Inloggen 
 

 Registreren
 Wachtwoord vergeten?


Terug naar het beginscherm

 
 
 
Neem contact op met de Agro-advieslijn:
0570-657417 (Houtsma Bedrijfsadvies)
ECLI:NL:RBGEL:2026:7465 
 
Datum uitspraak:02-10-2026
Datum gepubliceerd:06-10-2026
Instantie:Rechtbank Gelderland
Zaaknummers:ARN 26/4431
Rechtsgebied:Bestuursrecht
Indicatie:Voorlopige voorziening, geen spoedeisend belang
Trefwoorden:bijstandsuitkering
uitkering
 
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND

Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/4431


uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2026


in de zaak tussen



[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker

en



de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.



Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de afwijzing van de aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Bij beslissing op bezwaar van 17 juli 2026 is het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. Verzoeker heeft beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening bij deze rechtbank ingediend.

2. De voorzieningenrechter kan op grond van artikel 8:83, derde lid, van de
Algemene wet bestuursrecht (Awb) in een aantal gevallen uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De voorzieningenrechter vindt in deze zaak een zitting niet nodig, omdat het verzoek kennelijk ongegrond is. Hij legt dat hieronder verder uit.



Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist.


3.1.
Verzoeker stelt dat hij een spoedeisend belang heeft bij een voorlopige voorziening, omdat hij sinds de beëindiging van de Ziektewetuitkering op 15 februari 2026 geen inkomen meer heeft. Hij lijdt aan financiële stress en komt daardoor niet toe aan zijn herstel. Hij komt niet in aanmerking voor andere inkomensondersteuning.



3.2.
Verweerder is van mening dat er geen sprake is van een spoedeisend belang. Uit het verzoekschrift kan niet worden afgeleid dat er sprake is van een dreigende (financiële) noodsituatie. Een bijstandsuitkering is de eerst voorliggende voorziening. De gemeente kan in afwachting van de beslissing over het recht op bijstand voorschotten verstrekken. Niet bekend is of verzoeker de gemeente om een voorschot op de bijstandsuitkering heeft gevraagd.



3.3.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker, ondanks een toelichting, zijn spoedeisend belang onvoldoende heeft onderbouwd. Hij heeft onvoldoende inzicht gegeven in zijn financiële situatie. Evenmin heeft hij aangetoond dat hij niet voor andere inkomensondersteuning in aanmerking komt. Nu het spoedeisend belang onvoldoende is onderbouwd, zal de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afwijzen.




Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A. de Wijse-Hageman, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.


De griffier is verhinderd deze


uitspraak te ondertekenen.










griffier


voorzieningenrechter







Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Link naar deze uitspraak