|
|
|
| ECLI:NL:RBMNE:2026:3816 | | | | | Datum uitspraak | : | 01-07-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 01-07-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Midden-Nederland | | Zaaknummers | : | 12212635 AV EXPL 26-27 L | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Volgt | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | | Uitspraak | RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Amersfoort
Zaaknummer: 12212635 \ AV EXPL 26-27 LV/58599
Vonnis in kort geding van 1 juli 2026
in de zaak van
STICHTING PORTAAL,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Portaal,
gemachtigde: mr. K.J. van Bergenhenegouwen,
tegen
[gedaagde partij]
,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
gemachtigde: mr. J.A. Spigt.
1De procedure
1.1.
Portaal heeft [gedaagde partij] op 28 mei 2026 in kort geding gedagvaard voor de kantonrechter. De kantonrechter heeft een mondelinge behandeling bepaald. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft [gedaagde partij] 20 producties overgelegd en heeft Portaal twee aanvullende producties overgelegd. De 20 producties van [gedaagde partij] hadden door interne vertraging de kantonrechter op het moment van de mondelinge behandeling nog niet bereikt, maar de kantonrechter heeft deze tijdens de mondelinge behandeling bekeken en [gedaagde partij] heeft hierbij een toelichting kunnen geven.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 19 juni 2026 plaatsgevonden. Namens Portaal waren de heer [A] , bewonersbegeleider, en mevrouw [B] , sociaal projectleider, aanwezig. Zij werden bijgestaan door mr. K.J. van Bergenhenegouwen. Namens [gedaagde partij] was haar partner [C] aanwezig, bijgestaan door mr. J.A. Spigt. Partijen hebben antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter en hebben hun standpunten nader toegelicht. Mr. Spigt heeft daarbij gebruikgemaakt van zijn spreekaantekeningen. Tenslotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.
2De kern van de zaak
2.1.
Portaal verhuurt sinds 26 oktober 2015 de sociale huurwoning aan de [adres 1] in [woonplaats] (hierna: het gehuurde) aan [gedaagde partij] . In de woningen aan de [straat] zijn vocht- en schimmelproblemen, die Portaal wil verhelpen. Hiervoor zijn ingrijpende werkzaamheden nodig en bewoners kunnen tijdens deze werkzaamheden niet in hun woning verblijven. [gedaagde partij] wil Portaal geen toegang geven tot het gehuurde, omdat zij het met Portaal niet eens is geworden over de compensatie die zij van Portaal zal ontvangen en over andere, praktische, zaken. Portaal wil dat [gedaagde partij] haar onvoorwaardelijke medewerking verleent aan de werkzaamheden of het gehuurde anders tijdelijk ontruimt. Daarbij vordert Portaal schadevergoeding. De kantonrechter wijst de vorderingen van Portaal grotendeels toe.
3De beoordeling
Het wettelijke kader in kort geding
3.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Daarmee wordt bedoeld dat een tijdelijke beslissing wordt gevraagd van de rechter in een zaak waarin snel moet worden ingegrepen. Voor toewijzing van een vordering in kort geding moet daarom sprake zijn van een spoedeisend belang. Daarnaast moet het zeer waarschijnlijk zijn dat de vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen.
Portaal heeft een spoedeisend belang
3.2.
Portaal heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen. Als zij de werkzaamheden aan het gehuurde niet snel kan laten uitvoeren, dan kunnen de schimmels van het gehuurde zich opnieuw verspreiden naar de woningen aan de [straat] die Portaal al wel heeft kunnen laten saneren. De schimmels richten schade aan aan de constructie van de woningen en zijn slecht voor de gezondheid. De werkzaamheden moeten daarom zo snel mogelijk worden uitgevoerd.
[gedaagde partij] moet Portaal toegang geven tot het gehuurde
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de vordering van Portaal om [gedaagde partij] te veroordelen om – kort gezegd – haar medewerking te verlenen aan de werkzaamheden, in een bodemprocedure waarschijnlijk zal worden toegewezen. Zij overweegt hiertoe als volgt.
3.4.
De wet bepaalt dat, als er dringende werkzaamheden aan het gehuurde moeten worden uitgevoerd, de huurder daarvoor de gelegenheid moet geven aan de verhuurder. Partijen zijn het er over eens dat sprake is van dringende werkzaamheden. Dit betekent dat [gedaagde partij] gelegenheid moet geven aan Portaal om de dringende werkzaamheden uit te voeren. Misgelopen onderhandelingen tussen [gedaagde partij] en Portaal of het feit dat Portaal in het verleden wellicht niet snel genoeg is opgetreden tegen de vocht- en schimmelproblemen, vormen geen uitzondering op de verplichting van een huurder om onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan de dringende werkzaamheden.
3.5.
