Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:OGEABES:2026:153 
 
Datum uitspraak:24-06-2026
Datum gepubliceerd:20-07-2026
Instantie:Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Zaaknummers:BON202500512
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:De bestuurder van een vennootschap vordert het volledige gebruikelijk loon vanaf 2021. De vennootschap meent dat hij daar geen recht op heeft, omdat de bestuurders slechts in deeltijd betrokken was en het gebruikelijk loon daarom tijdsevenredig uitbetaald mag worden. De bestuurder krijgt de gelegenheid te reageren op een mail van de accountant dat als productie door de vennootschap in het geding gebracht is. Daarnaast was sprake van een rekening-courantverhouding. De bestuurder heeft recht op betaling van de schuld van de vennootschap aan hem. De vennootschap heeft recht op betaling van de nominale waarde van de aandelen van de bestuurder/aandeelhouder.
Trefwoorden:gebruikelijk loon
wettelijke rente
 
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
zittingsplaats Bonaire

registratienummer: BON202500512
datum beslissing: 24 juni 2026

in de zaak van


[eiser in conventie & verweerder in reconventie],
wonend op Bonaire,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna: [eiser in conventie & verweerder in reconventie],
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas,

tegen


PROGRESSIVE AIR SERVICES B.V.,
gevestigd op Bonaire,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna: PAS,
gemachtigde: mr. A.F. van Toll.




1De procedure


1.1.
In het procesdossier zitten de volgende stukken:


het verzoekschrift van 6 oktober 2025 met producties;


de conclusie van antwoord met een eis in reconventie met producties;


de conclusie van antwoord in reconventie met producties.





1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 maart 2026. [eiser in conventie & verweerder in reconventie] is verschenen, bijgestaan door mr. Nicolaas. Namens PAS is de heer [indirect bestuurder van PAS] (indirect bestuurder van PAS, hierna: [indirect bestuurder van PAS]) verschenen, bijgestaan door mr. Van Toll. De spreekaantekeningen die mr. Van Toll heeft voorgelezen zijn aan het dossier toegevoegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat met partijen besproken is.



1.3.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft het Gerecht de zaak aangehouden om partijen de gelegenheid te geven een schikking te beproeven. Op de rolzitting van 27 mei 2026 hebben partijen een akte genomen en het Gerecht verzocht vonnis te wijzen. PAS heeft bij haar akte twee producties gevoegd.



1.4.
Ten slotte is bepaald dat vandaag uitspraak wordt gedaan.






2De kern van de zaak


2.1. [
eiser in conventie & verweerder in reconventie] is één van de bestuurders van PAS. [eiser in conventie & verweerder in reconventie] stelt dat hij zijn loon sinds 2021 niet volledig uitbetaald heeft gekregen. Hij eist dat PAS wordt veroordeeld het achterstallig loon te betalen. Daarnaast stelt [eiser in conventie & verweerder in reconventie] dat hij nog geld te vorderen heeft van PAS in verband met een rekening-courantschuld. Hij eist dat PAS wordt veroordeeld haar schuld aan hem te betalen.



2.2.
PAS heeft een tegenvordering ingesteld. Volgens PAS heeft zij geen schuld aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie], maar is [eiser in conventie & verweerder in reconventie] geld aan PAS verschuldigd in verband met een rekening-courantverhouding. PAS vordert betaling van die schuld.





3De beoordeling


in conventie en in reconventie



De achtergrond van het geschil



3.1.
PAS is een onderneming die zich bezighoudt met reisbemiddeling. Tot 28 november 2019 was [eiser in conventie & verweerder in reconventie] enig bestuurder en enig aandeelhouder van PAS.



3.2.
Per 28 november 2019 heeft PAS drie bestuurders: [eiser in conventie & verweerder in reconventie], de heer [bestuurder 2] en Tiatamtar Holding VBA (waarvan [indirect bestuurder van PAS] bestuurder is).


Het gebruikelijk loon van [eiser in conventie & verweerder in reconventie]




3.3.
De vordering van [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft betrekking op het gebruikelijk loon over de periode 2021 tot en met 2025. Partijen twisten over de vraag hoeveel gebruikelijk loon [eiser in conventie & verweerder in reconventie] precies ontvangen heeft. Volgens [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft hij USD 25.500,00 ontvangen. PAS meent dat zij gedurende die jaren USD 34.500,00 aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft betaald. Het verschil van inzicht heeft betrekking op het jaar 2024. PAS heeft een productie overgelegd met een “Payment Request” waarin staat dat PAS op 30 november 2023 een bedrag van USD 9.000,00 heeft betaald dat blijkens de betaalomschrijving betrekking heeft op “Dir Fee Jan – Dec 2024”. Op de mondelinge behandeling is dit voorgehouden aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie], maar hij kon daar geen duidelijkheid over geven.



