|
|
|
| ECLI:NL:RBROT:2026:9427 | | | | | Datum uitspraak | : | 23-06-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 05-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Rotterdam | | Zaaknummers | : | C/10/720641 / JE RK 26-10 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | Verlenging ots en verlenging machtiging uithuisplaatsing. Kortere verlenging muhp i.v.m. verwachte resultaten KSCD-onderzoek.
Vervangende toestemming identiteitsbewijs. | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | | Uitspraak | RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummers: C/10/720641 / JE RK 26-1057 & C/10/714261 / JE RK 26-207
Datum uitspraak: 23 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en over vervangende toestemming voor het verkrijgen van een Nederlands identiteitsbewijs
in de zaken van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats]
hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. M.S. Krol, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. R.W. de Gruijl, kantoorhoudende te Rotterdam,
[naam pleegvader] en [naam pleegmoeder] ,
hierna te noemen: de pleegouders,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
1Het (verdere) verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
de beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 6 maart 2026 en de daaraan ten grondslag liggende stukken (C/10/714261);
de briefrapportage van de GI met bijlagen, ontvangen op 15 mei 2026 (C/10/714261);
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 1 juni 2026 (C/10/720641).
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder met haar advocaat;
een waarnemend advocaat van de vader, mr. V. de Roo;
- een vertegenwoordiger van de GI, [persoon A] ;
- de pleegouders.
De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader wel juist is opgeroepen.
1.3.
De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan mw. [persoon B] , de ambulante begeleider van de moeder.
2De feiten
2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] .
2.2.
[voornaam minderjarige] verblijft in een pleeggezin.
2.3.
Bij beschikking van 22 juli 2025 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 22 juli 2026.
2.4.
Bij beschikking van 15 januari 2026 is de machtiging verlengd om [voornaam minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 22 juli 2026.
2.5.
Bij beschikking van 6 maart 2026 over de vervangende toestemming voor het verkrijgen van een Nederlands identiteitsbewijs is het verzoek aangehouden.
3De (aangehouden) verzoeken
3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer: C/10/720641.
3.2.
De GI verzoekt op grond van artikel 36 lid 1 Paspoortwet verzocht om
vervangende toestemming voor het verkrijgen van een identiteitsbewijs ten behoeve van [voornaam minderjarige] . De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dit verzoek is geregistreerd onder zaaknummer: C/10/714261.
4De standpunten
4.1.
De GI heeft de verzoeken ter zitting gehandhaafd en als volgt nader toegelicht. Op 22 mei 2026 is er akkoord gegeven voor het KSCD-onderzoek en het onderzoek is inmiddels gestart. De schatting is dat de afronding van het KSCD onderzoek nog 3 tot 4 maanden gaat duren. Vanaf 6 mei 2026 zijn er dertien bezoekmomenten ingepland en zijn er zeven doorgegaan. Tijdens de bezoekmomenten is voor de moeder en [voornaam minderjarige] duidelijk wat er van hen verwacht wordt. De vader is tijdens de bezoeken niet meer aangesloten. Hij wilde op 19 mei aansluiten, maar toen werd het bezoek afgezegd door Coachpoint. De zitting over de ID kaart was op 6 maart 2026. Daarna is er met moeder een gesprek geweest over dat zij niet ingeschreven stond in Nederland en daardoor geen ID aangevraagd kon worden. Sinds 14 april 2026 staat de moeder ingeschreven, maar de ID kaart is nog altijd niet aangevraagd. Daarom wordt het verzoek gehandhaafd. De ID kaart moet bij de jeugdige zijn, zeker met die jonge leeftijd.
4.2.
Door en namens de moeder wordt ingestemd met het verzoek tot vervangende toestemming voor een Nederlands identiteitsbewijs. De moeder is niet in de mogelijkheid geweest om het identiteitsbewijs aan te vragen, er is geen sprake van onwil. De moeder was ook in de vooronderstelling dat het al geregeld was. Als de GI wil dat het identiteitsbewijs bij het pleeggezin is, dan moet de GI daarvoor een andere procedure starten. Tegen de ondertoezichtstelling voert de moeder geen verweer. De machtiging tot uithuisplaatsing vraagt de moeder voor kortere duur toe te wijzen, zodat de uitslagen van het KSCD-onderzoek op de volgende zitting getoetst kunnen worden. Aankomende week zal het laatste gesprek gevoerd worden, dus de afronding zal niet lang duren. De moeder vraagt om de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor zes maanden en de overige zes maanden aan te houden. De moeder snapt dat het KSCD-onderzoek voor nu afgewacht moet worden om te kunnen kijken of er terug gewerkt kan worden naar huis.
