Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBOVE:2026:5561 
 
Datum uitspraak:08-09-2026
Datum gepubliceerd:21-09-2026
Instantie:Rechtbank Overijssel
Zaaknummers:12036370 CV EXPL 25-419 12036370 CV EXPL 25-419
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Vordering tot terugbetaling geldbedragen. Familierelatie. Bewind.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
schenking
 
Uitspraak
RECHTBANK
OVERIJSSEL


Civiel recht
Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12036370 \ CV EXPL 25-4198


Vonnis van 8 september 2026


in de zaak van

de besloten vennootschap ZORGBEWIND NEDERLAND B.V.,
gevestigd in IJsselmuiden,
hierna te noemen: Zorgbewind,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van


[eiseres]
,
wonende in [woonplaats 1] ,
eisende partij,
gemachtigde: mr. G.J. de Boer,
hierna te noemen: [eiseres] ,

tegen




1de besloten vennootschap OMEGA BEHEER B.V.,
gevestigd in Hoogeveen,
hierna te noemen: Omega Beheer,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van


[gedaagde 1]
,
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: [gedaagde 1] ,
gemachtigde: mr. R. Timmer,2. de besloten vennootschap HOOFD & HART B.V.,
gevestigd in Raalte,
hierna te noemen: Hoofd & Hart,
in de hoedanigheid van bewindvoerder over de (toekomstige) goederen van


[gedaagde 2]
,
hierna te noemen: [gedaagde 2] ,
gedaagde partijen,
gemachtigde: mr. T.E. van der Bent,





1De zaak in het kort

In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde 1] en [gedaagde 2] geldbedragen aan [eiseres] , de moeder van [gedaagde 1] , moeten terugbetalen. De kantonrechter is van oordeel dat dat niet zo is. Omdat [eiseres] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] alle drie onder bewind staan, worden zij in deze procedure vertegenwoordigd door hun bewindvoerders.

2 De procedure



2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord,
- aanvullende producties van Omega Beheer,
- aanvullende producties van Zorgbewind,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 25 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- spreekaantekeningen van alle partijen.



2.2
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter beslist dat Zorgbewind uiterlijk vier weken later een akte mag nemen om te reageren op het tijdens de mondelinge behandeling gevoerde verweer namens Hoofd & Hart. In die akte, bij de rechtbank ontvangen op 27 juli 2026, heeft Zorgbewind aangegeven dat zij met Hoofd & Hart tot een regeling is gekomen. Zorgbewind heeft daarom haar eis in die zin gewijzigd dat zij niet langer hoofdelijke veroordeling van beide gedaagde partijen vordert, afwijzing van de in de dagvaarding genoemde vorderingen tegen Hoofd & Hart en te bepalen dat er tussen [eiseres] en [gedaagde 2] finale kwijting zal gelden.



2.3
Bepaald is dat er na de akte van Zorgbewind een vonnis in deze zaak zal komen.





3De feiten


3.1

[eiseres] is de moeder van [gedaagde 1] . [gedaagde 2] en [gedaagde 1] hebben een affectieve relatie.



3.2
Vanaf begin 2022 tot en met september 2023 heeft [gedaagde 1] bij zijn moeder gewoond in [woonplaats 1] . [gedaagde 2] heeft een eigen woning en logeerde in die periode af en toe bij [eiseres] .



3.3
In de periode 1 januari 2022 tot en met 30 september 2023 zijn er vanaf de bankrekening van [eiseres] voor in totaal € 13.200,00 geldbedragen contant opgenomen. In diezelfde periode is er in totaal een bedrag van € 3.972,95 overgemaakt van de bankrekening van [eiseres] naar de bankrekening van [gedaagde 1] . Ook zijn er in die periode betalingen gedaan vanaf de bankrekening van [eiseres] aan een autoverzekering, een autogarage, voor een KPN abonnement en bij een coffeeshop.



3.4
Zorgbewind heeft Omega Beheer en Hoofd & Hart aangeschreven en gesommeerd verschillende geldbedragen terug te betalen.





4Het geschil


4.1
Zorgbewind vordert – samengevat en na vermindering van eis – vernietiging van de volmacht, voor zover die (nog) bestaat, en veroordeling van Omega Beheer tot betaling van € 18.538,86, vermeerderd met rente en kosten. Ten aanzien van Hoofd & Hart vordert Zorgbewind afwijzing van de in de dagvaarding genoemde vordering tegen Hoofd & Hart en te bepalen dat er tussen [eiseres] en [gedaagde 2] finale kwijting zal gelden.


