Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBAMS:2026:9682 
 
Datum uitspraak:21-09-2026
Datum gepubliceerd:29-09-2026
Instantie:Rechtbank Amsterdam
Zaaknummers:C/13/790088 KG ZA 26-559
Rechtsgebied:Civiel recht
Indicatie:Kort geding. Vordering tot meewerking aan hertaxatie van de woning van gedaagde wordt afgewezen. Eisers (erfgenamen van ex-echtgenoot van gedaagde) willen dat wordt verdeeld tegen de waarde op de datum van de feitelijke verdeling. Dat de verdeling op korte termijn gerealiseerd wordt ligt niet voor de hand. Eisers hebben daarom geen belang bij hun vordering.
Trefwoorden:burgerlijk wetboek
echtscheiding
erfgenamen
taxatie
wettelijke rente
 
Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht, voorzieningenrechter

Zaaknummer: C/13/790088 / KG ZA 26-559 MK/KH


Vonnis in kort geding van 21 september 2026


in de zaak van




1
[eiser 1],
te [woonplaats 1],2. [eiser 2],
te [woonplaats 2],3. [eiser 3],
te [woonplaats 3] (België),
eisende partijen bij dagvaarding van 3 juli 2026,
hierna samen te noemen: eisers of [eisers],
advocaat: mr. M.C. Carli-Lodder,

tegen



[gedaagde]
,
te [woonplaats 4],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. C.W. de Kruijf-Vermeij.





1De procedure

Ter zitting van 7 september 2026 waren aanwezig [eiser 2] (eiser sub 2) met zijn advocaat en [gedaagde] met haar advocaat. [eisers] heeft de vorderingen in de dagvaarding toegelicht en [gedaagde] heeft verweer gevoerd, mede aan de hand van een tevoren ingediende conclusie van antwoord. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en vragen van de voorzieningenrechter beantwoord. Vonnis is bepaald op vandaag.




2De feiten


2.1.

[gedaagde] is tot 18 maart 2016 in gemeenschap van goederen getrouwd geweest met [erflater], die op [overlijdensdag] 2021 overleden is (hierna: erflater).



2.2.
Onderdeel van de gemeenschap was de koopwoning aan het adres [adres]. De woning is (met het bijbehorende recht van erfpacht) na de echtscheiding onverdeeld gebleven. [gedaagde] woont sindsdien in de woning.



2.3.
Eisers zijn erfgenamen van erflater. Zij hebben de nalatenschap van erflater beneficiair aanvaard.



2.4.
De woning is op 27 september 2023 getaxeerd op een waarde van € 580.000, die is vastgelegd in een taxatierapport van 9 oktober 2023.





3Het geschil


3.1.

[eisers] vordert samengevat om bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis [gedaagde] op straffe van een dwangsom te veroordelen om haar volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan een (her)taxatie, bij uitblijven waarvan dit vonnis op grond van artikel 3:300 Burgerlijk Wetboek (BW) in de plaats treedt van de benodigde wilsverklaring en medewerking. Ook vordert [eisers] om [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.



3.2.

[eisers] brengt het volgende naar voren. Eisers zijn als rechtsopvolgers onder algemene titel van erflater tezamen gerechtigd tot de onverdeelde helft van de eigendom van de woning en het bijbehorende recht van erfpacht. Uitgangspunt op grond van vaste rechtspraak is dat wordt gewaardeerd tegen de datum van feitelijke verdeling. Volgens eisers is de taxatie uit 2023 niet meer bruikbaar door tijdsverloop en de prijsontwikkeling op de Amsterdamse woningmarkt. Om die reden vorderen zij medewerking van [gedaagde] aan een hertaxatie, zodat verdeling kan plaatsvinden tegen de actuele waarde. Eisers zijn van plan om vervolgens een bodemprocedure aanhangig te maken voor de verdeling.



3.3.

[gedaagde] voert verweer. Volgens haar gaan eisers ten onrechte volledig voorbij aan het feit dat er in 2023 een bindende taxatie is verricht. Dat blijkt volgens haar uit door haar ingebrachte correspondentie tussen haar voormalig advocaat en de betrokken notaris uit juli 2022, voorafgaand aan de verrichte taxatie. Daarin heeft de notaris geschreven dat de eisers niet akkoord zouden gaan met een andere waarde dan de getaxeerde waarde. Gelet op deze bindende afspraak en de vervolgens verrichte taxatie ontbreekt een belang aan de zijde van eisers bij het verrichten van een hertaxatie op dit moment.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.





4De beoordeling


4.1.
De vraag die partijen verdeeld houdt is of [gedaagde] in dit kort geding verplicht kan worden haar medewerking te verlenen aan een hertaxatie van de woning. Die vraag moet ontkennend worden beantwoord en de vordering van [eisers] wordt afgewezen.



4.2.
Partijen zijn het er niet over eens of de in 2023 verrichte taxatie plaatsvond op basis van een bindende afspraak. Het antwoord op die vraag kan echter in dit kort geding in het midden blijven. De waarde van de woning is namelijk van belang bij verdeling van de gemeenschap. [eisers] heeft zelf naar voren gebracht dat als peildatum daarbij geldt de waarde op de datum van de feitelijke verdeling. Dat de verdeling op korte termijn gerealiseerd wordt ligt niet voor de hand. [gedaagde] is immers van oordeel, en heeft dat onderbouwd aan de orde gesteld, dat daarvoor de (bindende) taxatie uit 2023 moet worden gebruikt. [eisers] is het daar niet mee eens en is voornemens een bodemprocedure te starten voor de verdeling van de woning en het bijbehorende recht van erfpacht. In die bodemprocedure zal duidelijk worden of van de (bindende) taxatie uit 2023 moet worden uitgegaan of dat aanleiding bestaat een hertaxatie uit te (laten) voeren. In dat laatste geval ligt voor de hand die hertaxatie te (laten) doen op het moment van de feitelijke verdeling. Dat is niet op korte termijn.



4.3.

[eisers] heeft er dus geen belang bij om nu, voorafgaand aan de bodemprocedure, al een hertaxatie te laten doen omdat die op het moment van feitelijke verdeling – als van die hertaxatie uit moet worden gegaan – alweer achterhaald zal zijn.



4.4.

[eisers] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:









- griffierecht


€


341







- salaris advocaat


€


1.177







- nakosten


€


189


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.707











4.5.
De proceskostenveroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.





5De beslissing

De voorzieningenrechter


5.1.
weigert de gevraagde voorzieningen,



5.2.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.707, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [eisers] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [eisers] € 98 extra betalen plus de kosten van de betekening,



5.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.










Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.S. Kalff, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. K. Hogeman, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2026.
















































Coll: EB
Link naar deze uitspraak