft ontvangen dat die burgers hun weg niet zouden weten te vinden. Deze stellingen kunnen Sensornet niet baten. Uit de uitvraag op dit onderdeel (zie hiervoor bij 3.5) volgt dat de beoordelingscommissie de gebruiksvriendelijkheid, overzichtelijkheid en intuïtieve navigatie van het dashboard beoordeelt en bovendien waarde hecht aan transparantie en toegankelijkheid voor gebruikers. Het oordeel van de beoordelingscommissie over de esthetiek van het dashboard en de bevindingen bij het gebruik past daar alleszins binnen. Verder acht de voorzieningenrechter het niet onbegrijpelijk dat de beoordelingscommissie specifiek is ingegaan op het gebruik van het dashboard door burgers c.q. inwoners van de gemeente, nu niet ter discussie staat dat zij een belangrijke gebruiksgroep vormen. Dat de beoordelingscommissie er op basis van de demonstratie niet van overtuigd is geraakt dat burgers hun weg weten te vinden bij het gebruik van het door Sensornet gepresenteerde dashboard, valt binnen haar beoordelingsvrijheid en is naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet onbegrijpelijk.


Exportfunctie




5.17.
Ook de stelling dat de beoordelingscommissie ten onrechte heeft geoordeeld dat gebruikers de data op dit moment niet zelf kunnen exporteren, kan Sensornet niet baten. Hoewel Sensornet erop heeft gewezen dat een rapportage kan worden gedownload in ‘CSV’, heeft ODWH in haar conclusie van antwoord toegelicht dat de kritiek van de beoordelingscommissie erop ziet dat voor specifiek burgers (de gebruiksgroep inwoners) geen exporteerknop in het door Sensornet aangeboden –en tijdens de demonstratie gepresenteerde– dashboard zit. Dat tijdens de demonstratie zou zijn besproken dat de exportfunctie voor burgers mogelijk is, zoals Sensornet stelt, maakt dat niet anders. De beoordelingscommissie heeft bij de beoordeling immers uit te gaan van de inschrijving zoals door Sensornet is ingediend.



5.18.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de beoordelingscommissie bij SG4 in redelijkheid heeft kunnen komen tot de gegeven beoordeling ‘goed’.



5.19.
Gelet op al het voorgaande concludeert de voorzieningenrechter dat Sensornet niet aannemelijk heeft weten te maken dat bij de door haar genoemde onderdelen bij SG1, SG2 en SG4 sprake is van een onbegrijpelijke of evident onjuiste beoordeling, dan wel dat er procedurele of inhoudelijke onjuistheden en/of onduidelijkheden kleven aan de beoordeling, die ertoe zouden moeten leiden dat de voorzieningenrechter – ondanks de beperkte toetsingsruimte zoals vermeld onder 5.10 – moet concluderen dat de beoordeling van de inschrijving van Sensornet door de beoordelingscommissie niet deugt. Voor de gevorderde hernieuwde beoordeling van de inschrijving van Sensornet, laat staan die van Spotten, door een nieuwe beoordelingscommissie is dus geen plaats. Dat betekent dat vordering III zal worden afgewezen.


(iv) Ondeugdelijke motivering gunningsbeslissing?




5.20.
Tot slot stelt Sensornet dat de beoordeling van ODWH te summier is in relatie tot de ingediende inschrijving. Volgens Sensornet bespreekt de gunningsbrief per gunningscriterium slechts enkele kritiekpunten en laat de overige aspecten onbesproken. Zo worden bij SG1 drie punten genoemd op een uitwerking van acht pagina’s en bij SG4 worden vier van de zes te beoordelen aspecten in het geheel niet besproken, aldus Sensornet. Volgens Sensornet kan zij niet nagaan waarom zij punten heeft verloren op de niet-besproken onderdelen en dat is volgens haar in strijd met artikel 2.130 Aanbestedingswet (Aw) en met antwoord 5 van de eerste nota van inlichtingen, waarin ODWH heeft bevestigd dat in de gunningsbrief uitgebreid zou worden ingegaan op de behaalde score en de bijbehorende beoordeling. Ook blijft de vergelijking met de winnende inschrijving steken in algemeenheden, aldus Sensornet.