Portaal heeft met het werkplan van [bedrijf] inzicht gegeven in welke werkzaamheden in het gehuurde moeten worden verricht. [gedaagde partij] zal daarom worden veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis alle medewerking te verlenen die nodig is voor het uitvoeren van dit werkplan. Mocht [gedaagde partij] dit niet vrijwillig doen, dan zal zij worden veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde tijdelijk, voor de duur van de werkzaamheden zoals omschreven in het werkplan, te ontruimen. Daarbij merkt de kantonrechter op dat [gedaagde partij] vanwege de vocht- en schimmelproblemen aan de [straat] inmiddels ook een tweede sociale huurwoning huurt van Portaal, aan de [adres 2] in [woonplaats] , waar zij op dit moment ook woont. Zij is dus al verzekerd van een verblijf tijdens de uitvoering van de werkzaamheden aan het gehuurde.
[gedaagde partij] moet de schade van Portaal vergoeden
3.6.
Portaal stelt dat zij schade lijdt doordat [gedaagde partij] niet meewerkt aan de dringende werkzaamheden. Zolang de werkzaamheden aan het gehuurde niet kunnen worden uitgevoerd, kan de woning van de buurvrouw van [gedaagde partij] (hierna: de buurvrouw), wonend aan de [adres 3] , niet worden opgeleverd. De buurvrouw verblijft op dit moment in een logeerwoning die € 479,00 per maand kost. Als [gedaagde partij] had meegewerkt, dan had de buurvrouw op 13 april 2026 al terug kunnen zijn in haar woning. Portaal vordert daarom een bedrag van € 479,00 per maand, gerekend vanaf 13 april 2026. [gedaagde partij] betwist dat de buurvrouw niet terug kan in haar woning doordat [gedaagde partij] haar medewerking niet verleent.
3.7.
De kantonrechter wijst de gevorderde schadevergoeding (grotendeels) toe, omdat deze in een eventuele bodemprocedure waarschijnlijk ook zou worden toegewezen. Portaal heeft namelijk voldoende onderbouwd dat de woning aan de [adres 3] niet kan worden opgeleverd door de weigerachtige houding van [gedaagde partij] en de buurvrouw daardoor langer in de logeerwoning moet verblijven. Portaal heeft ter onderbouwing als productie 8 een e-mail overgelegd van Schimmelvrij Nederland, waarin de heer [D] schrijft dat zij tijdens de saneringswerkzaamheden in woning nummer [adres 3] hebben vastgesteld dat er actieve zwamaantasting aanwezig is onder de vloer van de naastgelegen woning nummer [adres 1] (de woning van [gedaagde partij] ). Zolang deze bron in de woning van [gedaagde partij] niet volledig is verwijderd, is de kans op her-besmetting van de woning van de buurvrouw op nummer [adres 3] (en andere rondom gelegen woningen) zeer groot. Portaal is dus genoodzaakt om de buurvrouw langer in de logeerwoning te laten verblijven en loopt hierdoor schade. Wel zal de kantonrechter de vordering beperken tot en met 4 juli 2026. Als de schadevergoeding namelijk zou worden gekoppeld aan het moment van oplevering van de woning van de buurvrouw, dan zouden ook eventuele tegenvallers tijdens de werkzaamheden automatisch voor rekening komen van [gedaagde partij] . Daarvoor is geen grond.
3.8.
Deze vordering tot schadevergoeding kan in dit kort geding worden toegewezen, omdat deze in zodanig nauw verband staat met de hoofdvordering dat daardoor het spoedeisend belang zich uitstrekt over deze nevenvordering. Daarbij zou een afzonderlijke behandeling van dit onderdeel uit proceseconomisch oogpunt onaanvaardbaar zijn.
[gedaagde partij] moet de proceskosten betalen
3.9.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Portaal worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,02
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
577,00
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.013,02
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard
3.10.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4De beslissing
De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis gelegenheid te geven voor de uitvoering van de werkzaamheden aan de [adres 1] in [woonplaats] zoals opgenomen in het werkplan zoals overgelegd als productie 4 bij dagvaarding, door Portaal en/of de door Portaal ingeschakelde aannemer(s).
4.2.
veroordeelt [gedaagde partij] , als zij niet onder de veroordeling onder 4.1. voldoet, om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres 1] in [woonplaats] tijdelijk, voor de duur van de werkzaamheden zoals omschreven in het werkplan zoals overgelegd als productie 4 bij dagvaarding, te ontruimen,
4.3.
veroordeelt [gedaagde partij] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Portaal te betalen een bedrag van € 479,00 per maand, gerekend vanaf 13 april 2026, en voor iedere maand een pro rata berekend bedrag, tot en met 4 juli 2026,
4.4.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 1.013,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en op 1 juli 2026 in het openbaar uitgesproken.
In een bodemprocedure neemt een rechter definitievere beslissingen, terwijl in een kort geding alleen een voorlopige voorziening wordt gegeven. Een bodemprocedure is daarom een uitgebreidere rechtszaak dan een kortgedingprocedure en duurt daardoor ook langer dan een kort geding.
Artikel 7:220 van het Burgerlijk Wetboek.
Productie 4 bij dagvaarding.
Bestaande uit € 419,00 aan huur voor de inventaris en € 60,00 aan internet per maand.
De dag dat [gedaagde partij] op grond van dit vonnis verplicht is haar medewerking te verlenen of anders de woning tijdelijk te ontruimen.
Zie HR 15 juni 2007, LJN:BA1522. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|