|
|
|
| ECLI:NL:RBZWB:2026:6410 | | | | | Datum uitspraak | : | 18-06-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 28-08-2026 | | Instantie | : | Rechtbank Zeeland-West-Brabant | | Zaaknummers | : | C/02/447749 / KG ZA 26-22 C/02/447749 / KG ZA 26-22 | | Rechtsgebied | : | Burgerlijk procesrecht | | Indicatie | : | vorderingen tot verstrekken informtie met betrekking tot identiteit koper van zeer exclusieve auto moet bij incident in reeds aanhangige bodemprocedure worden ingesteld | | Trefwoorden | : | burgerlijk wetboek | | | | Uitspraak | RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: C/02/447749 / KG ZA 26-223
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 18 juni 2026
in de zaak van
[eisende partij] GMBH,
te [plaats 1] (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. R.W. Lagerwaard,
tegen
RM AUCTIONS NETHERLANDS B.V.,
te Tilburg ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: RM Auctions,
mr. T. Mimpen en mr. K. van Laar
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Breda.
De zaak wordt behandeld door mr. Stoof, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. Van de Kar als griffier.
Aanwezig zijn:
- mr. Lagerwaard namens [eisende partij] ,
- mr. Mimpen en mr. Van Laar namens RM Auctions.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 15,
- de akte overlegging aanvullende producties 16 en 17 van [eisende partij] ,
- de incidentele conclusie tot relatieve onbevoegdverklaring met producties 1 t/m 6, - de conclusie van antwoord in het incident,
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 35,
- de brief van mr. Mimpen van 1 juni 2026,
- de brief van mr. Lagerwaard van 1 juni 2026, - de mondelinge behandeling van 18 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Partijen hebben op de zitting hun standpunt ten aanzien van het onbevoegdheidsincident toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling geschorst. De voorzieningenrechter heeft vervolgens na hervatting de mondelinge behandeling gesloten en in aanwezigheid van partijen de navolgende mondeling uitspraak gedaan.
2Waar gaat de zaak over?
2.1.
RM Auctions is een privaat veilinghuis dat onderdeel uitmaakt van RM Sotheby’s.
Op 23 oktober 2025 is een zeer exclusieve auto Mercedes-Benz SLR McLaren Stirling Moss Edition, bouwjaar 2010, via de veiling van RM Auctions verkocht aan een onbekende koper voor € 3.050.000,00. Volgens [eisende partij] was RM Auctions niet bevoegd om het voertuig te veilen omdat het voertuig haar eigendom was. De vordering van [eisende partij] strekt ertoe dat RM Auctions informatie verstrekt omtrent de identiteit van de koper van het voertuig, zodat zij het voertuig kan revindiceren. Volgens RM Auctions is niet (de voorzieningenrechter van) deze rechtbank bevoegd om van het geschil tussen partijen kennis te nemen maar de (voorzieningenrechter van de) rechtbank Amsterdam omdat zij statutair gevestigd is te Amsterdam. De voorzieningenrechter acht zich wel relatief bevoegd maar wijst de vorderingen af omdat tussen partijen reeds een bodemprocedure aanhangig is waarin [eisende partij] in een incident om inzage kan verzoeken en er niet gebleken is van extra spoedeisendheid.
3De beoordeling
3.1.
Partijen zijn het erover eens dat de Nederlandse rechter ten aanzien van de onderhavige vorderingen rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is.
3.2.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is niet aannemelijk geworden dat RM Auctions beschikt over een kantooradres in Amsterdam. Onduidelijk is waar RM Auctions haar activiteiten verricht. Door mr. Mimpen is tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat RM Auctions in Nederland helemaal geen kantoor houdt. Ook heeft hij verklaard dat RM Auctions met uitzondering van [persoon] geen personeel in dienst heeft en dat [persoon] veel reist. De voorzieningenrechter acht daarom aannemelijk dat [persoon] , als hij niet reist, werkzaamheden voor RM Auctions verricht vanuit zijn woonhuis te [woonplaats] . Op dit adres staat RM Auctions ook in het Handelsregister als kantooradres geregistreerd. Gelet op wat hiervoor is overwogen is dit kantooradres niet slechts aan te merken als een postadres. Weliswaar heeft RM Auctions betwist dat [persoon] bemoeienis heeft gehad met de veiling van het voertuig, maar onduidelijk is wie dan wel namens RM Auctions bij de veiling betrokken is geweest. Dit alles leidt tot het oordeel dat de voorzieningenrechter van deze rechtbank op grond van artikel 99 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in combinatie met artikel 1:14 Burgerlijk Wetboek (BW)bevoegd om van de vorderingen van [eisende partij] kennis te nemen
3.3.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat bij deze rechtbank door [eisende partij] bij dagvaarding van 27 februari 2026 een bodemprocedure aanhangig is gemaakt tegen -onder ander- RM Auctions. In die procedure heeft [eisende partij] afgifte van het voertuig gevorderd en schriftelijk opgave te doen van de huidige verblijfplaats van het voertuig, met vermelding van het adres en de naam van de houder en alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de revindicatie. Dit betekent dat op grond van artikel 197 Rv inzage in de gegevens van de houder/koper in beginsel niet ook nog in kort geding gevorderd kunnen worden, tenzij sprake is van zodanige spoedeisendheid dat een beslissing van de bodemrechter niet kan worden afgewacht.
3.4.
Door [eisende partij] is niet aannemelijk gemaakt dat van dergelijke spoedeisendheid sprake is. Zij heeft gesteld dat het voertuig direct na het vonnis van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam van 21 januari 2026 via Luik is getransporteerd naar de Verenigde Staten. [eisende partij] heeft toen ervoor gekozen om voormelde bodemprocedure tegen (onder andere) RM Auctions aanhangig te maken, in plaats van voorafgaand daaraan een inzageverzoek te doen of een kort geding procedure te starten. Daarnaast heeft zij geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om middels een incident in de bodemprocedure de door haar gewenste informatie te vragen. Dit alles is een proceskeuze van RM Auctions, die niet kan leiden tot extra spoedeisendheid. [eisende partij] heeft nog aangevoerd dat iedere dag dat de informatie niet wordt verstrekt telt en de revindicatie van het voertuig moeilijker wordt. Dit is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, echter onvoldoende om extra spoedeisendheid aan te nemen.
3.5.
De voorzieningenrechter stelt vast staat dat er geen voorlopige bewijsverrichtingen hebben plaatsgevonden op grond waarvan een ingang kan worden gecreëerd voor de onderhavige vorderingen. Het kan zo zijn dan in het kort gedingvonnis van 15 april 2026 door de voorzieningenrechter is geoordeeld dat onbegrijpelijk is dat de door [eisende partij] gewenste informatie over de identiteit van de koper niet door RM Auctions gegeven wordt, maar deze uitlating is gedaan in een andere juridische context -opheffing conservatoire beslagen- en bovendien is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
3.6.
De voorzieningenrechter komt op grond van het vorenstaande tot de conclusie dat zij relatief bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen maar dat aan een inhoudelijke beoordeling niet wordt toegekomen. Dat leidt ertoe dat de vorderingen worden afgewezen.
Proceskosten
3.7.
[eisende partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van RM Auctions worden begroot op:
- griffierecht € 735,00
- salaris advocaat € 1.177,00
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 2.101,00
4De beslissing
De voorzieningenrechter
4.1.
wijst de vorderingen af,
4.2.
veroordeelt [eisende partij] in de proceskosten van € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisende partij] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|