3.4.
Naast het verschil van inzicht hoeveel PAS feitelijk in de periode 2021 tot en met 2025 heeft uitbetaald aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie], verschillen partijen van mening over de hoogte van het gebruikelijk loon waar [eiser in conventie & verweerder in reconventie] recht op heeft. [eiser in conventie & verweerder in reconventie] vindt dat hij recht heeft op het volledige gebruikelijk loon zoals dat door de Belastingdienst Caribisch Nederland per jaar is vastgesteld. PAS stelt zich op het standpunt dat [eiser in conventie & verweerder in reconventie] geen recht heeft op het volledig vastgestelde gebruikelijk loon, omdat hij in die jaren slechts in deeltijd betrokken was bij PAS. Daarom heeft PAS het gebruikelijk loon van [eiser in conventie & verweerder in reconventie] tijdsevenredig uitbetaald.



3.5.
Op de mondelinge behandeling is door het Gerecht aan PAS gevraagd op grond waarvan zij meent dat het gebruikelijk loon tijdsevenredig uitbetaald mag worden. PAS heeft toen gezegd dat dit zo door haar accountant is toegepast, maar een verklaring van de accountant ontbrak op dat moment in het dossier. Bij haar akte na de mondelinge behandeling heeft PAS een e-mailbericht van haar accountant in het geding gebracht waarin wordt uitgelegd dat het gebruikelijk loon tijdsevenredig uitbetaald mag worden en dit bij [eiser in conventie & verweerder in reconventie] is gebeurd. De accountant verwijst daarbij naar het ‘Handboek Loonheffingen 2026’ van de Belastingdienst Caribisch Nederland. [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft nog niet op het e-mailbericht van de accountant van PAS kunnen reageren.



3.6.
Het Gerecht acht het van belang dat, gelet op het beginsel van hoor- en wederhoor, aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie] de gelegenheid wordt geboden om op het e-mailbericht van de accountant te reageren. Bovendien wordt [eiser in conventie & verweerder in reconventie] in de gelegenheid gesteld om op de stelling van PAS te reageren dat PAS op 30 november 2023 een bedrag van USD 9.000,00 aan hem heeft betaald dat betrekking heeft op het gebruikelijk loon uit 2024. Het Gerecht zal de zaak hiervoor naar de rol van 26 augustus 2026 verwijzen voor een akte door [eiser in conventie & verweerder in reconventie].


De rekening-courantschuld




3.7.
Het is niet in geschil dat een rekening-courantverhouding tussen partijen bestond en dat de schuld van PAS aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie] eind 2018 USD 72.405,00 bedroeg.



3.8.
Volgens [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft PAS een bedrag van USD 56.000,00 aan hem terugbetaald. De openstaande schuld bedraagt daarom USD 16.405,00 en [eiser in conventie & verweerder in reconventie] vordert betaling van dat bedrag. PAS stelt zich op het standpunt dat de schuld van haar op [eiser in conventie & verweerder in reconventie] is afgelost en dat er een schuld van [eiser in conventie & verweerder in reconventie] op PAS is ontstaan. Die schuld bedraagt volgens PAS USD 32.097,32. In reconventie vordert PAS betaling van dat bedrag.



3.9.
PAS stelt zich op het standpunt dat de vaststaande schuld van PAS op [eiser in conventie & verweerder in reconventie] eind 2018 (van USD 72.405,00) is veranderd in een schuld van [eiser in conventie & verweerder in reconventie] op PAS. Aan die stelling legt PAS het volgende ten grondslag. In de periode 2019 tot en met 2022 heeft [eiser in conventie & verweerder in reconventie] kasopnames gedaan waarvan niet aangetoond kan worden dat die zakelijk zijn gebruikt. Bovendien heeft [eiser in conventie & verweerder in reconventie] niet voldaan aan zijn stortingsplicht om de waarde van zijn aandelen aan PAS te betalen en heeft [eiser in conventie & verweerder in reconventie] in 2022 leningen/voorschotten ontvangen. Tot slot heeft PAS over de jaren 2011 tot en met 2018 voor een bedrag van USD 90.783,95 een belastingaanslag voldaan en blijkt die belastingaanslag niet uit de jaarrekening van 2018. Daarom is PAS van mening dat deze aanslag door [eiser in conventie & verweerder in reconventie] moet worden betaald.



3.10.
Ten aanzien van de door PAS betaalde belastingaanslag overweegt het Gerecht als volgt. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – valt niet in te zien waarom [eiser in conventie & verweerder in reconventie] in privé de belasting die PAS verschuldigd is zou moeten betalen. Dat [eiser in conventie & verweerder in reconventie] in die periode enig bestuurder van PAS was en de belastingaanslag naast een hoofdsom ook uit boetes en rente bestond maakt dat niet anders. Een vordering van PAS op [eiser in conventie & verweerder in reconventie] uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid heeft PAS niet aan haar vorderingen in deze procedure ten grondslag gelegd. De stelling dat [eiser in conventie & verweerder in reconventie] een schuld op PAS heeft in verband met die belastingaanslag wordt daarom verworpen.



