Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBDHA:2026:17763 
 
Datum uitspraak:30-06-2026
Datum gepubliceerd:30-06-2026
Instantie:Rechtbank Den Haag
Zaaknummers:NL25.62211
Rechtsgebied:Vreemdelingenrecht
Indicatie:mvv-aanvraag voor het verblijfsdoel “verblijf als familie- of gezinslid” bij referent - ongegrond - middelenvereiste .
Trefwoorden:arbeidsovereenkomst
rittenregistratie
 
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.62211

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. A.S. Sewman),

en

de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. L. Maring).


Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit waarin het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf voor het verblijfsdoel ‶verblijf als familie- of gezinslidʺ bij [Naam 2]
(referent) ongegrond is verklaard.


1.1
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.




Procesverloop

2. Eiseres heeft op 2 mei 2024 een mvv-aanvraag voor het verblijfsdoel “verblijf als familie- of gezinslid” bij referent ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 24 oktober 2024 afgewezen. Eiseres heeft hiertegen een bezwaarschrift ingediend.

3. Met het bestreden besluit van 20 november 2025 heeft de minister het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard, waarmee de afwijzing van de aanvraag door de minister in stand is gelaten.

4. De rechtbank heeft het door eiseres ingestelde beroep tegen de beslissing op bezwaar op 9 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Referent en de gemachtigde van eiseres zijn met voorafgaand bericht van verhindering niet op de zitting verschenen.



Beoordeling door de rechtbank

5. De minister heeft in het bestreden besluit van 20 november 2025 het primaire besluit gehandhaafd en het bezwaar ongegrond verklaard. In dat besluit handhaaft de minister het standpunt dat niet wordt voldaan aan het middelenvereiste. Daaraan legt de minister – samengevat – ten grondslag dat de overgelegde inkomensbewijsstukken op relevante onderdelen tegenstrijdigheden bevatten. De minister heeft naar aanleiding hiervan op 28 mei 2025 aan de afdeling Handhaving, Toezicht en Onderzoek (HTO) gevraagd om het dienstverband van referent nader te onderzoeken. Uit dat rapport blijkt er sprake is van onduidelijkheden en tegenstrijdigheden in de afgelegde verklaringen op essentiële onderdelen en onregelmatigheden met betrekking tot het gestelde dienstverband. Volgens de minister maken deze omstandigheden het gestelde dienstverband ongeloofwaardig, zodat niet is aangetoond dat referent zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt.


Standpunten eiseres

6. Eiseres voert – samengevat – aan dat de minister ten onrechte heeft aangenomen dat sprake is van een fictief dienstverband of frauduleus handelen. Referent heeft verklaard dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en niet voor onbepaalde tijd. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst en de werkgeversverklaring kennelijk niet met de juiste zorgvuldigheid opgesteld. Dat referent vrijwel direct na het besluit in primo een baan in loondienst heeft gevonden is verder niet opmerkelijk, nu referent de baan heeft aangenomen om te kunnen voldoen aan het middelenvereiste. Het rapport van bevindingen van HTO noemt daarnaast mogelijk enkele onregelmatigheden, maar hieruit valt niet ondubbelzinnig af te leiden dat sprake is van fraude. De ex-werkgever van referent is een goede vriend van hem, waardoor referent geen strikte werktijden had en zijn uren ook op andere momenten mocht inhalen. De rekeningafschriften van referent vertonen verder geen onregelmatigheden. Volgens eiseres beschikte referent daadwerkelijk dan ook over inkomsten uit arbeid en zijn de geconstateerde onregelmatigheden onvoldoende om fraude of een fictief dienstverband aan te nemen. Daarom is ten onrechte overwogen dat niet aan het middelenvereiste werd voldaan.


Het oordeel van de rechtbank

7. De rechtbank stelt vast dat het beroep van eiseres is gericht tegen de afwijzing van de mvv-aanvraag wegens het niet voldoen aan het middelenvereiste. Daarbij is in geschil of de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het door referent opgegeven inkomen uit arbeid niet als daadwerkelijk genoten inkomen kan worden aangemerkt. Tussen partijen is niet in geschil dat de inkomsten uit de onderneming van referent op zichzelf onvoldoende waren om aan het middelenvereiste te voldoen. Ook heeft referent geen verlenging van zijn dienstverband ontvangen. Het geschil beperkt zich daarom tot de vraag of de minister de inkomsten uit het gestelde dienstverband terecht buiten beschouwing heeft gelaten bij de beoordeling van het middelenvereiste.

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op grond van de beschikbare gegevens terecht op het standpunt gesteld dat niet is voldaan aan het middelenvereiste. De minister heeft hierbij gewezen op de arbeidsovereenkomst en de werkgeversverklaring waarin is opgenomen dat referent een baan voor onbepaalde tijd heeft, terwijl uit de loonstroken volgt dat het een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd betreft. Dat de werkgever de stukken niet met de juiste zorgvuldigheid zou hebben opgesteld, wat daarvan ook zij, laat onverlet dat de stukken op relevante onderdelen tegenstrijdigheden bevatten. De minister heeft verder verwezen naar het rapport van bevindingen van HTO waarin verschillende onduidelijkheden en inconsistenties naar voren zijn gekomen over de werkzaamheden, werktijden, aanwezigheid op de werkplek en de combinatie van het gestelde dienstverband met de werkzaamheden voor het eigen taxibedrijf. Dat de ex-werkgever een vriend was, referent geen strikte werktijden zou hebben gehad en zijn bankafschriften geen onregelmatigheden zouden vertonen, leidt niet tot een ander oordeel. De minister heeft in dit kader terecht overwogen dat uit het rapport van bevindingen van HTO volgt dat de ex-werkgever en referent tegenstrijdige en wisselende verklaringen hebben afgelegd over de werktijden. Daarnaast volgt uit het rapport van bevindingen van HTO dat referent niet (direct) aanwezig was tijdens de werkplekcontroles en dat de data van de werkplekcontroles voorkomen in de rittenregistratie die op de chauffeurspas van referent zijn geregistreerd. Het enkele feit dat de bankafschriften geen onregelmatigheden zouden vertonen betekent verder niet dat reeds hierom van het dienstverband moet worden uitgegaan. De rechtbank stelt vast dat het rapport van bevindingen van HTO meerdere overige inconsistenties benoemt, die door eiseres niet zijn betwist. Gelet op het geheel van de bevindingen heeft de minister zich naar het oordeel van de rechtbank dan ook terecht op het standpunt gesteld dat de gestelde inkomsten uit arbeid niet konden worden betrokken bij de beoordeling van het middelenvereiste. Het betoog slaagt niet.



Conclusie en gevolgen

9. De rechtbank is van oordeel dat de minister de mvv-aanvraag van eiseres terecht heeft afgewezen. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht is bij deze uitkomst geen aanleiding.



Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A. Hoekstra - Verbeek, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:




Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.


Mvv-aanvraag.
Link naar deze uitspraak