|
|
|
| ECLI:NL:GHAMS:2026:2316 | | | | | Datum uitspraak | : | 25-08-2026 | | Datum gepubliceerd | : | 28-08-2026 | | Instantie | : | Gerechtshof Amsterdam | | Zaaknummers | : | 200.365.510 | | Rechtsgebied | : | Civiel recht | | Indicatie | : | verzoeken erkenning en tenuitvoerlegging arbitrale vonnissen. | | Trefwoorden | : | belastingrecht | | | | Uitspraak | GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team 1
zaaknummer : 200.365.510
beschikking van de meervoudige burgerlijke kamer van 25 augustus 2026
inzake
V-WAVE SHIPPING S.A.,
gevestigd te Monrovia (Liberia),
verzoekster,
advocaat: mr. B.G.F. Simons te Rotterdam,
tegen
[verweerster]
,
gevestigd te Amsterdam,
verweerster,
niet verschenen.
1Procesverloop
Partijen worden hierna V-Wave en [verweerster] genoemd.
V-Wave heeft bij verzoekschrift met bewijsstukken, ontvangen ter griffie van het hof op 26 februari 2026, het hof verzocht om drie tussen partijen gewezen arbitrale vonnissen te erkennen en verlof tot tenuitvoerlegging te verlenen.
[verweerster] is bij exploot d.d. 11 juni 2026 tijdig opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoekschrift en daarbij uitgenodigd om een verweerschrift in te dienen.
De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2026. Bij die gelegenheid heeft namens V-Wave mr. Simons voornoemd het woord gevoerd. [verweerster] heeft geen verweerschrift ingediend en is niet ter zitting verschenen.
Vervolgens is de behandeling van de zaak gesloten.
2Beoordeling
2.1
Tussen partijen is op 4 maart 2021 een charterparty gesloten met betrekking tot het zeeschip Vantage Wave. In de charterparty is een arbitragebeding opgenomen. Tussen partijen is een geschil ontstaan dat ter beslechting is voorgelegd aan arbiters te Londen onder toepassing van Engels recht, conform het arbitragebeding.
2.2
Het scheidsgerecht heeft op basis van het arbitragebeding drie arbitrale (tussen)vonnissen gewezen. Bij Partial Final Award van 7 november 2024 heeft het scheidsgerecht geoordeeld dat [verweerster] aansprakelijk is voor de door V-Wave geleden schade. Bij Second Partial Final Award van 30 december 2024 is [verweerster] veroordeeld tot betaling aan V-Wave van US$ 1.031.150,81, met rente. Bij Third Partial Final Award van 11 april 2025 is [verweerster] veroordeeld tot betaling aan V-Wave van EUR 425.312,28 met rente en aanvullende kosten. Genoemde arbitrale vonnissen zijn niet vatbaar voor hoger beroep. [verweerster] heeft niet betaald.
2.3
V-Wave verzoekt in deze procedure erkenning en toestemming tot tenuitvoerlegging van genoemde arbitrale vonnissen.
2.4
Omdat [verweerster] te Amsterdam is gevestigd is dit hof bevoegd om van de verzoeken kennis te nemen.
2.5
V-Wave heeft originele ondertekende exemplaren van deze vonnissen in het geding gebracht, conform het bepaalde in het hier van toepassing zijnde Verdrag van New York 1958.
2.6
V-Wave beschikt niet over een origineel exemplaar van de tussen partijen overeengekomen arbitrageovereenkomst, voorzien van een ‘natte’ handtekening. Een dergelijk exemplaar bestaat niet, omdat de overeenkomst digitaal tot stand is gekomen, laatstelijk door uitwisseling per e-mail van een gescand exemplaar van de door beide partijen ondertekende overeenkomst. V-Wave heeft een afschrift van dat gescande exemplaar in het geding gebracht.
2.6.1
V-Wave heeft in het inleidend verzoekschrift medegedeeld dat geen van partijen in het arbitrale geding het bestaan en de inhoud van de arbitrageovereenkomst heeft betwist.
2.6.2
Bij het ontbreken van een origineel exemplaar (of gewaarmerkt afschrift daarvan) van de arbitrage-overeenkomst is naar het oordeel van het hof (overeenkomstig vaste jurisprudentie) voldaan aan het voorschrift van artikel IV, eerste lid aanhef en onder b, van het Verdrag van New York 1958 indien het hof zelfstandig vaststelt dat het gestelde arbitragebeding rechtsgeldig tussen partijen is overeengekomen. Het hof stelt vast dat dit hier het geval is en baseert dat op het volgende.
2.6.3
In de door partijen ondertekende Fixture Note gedateerd 4 maart 2021 is op pagina 3 opgenomen een passage die luidt als volgt:
“SMALL CLAIMS / ARBITRATION:
SMALL CLAIMS / ARBITRATION IN LONDON ONLY AND ENGLISH LAW TO APPLY. LATEST BIMCO DISPUTE RESOLUTION CLAUSE INCL LMAA PROCEDURE FOR SMALL CLAIMS UPTO USD50.000 TO BE INCORPORATED IN THIS C/P” en “BIMCO ISM CLAUSE TO APPLY THROUGHOUT THE CURRENCY OF THIS CHARTER PARTY. ENGLISH LAW / ARBITRATION TO APPLY.”
2.6.4
In the rider clauses behorend bij deze charterparty is in [straat + nummer] (Law and Arbitration Clause) een arbitragebeding opgenomen (arbitrage te Londen, onder de regels van de LMAA).
2.6.5
Er is door geen van partijen vernietiging van één van de arbitrale vonnissen gevorderd en er is daarover geen gerechtelijke procedure aanhangig.
2.6.6
Geen van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel V van het Verdrag van New York 1958 doet zich voor.
2.6.7
Ondanks het feit dat het scheidsgerecht geen expliciete overweging heeft gewijd aan het arbitragebeding valt uit het ontbreken van enige overweging dienaangaande op te maken dat in het arbitragegeding door geen van partijen de ongeldigheid van het arbitragebeding is gesteld.
2.7
Desgevraagd heeft V-Wave ter zitting verklaard geen specifiek belang te hebben bij de gevraagde tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis van 7 november 2024. De erkenning daarvan kan worden toegewezen, maar omdat V-Wave geen belang heeft bij tenuitvoerlegging van een zuiver declaratoir vonnis zonder veroordeling wordt het verzoek tot tenuitvoerlegging van genoemd vonnis afgewezen.
2.8
De overige verzoeken zijn toewijsbaar op grond van het vorenstaande.
2.9
Omdat [verweerster] deze procedure noodzakelijk heeft gemaakt door niet vrijwillig te betalen zal zij met de kosten van deze procedure dienen te worden belast, tot op heden begroot op € 2.580,- (tarief II, 2 punten).
3Beslissing
Het hof:
wijst de verzoeken tot erkenning van de onder 2.2 genoemde arbitrale vonnissen toe;
verleent verlof tot tenuitvoerlegging in Nederland van de onder 2.2 genoemde arbitrale vonnissen d.d. 30 december 2024 en 11 april 2025;
wijst het verzoek tot tenuitvoerlegging in Nederland van het onder 2.2 genoemde arbitrale vonnis d.d. 7 november 2024 af;
veroordeelt [verweerster] in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op
€ 2.580,- wegens salaris advocaat;
verklaart vorenstaande veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H.T. van der Meer, E.K. Veldhuijzen van Zanten en R.J.Q. Klomp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026. | Link naar deze uitspraak
|
| | |
|
|