4.3.
Door en namens de vader is ingestemd de verzoeken zoals de moeder dat heeft aangegeven. Ten aanzien van het identiteitsbewijs kan hij instemmen met een toewijzing van het verzoek. De vader begrijpt dat [voornaam minderjarige] een ID nodig heeft. De vader heeft verder geen verweer tegen de ondertoezichtstelling en begrijpt dat de machtiging tot uithuisplaatsing voor nu verlengd moet worden. De afgelopen periode is de omgang voor de vader lastig geweest in verband met werk en het KSCD-onderzoek. Hopelijk kan hij de omgang na het onderzoek weer oppakken.
4.4.
Door de pleegouders is aangegeven dat het momenteel goed gaat met [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft vorige week haar eerste stapjes los gezet. Ze ontwikkelt en groeit goed.
5De beoordeling
Vervangende toestemming voor een identiteitsbewijs
5.1.
Op grond van artikel 36, eerste lid, van de Paspoortwet kan bij de aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, Paspoortwet, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overlegd. De rechter geeft, zo bepaalt artikel 36, tweede lid, tweede volzin van de Paspoortwet, een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
5.2.
Op basis van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht stelt de kinderrechter vast dat het de ouders tot op heden niet is gelukt om voor [voornaam minderjarige] een identiteitsbewijs aan te vragen, ondanks dat zij daarvoor ruim de tijd hebben gekregen. [voornaam minderjarige] moet zich kunnen legitimeren, bijvoorbeeld als zij medische zorg nodig heeft. Het verzoek zal daarom in het belang van [voornaam minderjarige] worden toegewezen.
5.3.
Gelet op hetgeen door de GI naar voren is gebracht, is de kinderrechter van oordeel dat het afgeven van een vervangende verklaring van toestemming, op grond van artikel 36 lid 2 van de Paspoortwet, in het belang van de minderjarige wenselijk is. Ook voor het overige is de kinderrechter niet gebleken van feiten of omstandigheden die zich tegen afgifte van een vervangende verklaring van toestemming zouden verzetten.
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing
5.4.
Gelet op het feit dat er ter zitting geen verweer is gevoerd tegen een verlenging van de ondertoezichtstelling en de kinderrechter op grond van de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel is dat de gronden van de ondertoezichtstelling zoals gesteld in artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW) nog steeds aanwezig zijn, zal de ondertoezichtstelling als onweersproken worden verlengd voor de duur van één jaar.
5.5.
Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. Wel ziet de kinderrechter aanleiding om de duur van de machtiging te verlengen voor een kortere duur dan verzocht, namelijk voor zes maanden. Momenteel is het KSCD onderzoek aan het doen en dit onderzoek bevindt zich in het eindstadium. De laatste gesprekken vinden de komende weken plaats, waarna het onderzoek afgerond kan worden. De moeder en de vader hebben ter zitting aangegeven te begrijpen dat [voornaam minderjarige] zolang het onderzoek niet is afgerond niet naar huis kan. Het is dan ook van belang dat de resultaten van het onderzoek zo snel mogelijk gedeeld en besproken worden. Voor [voornaam minderjarige] is het namelijk van belang dat er meer zicht komt op haar toekomstperspectief.
5.6.
De machtiging wordt verlengd voor zes maanden en de beslissing wordt voor het overige verzochte aangehouden. De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor genoemde datum te rapporteren (met afschrift aan de belanghebbenden en de advocaten) over de actuele stand van zaken, relevante ontwikkelingen en gewenste voortgang van de procedure.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
Ten aanzien van C/10/714261
verleent aan de GI toestemming, die de toestemming van de moeder en de vader vervangt, voor het aanvragen van een Nederlands identiteitsbewijs ten behoeve van het minderjarige kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ;
Ten aanzien van C/10/720641
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 22 juli 2027;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot 22 december 2026;
en alvorens verder te beslissen:
6.3.
bepaalt dat de behandeling van de zaak voor het overige wordt aangehouden tot
1 november 2026 (pro forma).
6.4.
bepaalt dat de GI, de belanghebbenden en de advocaten op de genoemde pro forma-datum niet ter zitting behoeven te verschijnen.
6.5.
verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen, met afschrift aan de belanghebbenden en de advocaten.
6.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 7 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:265c, tweede lid, BW. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|