5.21.
De voorzieningenrechter volgt ODWH daarin niet. Uit artikel 2.130 Aw volgt dat de mededeling van de gunningsbeslissing de relevante redenen moet bevatten voor die beslissing en dat daaronder in ieder geval wordt verstaan de kenmerken en relatieve voordelen van de uitgekozen inschrijving, alsmede de naam van de begunstigde of de partijen bij de raamovereenkomst. Volgens de parlementaire geschiedenis van dit artikel ligt het, indien de aanbestedende dienst (zoals hier) het criterium ‘economisch meest voordelige inschrijving’ heeft gehanteerd, in de rede dat de aan de inschrijvingen toegekende scores en de relatieve positie van de afgewezen inschrijver ten opzichte van de geselecteerde inschrijver ter onderbouwing van de mededeling van de gunningsbeslissing door de aanbestedende dienst worden meegezonden. Hoewel een precieze invulling van de relevante redenen afhankelijk is van de omstandigheden van het geval, geldt in zijn algemeenheid dat de relevante redenen onder meer de volgende elementen zullen bevatten:



bekendmaking van de eindscores van zowel de afgewezen inschrijver als van de geselecteerde inschrijver;


bekendmaking van de scores van de afgewezen inschrijver op specifieke kenmerken en de reden(en) waarom op dat specifieke kenmerk eventueel niet een hogere score is toegekend.





5.22.
Anders dan Sensornet stelt, is de voorzieningenrechter van oordeel dat uit de gunningsbeslissing voldoende blijkt waarom Sensornet op de verschillende subgunningscriteria niet een hogere score heeft toegekend. De beoordelingscommissie heeft geoordeeld dat Sensornet op onderdelen steken heeft laten vallen en zij heeft hier per subgunningscriterium ook specifieke voorbeelden bij genoemd. Zoals hiervoor is overwogen, heeft Sensornet onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de beoordelingscommissie niet tot haar oordeel heeft kunnen komen. Ook valt zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet in te zien dat de beoordelingscommissie aspecten onbesproken zou hebben gelaten terwijl dat wel tot puntenverlies zou hebben geleid, zoals Sensornet stelt.



5.23.
Verder biedt de gunningsbeslissing voldoende inzicht in de relevante verschillen tussen de inschrijving van Sensornet enerzijds en die van Spotten als winnende inschrijver anderzijds. ODWH heeft de scores van Sensornet op de verschillende (sub)gunningscriteria afgezet tegen die van de overige inschrijvers (Spotten) en daaruit valt de relatieve positie van Sensornet ten opzichte van Spotten af te leiden. Ook heeft ODWH op de subgunningscriteria waar Sensornet lager heeft gescoord dan Spotten een toelichting gegeven over de kenmerken en relatieve voordelen van de inschrijving van Spotten. Die toelichting is weliswaar in algemene bewoordingen gegeven, maar die bewoordingen sluiten aan bij de gehanteerde beoordelingsmaatstaf. De toelichting is summier, maar de op een aanbestedende dienst rustende motiveringsverplichting reikt niet zover dat hij gehouden is afgewezen inschrijvers meer gedetailleerd opgave te doen van de aanbieding van de winnende inschrijver; het ligt in de rede dat die aanbieding bedrijfsvertrouwelijke informatie bevat die de aanbestedende dienst niet prijs mag geven. De conclusie is dat Sensornet met de verstrekte gegevens voldoende in staat moet worden geacht om te beoordelen of het zinvol is om een juridische procedure te starten.



5.24.
Nu niet is gebleken dat de gunningsbeslissing ondeugdelijk is gemotiveerd, is voor de door Sensornet onder IV. gevorderde gebod geen ruimte. Deze vordering wordt daarom afgewezen.



Slotsom en proceskosten




5.25.
Slotsom is dat niet is gebleken dat de inschrijving van Spotten ongeldig of irreëel is, noch dat ODWH evidente beoordelingsfouten heeft gemaakt bij de beoordeling van de inschrijving van Sensornet of het beoordelingskader onjuist heeft toegepast en dat moet worden geoordeeld dat ODWH de gunningsbeslissing deugdelijk heeft gemotiveerd. Voor de gevorderde intrekking van de gunningsbeslissing en de uitsluiting/terzijdelegging van de inschrijving van Spotten, althans herbeoordeling van de inschrijvingen, althans een gebod tot deugdelijke motivering van de gunningsbeslissing is dus geen plaats. De vorderingen van Sensornet zullen daarom worden afgewezen.



5.26.
Sensornet is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van zowel ODWH als Spotten betalen. De proceskosten van Spotten en ODWH worden, ieder afzonderlijk, begroot op:
- griffierecht € 735
- salaris advocaat € 1.177
- nakosten € 189 (plus de verhoging zoals vermeld in de
beslissing)
Totaal € 2.101



5.27.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.






6De beslissing

De voorzieningenrechter:


6.1.
wijst de vorderingen van Sensornet af;



6.2.
veroordeelt Sensornet in de proceskosten van zowel ODWH als Spotten van ieder € 2.101, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Sensornet niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Sensornet € 98 extra aan de betreffende partij betalen, plus de kosten van betekening;



6.3.
veroordeelt Sensornet in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;



6.4.
verklaart de onder 6.2 en 6.3 opgenomen veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026.

fjs
Link naar deze uitspraak