4.2
Omega Beheer en Hoofd & Hart voeren verweer.



4.3
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





5De beoordeling


De vordering tegen Omega Beheer



Geldopnames en overboekingen



5.1
Wat betreft de contant opgenomen geldbedragen (in totaal € 13.200,00) en de overboekingen van de bankrekening van [eiseres] naar de bankrekening van [gedaagde 1] (in totaal € 3.972,95) heeft Zorgbewind zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van onverschuldigde betaling.



5.2
De kantonrechter stelt het volgende voorop. Voor een geslaagd beroep op terugbetaling op grond van artikel 6:203 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is vereist dat de betaling geen rechtsgrond had. Met andere woorden: er mag op het moment van de betaling geen rechtsverhouding aanwijsbaar zijn die het verrichten van de betaling rechtvaardigt. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) geldt dat op Zorgbewind de stelplicht en de bewijslast rusten van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat [eiseres] een betaling heeft gedaan, zonder dat daarvoor een rechtsgrond is en dat [gedaagde 1] de ontvanger is van de betaling.



5.3
De kantonrechter is van oordeel dat er wat betreft de contant opgenomen geldbedragen geen sprake is van onverschuldigde betaling, omdat Zorgbewind onvoldoende heeft onderbouwd dat [gedaagde 1] deze geldbedragen heeft ontvangen. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.



5.4
Uit de door Zorgbewind overgelegde bankafschriften volgt dat er op bepaalde data geldopnames zijn gedaan, maar niet door wie dat is gedaan. Dat betekent dat alleen daaruit niet kan worden afgeleid dat deze geldopnames door [gedaagde 1] zijn ontvangen. Dat zou anders kunnen liggen als vast zou komen te staan dat alleen [gedaagde 1] de beschikking had over de bankpassen van [eiseres] , maar dat is niet het geval. Dit is door Zorgbewind wel gesteld, maar door Omega Beheer betwist en daarop door Zorgbewind niet verder onderbouwd. Daar komt bij dat [eiseres] hierover op de zitting wisselend heeft verklaard. Zo heeft [eiseres] verklaard dat [gedaagde 2] op enig moment haar bankpasje had ingenomen. Maar [eiseres] heeft ook verklaard dat zij wel samen met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] boodschappen deed, en dat als zij geld had dat zij dan de boodschappen betaalde. Uit die laatste verklaring van [eiseres] kan worden afgeleid dat zij in ieder geval op enig moment wel de beschikking had over haar eigen bankpassen.



5.5
Ook is niet vast komen te staan dat er geen rechtsgrond bestond voor het ontvangen van geldbedragen door [gedaagde 1] , als er vanuit wordt gegaan dat [gedaagde 1] de geldbedragen daadwerkelijk heeft ontvangen. Zo heeft [gedaagde 1] verklaard dat hij vaak geld geschonken kreeg van zijn vader toen die nog leefde, en dat hij na het overlijden van zijn vader geld van zijn moeder geschonken kreeg. Ook heeft [gedaagde 1] verklaard dat hij met toestemming van zijn moeder geld van haar uitgaf, wat ook neerkomt op het ontvangen van schenkingen. Gezien deze verklaringen, die door Zorgbewind niet zijn betwist, bestond er een rechtsgrond voor eventueel door [gedaagde 1] ontvangen geldbedragen bestaan, namelijk schenking.



5.6
Van de overboekingen vanaf de bankrekening van [eiseres] staat wel vast dat deze door [gedaagde 1] zijn ontvangen, dit blijkt uit de door Zorgbewind overgelegde bankafschriften en is door [gedaagde 1] niet betwist. Maar ook hiervoor geldt dat Zorgbewind onvoldoende heeft onderbouwd dat er geen rechtsgrond bestond voor de door [gedaagde 1] ontvangen geldbedragen. Gezien de hiervoor genoemde verklaringen daarover van [gedaagde 1] , die door Zorgbewind niet zijn weersproken en die de kantonrechter niet onaannemelijk voorkomen, lag het op de weg van Zorgbewind om verder te onderbouwen dat er geen rechtsgrond voor de ontvangen geldbedragen bestond. Dat heeft zij niet gedaan, en daarmee heeft zij haar vordering onvoldoende onderbouwd. Dat de overboekingen van [eiseres] naar [gedaagde 1] in totaal een aanzienlijk bedrag in een relatief korte periode zijn, maakt het oordeel van de kantonrechter niet anders. Dat feit maakt op zichzelf niet dat er geen rechtsgrond voor de overboekingen bestond.



5.7
Nu Zorgbewind onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is geweest van onverschuldigde betaling, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of dit heeft plaatsgevonden in het kader van de door Zorgbewind gestelde volmacht.