3.11. [
eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft niet betwist dat hij niet heeft voldaan aan zijn stortingsplicht om de waarde van zijn aandelen aan PAS te betalen. Dat moet [eiser in conventie & verweerder in reconventie] daarom alsnog doen. Voor de waarde van de aandelen van [eiser in conventie & verweerder in reconventie] is daarom sprake van een schuld van [eiser in conventie & verweerder in reconventie] op PAS. Uit het register van aandeelhouders van PAS blijkt dat [eiser in conventie & verweerder in reconventie] 23 aandelen houdt met een waarde van Cg 1.250,00. Het bedrag van 23 x 1.250 = Cg 28.750,00 moet in ieder geval in mindering worden gebracht op de vaststaande schuld van eind 2018 van PAS op [eiser in conventie & verweerder in reconventie].



3.12.
De stelling dat PAS aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie] in 2022 en 2024 leningen heeft verstrekt, heeft PAS onderbouwd met drie producties genaamd “Payment Request” waarin staat dat op 15 september 2022, 4 november 2022 en 8 augustus 2024 bedragen van respectievelijk USD 15.000,00, USD 15.000,00 en USD 26.000,00 aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie] zijn betaald. [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft niet betwist dat hij voornoemde bedragen heeft ontvangen. Het totaalbedrag van betalingen bedraagt USD 56.000,00. [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft dit bedrag zelf al in mindering gebracht op de vaststaande schuld uit 2018 USD 72.405,00. Hij vordert in deze procedure namelijk 72.405,00 minus 56.000,00 = USD 16.405,00.



3.13.
De stelling van PAS dat [eiser in conventie & verweerder in reconventie] kasopnames heeft verricht waarbij niet kan worden aangetoond dat de bedragen zakelijk zijn gebruikt is door [eiser in conventie & verweerder in reconventie] gemotiveerd betwist. Volgens [eiser in conventie & verweerder in reconventie] had hij opdracht gekregen van zijn medebestuurder [indirect bestuurder van PAS] om de bankkaart van PAS aan de heer [naam] (hierna: [naam]) te geven en werd de bankkaart uitsluitend door laatstgenoemde gebruikt. Op de mondelinge behandeling heeft PAS verklaard dat [indirect bestuurder van PAS] zich niet meer kan herinneren op welke datum hij [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft opgedragen de betaalpas aan [naam] over te dragen, maar dát hij aan [eiser in conventie & verweerder in reconventie] heeft opgedragen de betaalpas aan [naam] over te dragen is niet betwist. Bovendien heeft [indirect bestuurder van PAS] verklaard dat hij heeft geconstateerd dat [naam] in het verleden privéopnames heeft gedaan met de betaalpas van PAS. In haar akte van 27 mei 2026 heeft PAS nog verwezen naar een bijlage 3, waaruit volgens haar zou volgen dat [eiser in conventie & verweerder in reconventie] USD 6.000,00 aan kasopnames uit 2020 erkent. Zonder nadere toelichting – die ontbreekt – volgt uit deze bijlage echter niet dat [eiser in conventie & verweerder in reconventie] erkent dat hij niet-zakelijke kasopnames heeft gedaan. PAS heeft haar stelling voor wat betreft deze kasopnames ook gebrekkig onderbouwd. Zij heeft bij haar conclusie van eis in reconventie slechts in het algemeen – en zonder specificatie of toelichting – verwezen naar producties II en V. Uit deze producties blijkt echter niet van opnames van USD 6.000,00 in 2020. Daar komt bij dat PAS in haar pleitnotities stelt dat het gaat om opnames in het jaar 2019. Al met al heeft PAS – zeker tegenover de betwisting door [eiser in conventie & verweerder in reconventie] – onvoldoende gesteld en onderbouwd dat er niet-zakelijke kasopnames er door [eiser in conventie & verweerder in reconventie] zouden zijn gedaan. De vordering ten aanzien van de kasopnames van [eiser in conventie & verweerder in reconventie] wordt daarom verworpen.



3.14.
Het voorgaande betekent met betrekking tot de rekening-courantschuld het volgende. De conventionele vordering van [eiser in conventie & verweerder in reconventie] tot betaling van USD 16.405,00 zal bij eindvonnis worden toegewezen, omdat niet is vast komen te staan dat PAS de vordering van [eiser in conventie & verweerder in reconventie] uit hoofde van de rekening-courantschuld heeft terugbetaald. De reconventionele vordering van PAS met betrekking tot betaling van Cg 28.750,00 in verband met de stortingsplicht van de aandelen zal bij eindvonnis eveneens worden toegewezen. De wettelijke rente over dat bedrag zal worden toegewezen, als gevorderd, vanaf 17 december 2025. De overige reconventionele vorderingen zullen bij eindvonnis worden afgewezen.



3.15.
Het Gerecht houdt iedere (verdere) beslissing aan.





4De beslissing

Het Gerecht:


in conventie



4.1.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 26 augustus 2026 voor het namen van een akte (P1) door [eiser in conventie & verweerder in reconventie] over wat is vermeld onder rechtsoverweging 3.6;



4.2.
houdt iedere verdere beslissing in conventie aan;


in reconventie




4.3.
houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.



In 2021 is dat USD 14.000, in 2022 is dat USD 14.000, in 2023 is dat USD 25.000, in 2024 is dat USD 40.848 en in 2025 is dat USD 42.746.
Link naar deze uitspraak