Uitgaven aan de auto, KPN abonnement en coffeeshop




5.8
Wat betreft de kosten voor een auto, een KPN-abonnement en een geldbedrag van € 25,00 dat is uitgegeven bij een coffeeshop heeft Zorgbewind zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van ongerechtvaardigde verrijking.



5.9
Artikel 6:212 lid 1 BW bepaalt dat er sprake is van ongerechtvaardigde verrijking als de één zonder redelijke grond is verrijkt ten koste van een ander. Omdat Zorgbewind zich beroept op de rechtsgevolgen van dit wetsartikel, is het aan haar om te stellen en zo nodig te bewijzen dat er sprake is geweest van de hiervoor genoemde wettelijke vereisten.



5.10
De kantonrechter is van oordeel dat Zorgbewind onvoldoende heeft onderbouwd dat er geen redelijke grond was voor een eventuele verrijking van [gedaagde 1] ten koste van [eiseres] . Hiervoor is van belang dat vast staat dat de auto waar het om gaat op naam stond van [eiseres] , en dat deze auto ook door [eiseres] gebruikt werd om (samen met [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ) boodschappen te doen. Ook heeft [gedaagde 1] verklaard dat de auto is gebruikt om [eiseres] naar haar afspraak voor een covidvaccinatie te brengen. Verder heeft [eiseres] verklaard dat zij wel eens bekeuringen betaalde, als ook de verzekeringspremie voor de auto.



5.11
Wat betreft de kosten van het KPN-abonnement is de kantonrechter van oordeel dat Zorgbewind onvoldoende heeft onderbouwd dat dit KPN-abonnement enkel en alleen ten goede is gekomen van [gedaagde 1] , en evenmin dat daar geen redelijke grond voor was.



5.12
Over het geldbedrag dat vanaf de bankrekening van [eiseres] bij een coffeeshop is uitgegeven overweegt de kantonrechter als volgt. Door Omega Beheer is niet betwist dat deze uitgave niet aan [eiseres] ten goede is gekomen. Maar ook hiervoor geldt dat Zorgbewind onvoldoende heeft onderbouwd dat er geen redelijke grond voor de verrijking van [gedaagde 1] bestond. De kantonrechter verwijst naar wat zij hiervoor onder punt 5.6. heeft geoordeeld.



5.13
Zorgbewind heeft nog aangevoerd dat er sprake is van onrechtmatig handelen, maar dit heeft zij naar het oordeel van de kantonrechter ook onvoldoende onderbouwd. Zorgbewind heeft in het licht van de verklaringen van partijen over de periode dat [gedaagde 1] bij [eiseres] woonde onvoldoende met feiten onderbouwd waaruit het onrechtmatige handelen van [gedaagde 1] zou hebben bestaan. Hieraan gaat de kantonrechter dan ook als onvoldoende onderbouwd voorbij.


Conclusie




5.14
De kantonrechter zal de vordering van Zorgbewind tegen Omega Beheer afwijzen.


De proceskosten




5.15
Zorgbewind is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Omega Beheer worden begroot op:









- salaris gemachtigde





864,00


(2 punten × € 432,00)




- nakosten





144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal





1.008,00










De vordering tegen Hoofd & Hart




5.16
In haar akte na de mondelinge behandeling heeft Zorgbewind haar vordering tegen Hoofd & Hart in die zin gewijzigd dat zij vordert dat hetgeen zij bij dagvaarding heeft gevorderd zal worden afgewezen. De kantonrechter begrijpt deze wijziging aldus dat Zorgbewind haar vordering tegen Hoofd & Hart intrekt, zodat deze vordering niet verder hoeft te worden besproken. Wat betreft de finale kwijting merkt de kantonrechter op dat dit tussen partijen zal moeten worden afgesproken, en dat de kantonrechter niet bevoegd is om een dergelijke afspraak aan partijen op te leggen in een vonnis. In zoverre zal de vordering van Zorgbewind tegen Hoofd & Hart worden afgewezen.



5.17
Zorgbewind is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hoofd & Hart worden begroot op € 432,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).





6De beslissing

De kantonrechter


Ten aanzien van Omega Beheer



6.1
wijst de vorderingen van Zorgbewind af,



6.2
veroordeelt Zorgbewind in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Zorgbewind niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.3
verklaart de hiervoor uitgesproken proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,


Ten aanzien van Hoofd & Hart




6.4
verstaat dat de vordering tegen Hoofd & Hart is ingetrokken, en wijst voor het overige het bij akte gevorderde af,



6.5
veroordeelt Zorgbewind in de proceskosten van € 576,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Zorgbewind niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



6.6
verklaart de hiervoor uitgesproken proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.R.H. Lutjes en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026. (wv)
Link naar deze uitspraak